Een ongemakkelijke ontmoeting

Ik was net vertrokken naar de squash, toen er een onfortuinlijk windje opstak. Zo’n windje dat woestijnzand uit de verre Sahara (of van de bouwwerf vlakbij, wie zal het zeggen) met zich mee droeg. Het zand knarste tussen mijn tanden en, erger, nestelde zich onder mijn oogleden. De combinatie harde lenzen – fijn zand, altijd goed voor een spontane, onstuitbare tranenvloed. Om mijn ogen zoveel mogelijk af te schermen van de wind die recht in mijn gezicht blies, hield ik een hand voor mijn ogen, de blik strak gericht op de grond en onderwijl proberend zo dicht mogelijk tegen de huizen aan te lopen.

Tot ik plots recht op een onverwachte fiets die mij de weg versperde, knalde. In een reflex stak ik mijn hand uit en kon nog net voorkomen dat de fiets de grond op donderde. Ik voelde meteen dat deze botsing sporen zou nalaten en vloekte binnensmonds. En net op dat moment, komt er uit de zandwind een knappe jongedame (allez, ik denk dat ze knap was te oordelen aan haar hippe schoenen en het slanke silhouet dat ik kon waarnemen vanuit mijn ene halfdichtgeknepen oog) op mij af. De woorden: “Geen zorgen, het gaat wel,” lagen al op mijn lippen toen bleek dat zij blijkbaar niets gemerkt had van mijn onfortuinlijke botsing en gewoon de weg zocht naar de Molens van Orshoven.

Terwijl het traanvocht uit mijn ogen liep, wees ik welke richting ze moest uitlopen. En gezellig, moest ik toch wel niet dezelfde richting uit, zeker? Ze was heel vriendelijk en begon meteen een gesprek met mij. Ze was helemaal uit Gent gekomen voor een dansvoorstelling en Leuven, neen daar kwam ze niet zo vaak. En kijk, ze wist niet dat hier zo’n industriezone was. Ik verzeker u, een aangenaam gesprek voeren terwijl je ogen er ongetwijfeld uitzien alsof je twee dagen gehuild hebt en je been en knie zeer doen van de botsing ettelijke minuten geleden, ‘t is niet evident. Maar ik ben er toch in geslaagd haar wat Leuvense geschiedenis mee te geven. Aan de rode lichten namen we afscheid van elkaar. Ik denk niet dat ik haar zou herkennen, mocht het lot ons ooit weer samen brengen.

En nu zit ik hier, met de afdruk van een spatbord in mijn rechterscheenbeen en een extra knievormig object naast mijn linkerknie. Blote benen, het zal nog niet voor volgende week zijn.

Een boekenstokje…

Van Patricia dan nog wel. Sinds ze zo lief geweest is om mij aan tickets voor Elizabeth te helpen, kan ik geen neen meer tegen haar zeggen. 😉 Dus hier gaat ie.

1. Pick up the nearest book of 123 (or more) pages.
Jullie hebben geluk (of pech, hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt), want het dichtsbijzijnde boek was een gidsje over Keulen. Aangezien dit gidsje echter niet verder kwam dan op de kop af 120 pagina’s, mogen jullie genieten van enkele zinnen uit “The Age of Innocence” van Edith Wharton. Het boek dat ik momenteel (aan een zeer traag tempo, want mijn tijd op de trein besteed ik momenteel aan Russisch en Japans) aan het lezen ben.

2. Open the book to page 123 and find the 5th sentence.
Gevonden! Afgaande op de handelswijze van vorige ontvangers van dit stokje, is het de bedoeling dat ik de gevonden zin nu citeer: “Once or twice, in the mountains, Archer had pointed southward and said: ‘There’s Italy'; and May, her feet in a gentian-bed, had smiled cheerfully, and replied: ‘It would be lovely to go there next winter, if only you didn’t have to be in New York.’

3. Post the next 3 sentences.
But in reality travelling interested her even less than he had expected. She regarded it (once her clothes were ordered) as merely an enlarged opportunity for walking, riding, swimming, and trying her hand at the facinating new game of lawn-tennis; and when they finally got back to London (where they were to spend a fortnight whil he ordered his clothes) she no longer concealed the eagerness with which she looked forward to sailing.

In London nothing interested her but the theatres and the shops; and she found the theatres less exciting than the Paris cafés chantants where, under the blossoming horse-chestnuts of the Champs Élysées, she had had the novel experience of looking down from the restaurant terrace on an audience of cocottes, and having her husband interpret to her as much of the songs as he thought suitable for bridal ears.

Archer had reverted to all his old inherited ideas about marriage.

Hehe, een hele boterham.

Een drukke dag

Er stonden twee stuurgroepvergaderingen op het programma vandaag en stuurgroepvergaderingen zijn meestal niet het soort vergaderingen waar je al eens met je gedachten kan afdwalen. Focussen en knopen doorhakken, da’s de bedoeling. De eerste vergadering vond plaats in Brussel, de tweede in Gent. Allemaal just in time gepland. Op de terugweg van de ene vergadering een broodje gekocht en dit op weg naar Brussel centraal in het zonnetje opgegeten. Daarna mij wat geërgerd omdat er problemen waren met de treindeuren en ik dus dreigde in Gent mijn bus te missen.

Gelukkig viel de vertraging nog mee en kon ik (mits een klein sprintje, niet leuk met een laptoprugzak op je rug) nog net op tijd op de bus springen. En ja, ik was just in time om de voorstellingsronde van stuurgroepvergadering nummer twee mee te maken. Ver zijn we echter niet geraakt: toen ging het brandalarm af. Totaal geen paniek, want het ging om een vooraf aangekondigde brandoefening. Iedereen was blij om buiten van de zon te kunnen genieten. Veel leuker dan vergaderen.

Toen ik de bus terugnam naar het station, wilden de deuren alweer niet dicht. Ditmaal lag een human error (oftwel een mevrouw die niet doorhad dat zij de deuren blokkeerde) aan de oorzaak. Natuurlijk net te laat in het station van Gent om nog mijn trein te halen. Tot ik zag dat hij nog op het bord stond. Tegen beter weten in toch maar een sprintje getrokken naar perron tien en jawel, het geluk was aan mijn kant: de trein was nog niet vertrokken. Oef.

En zo kwam het dat ik vanavond mooi op tijd in de Japanse les zat. Alwaar de juffrouw een versnelling hoger is geschakeld en ons nu elke les opzadelt met bergen nieuwe woordenschat. De examens zijn in aantocht, zeker?

Een trouwfeest in Slovakije!

Gisterennamiddag hadden we bezoek van oudklasgenootje W en zijn charmante, kersverse echtgenote L. De laatste keer dat we hen zagen, was voor hun vertrek naar Argentinië, meer dan anderhalf jaar geleden. W is altijd één van mijn favoriete studiegenootjes geweest: iemand met een zalig gevoel voor humor, maar helaas niet zo veel geluk op het gebied van vrouwen. Dat laatste trekje is hij onderweg ergens kwijtgespeeld, want hij heeft het echt getroffen met de knappe en vriendelijke L. L is een Slovaakse die hij heeft leren kennen toen ze stage deed bij de Europese commissie. Ze zijn een prachtpaar. Het geluk spat ervan af. En blijkbaar kan ze nog goed koken ook, want de taart die ze meebracht, smaakte naar meer. 😉

Een bezoekje van W en L betekent converseren in het Frans. L spreekt vloeiend Frans. Een perfecte gelegenheid om het stof van mijn behoorlijk verwaarloosde Frans te blazen. Een taal moet je onderhouden, zoniet verlies je een deel van je kennis. Tegenwoordig kom ik echter nog zelden in contact met franstaligen (het winkelen in Brussel even niet meegerekend, daar heb je maar een zeer beperkte woordenschat voor nodig). We hebben ondertussen een uitnodiging op zak om hun nieuwe appartementje in Brussel te bekijken, mijn Frans kan er alleen maar deugd van hebben. En wees gerust, de volgende ontmoeting zal geen anderhalf jaar op zich laten wachten. Dan kunnen we meteen  de rest van de foto’s van Argentinië bekijken, want dat waren er gewoon té veel om er op één namiddag door te jagen. (Projectie is trouwens een fantastische manier om foto’s te bekijken.)

Na hun bezoek hebben we ook iets om volgend jaar naar uit te kijken: hun kerkelijk huwelijk in Slovakije. Het staat in mijn agenda en gaan zullen we. Ik verheug mij er nu al op. Ik heb altijd al een boontje gehad voor Oosteuropese landen en ik vermoed dat zo’n Slovaaks huwelijk met erg veel traditie gepaard gaat. Slovakije, here we come!

Pokeravond

Gisteren werden we door een vriend ingewijd in de geheimen van het pokerspel. Typisch beginnersgeluk: de allereerste kaarten die ik in mijn handen kreeg, waren een paar azen. Piece of cake om de overwinning binnen te halen. Helaas was dit beginnersgeluk van korte duur. De rest van de avond heb ik niets anders dan klein grut zien passeren. Spijtig dat je bij poker geen miserie kunt gaan. De enige keer dat ik dan een straat had, had ik even voordien gepast. Verdorie toch. Al een geluk dat we niet voor echt geld speelden of ik was helemaal platzak naar huis moeten gaan.

Achja, ik troost mij met de gedachte dat er nog een revanche komt én dat ik toch wel ongelooflijk veel geluk in de liefde moet hebben. 😉

Mijn instrument

Ik vermoed dat niet veel van mijn lezers op de hoogte zijn van het feit dat ik een instrument bespeel. De dwarsfluit meer bepaald. Waarom dwarsfluit? Tja, om dezelfde reden als zovelen van mijn generatie: Berdien Stenberg. Toendertijd niet weg te branden van de tv. Achja, wat kan ik zeggen? Ik was jong en beïnvloedbaar en de meeste andere instrumenten (buiten piano en viool) waren grote onbekenden voor mij. Pas op, ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze, maar moest ik opnieuw voor dezelfde keuze mogen maken, het zou waarschijnlijk hobo worden.

Het is jammer, maar de laatste twee jaar heb ik mijn fluit niet meer aan de lippen gezet. Het komt er niet meer van. Nochtans ben ik best wel trots op mijn kunnen. Ik was alles behalve een natuurtalent, maar heb me zonder al te veel problemen door de eerste jaren dwarsfluitles geworsteld, daar waar mijn medestudentjes het één voor één lieten afweten. Mijn eindexamen dwarsfluit moet zowat het enige examen geweest zijn, in mijn zeer uitgebreide examencarrière, waar ik mij écht voor ingespannen heb. Een jaar lang, elke dag twee uur spelen. Een geweldig technisch stuk van buiten geleerd. Het eindexamen was een triomf: grote onderscheiding. Ik had nooit gedacht dat ik het in me had. Ik beschouwde mezelf altijd als de mindere van mijn medestudentjes, die duidelijk meer muzikaal talent bezaten.

Eens aan de unief hield ik mijn muzikale verleden in ere. Ik speelde jarenlang bij het Arenbergorkest, maar geleidelijk aan kwamen er andere prioriteiten in mijn leven. De dwarsfluit raakte in de verdrukking. Ik bleef rondlopen met vage plannen om mij opnieuw aan te sluiten bij een orkest, maar zette nooit de stap naar daadwerkelijke actie. Die plannen zijn er nog steeds, maar ze zijn nog altijd even vaag. Wie weet, ooit, als ik eens wat meer tijd heb…

De gruwel in Oost-Congo

Onpasselijk wordt ik ervan, van dit artikel in de Standaard. Ik heb het helemaal uitgelezen, omdat het belangrijk is te weten wat voor gruwelen er gebeuren in dat stukje van de wereld. Maar oh my god, ik denk niet dat ik het zou kunnen opbrengen die film te bekijken. Als ik dan vervolgens lees dat minister Charles Michel van België een internationale leider in de strijd tegen het seksueel geweld in Oost-Congo wil maken, hoop ik van harte dat dit geen loze woorden zijn.

Stop de seksuele terreur tegen vrouwen. Stop de verkrachtingen. Stop de wreedheden.