Een zondags fietstochtje

Buiten twee dagen fietsen in het bijzonder platte Kopenhagen, zijn mijn vriend en ik de laatste tijd niet veel meer aan fietsconditieopbouw toegekomen. En dat terwijl onze fietstocht door Japan nu toch echt wel dichtbij begint te komen… Gelukkig was het vandaag stralend weer en hadden we verder niets gepland (mirakel!). Dus werd de fietsrouteplanner van fietsnet.be erbij gehaald en stelden we een route samen van 26,6 kilometer, met een extra 4,4 km erbij omdat we op aanraden van Goya een pannenkoek zijn gaan eten in café Maritime in Tildonk. Charmant café in een beschermd gebouw met een mooie tuin waar de bediening er ondanks de grote drukte (we waren niet de enige fietsers die daar een tussenstop inlasten) in slaagde ons snel en efficiënt te bedienen.

Het was ideaal fietsweer (niet te warm en niet te koud, met een aardig briesje) en deze tocht bleek een pak makkelijker in de benen te liggen dan de vorige (lees: veel minder venijnige heuvels die tot afstappen noopten) én mijn banden waren opgepompt. Het ging allemaal behoorlijk vlotjes en ik had het gevoel dat ik er zonder problemen nog een kilometer of twintig aan kon plakken. Nu nog een paar keer een route van een kilometer of vijftig doen en ik denk dat we er klaar voor zijn.

Zadelpijn

Vandaag waren we te gast bij vrienden in Limburg. Om de namiddag aangenaam door te brengen, deden we een fietstochtje. Daarbij daagden we de weergoden uit, want er was regen voorspeld en de lucht had een dreigend grijze tint. Gelukkig bleven we op onze tocht over het fietsknooppuntennetwerk gespaard van nattigheid. Het was een hele belevenis: met drie volwassenen en drie kindjes op stap. Een kinderzitje achteraan voor het oudste meisje en de twee jongens in de fietskar achteraan. De mama van pluimgewichtje is een heldin. Ongelooflijk hoe zij dat allemaal klaarspeelt.

Om wat de bekomen van de inspanningen (vooral de supermama had het op een stukje vals plat zwaar), aten we een lekkere pannenkoek in een taverne waar de gemiddelde leeftijd zo rond de zeventig jaar bedroeg. Het smaakte er niet minder om. 😉 Op de terugweg nam ik een deeltje van de last van vriendin L over. Oudste dochter M (al viier jaar!) mocht plaatsnemen in het kinderzitje achterop mijn fiets. Meteen ook de allereerste keer dat er een kleuter bij mij achterop zat. Een unicum. M gedroeg zich de ganse tocht naar huis voorbeeldig. Al keek ze wel geregeld achterom om te controleren of de mama nog volgde.

Fietsen verleer je niet en dat is maar goed ook, want het moet meer dan drie jaar geleden zijn dat mijn zitvlak nog eens in contact kwam met een fietszadel. Conditiegewijs ging het prima. Geen druppeltje zweet gelaten (kon ook moeilijk, want ik denk dat ons tempo zo laag lag dat we zelfs te voet te volgen waren). Maar ojee, mijn gat doet zeer! Mijn billen zijn zachte bureaustoelen gewoon en geen harde zadels. Zadelpijn, ik weet nu wat het is.

Vrijgezellenweekend

Ondanks een paar dramaatjes was het een erg gezellig weekend. Wel superbraafjes, maar dat schijnt eigen te zijn aan vrouwelijke vrijgezellenuitstapjes. 😉 Omdat ik zaterdagvoormiddag toch nog twee uurtjes Russisch wilde meepikken, sloot ik pas in de namiddag bij de groep aan. Ik miste zo de rondvaart op de Brugse reien en de brunch in het park. Een mens moet er iets voor over hebben om wat Russische dialoogjes te kunnen oefenen.

Na anderhalf uur treinen bevond ik mij in het station van Brugge. Eerst wat gevloekt op de bagagelockers die alleen maar gepast geld aanvaardden (het ding weigerde mijn vier euro aan te nemen, ik was verplicht exact drie euro in de automaat te steken, grmbl). Gelukkig vond ik tot mijn opluchting iemand in het stationscafé bereid om wat geld te wisselen. Ik weet niet of ik pech had, maar alle mensen die ik aansprak in het station waren bijzonder onvriendelijk. En ik die dacht dat West-Vlamingen de gastvrijheid zelve waren. De meneer bij wie ik mijn buskaartje kocht was ook een geval apart, maar ik geraakte na wat aandringen toch aan mijn kaartje. De mevrouw die de bus bestuurde liep dan weer over van de vriendelijkheid.

Na een busrit van een tiental minuutjes, was ik op de plaats van afspraak. Ik kocht snel een chocoladebroodje om wat energie op te doen en stond net met volle kaken de restanten van het broodje naar binnen te werken, toen ik de toekomstige bruid en haar hofdames ontwaarde. Na een korte voorstelling (en een tevergeefse poging om al die nieuwe gezichten aan namen te koppelen) trokken we naar een fietsverhuurder. We maakten een tochtje langs plekken waaraan de vrijgezellin leuke herinneringen had. Zo bezochten we het huis van een buurjongen waarmee ze ooit doktertje  gespeeld had. Naar het schijnt konden zijn erg katholieke ouders daar destijds niet mee lachen. En het feit was duidelijk nog niet vergeven. Toen we gingen aanbellen, bleef de deur op slot, terwijl een wagenwijd openstaand raam beslist deed vermoeden dat er iemand in huis was.

Na de fietstocht, trokken we onze schoenen uit en begonnen we twee aan twee te dansen op onze sokken (ik danste met de bruid in spé). We waagden ons aan salsadansen onder de deskundige begeleiding van twee geoefende dansers. In het begin had ik wat moeite met de stapjes, maar eens de klik gemaakt, ging het vlotjes. Spijtig dat er in mijn huidige leven zo weinig tijd overblijft om te dansen. Vroeger, toen ik nog geen agenda had die volgeboekt was tot in juli, stond ik elke week minstens één keer op een fuif met mijn gat te schudden. In een ver verleden volgde ik rock-and-roll en stijldanslessen. Helaas is er van al die danspasjes niet veel blijven plakken, ik doe het gewoon te weinig.

Na de dansles zetten we koers richting onze slaapplaats om ons wat op te frissen na al de lichamelijke inspanningen. De bruid to be was geblinddoekt. Groot was haar verrassing toen bleek dat ze de nacht zou doorbrengen in een heus kasteel. En wat voor een kasteel. Met een torentje en een slotgracht. Alleen de prins ontbrak om haar te komen bevrijden (die zat ergens in het verre Limburg met verfkogels op zijn vrienden te schieten). Na wat traantjes bij de kamerverdeling en wat sussende woordjes van mezelf (ojee, ik waande me even terug in het tweede middelbaar: ik vol onbegrip voor al de puberhysterie van mijn vriendinnen, maar toch geduldig luisterend naar hun persoonlijke drama’s en goeie raad gevend) , trokken we richting restaurant.

De tocht naar het restaurant bleek een hele uitdaging. De parkeergarage bevond zich op flinke afstand van het restaurant, niemand had een plannetje bij en niemand kende de weg in Brugge. Gelukkig had één van de hofdames een draagbare GPS bij zich, die ik haar snel ontfutselde en op wandelroutes instelde. Ha, daar had ze niet aan gedacht! En mijn vooroordelen over juristen die niet veel moeten hebben van IT-toepassingen werden maar weer eens bevestigd. 😉 Navigeren doe ik dolgraag (ik loop op citytrips ook altijd met de kaart in de hand), dus eens ik de GPS in handen had, waren we snel op onze bestemming.

In het restaurant werden we zeer vriendelijk onhaald. Blijkbaar concentreert de Westvlaamse onvriendelijkheid zich enkel rond het station. Jordy, onze ober deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Het vegi-drama werd zonder problemen opgelost. Het slaatje met kip en de steak met frietjes werden omgeruild voor kaaskroketjes en een vegetarische spaghetti en iedereen was tevreden.  We lachten, we dronken, we aten, we babbelden. We zochten naar mannen met een stoere borstkas, maar moesten het doen met het kokshulpje dat wel heel erg graag uit de kleren ging om zijn spichtige borstkas te laten bewonderen.

Na het eten was iedereen doodop. Dus kwam er van een stapje in de wereld zetten niet veel meer in huis en dropen we met hangende pootjes af naar het kasteel. Waar iedereen snel in bed kroop voor een (in mijn geval slecht) nachtje slaap. Bij het uitgebreide ontbijt dronken we nog een glaasje cava en besloten we dat het een geslaagd weekend was. We namen afscheid van elkaar met de gevleugelde woorden: “Tot op het trouwfeest!”