Telefoneren

Ik weet niet of jullie het weten, maar ik heb een hekel aan telefoneren. Ik telefoneer zelden. Als ik me dan toch over mijn telefoonaversie kan zetten, is het om te melden dat mijn trein vertraging heeft of dat ik te laat op een afspraak ben. Ik denk dat de telefoon voor mij een te vluchtig medium is. Ik orden graag mijn gedachten in een geschreven tekst. Email is helemaal mijn ding, terwijl ik goed genoeg weet dat je sommige mensen best telefonisch contacteert om dingen gedaan te krijgen. Wat ik dan ook doe, maar met tegenzin en nooit zonder eerst een mailtje gestuurd te hebben.

In privécontext bel ik zelden en ik word (tot mijn opluchting) ook niet veel opgebeld. Dit weekend kreeg ik echter verschillende telefoontjes. Telkens ik het geluid (getril is correcter) van de gsm hoorde, sloeg mijn hart een slag over. Het verwachte slechte nieuws bleef echter uit, in de plaats daarvan kreeg ik een toezegging voor deelname aan ons feest en een uitnodiging voor een ander feest te horen.

Ik geloof dat mijn gsm zelf moet wennen aan al dat belverkeer, want ik had telkens moeite de heren aan de andere kant van de lijn te verstaan. Email, zoveel handiger. En je kan dat twee keer lezen om te zien of je alles wel goed begrepen hebt.

Ziekenhuisgeur

Vaak zijn ziekenhuizen lelijke gebouwen met een onduidelijke structuur. Je loopt zo verloren in de wirwar van gangen en bijgebouwen. De liften zijn groot genoeg om een ziekenbed in te laten passen en het lelijke plastic schoeisel van het verplegend personeel dicteert het modebeeld. Je ziet mensen in liften stappen met cadeaus: pralines, een bloemetje, een ballon,… Je hoopt dat ze bij iemand op bezoek gaan die aan de beterhand is. Of misschien bij een kersverse mama.

Ziekenhuizen zijn plekken waar leven en dood mekaar kruisen. Op hetzelfde moment dat een baby zijn eerste kreet slaakt,  blaast er iemand zijn laatste adem uit. Apparaten volgen hartritmes op, infusen druppelen leeg in lichamen. Mensen worden verdoofd, opengesneden en weer dichtgenaaid. Een routine-operatie. Het leven van patiënten wordt samengevat in dossiers met droge getallen. Een specialist werpt een blik op de getallen en velt een oordeel. Hopelijk het juiste.

Menselijke lichaamssappen worden gespreksonderwerpen. “Hebt u vandaag al kunnen wateren, meneer?” Bloed, pis, kak, etter, speeksel, kots. Menselijk en toch onmenselijk.

Ziekenhuizen, brrr.

Ups and downs

Vandaag

  • Gaf ik opleiding aan twee dove dames en leerde ik zelf enkele woorden in gebarentaal.
  • Werd ik een tergend traag wegtikkend uur lang geconfronteerd met mijn ergste nachtmerrie. Machteloosheid, ik haat het.
  • Zat ik samen met mijn oma en een dementerend nonneke op de denkbeeldige trein naar Bilzen. Gelukkig was er niet veel volk op de trein en zaten de zetels comfortabel. Dementie heeft soms ook zijn charmante kanten.
  • Besefte ik toen we al bijna halverwege op onze weg naar huis waren dat ik mijn handtas in het verre Limburg had laten liggen en maakten we in de donkere nacht rechtsomkeer.

Wat een tamme bedoening

Zei de Nederlandse dame die in mijn buurt naar de Leuvense carnavalstoet stond te kijken. En ik kon haar geen ongelijk geven. Sommige carnavalisten liepen erbij alsof ze zich stierlijk verveelden. Geen zot en uitbundig gedrag, neen, hier en daar een mooi ingestudeerd dansje, maar het merendeel van de stoet slofte gezapig voort.

Ik herinner mij dat ik als kind dol was op het bijwonen van de stoet en dan vooral op het verzamelen van alle snoep en prulletjes die de heren en dames carnavalisten naar het talrijk op gekomen publiek smeten. Vooral popcorn was zeer gegeerd. Niet omdat ik zo’n popcornliefhebber ben, integendeel, ik lust het goedje nog steeds niet, maar wel omdat ik de zakjes de maandag erna altijd uitdeelde aan mijn vrienden op school. Vaak was het vechten op leven en dood om een snoepje vast te krijgen. En je moest zorgen dat je goed op tijd was om een zo strategisch mogelijke plek te bemachtigen. Natuurlijk zijn deze herinneringen vervormd door de tijd, dat besef ik maar al te goed. Maar vandaag zag ik zelfs snoepjes die eenzaam alleen op straat bleven liggen. En iedereen had plaats zat om de stoet bewonderen. Alles verliep zo verschrikkelijk beschaafd. Ik heb zelfs niemand zijn duwen of trekken. De tijden veranderen.

Hopelijk gaan de carnavalisten vanavond op het Prinsenbal eens goed uit de bol, want dat is toch de essentie van carnaval.