5 jaar geleden

Verwoestte de tsunami grote delen van Japan. De heropbouw is nog steeds bezig, maar duizenden mensen zullen nooit meer naar hun woonplaats kunnen terugkeren.

Vijf jaar geleden keken we vol ongeloof naar de beelden van dood en vernietiging en twijfelden we eraan of we onze reis naar het land van de rijzende zon al dan niet zouden annuleren. Ik ben nog elke dag blij dat we dit niet gedaan hebben, want het werd één van de meest bijzondere reiservaringen in ons leven.

Love you, Japan! Hope to visit you again in the near future.

150 jaar vriendschap tussen Belgie en Japan

Soms passeert er op het werk eens een buitenkansje dat ik echt niet kan liggen. Via een collega kreeg ik een uitnodiging doorgespeeld voor http://www.be.emb-japan.go.jp/150jb/en/index.html“>een symposium over de Japanse culinaire cultuur in het kader van 150 Jaar Vriendschap tussen Japan en België. Niet meteen iets waar ik in mijn dagdagelijkse werkzaamheden mee bezig ben, maar hey, het zou onbeleefd zijn om niemand te sturen, he. 😉

Het symposium begon met een authentieke theeceremonie. Enfin ja, de tatami was wel ingeruild voor een gewoon tafeltje, maar verder werd het ritueel volgens de regels van de kunst uitgevoerd. Per drie mochten de aanwezigen plaatsnemen om de ceremoniemeester de groene matcha thee te zien bereiden. Een goed begin, dat zeker, alleen jammer dat terwijl de drie aanwezigen aan de theeceremonie deelnamen, de rest van het publiek er een beetje voor spek en bonen bij zat. Daar had de organisatie toch iets op kunnen vinden.

Daarna kwamen ondermeer de chefkoks van sushizaak Ko’uzi, restaurant Kamo, restaurant Seino, brasserie La Paix en restaurant Nonbe Daigaku. Fantastisch om al deze experts aan het woord te horen over hun grootste passie: de Japanse keuken. Wat mij persoonlijk nog het meest in deze keuken aantrekt, is de puurheid en de nadruk die in deze keuken ligt op de kwaliteit van de ingrediënten. De Japanse keuken lijkt eenvoudig, maar schijn bedriegt.

Hét hoogtepunt van het symposium was het optreden van de Japanse Iron Chef, Kimio Nonaga. Met de nodige flair toverde hij in een handomdraai de mooiste kunstwerkjes op tafel. En al de aanwezigen maar foto’s nemen van deze culinaire hoogstandjes. 😉

IMG_9336

IMG_9344

IMG_9351

IMG_9356

IMG_9358

Na het symposium was er vlakbij de ambassade nog een kookdemonstratie in restaurant Kokuban. Iets minder geslaagd, want er was zoveel volk dat je amper kon zien wat de chefkoks aan het klaarmaken waren. En op den duur wordt het ook vermoeiend om eerst naar de uitleg in het Japans en vervolgens naar de ganse vertaling in het Engels te moeten luisteren.

De hoge verwachtingen voor de afsluitende receptie werden echter niet geheel ingelost. We konden wel proeven van de bijzondere moderne sushipareltjes van Ko’uzi, maar de hoofdcateraar van de receptie was Les Frères Debekker en laten die nu zowat de hofleverancier van onze eigen evenementen zijn. Weinig verrassingen bij de hapjes dus. Gelukkig konden we wel proeven van verschillende soorten saké.

En de goodie bag mocht er ook zijn. 😉

IMG_9366

Long time no see

En dat mag je gerust letterlijk nemen. Ondertussen was het al viereneenhalf jaar geleden dat we onze vriend die in 2011 naar Tokyo verhuisde, nog eens gezien hadden. En het zag er even naar uit dat we nog een paar jaar langer op een reünie zouden moeten wachten, want een eerste poging tot afspraak kon niet doorgaan omdat we toen in Düsseldorf waren.

Door omstandigheden nam onze Belg-in-Japan een latere vlucht naar Japan dan oorspronkelijk gepland en slaagden we er toch in deze avond af te spreken. Op de valreep, want de dag voor zijn terugkeer naar Tokyo. We spraken af aan de kaiten sushi van restaurant Kabuki (die me deze keer wat tegen viel, de rijst was niet goed gekookt en de vis was niet vers, jammer). Onze kameraad was buiten wat grijze haren in zijn baard nog niks veranderd. Nog altijd gepassioneerd door IT security en Japanse vrouwen. 😉 Met een nieuwe job bij een groot internationaal bedrijf in het vooruitzicht keek hij uit naar zijn terugkeer naar Tokyo. Tijdens zijn vorige job is hij er ook in geslaagd zijn passie voor het duiken om te vormen tot een mooie bijverdienste als duikinstructuur. En dat met maar 20 dagen verlof op een jaar!

Some people really make their dreams come true…

IMG_9280[1]

Lekkers uit Japan

Vandaag was de eerste dag dat mijn collega terug was op het werk na haar reis van meer dan een maand (!) in Japan. Stiekem ben ik stikjaloers dat ik niet mee kon met haar, maar als troost bracht ze een lekker souvenir voor mij mee: Yatsuhashi uit Kyoto (driehoekige mochi). Mijn dag kon, ondanks de aaneenschakeling van vergaderingen (zelfs tijdens de lunch werd er doorvergaderd) alvast niet meer stuk.

IMG_7073[1]

IMG_7074[1]

En als ik dan filmpjes zoals onderstaande zie, dan kan ik de reiskriebels om terug te keren naar dit uitzonderlijke land amper bedwingen. Helaas, het zal niet voor zo dadelijk zijn.

Bezoek uit Japan!

Een tweetal weken geleden kregen we het bericht dat onze Japanse vriendin voor twee weken naar Europa zou komen. Haar reisschema stond nog niet helemaal vast, maar wij lieten haar alvast weten dat ons logeerbed klaar stond. Wat later kregen we de vraag of ze van 29 april tot 1 mei bij ons kon verblijven. Wonder boven wonder had ik op 29 april nog geen enkele afspraak in mijn agenda staan en ook mijn vriend kon wel een dagje gemist worden op het werk. Dus namen we allebei de dag vrijaf om haar rond te leiden in Leuven. Iets wat we tijdens haar vorige bezoek niet hadden kunnen doen.

We begonnen met een wandeling langs de nieuwe gebouwen van Stella Artois en de in opbouw zijnde Balk van Beel naar Keizersberg om aldaar te genieten van het uitzicht op Leuven aan onze voeten. Waarnaar we kuieren door het rustige park mét schaapjes en laat bloeiende fruitbomen, om aan de voet van de heuvel te eindigen in het geweldig OPEK café voor een snelle en lekkere lunch. We wilden onze vriendin een glimp laten opvangen van de mooie gekleurde stoeltjes in de theaterzaal, maar helaas was die gesloten. Ze zal nog eens moeten terugkomen!

Na de lunch toonde ik haar het prachtig gerenoveerde gebouw van De Hoorn met de mooie koperen ketels in de voormalige brouwzaal. Schitterende plek om de geschiedenis van Leuven bierstad op te snuiven. We wandelden langs de leegstaande, in verval zijnde gebouwen in de Sluisstraat (die hopelijk snel een nieuwe bestemming krijgen). Het charmante Klein Begijnhof en één van de zeven wonderen van Leuven, de Sint-Geertruikerk, de kerk zonder nagels, mocht uiteraard ook niet ontbreken. Via de Karel van Lotharingenstraat kwamen we uit op de Vismarkt, een plein met potentieel dat voorlopig helaas een lelijke parking is. We maakten een klein ommetje langs de nieuw aangelegde terrassen aan de Dijle, zagen vanuit de Dirk Boutslaan de afgeknotte toren van de Sint-Pieterskerk en kochten een kaartje bij de dienst Toerisme voor een rondleiding in het stadhuis. Achteraf bezien bleek dit niet zo’n goed idee te zijn.

We wilden onze vriendin graag de historische kamers in het stadhuis laten zien, maar de gids was er teveel aan. De mens wist heel veel te vertellen en dat zowel in het Frans als in het Nederlands. Hij begon in één van de twee talen iets uit te leggen, kreeg een vraag, beantwoordde deze, vertaalde het antwoord, voegde nog iets toe aan zijn antwoord in de ene taal en begon dan opnieuw aan de vertaling naar de andere taal, voegde nieuwe informatie toe in de andere taal die dan weer vertaald moest worden, enzovoort enzoverder. Op den duur hoopten we dat gewoon niemand meer een vraag zou stellen, maar dat was buiten een koppel enthousiaste Nederlanders gerekend. Ook nog nooit een gids meegemaakt die zo weinig de persoonlijke ruimte van mensen respecteerde. Hij was nogal in your face, wat voor een Japanse wellicht nog meer opviel dan voor ons. Ontsnappen was trouwens onmogelijk, want hij had de voordeur van het stadhuis op slot gedaan…

Na deze rondleiding, was er nog net genoeg tijd om onze vriendin te laten kennismaken met M, onze Leuvense trots. Ik vind de architectuur van het museum zeker zo interessant als de tentoonstellingen. Dat er momenteel drie erg goeie tentoonstellingen lopen in M was mooi meegenomen: de foto’s van Geert Goiris, de prenten van Hieronymus Cock (waar je eigenlijk een paar keer naar terug moet komen, wegens te veel details om in één keer op te nemen) en de videobeelden van Saskia Olde Wolbers.

Na door de gidsen vriendelijk verzocht geweest te zijn het gebouw te verlaten, was het tijd voor het avondmaal. We vonden een tafeltje in een uiterst charmante restaurant op de Grote Markt: Het Moorinneken. Een klein restaurant met een hip interieur dat bijzonder lekker eten serveert. Mijn kabeljauw met gratin van broccoli en asperges was werkelijk overheerlijk. Klassiek met enkele verrassende toetsen. En ik denk dat onze vriendin ook best tevreden was met onze restaurantkeuze.

Na het avondmaal kreeg ik bericht van de collega die ons oorspronkelijk aan onze Japanse vriendin had voorgesteld dat zij onderweg naar Leuven was en of we zin hadden om samen iets te drinken. Natuurlijk hadden we dat, maar ik voegde er wel aan toe dat ik kaarten had voor een voorstelling in het STUK. Toevallig had zij ook afgesproken om naar een lezing in het STUK te gaan met een vriendin, dus was de keuze snel gemaakt: op naar het STUK-café.

Onderweg toonden we nog enkele verborgen pareltjes, waaronder de globe van Verbiest die helaas door te weinig mensen gekend is en den boom van ‘t groot verdriet, een Japanse honingboom, wat ons erg passend leek.

In het STUK ontmoetten we mijn collega en haar vriendin en nog een andere collega die toevallig ook naar dezelfde lezing ging. Ik besloot dan maar solidair een deeltje van de lezing met mijn collega’s mee te pikken en daarna weg te sluipen om naar de dansvoorstelling te gaan waarvoor ik kaarten had. Ondertussen mijn vriend met onze Japanse vriendin in het café achterlatend om samen bier te drinken. Ieder zijn prioriteiten, nietwaar?

Het deeltje van de lezing dat ik kon bijwonen was veel te kort om er veel over te zeggen, maar de dansvoorstelling was fenomenaal.

Nadien dronken we uiteraard nog iets in het café om vervolgens afscheid te nemen van ons gezelschap, want de volgende dag moest er gewerkt worden! We gaven een sleutel aan onze vriendin zodat ze haar plan kon trekken, wezen nog een paar leuke cafés met een uitgebreide bierkaart aan en kropen op tijd in bed.

Na een dagje verlof wachtte er een berg ongelezen mails op mij. Ik had even spijt van mijn dagje verlof, maar terugdenkend aan de leuke dingen die we samen gedaan had, vond ik het minder erg om door die berg heen te waden. Ik raakte niet helemaal rond, maar zorgde dat ik tijdig terug in Leuven was, want we hadden afgesproken om samen met mijn broer en zijn vriendin in de Dijlemolens te dineren. Het was immers al een tijd geleden dat zij onze Japans vriendin nog eens gezien hadden.

We keuvelden gezellig over Japan, anime en de recente reis naar Maleisië en Singapore van mijn broer en zijn vriendin. Alweer een bestemming toegevoegd aan mijn steeds langer wordende lijstje met potentiële reisbestemmingen!

Een fijn diner op alweer een toffe locatie in Leuven, vlakbij een verborgen parkje met een schattig brugje. Ik denk dat we ons best gedaan hebben om onze vriendin wat minder toeristische plekjes van Leuven te laten zien die zeker zo fascinerend zijn als de klassieke toeristische highlights.

De avond sloten we af met Japanse snacks en saké met bubbels op ons appartement. Ik nam die avond al afscheid, omdat ik het niet zag zitten om op de eerste mei supervroeg op te staan om onze vriendin naar het station te begeleiden (ik ben geen ochtendmens). Mijn supergalante vriend deed dit uiteraard wel en zorgde ervoor dat ze op de juiste trein zat, richting Brussel Zuid, zodat ze zeker haar trein naar Zuid-Frankrijk niet zou missen.

Cultuurverschillen

Vrijdagavond na alweer een veel te lange werkdag hadden mijn vriend en ik afgesproken om iets te gaan eten met het Roemeense koppel waarmee het zo goed klikte. Onze vrienden hadden wel zin in iets Oosters, dus kwamen we terecht in restaurant Kabuki, spijtig genoeg niet aan de conveyor belt, omdat I niet graag rauwe vis eet. Da’s wel heel jammer, vooral als je weet dat ze dit jaar naar Japan op reis gaan. Hoe je het draait of keert, als je in Japan geen sushi kan eten, dan mis je toch een belangrijke reiservaring.

Het werd een gezellige avond, maar eentje waarop ik toch een paar keer moest slikken. Het politiek correcte denken heeft in Roemenië duidelijk nog geen ingang gevonden, getuige de ronduit racistische uitspraken over de Roma. Ik zal niet ontkennen dat er zich problemen voordoen met dit nomadische volk, maar het is een feit dat deze bevolkingsgroep in Roemenië op verregaande wijze gediscrimineerd wordt en in armoede leeft. Het ongenuanceerde denken over bepaalde bevolkingsgroepen kwam ook naar voren toen het gesprek over de Russen ging. Dat de inwoners van de voormalige Oostbloklanden geen fan zijn van het communisme, de Sovjetunie en de Russische overheersing, dat begrijp ik maar al te goed, maar je kan toch moeilijk voorbij gaan aan het feit dat de Russen zelf ook heel erg geleden hebben tijdens het Sovjetregime. Laten we niet vergeten dat Stalin één van de grootste massamoordenaars aller tijden is. En ja, ik weet dat in de voormalige Oostbloklanden de geschiedenislessen erg gekleurd waren, maar net daarom zou je toch een zekere kritische ingesteldheid verwachten.

Het was voor mij wel wat op de tong bijten en een goeie reality check. Het kan zeker geen kwaad om op tijd en stond met meningen geconfronteerd te worden die radicaal botsen met de mijne. Al hebben we het wel beschaafd gehouden. En een lekker glas warme saké dat helpt om de verschillen te overbruggen.

 

Tokyo – 8 september 2012

Onze laatste dag in Japan brachten we grotendeels door in de trein van Hakodate naar Tokyo. Veel valt er niet te vertellen over deze treinrit, buiten het feit dat we, net als vorig jaar, uitermate onder de indruk waren van de stiptheid en netheid van de Japanse treinen. Het systeem om op voorhand een zitje te reserveren, is geweldig praktisch. Met je Japan Railpass reserveer je een paar dagen op voorhand je plaats, je stapt op in de juiste wagon op het juiste spoor (als je het niet vindt, is er altijd wel personeel aanwezig om je de weg te wijzen), je zet je bagage op de daarvoor voorziene plek (geen stress dat er iets gestolen wordt, want in Japan steelt men niet) en je bent op je gemak voor de rest van de reis. Zalig.

Zo rond een uur of vijf in de namiddag waren we eindelijk in ons hotel in Tokyo beland. De afstand tussen Tokyo station en ons hotel hadden we toch een beetje onderschat en Tokyo was nog altijd even warm als twee weken geleden. We propten onze koffers in onze superkleine hotelkamer en trokken meteen de stad in. Van alle hotels tijdens onze trip was het Sumisho hotel echt wel het minste. Maar kom, het was maar voor één nachtje.

We namen de metro naar Shibuya, omdat we dachten dat we daar wel makkelijk iets zouden vinden om te eten. Ik was echter vergeten dat in Tokyo de meeste restaurants zich op één van de tien verdiepingen in een gigantisch appartementsgebouw bevinden. Enkel aan de verlichte uithangborden met fotootjes van eten kan je zien dat er zich één of meerdere restaurants in het gebouw bevinden. Het is op goed geluk dat je ergens een smalle lift instapt, want al die uithangborden zien er exact hetzelfde uit. Wij lieten ons door een enthousiast meisje kortingsbonnen aansmeren en stapten een kleine, benauwende lift in terwijl het meisje nauwlettend toekeek dat we wel op het juiste knopje duwden, want er waren concurrerende restaurants in het gebouw.

De izakaya waarin we terechtkwamen was donker en zonder natuurlijk licht, maar blijkbaar wel populair, want het zat er vol luidruchtige jongeren. Het was een izakaya met een touch screen, zoals we de eerste avond bezocht hadden met onze bruidegom. Nu stonden we er echter alleen uit en alhoewel we snel door hadden hoe we een gerecht konden terug vinden, was het helemaal niet duidelijk op welk van de tientallen knopjes je moest duwen om dat gerecht dan ook effectief te bestellen. Gelukkig was er een sympathieke ober die ons dit even kwam voordoen en al snel bestelden we gerechtjes als echte pro’s.

Omdat we dit zo lekker vonden, bestelden we opnieuw de inktvisballetjes, om de smaak mee naar België te kunnen nemen. Waar ik ook een grote fan van ben is de Vietnamese versie van sushi (summer rolls, weet google mij te melden) gemaakt van rijstpapier met zalm en sla. Lekker fris en voor het eerst gegeten in juli in Kopenhagen. Er passeerden ook nog edamame, yakitori van kip en van kaas met spek, sashimi, yaki-gyoza en gebakken paddenstoelen met heel veel look.

Niet het beste wat we tijdens onze reis gegeten hebben, maar wel een mooie doorsnee van de Japanse cuisine. We waren nog aan het twijfelen of we nog iets zouden bestellen om te drinken (umeshu met vers citroensap, man, dat is lekker), toen men ons vriendelijk kwam vertellen dat onze tijd aan ons tafeltje er bijna op zat. Oké dan. En zo stonden we vroeger dan verwacht terug op straat.

Uiteraard wilden we nog iets gaan drinken, maar we wisten niet goed waar. De enige bar die we vanaf de straatkant konden zien, zat stampvol en voor de rest vonden we alleen maar restaurants verstopt in torens. Een andere bar deed mij te hard denken aan die bar in Hiroshima, dus daar liepen we toch ook maar voorbij. Lastig, lastig. Uiteindelijk dachten we iets leuks gevonden te hebben in een toren. Wij de kleine, smalle lift binnen en uitgestapt op het juiste verdiep. Het zag er inderdaad heel erg gezellig uit, alleen was het volledig afgehuurd voor een privéfeestje. Heel vriendelijk bood men ons aan te blijven, maar dat zagen we toch niet echt zitten. Ik was gewoon te moe om een ganse avond te converseren in ons gebrekkig Japans. Ik wilde gewoon iets drinken.

Na nog een beetje doelloos rondgelopen te hebben op zoek naar een cocktailbar, liepen we dan maar een izakaya binnen. Het personeel was heel sympathiek, maar had blijkbaar toch niet zo goed begrepen dat we alleen maar iets wilden drinken. Maar toen we er eenmaal zaten, durfden ze ons natuurlijk niet weg te jagen. Dus bestelde mijn vriend een sake en ik nog een umeshu. De sake werd, zoals het hoort, geserveerd met het glas in een vierkant bakje. De ober schenkt dan het glas zo vol sake dat het overloopt en de overschot in het bakje terecht komt. Je drinkt eerst de sake uit het glas en dat kieper je de overschot van de sake uit het bakje in je glas. Grappig. :-)
We maakten het niet al te laat en trokken al snel naar onze kleine hotelkamer voor onze allerlaatste nacht in Tokyo. De volgende keer een beetje op voorhand research doen naar de beste bars, dat hebben we dan ook weer geleerd.

Het was alleszins een onvergetelijke reis. Met spijt in het hart namen we afscheid van het land van de rijzende zon. Wie weet wanneer we hier nog eens terugkeren?

Hakodate – 7 september 2012

We begonnen de dag met het traditionele Toyoko-Inn ontbijt: onigiri en misosoep! Per ongeluk pikte ik er een onigiri met ajuin uit en bij deze kan ik jullie meedelen dat ik voor het eerst een onigiri at die ik helemaal niet lekker vond.

In Hakodate rijdt nog een charmant trammetje dat rechtstreeks uit vroeger tijden afkomstig lijkt. Wij lieten ons door zo’n trammetje naar Goryokakupark brengen. Wat een prachtige plek! Het vijfhoekige Goryokakufort werd in 1865 gebouwd ter verdediging tegen de Russen. Voor de bouwplannen haalde de architect  Takeda Ayasaburō zijn inspiratie bij gelijkaardige forten van Vauban in Europa en dat is eraan te zien. Ik had niet verwacht zo’n Europees aandoende constructie te vinden in Japan, but then again, ik had ook niet verwacht een katholieke, evangelische en Russisch-orthodoxe kerk op een steenworp afstand van mekaar te vinden.

In de lente moet Goryokakupark een onvergetelijke ervaring zijn. Op en rond de omwallingen staan maar liefst 1500 kersenbomen. Als die allemaal gelijktijdig in bloei staan, moet dit een magische plek zijn om te wandelen. Nu was het anders ook de moeite. Ik was erg onder de indruk van de reconstructie van het bureau van de magistraat in het midden van het fort. Het bureau werd slechts gedeeltelijk vanaf nul heropgebouwd, maar men had de moeite gedaan om de details zo goed mogelijk te reconstrueren op basis van oude tekeningen en foto’s. Het duurde 20 jaar om de plannen voor de reconstructie uit te tekenen.

Een filmpje toonde het ganse proces vanaf het archeologisch onderzoek tot de zegening van het gebouw. Het vakmanschap dat  bij de bouw van dit geheel te pas gekomen is, was fenomenaal. Ik genoot van de strakke lijnen en de eenvoud van het Japanse interieur. Het bureau van de magistraat werd opgericht ten tijde van de openstelling van de verdragshaven. Hakodate werd vanaf dan het administratieve centrum van de Ezo regio.

Goryokaku speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Hokkaido. Hier werd immers de laatste slag uitgevochten van de Boshin Oorlog ten tijde van de Meiji Restoratie. Het Shogunaat moest in het zand bijten en de troepen van de Meiji regering haalden de bovenhand. Het bureau van de magistraat werd hierbij volledig vernietigd. Gelukkig is er nu de mogelijkheid om de reconstructie te bezoeken.

Na deze reis terug in de tijd, besloten we het fort van bovenaf te bewonderen. Goryokaku tower is 107 meter hoog en biedt een fantastisch zicht op het fort. Ik kan iedereen aanraden om te betalen voor een bezoekje aan Goryokaku tower, je zal het je niet beklagen. In de toren zelf krijg je meer uitleg over de geschiedenis van het fort en de burgeroorlog die op deze plek woedde. Al was de uitleg soms een beetje moeilijk volgen, omdat ik zelf niet genoeg achtergrond heb in de Japanse geschiedenis. Oja, het uitzicht vanuit de toren op de rest van Hakodate is ook beslist de moeite.

We aten een snelle lunch in het restaurant van de toren. We kozen iets dat op spaghetti bolognaise leek op de menukaart, gewoon om de Japanse versie van spaghetti met de westerse te kunnen vergelijken. De Japanse versie had een saus die meer op vleessaus leek, maar slecht was het zeker niet.

Na het middagmaal bracht het trammetje ons naar het dok waar we de dag voordien de twee speedboten hadden zien liggen. Na een geweldig misverstand met de dame die de tickets voor de Kanemori Bay Cruise verkocht, slaagden we er toch in een tochtje te regelen. Ik vroeg wanneer de volgende boot vertrok en zowel mijn vriend als ikzelf begrepen uit haar antwoord dat we nog twee uur moesten wachten. Daar hadden we niet zoveel zin in, want ondertussen waren we het wachten wat verleerd. We hadden tot nu toe nog bij geen enkele toeristische attractie moeten aanschuiven. Zalig.

We overlegden onderling en besloten toch maar eens opnieuw aan de dame te vragen of we het wel goed begrepen hadden en toen zei ze tot onze grote verbazing dat we direct konden vertrekken. Snel een kaartje gekocht en in de speedboot gestapt. Buiten ons waren er nog twee andere passagiers. De kapitein van de boot vertrok aan een rustig tempo uit de dokken, maar daarna gaf hij goed gas. Aan een rotvaart sjeesden we door de haven. Het hele tripje duurde maar een kwartier, maar was wel goed voor een adrenalineshot en een hoop bewegingsonscherpe foto’s.

Na dit korte, maar krachtige boottochtje, klommen we opnieuw de berg op naar het Motomachi district om een bezoekje te brengen aan de voormalige Public Hall. Die Public Hall dateert uit 1910 en werd gebouwd ter vervanging van de vorige die in vlammen opging. In de Public Hall konden we een blik werpen in het keizerlijk toilet dat speciaal gebouwd werd voor het driedaagse bezoek van de keizer in augustus 1911. Onder het toilet werd een verwijderbare doos geplaatst met zand en cederbladeren. Nadat de keizer zijn gevoeg had gedaan, werd deze doos verwijderd en aan de hofarts bezorgd voor inspectie. Hum, jah.

De concertzaal was een grote maar sobere zaal, waarin vooral het blinkende linoleum opviel. In de Public Hall liepen hordes in klassieke baljurken geklede Japanse meisjes rond. Wie wat extra flair aan haar bezoek van de Public Hall wil geven, kan zich voor 1500 yen laten opmaken en kleden in een chique baljurk. Een clevere manier om wat meer geld uit de bezoekers te slaan. Per slot van rekening zijn er weinig giechelende Japanse bakvissen die zo’n opportuniteit naast zich neerleggen.

Na ons bezoek liepen we opnieuw door de straat waar de ice cream war woedde. Gelukkig was elke zaak er nu min of meer in geslaagd wat klanten aan te trekken. Vandaag zou iedereen een graantje kunnen meepikken van het mooie weer en de drommen toeristen die deze historische wijk van Hakodate met een bezoekje wilden vereren.

Volgende halte: de Ropeway, want als de Michelingids zegt dat het uitzicht vanaf de berg Hakodate maar liefst drie sterren waard is, dan willen wij dit graag zelf controleren. Rond een uur of vier hadden we de top van de berg bereikt, twee uur voor zonsondergang, wanneer het uitzicht het mooist zou zijn. Geen erg, ik vond het uitzicht nu al pretty amazing. Je ziet de gebouwen van de stad Hakodate langs beide zijden omringd door zeewater. Toen we elk mogelijk uitzicht vanuit drie verschillende posities hadden gefotografeerd, vonden we het welletjes en gingen we iets drinken in de cafetaria die bij het observatieplatform hoorde.

Mijn vriend bestelde een blauw (!) biertje en ik at een Hakodate bavarois die een beetje flauw van smaak was. Ons tapwater werd in een steeds van kleur veranderend glas geserveerd. Een leuke gadget voor het thuisfront, ware het niet dat ze voor dat stukje elektronica belachelijk veel geld vroegen. Nadat we ons drankje en gebakje achter de kiezen hadden, was het tijd voor de zonsondergang.

En kijk, waar we eerst nog bijna de enige toeristen op de berg waren, hadden ze nu hele busladingen Japanners afgedropt om toch maar niets te missen van het driesterren uitzicht. Het was drummen voor een plaatsje en naarmate de zon zakte kwamen er steeds meer Japanners bij. We moesten een beetje wringen om de lichtjes van Hakodate aan onze voeten te zien schitteren, maar gelukkig zijn wij een beetje groter dan de modale Japanner waardoor we toch nog een mooi uitzicht te zien kregen.

Ik kan niet anders dan zeggen dat deze zonsondergang één van de hoogtepunten was van onze trip, zelfs al stond het kippenvel op mijn armen door de kille wind die opstak nadat de zon verdwenen was. Fantastisch dat we dit konden meemaken op één van de laatste dagen van onze reis en fantastisch dat Hakodate zo helemaal anders was dan ik het me had voorgesteld. Je hebt van die momenten die voor eeuwig in je geheugen gegrift staan en dit was er beslist zo eentje. Om te koesteren en aan terug te denken als we oud en versleten zijn.

Nadat het echt te koud voor mij was geworden, keerden we met de ropeway naar beneden op zoek naar eten. We kwamen terecht op hetzelfde pleintje als waar we de dag voordien gegeten hadden en zagen al die mensen zitten wachten op een plekje in de kaitenzushi. Wellicht zouden we een half uur moeten wachten, maar al dat volk was ongetwijfeld een indicatie van hoe lekker de sushi daar wel niet was. We schreven onze naam op de wachtlijst en wachtten, terwijl ik via de mi-fi Wordfeud speelde. We hoopten dat we onze naam zouden herkennen als ze die afriepen. Gelukkig was er weinig misverstand mogelijk: ze deden niet eens de moeite om onze naam af te roepen, ze kwamen ons gewoon halen.

Wat volgde was, denk ik, de allerbeste sushi die ik ooit gegeten heb. Allesbehalve goedkoop, maar o zo lekker. En verser dan vers. In het midden van de zaak stonden grote aquaria met allerlei vissen in. Soms stak een sushichef zijn arm in het water en kwam er met een spartelende inktvis weer uit. Enkele minuten later passeerde er kraakverse inktvissushi op de rolband. Als dessert at ik twee Hokkaido meloenen, gewoon omdat ze mij zo smaakten. Het was per slot van rekening onze laatste avond in Hokkaido en ik wilde graag de herinnering aan de smaak zo lang mogelijk meedragen.