Opnieuw…

Gisteren kreeg ik van mijn collega het bericht dat ik verwachtte, maar waarvan ik tegen beter weten in hoopte dat het niet zou komen: de baby van mijn collega is geboren en tegelijkertijd gestorven. Het scenario komt me ondertussen al veel te bekend voor. Toepassing van embryoselectie om een erfelijke aandoening uit te sluiten, na een veel te lange lijdensweg eindelijk zwanger, de ouders dolgelukkig en dan, door een gruwelijke speling van het lot blijkt de baby een andere afwijking te hebben dan de erfelijke afwijking waarop geselecteerd werd. Bij elk berichtje dat ik kreeg van mijn collega, zag ik de kansen op een goede afloop slinken. En toch blijf je hopen, hopen dat de testen verkeerd zijn, dat de baby wel nog eens kans heeft, dat misschien de afwijking nog meevalt, dat de ouders die éne verschrikkelijke keuze niet moeten maken. Helaas, het mocht niet zijn.

Hoe verschrikkelijk moet het zijn om mama te worden en geen baby mee naar thuis te kunnen nemen? Ik ben er oprecht niet goed van.

Terugblik op een afscheid

Het was best wel een emotionele dag, woensdag. Ik had van mezelf niet verwacht dat de afscheidsviering van mijn bomma me zo zou aangrijpen. Per slot van rekening was ze heel oud en had ik er vrede mee dat ze gestorven was. Ik denk dat het vooral de terugblik op haar en tegelijkertijd mijn leven was, die me van mijn stuk bracht. Een belangrijke persoon uit mijn kindertijd die nu voorgoed uit mijn leven verdwenen is. Mijn kindertijd definitief een afsloten hoofdstuk.

Tegelijkertijd kijk ik met een blij gevoel terug op deze dag. De viering was prachtig. In intieme kring namen we afscheid, vijf van de zes kleinkinderen en haar zoon blikten terug op hun herinneringen aan bomma of lazen iets voor. Langs haar bleke eikenhouten kist lagen twee bloemstukken met witte orchideeën. Tijdens de zorgvuldig gekozen muzikale intermezzo’s werd een slideshow met foto’s getoond van de mooie momenten die we samen met haar beleefd hebben. Ik kreeg meermaals de krop in de keel, maar slaagde er gelukkig in mijn tekst vlot af te lezen.

Na de viering trokken we met het ganse gezelschap naar het kerkhof. Voor een allerlaatste groet. Daarna was het tijd om de inwendige mens te sterken. In het Wendelenhof praatten we na en genoten we van een fijne maaltijd met aspergeroomsoep, zeebaars of entrecôte. Natuurlijk werd de maaltijd afgesloten met Limburgse vlaai. Ons bomma zou het niet anders gewild hebben.

Een mooier afscheid had ik voor haar niet kunnen wensen.

The end

Deze ochtend vroeg rond zeven uur kwam het verwachte telefoontje. Bomma is in de vroege ochtend overleden. Ik was voorbereid op het slechte nieuws, al had de timing moeilijk slechter kunnen zijn.

Mijn vriend en ik zouden vandaag gaan zeilen met vrienden op het Grevelingenmeer. Het was tevens de eerste keer dat de twee kinderen van onze vrienden zouden meegaan. Mijn vriend stelde voor de zeiltocht te annuleren, maar dat zou automatisch betekenen dat onze vrienden ook niet konden gaan zeilen, want één onervaren zeiler die de ganse boot moet bedienen is niet zo veilig.

Dus hakte ik de knoop door: ik zou met de trein richting Hasselt trekken en mijn vriend zou, zoals gepland richting Grevelingenmeer rijden. Ik stelde me voor dat de kinderen van onze vrienden al lang naar dit tripje uitgekeken hadden en ik zou het bijzonder sneu vinden om de uitstap te moeten annuleren op het moment dat ze al vertrekkensklaar stonden.

Gelukkig lijken de treinen nu weer min of meer op tijd te rijden, ondanks het feit dat deze ochtend op de radio gezegd werd dat de stakingsactie verder gezet zou worden. Toch nog een kleine meevaller.

De grijsgrauwe mistige ochtend die ik zie vanuit mijn treinwagon past alvast bij de huidige toestand van mijn gemoed.

Loslaten is niet simpel

Dat berichtje stuurde mijn collega me nadat ik gisterennamiddag halsoverkop mijn werk in de steek liet na een telefoontje van mijn broer dat het slecht ging met mijn grootmoeder. Niet dat het telefoontje onverwacht kwam, van iemand die bijna 96 is, weet je dat ze niet het eeuwige leven heeft. En toch was het dat ergens wel, want tot zondagnamiddag was er nog geen vuiltje aan de lucht en had ze nog met smaak een stuk taart verorberd. Eten moet nog zowat het enige plezier zijn dat ze in haar leven had.

De waarheid is echter dat ik mijn grootmoeder al een aantal jaren stukje bij beetje heb losgelaten. Terwijl haar herinneringen haar langzaam verlieten en ik een vreemde voor haar werd, werd zij dat ook voor mij. Een andere persoon in een bekend omhulsel, die helaas steeds vaker agressief reageerde. Elke poging tot gesprek strandend na twee gemeenplaatsen. De brug die ons ooit verbond, weggespoeld, verslonden door de niets ontziende leegte.

Ik hoop voor haar dat het einde snel komt en dat haar lijden tot een minimum beperkt blijft. Dat dat lichaam onder de dekens de tevergeefse strijd eerstdaags opgeeft en zich overgeeft aan het grote zwarte niets, waar haar geest al enkele jaren vertoefde.

Het is mooi geweest, bomma. Laat het leven nu maar los.

Een emotionele dag

Het was een prachtig zonnige dag. Blauwe lucht gecombineerd met de kilte van de winter die er geen was. Mijn vriend en ik waren allebei in het zwart gekleed. Hij met een nieuw hemd en das, speciaal voor deze viering gekocht.

En een viering werd het, met een prachtig gezongen Avé Maria en schitterende persoonlijke teksten. Een viering die perfect paste bij de zonnige persoonlijkheid van oma. Natuurlijk werd er meer dan eens een traan weggepinkt en was het vaak slikken, maar tegelijkertijd was het wondermooi. Een afscheid in stijl, zonder ook maar één valse noot. Ze zou er zelf van genoten hebben.

Na de viering was ik opgelucht, omdat het zwaarste gedeelte van de dag achter de rug was. We namen aan de uitgang van de kerk de woorden van medeleven in ontvangst. Kusten en schudden handjes.

Van de kerk ging het naar de koffietafel. De zwaarmoedigheid viel van de schouders van de aanwezigen en er kon opnieuw gelachen worden. De kleinkinderen wisselden herinneringen uit. Het jongste achterkleinkind werd vrolijk rondgegeven. Alleen opa zat erbij en keek ernaar, overmand door verdriet, niet in staat deel te nemen aan de conversaties door zijn gehoorproblemen.

Je hoort het soms, van die koppels die zoveel jaren bij mekaar geweest zijn dat wanneer de ene sterft, de andere zich niet meer aan het leven zonder partner kan aanpassen en kort daarna sterft. “Ze was een engel,” zei hij. En ik kon niets anders dan hem gelijk geven.

Na de crematie stonden we me zijn allen rondom de urne. Een hoopje as dat eens een mens was, werd in een plastic buis op het kerkhof neergelaten. De krop in mijn keel bleef uit. Ik speelde met één van de nichtjes van mijn vriend en realiseerde me dat dit afscheid definitief was.

 

Afscheid nemen

Woensdagavond is de oma van mijn vriend gestorven.

Zondagnamiddag waren we nog langsgegaan bij zijn oma en opa, maar zijn oma was toen net een pannenkoek gaan eten, waardoor we haar gemist hebben. Een onfortuinlijke speling van het lot.

Oma sukkelde al een tijd met haar gezondheid, drie maal per week moest ze aan de dialyse en ze stapte heel moeizaam, maar ze was nog helder en vol van levensvreugde, ondanks de fysieke ongemakken waarmee ze elke dag te kampen had.

Maandagavond kregen we echter bericht dat oma onwel was geworden tijdens de dialyse. In de loop van dinsdag leek haar toestand te verbeteren, maar ik had geen goed gevoel bij deze ziekenhuisopname. Het was niet de eerste keer dat ze in het ziekenhuis werd opgenomen, maar nu had ze een infarct gehad en het klonk allemaal nogal zorgwekkend. Mijn vriend besloot daarom woensdagnamiddag vrijaf te nemen om zijn oma te gaan bezoeken. Ik bleef in Brussel, want na het werk hadden we om 18u op ons appartement een afspraak met onze advocaat om de zoveelste saga in het geschil met onze bouwheer te bespreken.

In de loop van die woensdagnamiddag hield mijn vriend me op de hoogte van de gezondheidstoestand van zijn oma. Ze was verward, maar de risicovolle dialyse die ze die dag had ondergaan, was goed verlopen. Toch was ik er nog altijd niet gerust op. Gelukkig verliep de vergadering met de raad van mede-eigendom en onze advocaat vlot en raakten we het snel eens over de te nemen stappen.

Na de vergadering kreeg ik echter telefoon van mijn vriend dat zijn oma plots erg achteruit ging. De dokters hadden niet veel hoop meer, dus als ik haar nog levend wilde zien, moest ik zo snel mogelijk naar het ziekenhuis in Lier vertrekken. Ik liet alles vallen waar ik mee bezig was, belde mijn squashpartner dat de squash die avond niet kon doorgaan en sprong op de eerste de beste trein richting Lier.

Onderweg kreeg ik het bericht dat ik me moest haasten. Helaas kon ik de trein niet rapper laten rijden. In Lier aangekomen nam ik een taxi in de hoop nog enkele kostbare minuten te winnen, maar ik was te laat. Toen ik rond tien uur ‘s avonds in het ziekenhuis aankwam, was zijn oma net overleden. Ik had geen afscheid kunnen nemen, maar ik troostte me met de gedachte dat mijn vriend en zijn ouders dit wel hadden kunnen doen.

Het was een triestig weerzien met de ouders en de familieleden van mijn vriend. Bijna iedereen was naar het ziekenhuis gekomen. Haar man was er, haar twee dochters waren er (haar zoon zat jammer genoeg in New York) en al haar kleinkinderen (behalve die ene kleindochter die net bevallen was) waren er. Allemaal mensen die haar doodgraag zagen, verenigd door een liefde die de dood overstijgt. Triestig. maar mooi tegelijkertijd. We huilden en troostten mekaar, terwijl we wachtten tot we de kamer binnen mochten om een laatste groet te brengen.

Toen ik aan haar doodsbed stond, raakte ik haar koude, dode hand aan en gaf haar een kus op haar voorhoofd. Maar in de persoon die op het bed lag, herkende ik oma niet meer. Haar eeuwige glimlach had haar verlaten. Vreemd genoeg voelde ik niet zozeer verdriet omdat zij gestorven was, ze had een mooie leeftijd bereikt en haar dood was snel en pijnloos, ik voelde vooral verdriet voor de mensen die achter bleven. Haar echtgenoot in het bijzonder. Ik kan me niet voorstellen wat het moet betekenen om iemand waarmee je meer dan 60 jaar hebt samengeleefd te moeten verliezen. Alleen verder te moeten na al die jaren.

Het afscheid was bitterzoet. In mijn herinnering zal oma blijven voortleven als die lieve dame die apetrots was op haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en die zo van zoet hield. Ik ben blij dat haar zo’n schitterend leven gegund werd en dat haar einde snel en pijnloos geweest is, omringd door haar dierbaren.

De vluchtigheid van een mensenleven

Vandaag kwam er een pakje aan voor ons. Aangezien wij nooit thuis zijn, wanneer de koerierdiensten langskomen (het concept dat twee mensen voltijds werken, is hen wellicht vreemd), werd het pakje in ontvangst genomen door onze gepensioneerde bovenburen.

Deze avond gingen we het ophalen, met een klein presentje om hen te bedanken voor de moeite. We werden zoals gewoonlijk vriendelijk onthaald, al was ik even wat van mijn stuk gebracht toen de buurvrouw zei: “Kom binnen, deel in mijn groot verdriet.” Bleek dat haar petekind dit weekend was overleden. 33 jaar, hartaderbreuk. Poef, en gedaan. Mooie, pijnloze dood, maar wat een ramp voor de achterblijvers. Zo’n een jonge kerel, in de fleur van zijn leven, plots weggerukt van zijn geliefden.

Het was voor mij, nogmaals, een duidelijke aanmoediging om het maximum uit mijn leven te halen en me niet te laten opslorpen door onbenulligheden. Iets waar ik me goed genoeg van bewust ben, maar toch trap ik nog al te vaak in de valkuil van het geklaag en gezaag om trivialiteiten, terwijl het leven toch zoveel moois te bieden heeft.

Yolo? Of zoiets?

Contrast

Eerst op bezoek in het rusthuis bij mijn bomma wiens geest zich steeds verder en verder terugtrekt op plekken waar we haar niet meer kunnen bereiken. Een rusthuis waar de stank van geleefde, deels vergeten levens en opgedroogde urine zich met elkaar vermengt. Een gesprek dat er geen is in een dialect dat ik nog amper kan verstaan. Gaat alles goed? Alles gaat goed en met u?

En daarna naar de kraamafdeling van een ziekenhuis, voor de tweede keer op babybezoek dit weekend. Een nieuw leven net begonnen en zo vol belofte. Wat zal hij later worden? De mogelijkheden zijn onbegrensd. Iedereen is vrolijk. Bubbels, kussen en trotse grootouders, zelf nog in de fleur van hun leven.

Vergeet geen suikerbonen mee te nemen.

Wat mij het meeste angst aanjaagt

Is de onvermijdelijke aftakeling die ouder worden met zich meebrengt. Ik kan het mij momenteel nog niet voorstellen, maar het lijkt me verschrikkelijk te moeten vaststellen dat je lichaam niet meer doet wat je ervan verlangt. Dat je merkt dat er gaten in je geheugen beginnen te vallen. Dat er rimpels en plooien ontstaan op plaatsen die eerst glad waren. Dat de zwaartekracht zijn werk begint te doen. Dat de grijze haren niet meer op één hand te tellen vallen (of in mijn geval, de witte haren). Dat er ouderdomsvlekken op je handen verschijnen, zonder dat er een crème bestaat om dit proces af te remmen, laat staan te stoppen.

Iedereen wordt oud. Het is onvermijdelijk en het hoort bij het leven. Maar ik ben er als de dood voor. Ik wil jeugdig blijven ronddartelen tot mijn dood, een dood die liefst snel en pijnloos plaatsvindt in mijn slaap. Lange aftakelingsprocessen, kan ik moeilijk een plaats geven. Ik loop er bij voorkeur heel hard van weg. Ziekenhuizen, rusthuizen, het zijn plekken die ik het liefst links zou laten liggen in mijn leven. Het rusthuis waar mijn oma haar laatste levensjaren slijt, het is mijn ergste nachtmerrie. De dementerende mensen in hun rolstoelen die de ganse dag in het niets staren, het is de ultieme gruwel. De personen die ze eens waren zijn onherroepelijk opgelost in het niets.

Ik kan alleen maar hopen dat zulk een einde mij bespaard blijft en voorzie alvast, mocht het ooit zover komen, gebruik te maken van de mogelijkheden die de euthanasiewetgeving me biedt.

Begrafenissen

De dood hoort bij het leven. En al wanen we ons soms onsterfelijk, vroeg of laat komt de confrontatie met de harde werkelijkheid. De pijn van een te vroeg gestorven vader, gestorven aan de ziekte die de laatste tijd in mijn omgeving heftig te keer gaat, want ook mij collega moest zijn moeder vorige week afgeven.

En zo zaten mijn vriend en ik vandaag in de mis te luisteren naar verhalen over een man die ik slechts vluchtig leerde kennen. Vorig jaar, op het huwelijk van zijn zoon, onze vriend. Bijna dag op dag een jaar geleden hoorden we onze vrienden opnieuw muziek maken en gedichten voordragen, maar nu was de vrolijkheid vervangen door droefenis. En op zo’n momenten voel je je machteloos, want hoe troost je mensen die een rots in hun leven verloren hebben? De troost van een weerzien na de dood, kan ik hen niet geven, want daar geloof ik nog niet in. Een knuffel, een kus, een stilzwijgende blik van begrip, dat is alles wat we te bieden hadden.