Yet another weekend

Voorbij gevlogen. Zaterdag te gast bij vrienden in Limburg (die geheel toevallig in dezelfde straat wonen als onze andere Limburgse vrienden) en hun schattige, zij het over-actieve kroost. De drie kinderen waren alweer flink gegroeid en zo mogelijk nóg mondiger geworden. Dat belooft! Net als op vrijdag, lagen we ook op zaterdag later dan twee uur ‘s nachts in bed. Op zich geen probleem, want op zondag sliepen we lekker lang uit, alleen vrees ik dat het opstaan maandag weer zwaar zal tegenvallen.

Zondag beperkten we ons tot een namiddagje wijn proeven in de business lounge van OHL in het gezelschap van onze Leuvense vrienden.  Heel fijn om nog eens bij te babbelen, want we hadden hen al lang niet meer gezien. En ja, we konden het niet laten om weer een paar flesjes wijn in te slaan. Komt altijd van pas!

Limburg

Altijd leuk, een uitstapje met collega’s, zeker als er ook nog eens interessante projecten te bekijken vallen. En zo belandden mijn teamgenoten en ikzelf dankzij de goede zorgen van onze bedrijfschauffeur op de e-culture fair in het verre Hasselt. Een beetje back to the roots voor mij. Al heb ik nooit ook maar één moment heimwee gehad naar mijn Limburgse heimat. ‘t Is vreemd, zelfs als kind voelde ik me niet thuis in het slaperige plattelandsdorpje waar ik ben opgegroeid. Zo lang als ik me kan herinneren heb ik een hekel gehad aan die dorpsmentaliteit: het gefluister achter de mensen hun rug, de gemaakte vriendelijkheid, het stiekeme leedvermaak als het iemand eens wat minder voor de wind ging, het gewijs wanneer iemand een nieuwe auto voor zijn deur had staan (ho! ho! waar heeft die dat geld vandaan!), de naijver, het geroddel,… Niet dat dat in een stad niet zal gebeuren, maar op de één of andere manier wordt ik daar nu minder mee geconfronteerd.

Niet dat Limburg geen mooie streek is. Al dat groen om in te wandelen, de geschiedenis van de mijnstreek, mooie steden als Hasselt, Sint-Truiden en Tongeren, dat alles is zeker de moeite. Alleen er wonen, neen dat hoeft voor mij niet meer zo nodig. Want, hoeveel moeite het mij ook kost om mijn accent te verbergen, ik voel mij al heel lang Leuvense, veel meer dan ik mij ooit Limburgse gevoeld heb.

Een zondag in Limburg

Het was een gelukkig toeval. Al maanden stond de afspraak met onze vrienden in Sint-Truiden in onze agenda en nét de donderdag vóór dat bezoek beviel mijn beste vriendin uit het middelbaar van haar tweeling in een Sint-Truidens ziekenhuis een paar straten verder. Dus liet ik me na een middag gevuld met gourmet en raclette afzetten bij het ziekenhuis. Mijn vriend kon helaas niet mee op bezoek, want hij moest op tijd vertrekken om zijn vliegtuig naar Beiroet te halen en zal het dus met de fotootjes van de baby’s moeten stellen.

Een tweeling, ik kan het nog altijd niet geloven, zeg. Twee schattige kindjes: een jongetje en een meisje. Heel kleintjes nog, want tweelingen komen altijd een beetje vroeger. De kamer zat vol met trotse grootouders en ouders. Ik kreeg een dubbele portie doopsuiker mee en werd door de ouders van mijn vriendin afgezet aan het station van Sint-Truiden. Waar ik vervolgens nog twintig minuten kon wachten op mijn trein in vertraging. niets nieuws onder de zon. Benieuwd hoe de baby’s de thuiskomst zullen verteren, want in een ziekenhuis is hulp maar een belletje verwijderd, maar thuis moeten de mama en de papa het alleen klaren.

Zadelpijn

Vandaag waren we te gast bij vrienden in Limburg. Om de namiddag aangenaam door te brengen, deden we een fietstochtje. Daarbij daagden we de weergoden uit, want er was regen voorspeld en de lucht had een dreigend grijze tint. Gelukkig bleven we op onze tocht over het fietsknooppuntennetwerk gespaard van nattigheid. Het was een hele belevenis: met drie volwassenen en drie kindjes op stap. Een kinderzitje achteraan voor het oudste meisje en de twee jongens in de fietskar achteraan. De mama van pluimgewichtje is een heldin. Ongelooflijk hoe zij dat allemaal klaarspeelt.

Om wat de bekomen van de inspanningen (vooral de supermama had het op een stukje vals plat zwaar), aten we een lekkere pannenkoek in een taverne waar de gemiddelde leeftijd zo rond de zeventig jaar bedroeg. Het smaakte er niet minder om. 😉 Op de terugweg nam ik een deeltje van de last van vriendin L over. Oudste dochter M (al viier jaar!) mocht plaatsnemen in het kinderzitje achterop mijn fiets. Meteen ook de allereerste keer dat er een kleuter bij mij achterop zat. Een unicum. M gedroeg zich de ganse tocht naar huis voorbeeldig. Al keek ze wel geregeld achterom om te controleren of de mama nog volgde.

Fietsen verleer je niet en dat is maar goed ook, want het moet meer dan drie jaar geleden zijn dat mijn zitvlak nog eens in contact kwam met een fietszadel. Conditiegewijs ging het prima. Geen druppeltje zweet gelaten (kon ook moeilijk, want ik denk dat ons tempo zo laag lag dat we zelfs te voet te volgen waren). Maar ojee, mijn gat doet zeer! Mijn billen zijn zachte bureaustoelen gewoon en geen harde zadels. Zadelpijn, ik weet nu wat het is.

Six degrees

Dit weekend heb ik mij weer eens verbaasd over hoe klein de wereld is.

Het begon vrijdagochtend op het perron in Leuven. Ik liep business partner L (zoals dat zo mooi heet) tegen het lijf die dezelfde richting als ik uit moest. We waren gezellig aan het keuvelen op het perron, toen L iemand begroette. De jongen in kwestie bleef even staan voor een praatje en al gauw bleek dat we elkaar emailsgewijs kenden. De eerste keer dat ik hem in levenden lijve zag. Ik had hem trouwens totaal niet herkend. In ‘t echt ziet hij er helemaal anders uit dan op zijn profielfoto. 😉

Zaterdag op het trouwfeest bleek dat één van de vriendinnen van de bruid net als ik bevriend was met de mama van Ella. De vriendin van de bruid had dit Facebook-gewijs ontdekt. De dag voor het feest was ik erachter gekomen dat een collega met wie ik nauw samenwerk, naar hetzelfde trouwfeest moest. Ze had blijkbaar nog bij de bruid op kot gezeten. We waren er ons geen van beiden van bewust dat we de bruid als gemeenschappelijke vriendin hadden.

Zondag moesten mijn vriend en ik naar een babyborrel. We waren nog een beetje groggy van het trouwfeest en niet in ons meest sociale doen. We hebben nog even bij mijn ex-collega’s gestaan, maar het gesprek viel al gauw stil. We lieten het niet aan ons hart komen en genoten van een overaanbod aan oesters, broodjes, koude schotels, chocomousse en Limburgse vlaaien dat ons in zaal Dennenhof geserveerd werd. En ja, daar rolde zowaar een andere business partner binnen. Blijkt dat hij nauw bevriend was met de mama en papa van de feestende baby in kwestie.

Jaja, six degrees of separation, ik kom er elke dag mee in aanraking.

Een dagje in de zon

En deugd dat het heeft gedaan. Al heb ik mij, toen het iets te warm werd, toch maar wijselijk teruggetrokken onder de parasol van vrienden L en E. Mijn vriendje moest natuurlijk weer de stoere uithangen, waardoor hij nu een mooi rood kleurtje heeft. Sexy!

Het werd een luie namiddag. Fijn gepraat met L en E. Gespeeld met trotse grote zus M. Gezien dat pluimgewichtje het al bij al nog niet zo slecht doet. Bewonderend gekeken naar baby N (die een beetje last had van vroegtijdige pubertijd door de hormonen in de moedermelk). Ik heb hem zelfs een flesje mogen geven. Al moet ik zeggen dat daar bij die kleine baby’tjes niet zoveel aan is. Gewoon het flesje op z’n kop houden en wachten tot het ding leeg is. Easy. Al vond ik het aspect “teruggeven” (wat klinkt dat altruïstisch) iets minder.

We kregen een typisch Limburgse specialiteit te eten: moppentaart. Hoewel ik zelf ook Limburgse roots heb, was dit soort taart mij tot op heden onbekend. Lekker was het alleszins. Ik vermoed trouwens dat moppentaart niet de correct benaming is voor dit soort taart. Dus als iemand de juiste naam kent, u bent zeer welkom deze achter te laten in de commentaren. Ter illustratie een klein fotootje van de taart in kwestie. Het is mij alvast duidelijk hoe deze taart aan haar naam komt.

Elements of life

Goh, ben ik toch helemaal vergeten te bloggen over mijn ervaringen van zaterdagavond 19 mei.

Mijn vriend en ik waren de avond/nacht van 19 mei namelijk aanwezig op de wereldpremière van dj Tiësto‘s “Elements of Life”-tour in de Ethias Arena in Hasselt. Hoe kwam ik er in godsnaam bij om naar een artiest te gaan luisteren wiens muziekgenre zo ver af ligt van het mijne? Ik luister nooit naar trance, ga niet naar trancefuiven en had tot voor kort nog nooit een nummer van Tiësto gehoord. Wel, mijn broertje is een fan, een die hard fan, zo eentje die een uur gaat aanschuiven in de Mediamarkt om zijn cd te laten signeren door de “beste dj ter wereld”. En mijn broertje heeft mij weten te overtuigen om met hem en zijn vriendin mee te gaan. Nu, veel moeite heeft hij daar niet voor moeten doen, want ik was ook wel gewoon een beetje nieuwsgierig naar zo’n massa-event.

Het feit dat het zo lang geduurd heeft voordat ik er iets over geschreven heb, is op zich al een aanduiding dat ik niet wild enthousiast was over het event. Eerst en vooral vond ik dat we veel te lang op Tiësto himself hebben moeten wachten (om nog maar te zwijgen van het wachten aan de ingang, ik haat wachten). Het voorprogramma vond ik erg zwak. Die juffrouw Jes (waar ik ook nog nooit van gehoord had) bakte er niet veel van. Een flauw optreden met nummers die allemaal op elkaar leken en veel te weinig show. Zo mogelijk nog erger vond ik de “3D”-projectie van Tiësto himself waar we een anderhalf uur naar mochten staren. Man, man, zo’n slechte 3D-animatie. Het leek wel alsof een amateurtje dat op een half uurtje in mekaar had gestoken. Als je erin slaagt om met je DJ-kunsten een gigantische hal als de Ethias Arena te laten vollopen, schep je bepaalde verwachtingen. Echt, ondermaats.

Rond twaalf uur of zo kwam de meester himself het podium op. Toen begon het pas echt. Waarom dat geen paar uur vroeger kon, ik zou het niet weten. Opgewarmd waren we langs de andere kant wel, want ondertussen was het snikheet in de Arena. Ik denk dat de drankenstandjes die avond een mooie omzet gehaald hebben. Jammer genoeg deden mijn voeten ondertussen serieus pijn van het lange rechtstaan op hoge hakken en nergens in de hele hal was er een plekje voorzien om te gaan zitten, of het moest op de grond zijn tussen allerlei drank en afvalresten (van vuilbakken hadden ze nog nooit gehoord, alle harde plastic drankflesjes gingen dus rechtstreeks de grond op, supergevaarlijk).

De show die bij het optreden van Tiësto hoorde, was in orde. Mooie projecties, fantastische lichteffecten. Al vond ik het allemaal een tikkeltje te repetitief naar mijn goesting, maar dat zal wel eigen zijn aan het genre. Ik ergerde mij ook een beetje aan de pseudoboodschap die Tiësto meende te moeten meegeven aan het begin van zijn optreden. Iets over de zin van het leven en zo, blabla. Het hoogtepunt van de avond was voor mij het bokspartijtje op de Wii tegen mijn vriendje. We hadden al eerder op de avond geprobeerd zo’n Wii vast te krijgen om eens te testen, maar dat was nog niet gelukt. Gelukkig stond er tijdens het optreden van Tiësto zelf wat minder volk aan te schuiven aan de Wii-stand. ‘k Heb mijn vriendje twee keer ingeblikt: één keer bij het boksen en één keer bij het tennissen. ]:-) Best wel vermoeiend dat boksen. Ik ben absoluut geen gamefreek, maar zo’n spelletje op de Wii vond ik echt leuk.

Wegens mijn pijnlijke voeten en omdat we toch nog een eindje naar huis moesten rijden, zijn mijn vriend en ik rond een uur of twee vertrokken. Belachelijk vroeg, want Tiësto was nog maar net op gang gekomen, maar ik had het wel gezien. Leuk om erbij te zijn, maar ik ga het bij deze ene keer houden. Toch een beetje te duur voor wat niet meer dan een grote fuif met wat spectaculaire lichteffecten is.

Hihi

Daarnet aan de Naamsepoort een koppel tegengekomen die hun auto niet meer vonden. Hij stond ergens op een parking met bomen in Leuven, maar waar dat wisten ze zo precies niet meer. Klein, doch onbetekenend detail: ze kwamen uit Limburg. 😉

‘k Heb ze dan maar naar de parking bij de Koning Boudewijnlaan gestuurd. Benieuwd of ze hem ondertussen al gevonden hebben.