Blogmeet Leuven 2008

Na de succesvolle editie van 2007, presenteren Dries, Karel, Goya, Bruno en yab jullie op zaterdag 24 mei een nieuwe Leuvense blogmeet. Wij hopen natuurlijk op een massale opkomst. Dankzij onze gulle sponsors zal de prijs erg democratisch zijn. Voor 10 euro zal je mogen aanschuiven aan een buffet, zal er de nodige drank voorzien worden en krijg je nog een dessert op de koop toe. De blogmeet gaat door in de Moete, een gezellig zaaltje op de campus van Heverlee gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer en met meer dan genoeg plaats om je auto te parkeren. Rep je dus naar http://blogmeet.be en schrijf je in! Een fijne avond gegarandeerd.

Zaterdagavond

Na een onnoemelijk drukke zaterdag, waarop ik Russische werkwoorden vervoegde, een ontmoeting had met vismensen, al hollend winkelde in de Delhaize, raprap een stukje paasfeesten (gruwelijk slechte site, u bent gewaarschuwd) meepikte en stofzuigend, swifferend en poetsend probeerde ons appartement een beetje toonbaar te maken, was alles zo rond half zes klaar om een bende van zeven personen in ons appartement te ontvangen.

Nu moeten jullie weten dat de tafel in ons appartement uitgerust is om acht personen een plekje te geven. Met mijn vriend en ik erbij, zouden we één persoon op een bureaustoel moeten plaatsen, maar dat leek ons niet zo’n probleem te zijn. Blijkt dat mijn ex-vriendje zijn nieuwe vriendin had meegebracht en we dus met een persoon extra waren. Oja, hij had het ons wel laten weten: één uur en een kwartier voordat het feestje begon, had hij nog snel een mailtje gestuurd dat ik natuurlijk niet meer gelezen had. Dat is dus één van de redenen waarom hij mijn ex is. 😉 Enfin, de nieuwe vriendin was sympathiek en gelukkig hebben we twéé bureaustoelen in huis. We plaatsten telkens twee personen aan de kop van de tafel en het paste allemaal wonderbaarlijk.

Ik had wel een beetje stress op voorhand, want het was de eerste keer dan mijn vriend en ik voor een bende van tien personen kookten. Om het onszelf niet te moeilijk te maken, gaven we op de markt gekochte quiches als voorgerecht (in de oven schuiven en twintig minuten wachten) en maakten we een simpel pastarecept met zalm en spinazie dat bijzonder goed smaakte. (Al slagen we er blijkbaar niet in om pasta te koken zonder dat de boel overkookt.) Voor de liefhebbers was er daarna nog ijs, maar er vielen nog weinig gaatjes op te vullen. Geen erg, meer ijs voor mij, de komende dagen. 😉

Toen iedereen voldaan was, werd het tijd voor het werkelijke doel van deze bijeenkomst: spelletjes spelen! Met een groep van tien personen is de keuze aan spelletjes eerder beperkt, dus hielden we het op weerwolven. Altijd goed voor het genereren van achterdocht, wederzijdse beschuldigingen en uitgebreide lachsalvo’s. Mijn vriendje maakte trouwens indruk door, telkens als ik weerwolf was, mij vroegtijdig te ontmaskeren. (Al had het feit dat hij één keer ziener was daar ook wel iets mee te maken.) Hij begint mij een beetje te goed te kennen. Tijd voor een nieuw vriendje? 😉

Hugo Claus en euthanasie

Euthanasie is een onderwerp waar ikzelf een heel uitgesproken mening over heb. Daarom wil ik jullie beslist niet de mening onthouden van broeder dr. René Stockman. Een man wiens overtuiging lijnrecht tegenover de mijne staat. Het artikel is overgenomen van Kerknet. In het kader van de vrije meningsuiting, die hij ook aanhaalt in zijn stuk, vind ik het belangrijk zijn woorden hier te herhalen.

‘De wijze waarop wordt omgegaan met de euthanasie die Hugo Claus pleegde, de wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten, maar zelfs als summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst’. Dat schrijft broeder dr. René Stockman in een felle reactie op het overlijden van de schrijver.

‘Is het leven van mensen die hun woorden niet meer vinden, dan waardeloos geworden?’, vraagt hij zich af. ‘Hebben zij het recht, en misschien zelfs de plicht om euthanasie te vragen, om de maatschappij toch niet meer tot last te zijn, om hun familie te bevrijden van een zorg die wel eens lang zou kunnen duren?’

Broeder Stockman zegt vooral vragen te hebben ‘bij de manier waarop de Vlaamse media vrijwel unaniem diens beslissing toejuichen’. Hij noemt het ‘de pretentie en arrogantie van een bepaalde groep in de samenleving, die haar levensfilosofie probeert op te dringen aan iedereen. En wie er een andere visie op nahoudt, durft die nauwelijks uit te spreken op straffe van als een kwezel te worden uitgescholden.’

‘Want kijk naar Claus. Die heeft de moed gehad er een eind aan te maken, zijn familie niet meer tot last te zijn, de ziekteverzekering niet op te zadelen met medische en verzorgingskosten, hij heeft ruimte aan anderen gegeven (…), een ode aan het leven van de volmaakten, van de succesvollen, die hun woorden tot heldere frasen kunnen kneden. In de ‘Brave New World’ is alleen nog plaats voor hen. Misschien is het dat juist in België waar we het meest verdriet voor moeten hebben’, aldus nog de broeder.

De volledige tekst vind je hier.

Dr. René Stockman neemt in zijn tekst woorden in de mond als: “de plicht om euthanasie te vragen” “onder druk van het bejubelde voorbeeld van Claus”. Ik denk dat niemand, maar dan ook niemand in ons land de “plicht” heeft een einde aan zijn leven te maken. Als een persoon in dezelfde situatie als Claus zijn leven wel nog de moeite waard vindt om te leven, kan niemand hem dwingen tot euthanasie over te gaan. Ik vind euthanasie de meest persoonlijke keuze die een mens kan maken: het recht om over zijn eigen leven te beschikken. Dit recht is onlosmakelijk verbonden aan elk individu. Pas op, ik kan mij wel degelijk mistoestanden voor de geest halen, waarbij familieleden druk uitoefenen op een terminaal persoon om de erfenis te verkrijgen. De huidige wetgeving rond euthanasie is verre van perfect, dat geef ik toe. En euthanasie is een zeer gevoelig onderwerp. Voor mij is het heel eenvoudig een kwestie van respect. Respecteer de keuze van de stervende wat die keuze ook is: leven tot de laatste snik of kiezen voor de dood.

Op dit moment denk ik dat ik dezelfde keuze als Claus zou gemaakt hebben. Het aftakelingsproces van een Alzheimer-patiënt, daar is in mijn ogen iets niets mooi of waardevol aan. Maar je weet nooit hoe je daar tegenoverstaat op het moment zelf. Misschien zijn er dan nog wel dingen om voor te vechten. Alleszins heeft broeder dr. René Stockman geen fluit te maken met wat ik dan zal kiezen. En het idee alleen al dat mensen zich zullen laten onder druk zetten door de publieke opinie of door de beslissing van Claus lijkt mij absurd.

Een receptie zonder wijn

Zelfs geen glaasje schuimwijn te bekennen. Alleen maar bier. Denk dat dit de eerste receptie sinds mensenheugenis moet zijn dat ik alleen maar water gedronken heb. Al een geluk dat ik fijn gezelschap had om tegen te praten.

De receptie was ter gelegenheid van het doctoraat van een kameraad, die trouwens een zeer goeie presentatie gaf in de mooiste zaal van onze alma mater, de promotiezaal in de universiteithallen. Ik ben zo langzamerhand de tel kwijt van het aantal doctors dat zich in mijn kenniskring bevindt. ‘t Zijn er alleszins genoeg om mijn eigen mini-universiteit op te richten, al zijn de disciplines misschien niet gevarieerd genoeg. Maar soit, daar wilde ik het niet over hebben. Zo’n doctoraat is altijd een goeie gelegenheid om ex-studiegenootjes terug te zien. De babyboom is ook daar in alle hevigheid losgebarsten. Het hangt zeker in de lucht (of zou het dan toch de leeftijd zijn?). Na de clichévragen over de gezondheid van de toekomstige moeders, boog het gesprek af naar één van mijn favoriete onderwerpen: banken en hun evilness. Eén van de aanwezigen werkt momenteel voor een bank, dus ik heb inside info gekregen over de door en door doortraptheid van deze instellingen. ‘t Is alleen spijtig dat een mens niet zonder kan.

Beste gesprek van de avond: dat met een professor die mij vroeger nog les gegeven heeft  en zich duidelijk totaal niet meer kon herinneren waarvan hij mij kende. Na een falikant afgelopen poging om mijn naam te raden en een poging om mij aan twee van de vaders in spé te koppelen, heb ik hem dan toch maar uit zijn lijden verlost. Niet te geloven dat hij niet meer wist wie ik was. ‘k Heb nochtans genoeg (niet altijd even fantastische) examens bij hem afgelegd. 😉

Toen ik thuiskwam, heb ik mij meteen een glaasje wijn ingeschonken. Schol!

Vrijgezellenweekend

Ondanks een paar dramaatjes was het een erg gezellig weekend. Wel superbraafjes, maar dat schijnt eigen te zijn aan vrouwelijke vrijgezellenuitstapjes. 😉 Omdat ik zaterdagvoormiddag toch nog twee uurtjes Russisch wilde meepikken, sloot ik pas in de namiddag bij de groep aan. Ik miste zo de rondvaart op de Brugse reien en de brunch in het park. Een mens moet er iets voor over hebben om wat Russische dialoogjes te kunnen oefenen.

Na anderhalf uur treinen bevond ik mij in het station van Brugge. Eerst wat gevloekt op de bagagelockers die alleen maar gepast geld aanvaardden (het ding weigerde mijn vier euro aan te nemen, ik was verplicht exact drie euro in de automaat te steken, grmbl). Gelukkig vond ik tot mijn opluchting iemand in het stationscafé bereid om wat geld te wisselen. Ik weet niet of ik pech had, maar alle mensen die ik aansprak in het station waren bijzonder onvriendelijk. En ik die dacht dat West-Vlamingen de gastvrijheid zelve waren. De meneer bij wie ik mijn buskaartje kocht was ook een geval apart, maar ik geraakte na wat aandringen toch aan mijn kaartje. De mevrouw die de bus bestuurde liep dan weer over van de vriendelijkheid.

Na een busrit van een tiental minuutjes, was ik op de plaats van afspraak. Ik kocht snel een chocoladebroodje om wat energie op te doen en stond net met volle kaken de restanten van het broodje naar binnen te werken, toen ik de toekomstige bruid en haar hofdames ontwaarde. Na een korte voorstelling (en een tevergeefse poging om al die nieuwe gezichten aan namen te koppelen) trokken we naar een fietsverhuurder. We maakten een tochtje langs plekken waaraan de vrijgezellin leuke herinneringen had. Zo bezochten we het huis van een buurjongen waarmee ze ooit doktertje  gespeeld had. Naar het schijnt konden zijn erg katholieke ouders daar destijds niet mee lachen. En het feit was duidelijk nog niet vergeven. Toen we gingen aanbellen, bleef de deur op slot, terwijl een wagenwijd openstaand raam beslist deed vermoeden dat er iemand in huis was.

Na de fietstocht, trokken we onze schoenen uit en begonnen we twee aan twee te dansen op onze sokken (ik danste met de bruid in spé). We waagden ons aan salsadansen onder de deskundige begeleiding van twee geoefende dansers. In het begin had ik wat moeite met de stapjes, maar eens de klik gemaakt, ging het vlotjes. Spijtig dat er in mijn huidige leven zo weinig tijd overblijft om te dansen. Vroeger, toen ik nog geen agenda had die volgeboekt was tot in juli, stond ik elke week minstens één keer op een fuif met mijn gat te schudden. In een ver verleden volgde ik rock-and-roll en stijldanslessen. Helaas is er van al die danspasjes niet veel blijven plakken, ik doe het gewoon te weinig.

Na de dansles zetten we koers richting onze slaapplaats om ons wat op te frissen na al de lichamelijke inspanningen. De bruid to be was geblinddoekt. Groot was haar verrassing toen bleek dat ze de nacht zou doorbrengen in een heus kasteel. En wat voor een kasteel. Met een torentje en een slotgracht. Alleen de prins ontbrak om haar te komen bevrijden (die zat ergens in het verre Limburg met verfkogels op zijn vrienden te schieten). Na wat traantjes bij de kamerverdeling en wat sussende woordjes van mezelf (ojee, ik waande me even terug in het tweede middelbaar: ik vol onbegrip voor al de puberhysterie van mijn vriendinnen, maar toch geduldig luisterend naar hun persoonlijke drama’s en goeie raad gevend) , trokken we richting restaurant.

De tocht naar het restaurant bleek een hele uitdaging. De parkeergarage bevond zich op flinke afstand van het restaurant, niemand had een plannetje bij en niemand kende de weg in Brugge. Gelukkig had één van de hofdames een draagbare GPS bij zich, die ik haar snel ontfutselde en op wandelroutes instelde. Ha, daar had ze niet aan gedacht! En mijn vooroordelen over juristen die niet veel moeten hebben van IT-toepassingen werden maar weer eens bevestigd. 😉 Navigeren doe ik dolgraag (ik loop op citytrips ook altijd met de kaart in de hand), dus eens ik de GPS in handen had, waren we snel op onze bestemming.

In het restaurant werden we zeer vriendelijk onhaald. Blijkbaar concentreert de Westvlaamse onvriendelijkheid zich enkel rond het station. Jordy, onze ober deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Het vegi-drama werd zonder problemen opgelost. Het slaatje met kip en de steak met frietjes werden omgeruild voor kaaskroketjes en een vegetarische spaghetti en iedereen was tevreden.  We lachten, we dronken, we aten, we babbelden. We zochten naar mannen met een stoere borstkas, maar moesten het doen met het kokshulpje dat wel heel erg graag uit de kleren ging om zijn spichtige borstkas te laten bewonderen.

Na het eten was iedereen doodop. Dus kwam er van een stapje in de wereld zetten niet veel meer in huis en dropen we met hangende pootjes af naar het kasteel. Waar iedereen snel in bed kroop voor een (in mijn geval slecht) nachtje slaap. Bij het uitgebreide ontbijt dronken we nog een glaasje cava en besloten we dat het een geslaagd weekend was. We namen afscheid van elkaar met de gevleugelde woorden: “Tot op het trouwfeest!”

Zin en onzin van de Amerikaanse aanwezigheid in Irak

Ik ben altijd een hevige tegenstander van de oorlog in Irak geweest. Het verhaaltje over de massavernietigingswapens van Saddam, ik heb het nooit geloofd. De oorlog leek mij ingegeven door minder onbaatzuchtige motieven dan het ons voorgespiegelde bewaren van de wereldvrede. Economische en andere belangen stonden op het spel. De toenmalige Amerikaanse regering vond in het Irak van Saddam een gemakkelijke zondebok.

Maar, maar, maar… Ik ben er niet echt van overtuigd dat het terugtrekken van de troepen uit Irak op dit moment de juiste beslissing is. Het land is volledig in puin geschoten en opgedeeld in drie verschillende fracties (sjiieten, soennieten en koerden) die elkaar het leven zuur maken. Nu wegtrekken, is het land in chaos achterlaten. Ik vind dat de Amerikanen een loodzware verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van het Iraakse volk en die verantwoordelijkheid bestaat uit het helpen heropbouwen van dit land, de gekapotgeschoten infrastructuur herstellen, het helpen uitbouwen van een betrouwbare politiemacht en het bevorderen van de verstandhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen (hoe moeilijk ook).

Via Ntone.