#Londonattacks

Zucht. Ik val in herhaling, ik weet het. En aan de andere kant kan ik niet anders doen dan erkennen dat er bij mij de laatste maanden een zeker gevoel van gewenning is opgetreden. “Alweer een aanslag? Met een auto ingereden op voetgangers en vervolgens met lange messen een slachtpartij aanrichten? Op een plek waar ik zelf nog niet zo lang geleden geweest ben? Jah, erg he. En is er nog ander nieuws?” De frequentie van deze voorvallen ligt zo hoog tegenwoordig dat dit wellicht een te verwachten reactie is. Toch mag en kan het niet normaal zijn dat we in een maatschappij leven waar dagelijks soldaten op straat patrouilleren. Zijn wij in oorlog met ISIS? Het lijkt erop. Maar hoe vecht je tegen zo’n vijand? Want om het even welke gestoorde psychopaat kan roepen dat hij ISIS geweldig vindt en die barbaren van ISIS zullen maar al te graag zijn naam toevoegen aan hun steeds langer wordend lijstje ‘martelaren’. En al die minuten stilte helpen ons niets maar dan ook niets vooruit. Het is om moedeloos van te worden.

Gelukkig blijft Zwitserland voorlopig gespaard van aanslagen. Neutraal zijn, heeft zo zijn voordelen.

Zucht

Opnieuw wakker geworden met het nieuws van een laffe terroristische daad. Ditmaal een aanslag op onschuldige kinderen en tieners die samen met hun ouders genoten van een concert van hun grote idool Ariana Grande. Tot nu toe werd de aanslag niet opgeëist, maar de kans dat er banden zijn met (of alleszins sympathie voor) IS, lijkt me reëel. Dit is terrorisme op zijn laagst: een daad die een gemeenschap treft waar het het meest zeer doet. Mijn hart gaat uit naar de vrienden en de familie van de slachtoffers.

Eén ding is zeker: ook nu mag en zal het terrorisme niet winnen. Het terrorisme zelf met wortel en tak uitroeien is wellicht een utopie in een wereld waar zoveel ongelijkheid en onrechtvaardigheid heerst, maar dat neemt niet weg dat wijzelf in tijden als deze moeten blijven tonen dat solidariteit en samenwerking de enige manier zijn om een betere wereld te realiseren.

1 jaar geleden…

Werden Brussels National Airport en het metrostation Maalbeek getroffen door terroristische aanslagen. Ik voelde de hete adem van het terrorisme in mijn nek blazen, maar toch maakten deze aanslagen zo dicht bij mijn eigen werkplek op de één of andere manier geen overdonderende indruk op mij. Vreemd genoeg denk ik dat er sprake was van een zekere gewenning in combinatie met het gevoel dat het ‘only a matter of time’ was. Ik verwachtte de aanslagen in Brussel, dus van een shockeffect was geen sprake. Ik viel de dagen na de aanslagen ook bijzonder snel weer terug op de routine van alledag, tegelijkertijd beseffend dat het leven van de slachtoffers van deze gruwelijke wandaden en hun vriend en familie voorgoed veranderd was. Een dubbel gevoel.

Het is vreemd dit te moeten toegeven, maar het beeld van de instortende twin towers staat nog altijd op mijn netvlies gebrand, terwijl ik om de gebeurtenissen van een jaar geleden voor de geest te halen, mijn eigen verslag opnieuw moest gaan lezen.

Eén jaar geleden

Verloren 130 mensen het leven, mensen zoals jij en ik die gewoon een avondje uit waren met vrienden en familie. De impact die de aanslagen van 13 november op zovele mensen gehad hebben, kan ik onmogelijk bevatten. Ik schreef er toen niets over, omdat de woorden mij ontbraken. En dat is nog steeds het geval.

De soldaten die sindsdien in het Brusselse straatbeeld opdoken, zijn ondertussen vertrouwd geworden. En dat terwijl ik me nog levendig kan herinneren hoe shockerend ik het vond om vele jaren geleden op reis in Egypte elke dag weer met gewapende militairen geconfronteerd te worden. Een mens went aan alles.

Ook aan het idee dat een racist en misogyn persoon binnenkort het hoofd van het machtigste land ter wereld zal worden.

Terrorisme in mijn achtertuin

Toen ik deze ochtend onderweg naar het station van Leuven was, kreeg ik een berichtje van een collega dat er een aanslag was gepleegd in Zaventem. Een aanslag in onze nationale luchthaven, het terroristisch geweld had dan toch de landsgrenzen overgestoken (de terroristen, die waren er al langer). Hoewel het nieuws shockerend was, kan ik niet zeggen dat ik verrast was. Brussel was als hoofdstad van Europa de logische volgende in een steeds langer wordende rij van prachtige historische steden getroffen door pikzwarte haat. Na het oppakken van Salah Abdeslam moesten naar alle waarschijnlijkheid de reeds klaarliggende plannen versneld uitgevoerd worden, want die lafaard zou misschien wel eens gaan klikken.

Toch was ik niet geneigd om rechtsomkeer te maken, Zaventem is Brussel niet, de treinen reden voor de verandering eens op tijd en ik had meer dan genoeg werk voor de boeg. In de trein volgden de onheilspellende berichten op twitter elkaar op en begon de omvang van de aanslag in Zaventem tot mij door te dringen. Tot op twitter de eerste berichten verschenen over een aanslag in de metro van Brussel . Mijn eerste reactie was er één van ongeloof. Wat tegenstrijdige berichten later, werd net op het moment dat mijn trein Brussel-Centraal binnen reed, bevestigd dat er een explosie was in metrostation Maalbeek. Mijn hart sloeg een tel over, want dat metrostation is in het hart van de Europese wijk, vlakbij het werk van mijn vriend. Sms’en lukte ondertussen al niet meer, wat een duidelijke indicatie was over de omvang van de ramp.

In Centraal zelf leek op dat moment alles nog rustig, de metro-ingang slechts een paar stappen van mij verwijderd. Het grote pantservoertuig van het leger stond vlak voor de hoofdingang, maar geen enkele forens die nog van dat beeld opkijkt, tegenwoordig. Ik stapte al whatsappend naar mijn werk, weg van Brussel-Centraal. Ik kreeg al snel bericht van mijn vriend, die de verschrikkingen die zijn collega’s hadden meegemaakt in de metro van Maalbeek aan mij doorstuurde. Gelukkig konden zijn collega’s het nog navertellen en bleef de fysieke schade beperkt tot oppervlakkige wonden. Over de psychische schade die zijn collega’s opliepen, durf ik mij hier niet uit te spreken.

Op het werk heerste een vreemde sfeer. Opluchting omdat alle collega’s ok waren, gemengd met afschuw over de lafhartige daden die zovele onschuldigen getroffen hadden. Het is één ding om rationeel te beseffen dat het gewoon ‘a matter of time’ was vooraleer Brussel getroffen zou worden, het is een heel ander paar mouwen om plekken waar je al zo vaak gepasseerd bent, te zien transformeren in oorlogsgebied. Afschuwelijk.

Al het werk dat ik vandaag nog meende te verzetten, leek opeens zo triviaal. Ik volgde de verslaggeving van nieuwssites en sociale media op de voet, bijna verdrinkend in de overdaad aan informatie. Vergaderingen met externen werden afgelast, het networking event waar ik deze avond naartoe zou gaan eveneens. Al snel kwam er een bericht van de grote baas dat we het gebouw niet mochten verlaten, wat ‘s middags ellenlange files in de cafetaria tot gevolg had. Onze cafetaria heeft vandaag ongetwijfeld een recordomzet gedraaid die nooit meer verbeterd zal kunnen worden.

Er lag maar één onderwerp op ieders lippen en de chocolade-eieren die ik vandaag toevallig had meegenomen voor de collega’s waren een welgekomen troost. Tussen het opvolgen van de nieuwsberichten door, stuurde ik het ene na het andere geruststellende berichtje naar vrienden en familie. Het was een opluchting om iedereen te kunnen verzekeren dat mijn vriend en ik ok waren. Vervuld van afschuw, maar ongedeerd.

In de namiddag veranderde op het werk het onderwerp van gesprek: hoe zouden we vandaag in godsnaam thuis geraken? Het openbaar vervoer in Brussel lag lam en bijna niemand van onze collega’s komt met de wagen naar het werk. Meteen schoten netwerken allerhande in actie en al gauw werden carpool acties opgezet en liften geregeld. We kregen toestemming om het werk voortijdig te verlaten en één voor één druppelden de collega’s naar buiten. Alleen de collega’s die richting Leuven moesten, hadden het wat moeilijker om een regeling te treffen. De tegenstrijdige berichten of de stations al dan niet zouden worden opengesteld en het treinverkeer hervat, schepten enkel meer verwarring.

Iets na half vier kwam dan eindelijk het verlossende bericht dat alle Brusselse stations, inclusief Brussel-Centraal zouden worden opengesteld. Ik coördineerde met mijn vriend zodat we ongeveer gelijktijdig in het station zouden aankomen. En iets na vier vertrok ik met een zestal andere collega’s richting Centraal. Onderweg kreeg ik bericht van mijn vriend dat onze plek van afspraak afgezet was, maar ik vond hem zonder problemen terug. Er stond reeds een lange rij mensen aan te schuiven om het station binnen te mogen. We hadden geen ander optie dan de rij te vervoegen en te hopen dat deze snel zou opschieten.

Met mondjesmaat werden de mensen het station binnen gelaten. Tegelijkertijd waren we er ons pijnlijk van bewust dat zo’n massa mensen samen een ideaal doelwit vormt. De ontplooide veiligheidsmaatregelen waren indrukwekkend, maar geen enkele veiligheidsmaatregel is honderd procent waterdicht. Heel veel respect trouwens voor alle politiemensen, veiligheidsdiensten en militairen die zich vandaag hebben ingezet om ons te beschermen. Dankjewel!

IMG_9826[1]

Na zo’n veertig minuten aanschuiven was het de beurt aan ons groepje. Ik raakte even gescheiden van mijn vriend, maar na een paar minuten kon hij zich opnieuw bij mij voegen. Bij de ingang van het station werden we gefouilleerd en werden al onze handtassen en rugzakken grondig doorzocht. Iedereen geraakte zonder problemen door de security check.

Daarna was het wachten op een trein. De railtime app gaf naar goede gewoonte foutieve informatie en ook van de aankondigingsborden werden we niet veel wijzer. Tot er opeens rond 17.15u out of the blue een trein naar Luik-Guillemins werd aangekondigd, een dik kwartier vroeger dan verwacht, hoera! Eerst leek het erop dat de deuren van de trein in kwestie niet open gingen, maar gelukkig slaagde het NMBS-personeel er toch in één deur te openen. Iedereen langs die ene deur naar binnen, zonder gedrum of geduw, dat moet ik er bij vermelden. Iedereen was erg attent voor mekaar. Er waren zelfs plaatsen op overschot, die zelfs na een stop in Brussel-Noord niet ingevuld werden.

Het toeval wil dat ik in de trein net op een plaats tegenover een oud-studiegenoot belandde die momenteel bij Infrabel werkt. We hadden meteen een gespreksonderwerp. 😉

De treinrit verliep verder als een droom. We waren supersnel in Leuven. Zelfs vroeger dan we op een normale werkdag thuis zouden zijn. Een ganse lege avond voor ons (het blitzbezoekje van een collega niet meegerekend die haar pc bij mijn kwam ophalen zodat ze kon thuiswerken).

De avond vulden we met Indisch comfort food en Game of Thrones. Fictionele waanzin om de waanzin van deze dag te vergeten.

22 maart 2016, alweer een trieste datum om in de geschiedenisboeken te schrijven.

Charlie Hebdo

Het was mijn bedoeling om een stukje te schrijven over de tragische gebeurtenissen van de voorbije dagen, maar ondertussen ben ik zowat begraven geraakt onder een berg van opiniestukken. Opiniestukken met zoveel uiteenlopende meningen dat ik, naar mijn mening, niet meer veel zinnigs aan het debat toe te voegen heb.

Eén ding wil ik wel kwijt, laat ons hopen dat deze gebeurtenissen niet de aanleiding zullen vormen tot een soort Europese Patriot Act, want als onze eigen vrijheden en rechten opgeofferd worden in de strijd tegen het terrorisme, dan zijn de wijzelf de grootste verliezers.

David Miliband over de oorlog tegen het terrorisme

Dit opiniestuk van David Miliband, Brits minister van Buitenlandse Zaken, slaat nagels met koppen. Omdat ik de tekst zo goed vindt, neem ik hem integraal over op mijn blog. Ik heb twee zinnen in het vet gezet, die voor mij de kern van dit betoog vormen.

Zeven jaar na 9/11 is het duidelijk dat wij onze inspanningen om extremisme en zijn vreselijke uitwassen, met name terroristisch geweld, te voorkomen, dringend onder de loep moeten nemen. Sinds 9/11 heeft het begrip War on Terror het terrein afgebakend. De benaming had een aantal voordelen: ze verwees naar de ernst van de bedreigingen en naar de nood aan solidariteit en aan dringend ingrijpen, waar nodig met geweld. Maar uiteindelijk blijkt het begrip misleidend en onjuist te zijn. De vraag is niet of we het gebruik van terreur moeten uitroeien met alle middelen waarover we beschikken. Natuurlijk moeten we dat doen. De vraag is alleen hoe.

De idee van een ‘oorlog tegen terrorisme’ wekte de indruk van één gezamenlijke, grensoverschrijdende vijand, belichaamd door Osama bin Laden en Al-Qaeda. In realiteit zijn de motieven en de identiteiten van de terroristische groeperingen heel uiteenlopend. Lashkar-e-Taiba heeft wortels in Pakistan en beweert te strijden voor Kashmir. Hezbollah zweert bij verzet tegen de bezetting van de Golanhoogvlakte. De sjiitische en soennitische opstandelingen in Irak hebben massa’s eisen. Deze groeperingen zijn net zo verschillend als de Europese bewegingen uit de jaren 70 van vorige eeuw: Ira, Baader-Meinhof en Eta. Zij namen allemaal hun toevlucht tot terrorisme en soms steunden zij elkaar, maar ze hadden geen gemeenschappelijke redenen, en hun samenwerking was alleen ingegeven door opportunisme. Zo is het ook vandaag.

Hoe meer we terroristische groeperingen over één kam scheren en de conflicten louter beschouwen als een tweeledige strijd tussen gematigden en extremisten of tussen goed en kwaad, hoe meer we in de kaart spelen van hen, die groepen die weinig gemeen hebben willen verenigen. We moeten terroristische groeperingen bij de wortel aanpakken, hun wapen- en geldstromen droogleggen en de oppervlakkigheid van hun eisen blootleggen door hun aanhangers te kanaliseren naar een meer democratisch beleid.

De oorlog tegen terrorisme suggereerde ook dat de juiste aanpak in de eerste plaats militair was. Maar zoals generaal Petraeus en anderen tegen mij zeiden in Irak, kon de daar aanwezige coalitie de problemen niet oplossen door de tegenstanders uit te roeien. Dat is wat de aanhangers en de tegenstanders van de militaire acties in Gaza verdeelt. Gelijkaardige vragen duiken op in het debat over het antwoord op de aanslagen in Mumbai. De verantwoordelijken moeten door het gerecht bestraft worden en de Pakistaanse regering moet dringend efficiënte acties ondernemen om de terroristische netwerken op haar grondgebied te ontmantelen. Maar tijdens mijn bezoek aan Zuid-Azië deze week, benadruk ik dat samenwerking op lange termijn de beste remedie is tegen de terroristische dreiging.

We moeten het terrorisme aanpakken door de wet te laten zegevieren, niet door ze te ondermijnen, want wetten vormen toch de hoeksteen van de democratische samenleving. We moeten ons engagement voor mensenrechten en burgerlijke vrijheden handhaven. Dat is ongetwijfeld de les die we moeten trekken uit Guantanamo, en daarom zijn wij blij met het engagement van de verkozen president Obama om deze gevangenis te sluiten. De oproep tot een ‘oorlog tegen terrorisme’ was een oproep om de wapens op te nemen, een poging om solidariteit te verkrijgen voor een strijd tegen één gemeenschappelijke vijand. Maar de solidariteit tussen mensen en landen mag niet gebaseerd zijn op tegen wie we strijden, maar moet zich baseren op het beeld van wie we echt zijn en de waarden die we delen. Terroristen slagen in hun opzet als ze naties bang en wraakzuchtig maken, als ze landen dwingen om te antwoorden met geweld en repressie. Het beste antwoord hierop is weigeren om ons te laten intimideren.