Fietstocht in de omgeving van Chavannes-des-Bois

et lijkt erop dat de Indian Summer, na een kleine opflakkering vorige week donderdag, er definitief de brui aan gegeven heeft. Voor ons fietstochtje zaterdag heb dan ook voor de eerste keer sinds ik in Genève ben aangekomen, nylon kousen aangedaan.

Ditmaal fietsten we in de richting van Nyon. De fietstocht was wat frisser dan we tot nu toe gewoon waren (op dat vlak zijn we hier verwend, ik besef het): onze fleece kwam goed van pas. De zon was echter van de partij en de herfstkleuren in de bossen kwamen prachtig tot hun recht. Van de paar fietstochten die we tot nu toe gemaakt hebben, vond ik dit de mooiste. De route voerde ons rechtstreeks het bos is en we fietsten lange stukken op kleine verharde paadjes doorheen de velden op een steenworp van de Franse grens. Heel rustig en mooi en exact wat we nodig hadden om te ontsnappen aan de lawaaierige stad. Het prachtige uitzicht op het meer met op de achtergrond de Mont Blanc was de kers op de taart.

IMG_2803

IMG_2805

IMG_2806

IMG_2811

IMG_2812

IMG_2815

IMG_2821

IMG_2825

IMG_2828

IMG_2833

IMG_2836

35 km op de fiets

Vandaag een dagje gefietst in de omgeving van Brussel in het fijne gezelschap van mijn onovertroffen collega’s. Het was best wel een heuvelachtig parcours en ik merkte dat mijn fietsconditie niet meer was wat het geweest is. Maar goed, ik ben er toch in geslaagd elk heuveltje boven te geraken zonder af te stappen. Al moet ik zeggen dat ik blij was met de extra lange middagpauze om even op adem te komen met een lekkere tomaat garnaal. Én we hebben het tegen alle verwachtingen in de ganse dag droog gehouden! Gelukkig maar, want fietsen in de regen = niet leuk.

Van Tenninkyo naar Tokachidake – 29 augustus 2012

We ontbeten om zeven uur ‘s morgens, maar eer dat we goed en wel gepakt en gezakt waren en alle verbrande lichaamsdelen overvloedig met zonnecrème ingesmeerd hadden, was het negen uur voordat we op de fiets zaten. We draaiden acht halveliterflesjes uit de drankautomaat om te vermijden dat we onderweg gedehydrateerd geraakten en werden uitgewuifd door de hoteleigenaar die ons toch zo’n mooi koppel vond. Ik denk dat ik nog nooit in mijn leven zo uitbundig uitgewuifd ben. De man bleef maar zwaaien met beide armen boven zijn hoofd en wij maar terugzwaaien al zwalpend op onze fiets.

53 kilometer voor de boeg onder een loeiend hete zon. Gelukkig zorgde de fietshelm ervoor dat mijn hoofdhuid niet nog meer kon verbranden. Het leek ons alleszins een strak plan om minstens om de twee uur te smeren en onderweg nog een extra bus zonnecrème in te slaan.

Het eerste stuk van de rit was supermakkelijk: bergaf bollen aan een strak tempo. Het enige wat we moesten doen was onze remmen dichtknijpen om te vermijden dat we de controle over onze fiets kwijtraakten. We stopten bij een stuwdam en genoten van het prachtig groene landschap van Hokkaido. We fietsten langs rijstvelden omringd door blauwe bergen en lieten ons overdonderen door de pracht en de uitgestrektheid van het landschap.

Rond de middag lasten we een korte pauze in bij een flower farm. Op een flower farm vind je niet alleen bloemen, je kan er ook met quads rondrijden, je laten rondrijden in een zo’n treintje op wielen, een ijsje of andere snack eten en allerlei prullaria kopen. Een extra bron van inkomsten voor de boerderij, zullen we maar denken. Ik proefde er mijn allereerste lavendelijsje (lekker!) en we kochten een raar blauw geleiachtig drankje met zachte witte stukjes erin. Dat blauw zouden we later op onze trip nog terugzien.

We maakten een kleine omweg langs een seven-eleven in de hoop een verlengsnoer te vinden. De convertor die wij vorig jaar gans onze reis gebruikt hadden, bleek namelijk waardeloos in Hokkaido. De convertor heeft een aardingspin en nergens in gans Hokkaido was er een stopcontact met aarding te vinden. Gelukkig hadden we een reservebatterij bij waaraan we voorlopig nog onze gsm’s konden opladen, maar de laptops kwamen zo landzamerhand zonder stroom te zitten. En als de batterij van het fototoestel leeg zou geraken, konden we deze niet meer opnieuw opladen. Probleem! Helaas vonden we nergens een verlengsnoer of een andere convertor. We zouden de hulp van Chuck moeten inroepen om ons elektriciteitsprobleem op te lossen.

Na een vruchteloze zoektocht fietsten we verder. We hadden wat tijd verloren, waardoor we pas rond half twee in het Pink café waren voor onze lunch. Afgaande op de prentjes (een volledig Japanse menukaart kunnen we onmogelijk lezen, de dranken in katakana lukken nog net), bestelden we een allebei een setmenu. Ik kreeg hartige pannenkoeken met kaas en worstjes en mijn vriend een soort tortilla met kaas en spek. Best lekker en voldoende om ons van brandstof voor het laatste stuk van onze trip te voorzien.

Zoals gewoonlijk zat het venijn in de staart. We begonnen aan een behoorlijk heuvelachtig gedeelte van de tocht en dat in combinatie met temperaturen van meer dan dertig graden zorgde ervoor dat er aardig wat afgezweet werd. Op sommige hellingen moesten we halverwege stoppen om even op adem te komen en wat te drinken. Vooral die ene helling van 8% was er bijna te veel aan. Maar ik ben trots te kunnen zeggen dat we allebei boven geraakt zijn zonder te moeten naar boven stappen. In de allerkleinste versnelling, dan wel. 😉

De route die we met de fiets deden, is een bekende sightseeing route in Hokkaido. We werden door traag rijdende auto’s gepasseerd die regelmatig stopten om foto’s te nemen van het landschap en er waren langs de kant van de weg speciaal plekken voorzien om veilig te parkeren.

Onderweg zagen we twee Japanners in een cute autootje die duidelijk te zeer van het landschap aan het genieten waren om op te letten waar ze reden. De Japanse dame was met één van haar voorwielen in een betonnen afvoergeul terecht geraakt. Mijn vriend en ik stopten om onze hulp aan te bieden, maar verder dan een halfslachtige poging om de wagen uit de geul te tillen, geraakten we niet. Hier zou een takelwagen aan te pas moeten komen. We staakten onze pogingen en fietsten verder. Even later zagen we vanuit de verte dat er ondertussen andere behulpzame Japanners gestopt waren. Hopelijk is het goed gekomen.

We passeerden regelmatig bordjes die passanten wezen op een beroemde heuvel, beroemde boom, beroemd landschap, bekend uit reclame voor tabaksproducten. Japanners zijn duidelijk dol op hun sigaretje (restaurants zijn er bijvoorbeeld nog niet verplicht rookvrij). Voor de famous Oak Tree was er zelfs een aparte parking aangelegd voor auto’s en bussen.

We beten nog even door de allerlaatste loodjes (die ene stevige helling die er te veel aan was) om aan te komen op de plaats van afspraak, waar Chuck ons stond op te wachten. We laadden de fietsen in de bestelwagen en reden met de auto verder naar hotel Kamihoro in Tokachidake. Ik was tevreden dat we ondanks de hitte de heuvels zonder problemen waren overgeraakt.

In vergelijking met landschap dat we nu inreden waren de zacht glooiende heuvels die we achter ons lieten, echter klein bier. Steile bergen rezen voor ons op en Chuck bracht ons naar een hotel op een bergflank.

De zon had alweer ongenadig toegeslagen. Mijn beide oren en de achterkant van mijn nek waren verbrand. Mijn oren was ik vergeten in te smeren, omdat ik dit niet gewoon ben. Deze stukjes huid zijn meestal bedekt door mijn haar of toch plukken haar die loskomen uit mijn haarspeld, maar de strakke staart (met antislip haarrekjes nog gekocht in Cairns in Australië) en de zon die op onze rug scheen, zorgden voor een gloeiend rood resultaat. Pijnlijk. Gelukkig hadden we onderweg een extra bus zonnecrème op de kop getikt.

Ook in dit hotel sliepen we in een traditioneel Japanse kamer. Erg bijzonder was de muurdecoratie die uit levend mos bestond. We trokken zo snel mogelijk onze kleren uit, deden onze yukata aan en gingen onze vermoeide spieren laten weken in het hete water van de rotenburo, een prachtige, in de buitenlucht gelegen, volledig houten onsen met zicht op de ondergaande zon. Adembenemend. Ik voelde mijn spieren ontspannen in het hete water terwijl de lucht boven de vallei langzaam rood werd. Mijn verbrande kuiten prikten in het warme water, maar ik voelde dat het goed zou komen. Spijtig dat ik dit moment niet kon delen met mijn vriend, die zich in de onsen voor mannen bevond.

Het avondmaal was traditioneel Japans, maar wel in buffetvorm, zodat we konden kiezen wat we graag wilden eten. In mijn geval: van alles een beetje! Uiteraard namen we weer een hot pot en aten we de lekkerste tempura ooit: heel licht en perfect krokant. Bij het avondmaal dronken we een glaasje warme sake. Dat hadden we wel verdiend na de inspanningen van de voorbije dag.

Blijkbaar vinden Japanners het erg grappig als een buitenlander sake besteld, want telkens we sake bestelden deze reis werden we op een lachsalvo onthaald. Het is me nooit duidelijk geworden waarom de Japanners dit zo grappig vonden.

Een zondags fietstochtje

Buiten twee dagen fietsen in het bijzonder platte Kopenhagen, zijn mijn vriend en ik de laatste tijd niet veel meer aan fietsconditieopbouw toegekomen. En dat terwijl onze fietstocht door Japan nu toch echt wel dichtbij begint te komen… Gelukkig was het vandaag stralend weer en hadden we verder niets gepland (mirakel!). Dus werd de fietsrouteplanner van fietsnet.be erbij gehaald en stelden we een route samen van 26,6 kilometer, met een extra 4,4 km erbij omdat we op aanraden van Goya een pannenkoek zijn gaan eten in café Maritime in Tildonk. Charmant café in een beschermd gebouw met een mooie tuin waar de bediening er ondanks de grote drukte (we waren niet de enige fietsers die daar een tussenstop inlasten) in slaagde ons snel en efficiënt te bedienen.

Het was ideaal fietsweer (niet te warm en niet te koud, met een aardig briesje) en deze tocht bleek een pak makkelijker in de benen te liggen dan de vorige (lees: veel minder venijnige heuvels die tot afstappen noopten) én mijn banden waren opgepompt. Het ging allemaal behoorlijk vlotjes en ik had het gevoel dat ik er zonder problemen nog een kilometer of twintig aan kon plakken. Nu nog een paar keer een route van een kilometer of vijftig doen en ik denk dat we er klaar voor zijn.

Zadelpijn

Vandaag waren we te gast bij vrienden in Limburg. Om de namiddag aangenaam door te brengen, deden we een fietstochtje. Daarbij daagden we de weergoden uit, want er was regen voorspeld en de lucht had een dreigend grijze tint. Gelukkig bleven we op onze tocht over het fietsknooppuntennetwerk gespaard van nattigheid. Het was een hele belevenis: met drie volwassenen en drie kindjes op stap. Een kinderzitje achteraan voor het oudste meisje en de twee jongens in de fietskar achteraan. De mama van pluimgewichtje is een heldin. Ongelooflijk hoe zij dat allemaal klaarspeelt.

Om wat de bekomen van de inspanningen (vooral de supermama had het op een stukje vals plat zwaar), aten we een lekkere pannenkoek in een taverne waar de gemiddelde leeftijd zo rond de zeventig jaar bedroeg. Het smaakte er niet minder om. 😉 Op de terugweg nam ik een deeltje van de last van vriendin L over. Oudste dochter M (al viier jaar!) mocht plaatsnemen in het kinderzitje achterop mijn fiets. Meteen ook de allereerste keer dat er een kleuter bij mij achterop zat. Een unicum. M gedroeg zich de ganse tocht naar huis voorbeeldig. Al keek ze wel geregeld achterom om te controleren of de mama nog volgde.

Fietsen verleer je niet en dat is maar goed ook, want het moet meer dan drie jaar geleden zijn dat mijn zitvlak nog eens in contact kwam met een fietszadel. Conditiegewijs ging het prima. Geen druppeltje zweet gelaten (kon ook moeilijk, want ik denk dat ons tempo zo laag lag dat we zelfs te voet te volgen waren). Maar ojee, mijn gat doet zeer! Mijn billen zijn zachte bureaustoelen gewoon en geen harde zadels. Zadelpijn, ik weet nu wat het is.

Vrijgezellenweekend

Ondanks een paar dramaatjes was het een erg gezellig weekend. Wel superbraafjes, maar dat schijnt eigen te zijn aan vrouwelijke vrijgezellenuitstapjes. 😉 Omdat ik zaterdagvoormiddag toch nog twee uurtjes Russisch wilde meepikken, sloot ik pas in de namiddag bij de groep aan. Ik miste zo de rondvaart op de Brugse reien en de brunch in het park. Een mens moet er iets voor over hebben om wat Russische dialoogjes te kunnen oefenen.

Na anderhalf uur treinen bevond ik mij in het station van Brugge. Eerst wat gevloekt op de bagagelockers die alleen maar gepast geld aanvaardden (het ding weigerde mijn vier euro aan te nemen, ik was verplicht exact drie euro in de automaat te steken, grmbl). Gelukkig vond ik tot mijn opluchting iemand in het stationscafé bereid om wat geld te wisselen. Ik weet niet of ik pech had, maar alle mensen die ik aansprak in het station waren bijzonder onvriendelijk. En ik die dacht dat West-Vlamingen de gastvrijheid zelve waren. De meneer bij wie ik mijn buskaartje kocht was ook een geval apart, maar ik geraakte na wat aandringen toch aan mijn kaartje. De mevrouw die de bus bestuurde liep dan weer over van de vriendelijkheid.

Na een busrit van een tiental minuutjes, was ik op de plaats van afspraak. Ik kocht snel een chocoladebroodje om wat energie op te doen en stond net met volle kaken de restanten van het broodje naar binnen te werken, toen ik de toekomstige bruid en haar hofdames ontwaarde. Na een korte voorstelling (en een tevergeefse poging om al die nieuwe gezichten aan namen te koppelen) trokken we naar een fietsverhuurder. We maakten een tochtje langs plekken waaraan de vrijgezellin leuke herinneringen had. Zo bezochten we het huis van een buurjongen waarmee ze ooit doktertje  gespeeld had. Naar het schijnt konden zijn erg katholieke ouders daar destijds niet mee lachen. En het feit was duidelijk nog niet vergeven. Toen we gingen aanbellen, bleef de deur op slot, terwijl een wagenwijd openstaand raam beslist deed vermoeden dat er iemand in huis was.

Na de fietstocht, trokken we onze schoenen uit en begonnen we twee aan twee te dansen op onze sokken (ik danste met de bruid in spé). We waagden ons aan salsadansen onder de deskundige begeleiding van twee geoefende dansers. In het begin had ik wat moeite met de stapjes, maar eens de klik gemaakt, ging het vlotjes. Spijtig dat er in mijn huidige leven zo weinig tijd overblijft om te dansen. Vroeger, toen ik nog geen agenda had die volgeboekt was tot in juli, stond ik elke week minstens één keer op een fuif met mijn gat te schudden. In een ver verleden volgde ik rock-and-roll en stijldanslessen. Helaas is er van al die danspasjes niet veel blijven plakken, ik doe het gewoon te weinig.

Na de dansles zetten we koers richting onze slaapplaats om ons wat op te frissen na al de lichamelijke inspanningen. De bruid to be was geblinddoekt. Groot was haar verrassing toen bleek dat ze de nacht zou doorbrengen in een heus kasteel. En wat voor een kasteel. Met een torentje en een slotgracht. Alleen de prins ontbrak om haar te komen bevrijden (die zat ergens in het verre Limburg met verfkogels op zijn vrienden te schieten). Na wat traantjes bij de kamerverdeling en wat sussende woordjes van mezelf (ojee, ik waande me even terug in het tweede middelbaar: ik vol onbegrip voor al de puberhysterie van mijn vriendinnen, maar toch geduldig luisterend naar hun persoonlijke drama’s en goeie raad gevend) , trokken we richting restaurant.

De tocht naar het restaurant bleek een hele uitdaging. De parkeergarage bevond zich op flinke afstand van het restaurant, niemand had een plannetje bij en niemand kende de weg in Brugge. Gelukkig had één van de hofdames een draagbare GPS bij zich, die ik haar snel ontfutselde en op wandelroutes instelde. Ha, daar had ze niet aan gedacht! En mijn vooroordelen over juristen die niet veel moeten hebben van IT-toepassingen werden maar weer eens bevestigd. 😉 Navigeren doe ik dolgraag (ik loop op citytrips ook altijd met de kaart in de hand), dus eens ik de GPS in handen had, waren we snel op onze bestemming.

In het restaurant werden we zeer vriendelijk onhaald. Blijkbaar concentreert de Westvlaamse onvriendelijkheid zich enkel rond het station. Jordy, onze ober deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Het vegi-drama werd zonder problemen opgelost. Het slaatje met kip en de steak met frietjes werden omgeruild voor kaaskroketjes en een vegetarische spaghetti en iedereen was tevreden.  We lachten, we dronken, we aten, we babbelden. We zochten naar mannen met een stoere borstkas, maar moesten het doen met het kokshulpje dat wel heel erg graag uit de kleren ging om zijn spichtige borstkas te laten bewonderen.

Na het eten was iedereen doodop. Dus kwam er van een stapje in de wereld zetten niet veel meer in huis en dropen we met hangende pootjes af naar het kasteel. Waar iedereen snel in bed kroop voor een (in mijn geval slecht) nachtje slaap. Bij het uitgebreide ontbijt dronken we nog een glaasje cava en besloten we dat het een geslaagd weekend was. We namen afscheid van elkaar met de gevleugelde woorden: “Tot op het trouwfeest!”