Liet de NMBS mij in de steek. Twintig minuten staan wachten in Brussel-Centraal alvorens er een trein richting Leuven kwam opdagen. En dan riepen ze na Brussel-Noord opeens af dat al de verdere stops tussen Leuven en Hasselt geschrapt zouden worden. Tof voor de mensen die op de trein zaten die normaal in die stations moesten afstappen. Die konden allemaal in Leuven van de trein stappen en op zoek gaan naar de eerstvolgende trein om thuis te geraken. Qua service kan dat tellen. Mijn ongemak viel daarbij vergeleken goed mee. Ik was zelfs nog op tijd thuis om iets te eten alvorens ik mijn collega’s vervoegde voor de online Franse les.
Nu, meestal ben ik vrij zen als er zich weer maar eens een vertraging voordoet: ik heb mijn laptop, smartphone en oortjes, dus kan me altijd wel bezig houden. Maar vandaag voelde ik toch een golf van frustratie opborrelen, want de dagen dat ik om half vijf het werk kan verlaten zijn letterlijk op één hand te tellen en dan op zo’n moment veel te lang in een drukke, opeengepakte mensenmassa moeten wachten, niet goed voor mijn humeur.
Vandaag hebben we iets meer tijd dan de voorbije dagen, want we moeten pas om 10.30u op het Museumplein zijn voor ons bezoek aan het Van Gogh Museum. We ontbijten op het gemak en ik permitteer me zelfs om de maaltijd af te sluiten met American pancakes, because, why not?
Het uitchecken verloopt tot onze verbazing vlotjes. Ditmaal kunnen we dus op het gemak fietsen naar het Museumplein. Natuurlijk zijn de tickets voor het Van Gogh Museum ook volledig uitverkocht en we zien dat de medewerkers aan de ingang verschillende toeristen zonder tickets moeten wegsturen. Blij dat ik de moeite heb genomen om alles op voorhand vast te leggen!
En ja, in het Van Gogh Museum overvalt mij hetzelfde gevoel als in het Rijksmuseum. Gewoon té veel mensen om echt van de kunst te kunnen genieten. Al begrijp ik natuurlijk volkomen dat musea proberen hun aantal bezoekers te maximaliseren om zoveel mogelijk inkomsten te genereren. Het is voor mijn vriend en mezelf de tweede keer dat we het Van Gogh Museum bezoeken. Ons vorige bezoek dateert echter van 2004, toen er nog geen apart onthaalgebouw was. De indeling van het museum is helemaal veranderd, maar veel van de werken herinner ik me nog van mijn vorige bezoek. Het tragische leven van Van Gogh in combinatie met de prachtige kunstwerken, het blijft fascineren.
Een uurtje later dan gepland de trein genomen wegens waanzinnig druk op het werk en geen zin om mij kapot te haasten om naar het station van Leuven te spurten. Om 18.47u was de avondspits ook achter de rug, waardoor het rustiger op de trein was. Al had ik weinig te klagen met mijn eersteklasticketje. In Mechelen stapte ik over op de Amsterdammer en nestelde mij met mijn valies, fototoestelrugzak en laptop in eerste klas. Zalig! En onderweg kon ik genieten van een werkelijk prachtige zonsondergang. Wat wil een mens nog meer?
Normaal zou de trein om 21.35u aankomen in Amsterdam Centraal, maar met het doel in zicht ging de trein alsmaar trager rijden en uiteindelijk kwam ik aan met een dik kwartier vertraging. Ik stapte de eerste de beste taxi in die ik kon vinden en liet me afzetten aan de ingang van NH Amsterdam Zuid, alwaar mijn vriend me al stond op te wachten om mijn bagage te helpen dragen en mij naar de juiste kamer te begeleiden. Mijn vriend was immers al sinds maandag met zijn collega’s in Amsterdam voor een bezoek KubeCon. Een kans om op kosten van zijn bedrijf op hotel te kunnen gaan, laat ik natuurlijk niet liggen. 😉
Ik kuste mijn vriend, zette mijn spullen af op de kamer en vervolgens dronken we nog een glaasje Chardonnay in de bar van het hotel om te klinken op onze hereniging.
Omdat mijn vriend vroeg op moest voor zijn conferentie en ikzelf ook een goed gevulde agenda had voor deze vierdaagse in Amsterdam, maakten we het niet laat. Een goede nachtrust was welkom.
Deze zondagmiddag spoorden mijn vriend en ik richting Geel alwaar we afgesproken hadden met zijn ouders, zijn broer, zus en hun gezinnen voor een namiddag op de Palmenmarkt van Geel, zowaar de grootste kermis van de Kempen. Heel eerlijk, de tijd dat ik nog warm werd van kermissen ligt ondertussen al heel lang achter mij, maar het plezier van het jonge volk gaat voor, uiteraard. Het was alleszins, ondanks het ietwat kwakkelende weer, bijzonder druk op de kermis. Het is duidelijk dat de Palmenmarkt mensen vanuit gans de omgeving aantrekt.
We waren nog niet lang aan het slenteren over de kermis, toen het oudste nichtje van mijn vriend voorstelde om samen op zo’n muntenschuiver te spelen. Met plezier ging ik in op haar voorstel, want die rinkelende vallende muntjes doen me altijd terug denken aan mijn jeugd, toen ik dat spel uren speelde op de plaatselijke kermis. En jawel, natuurlijk stopten we te veel geld in dat toestel in verhouding tot de prijzen die we ermee wonnen, maar de endorfinestoot die die vallende muntjes veroorzaakten, maakte dat meer dan goed. Uiteindelijk keerden we naar huis met een externe luidspreker, een stel oortjes en een anti-stressknuffel en hadden we samen veel plezier. En dat is het belangrijkste van allemaal. Alleen jammer dat we de karakollenkraam die onze vriendin ons had aangeraden niet vonden.
Toen we, na nog wat rondgelopen te hebben, het allemaal wat koud begonnen te krijgen, lieten we de kermis achter ons en reden we naar het huis van de ouders van mijn vriend. We deden een flesje schuimwijn open en klonken op de bijna-jarige heer des huizes. Zeventig jaar al, je zou het hem niet geven als je hem zo ziet. Hopelijk heeft mijn vriend dezelfde goede genen geërfd.
Voor het avondmaal hielden we het simpel: een kaasschotel voor de volwassenen en balletjes met kriekjes voor de kinderen. Meer moet dat echt niet zijn! En natuurlijk sloten we de avond af met een glaasje whisky. Met dank aan de schoonbroer van mijn vriend om ons veilig bij het station van Geel af te zetten.
Gisteren waren mijn vriend en ik te gast bij zijn ouders. De oorspronkelijke plannen om samen een culturele uitstap te doen, werden opgeborgen toen bleek dat het oudste nichtje van mijn vriend een optreden had in de plaatselijke muziekschool. Het nichtje volgt daar al een paar jaar Woord, dus ik was benieuwd om haar eens in ‘t echt aan het werk te zien.
Met de trein en de bluebike arriveerden mijn vriend en ik rond het middaguur bij zijn ouders, alwaar we samen boterhammetjes met allerlei kazen aten. Een kaasrijkweekend, dit. 😉 Na wat bijgebabbeld te hebben, vertrokken we op het gemak te voet naar de muziekschool. We maakten wat omweggetjes om te genieten van het mooie lenteweer en de vele voorjaarsbloeiers. Blij dat we nog een een streepje zon zagen, want deze maand laat ze het een beetje afweten.
We waren stipt op tijd in de muziekschool en namen plaats op een aantal stoelen die op een podium in een grote zaal stonden. In totaal waren er een veertigtal mensen aanwezig. Niet meteen een massaal grote opkomst. Al snel bleek dat dit helemaal geen optreden was van de afdeling Woord, maar wel van een vioolklas. Beginnende violisten zijn meestal niet echt om aan te horen, dus ik hield mijn hart al wat vast. Wat volgde was je reinste slapstick. Nog nooit een optreden gezien dat zo van begin tot einde geïmproviseerd was. De vioolleerkracht had helemaal geen volgorde afgesproken en vroeg gewoon aan de leerlingen wie wilde beginnen. Blijkbaar was niemand van de leerlingen bijzonder enthousiast om een stukje te spelen, want het kostte heel wat overredingskracht van de leerkracht om de leerlingen aan het spelen te krijgen. Ze moest zelfs trucjes boven halen zoals een nummer raden om er beweging in te krijgen.
De leerlingen zelf speelden (gelukkig) hun stukjes samen met de leerkracht, want echt talent zat er niet tussen en ik telde meer foute dan juiste noten. Nochtans had de leerkracht moeite gedaan om de leerlingen creatief uit de hoek te laten komen tijdens de voorstelling. Bij sommige muziekstukken hoorde een filmpje (helaas ontbraken duidelijke afspraken over wie het filmpje in gang moest steken), één jongedame (die eerst weigerde te spelen en zowaar in tranen uitbarstte) bracht een Japans volkslied en was uitgedost in een kimono, een andere leerling liet na een stuk of zes mislukte pogingen een confettibom ontploffen, nog een andere leerling bracht een Ierse folksong begeleid door een piano en een filmpje. Maar dé ster van de namiddag was de, overduidelijk apetrotse, zwarte vader die gans het optreden van zijn dochter (de volle vijf minuten) gehurkt filmde, waardoor hij aan alle aanwezigheden een prachtig zicht op zijn bouwvakkersdecolleté bood. Enfin, het was zo tenen krullend amateuristisch dat het grappig werd.
En oja, de tussenkomst van het nichtje van Dries bestond uit het voorlezen van een (slecht) gedicht van welgeteld vier regels. Vier regels die ze veel te stil afhaspelde en zonder ook maar één keer de blik op te slaan naar het publiek. Teleurstellend over de ganse lijn.
We konden dus niet anders dan die teleurstelling doorspoelen met de ouders van mijn vriend, zijn zus en schoonbroer en de twee nichtjes (de derde was naar de Chiro en zo ontsnapt aan het verschrikkelijkste optreden aller tijden) op het mooie terras van Bistro Le Paige. Mijn tweede terrasje dit weekend! Het was bijzonder aangenaam toeven op deze mooie locatie met een uitgebreid aanbod aan alcoholische en non-alcoholische dranken. Wanneer het zonnetje vanachter de wolken kwam piepen, werd het zelfs aangenaam warm. Alleen jammer dat de poten van onze stoelen wegzakten in het drassige gras (op het houten terras waren geen tafeltjes meer vrij).
Het was er zo leuk dat we, na het afscheid van de zus van mijn vriend en haar gezin, met ons vieren nog bleven zitten voor een volgend drankje. Toen de zon onder ging, begon het echter snel af te koelen. We rekenden af en keerden terug naar het huis van de ouders van mijn vriend voor een sprankelend Limburgs aperitief en heerlijke sushi. En zo eindigde onze zondag alsnog in schoonheid.
Normaal ben ik helemaal niet zo’n concertganger, dus het is hoogst uitzonderlijk dat ik twee vrijdagen na mekaar naar een concert ga. Maar nu wilde het toeval dat zowel Lizzo als Måneskin vlak na mekaar naar België kwamen en beide concerten wilde ik niet missen.
Sinds hun overwinning in het Eurovisiesongfestival ben ik een grote fan van Måneskin. Jammer genoeg was ik er in eerste instantie te laat bij om tickets te bemachtigen voor hun concert in Vorst Nationaal. Dankzij de coronacrisis en hun groeiende populariteit werd hun oorspronkelijke concert uitgesteld en kwam er later nog een tweede concert bij. Ik besloot eens zot te doen en kocht meteen VIP-tickets voor het concert op vrijdagavond. Kwestie van eens zo’n VIP-experience meegemaakt te hebben.
Na een dagje werken op kantoor in Brussel ging ik mijn vriend ophalen in Brussel-centraal om van daaruit samen te sporen naar het station van Vorst-Oost. Vanaf het station van Vorst-Oost hadden we de groepjes concertgangers maar te volgen om bij Vorst-Nationaal te geraken.
Als VIP’s konden we gebruik maken van de aparte VIP-ingang, we kregen een bandje van de vriendelijke dames aan het onthaal, lieten onze jassen achter in de vestiaire en kregen meteen een glaasje prosecco aangeboden. Een jonge vrijwilliger bracht ons naar een hoge tafel met vier stoelen waarop een gepersonaliseerd programma stond. Een goed begin wat ons betreft.
Op de tickets stond dat we een street food experience aangeboden kregen, maar ik moet zeggen dat het eten in de VIP-ruimte toch wel iets chiquer was dan street food. Alle gerechtjes waren bijzonder verfijnd, lekker en mooi gepresenteerd. Omdat de VIP-tickets bijna volledig uitverkocht waren, kregen we aan onze tafel gezelschap van een bijzonder sympathiek Limburgs koppel. Het klikte meteen tussen ons en we hadden een heel gezellige babbel, terwijl we genoten van het lekkere eten en de heerlijke prosecco.
Traag gegaard kalfsfilet met pickles, koolrabi, mosterdsla en burrata met marjolein, tomaat en pestocrème:
Entrecote met groenten en rozemarijnaardappel:
Zeebaars, courgette, wittewijnsaus:
Kwart voor acht werden we naar onze plekken in de zaal geleid en kon het concert beginnen. En amai, wat een topconcert! Geweldig goed gezongen, strakke basgitaar die voor de rode draad zorgde, mooie afwisseling van nummers en een publiek dat alle liedjes van voor tot achter meebrulde. Ook genoten van het intieme moment toen Thomas en Damiano met z’n tweeën Vent’anni brachten. Prachtig. Om het met de woorden van Damiano zelf te zeggen: Rock ‘n Roll will never die!
Nadat de laatste noten weerklonken hadden, keerden we met onze nieuwe vrienden uit Limburg terug naar de VIP-ruimte voor een dessertje en nog een glaasje om te klinken op de fantastisch avond. Eentje om in te kaderen.
Veel te vroeg opgestaan deze zaterdagochtend, omdat ik om 8.36u op de trein naar Antwerpen moest nemen. In Berchem station had ik namelijk afgesproken met twee collega’s om samen een bezoekje te brengen aan het Arboretum in Kalmthout waar rond deze periode de toverhazelaars in bloei staan.
We troffen elkaar in het station van Berchem en stonden geduldig op de trein te wachten, toen afgeroepen werd dat onze trein naar Kalmthout afgeschaft was wegens een personenongeval. Zo’n ongeval is natuurlijk een drama op zich, maar spijtig genoeg is er in het weekend maar één trein per uur die naar Kalmthout rijdt. Noodgedwongen moesten we onze plannen dus aanpassen. Gelukkig woont één van mijn collega’s niet ver van het station en heeft zij een wagen. Dus wandelden we naar haar buurt om van daaruit met de wagen naar Kalmthout te rijden.
Mijn collega parkeerde de wagen bij het Arboretum en wisselden van schoeisel. En dat bleek absoluut nodig te zijn, want de weersvoorspellingen zaten er deze zaterdag helemaal naast: in plaats van de voorspelde droge dag, regende het stevig en was ons bezoekje aan het Arboretum een natte bedoening. Gelukkig was het niet koud en hadden we alle drie jassen aan die de regen konden trotseren. Ondanks het barslechte weer genoten we van de mooie kleurrijke toverhazelaars en de regen leverde zelfs enkele mooie plaatjes op.
Natuurlijk kon ik het niet laten om in de shop een flesje gin te kopen, gemaakt van de toverhazelaars die we net bewonderd hadden. Na ons bezoek aan het mooie, maar natte arboretum, reden we naar de Stapper, een tien meter hoge toren die ons een prachtig uitzicht bood op het Stappersven en de heide.
We sloten ons bezoek in Kalmthout af met een heerlijke lunch in het Strijboshof, voorafgegaan door een glaasje champagne.
Gerookte heilbot met crème van erwten en basilicum:
Skreifilet met champagnesaus en gebrande prei:
Tiramisu met huisgemaakte limoncello
We konden het niet laten om bij het dessert een glaasje limoncello te bestellen. Amai, dat smaakte!
Onze collega zette mij en de andere collega na de lunch af aan het station van Kalmthout waar we samen de trein naar Antwerpen-centraal namen, alwaar onze wegen scheidden. Helaas eindigde de dag zoals die begonnen was: met vertraging. Ditmaal was de vertraging veroorzaakt door spoorlopers. Ik zat al even op de trein die mij naar Leuven zou brengen, maar die niet mocht vertrekken voordat het spoorlopersprobleem opgelost was. Ik besloot dan maar uit te stappen voor een sanitaire stop in het station en natuurlijk was de trein net weg toen ik terug was. Pech, dan maar de trein genomen waarbij ik moest overstappen in Mechelen. Gelukkig bleef ik van verdere treinmiserie gespaard en kon ik ‘s avonds de fles gin overhandigen aan mijn vriend die de dag op FOSDEM had doorgebracht.
Gisteren bracht ik een bezoekje aan het thuisfront om twee verjaardagen in één klap te vieren.
Natuurlijk koos ik voor mijn favoriete vervoersmiddel: de trein. Die zelfs voor één keer mooi op tijd reed! De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Het leverde alleszins die pittoreske plaatje op:
In ‘t Krievelkuut genoot ik samen met mijn tante, nonkel en vader van een uitgestelde verjaardagslunch ter ere van de verjaardag van mijn vader in december. De relatie met mijn vader verloopt wat stroef op dit moment, dus dit was een welgekomen manier om het ijs figuurlijk te laten ontdooien. Al blijkt het water op sommige vlakken nog altijd veel te diep. Gelukkig is een flesje cava, lekker eten en een goed glas wijn altijd een pleister op de wonde.
Hertentourneods met pastinaakpuree, wintergarnituur & wildjus:
Na de lunch trokken we met z’n vieren naar het rusthuis om mama een gelukkige verjaardag te wensen, gebruik makend van het feit dat haar verjaardag dit jaar op een zaterdag valt en de strenge coronarestricties eindelijk tot het verleden behoren. Mijn broer vervoegde ons in de cafetaria en we dronken samen iets ter ere van de jarige.
Daarna reed ik met mijn broer mee naar huis om de katten (en zijn vriendin) goeiedag te zeggen. Het was zo gezellig dat ik bleef plakken. Een mogelijkheid om te genieten van de kookkunsten van de vriendin van mijn broertje sla ik natuurlijk nooit af. En doe daar maar een lekker wijntje van Ad Bibendum bij!
Uiteraard sloten we de avond af met een lekker glaasje whisky. Noblesse, oblige! Alleen jammer dat ik moeite had om de appelsmaak te identificeren in de whisky die op calvadosvaten had gerijpt.
En dankzij de NMBS kwam ik probleemloos thuis, iets later dan oorspronkelijk gepland.
Na mijn eerste vergadering thuis via teams (serieus, op een maandagochtend de werkweek starten met een vergadering om 9u, why?) wandelde ik naar Leuven station om de trein naar Brussel te nemen. Ik stapte op de roltrap naar het perron en stond ongeveer op het niveau van de derde trede toe opeens de dame met het rolkoffertje drie treden voor mij achterover viel. In een reflex deed ik een stap naar voren om haar op te vangen en haar val zo goed mogelijk te breken. Doordat ik de val had zien gebeuren, had ik me schrap kunnen zetten en stond ik stabiel genoeg om zelf niet te vallen. Het lukte mij echter niet om de dame, die gewoon stokstijf in mijn armen op de roltrap bleef liggen terug overeind te duwen. Zelfs niet met de hulp van de man achter mij die het voorval had gezien. De dame leek zelf niet echt onder de indruk te zijn van het gebeuren en zei dat we haar maar gewoon moesten laten liggen tot we boven kwamen.
Omdat ik haar echt niet recht kreeg, was dat inderdaad de enige optie. Bovenaan liep het echter bijna mis. Hoe hard ik ook probeerde aan haar te sleuren, de dame geraakte niet recht en blokkeerde de roltrap, die gewoon verder bleef gaan. Hierdoor raakte ik bovenaan de trap geblokkeerd en viel ik bijna zelf de trap naar beneden. Gelukkig was er een andere treinreiziger bovenaan de trap die gemerkt had dat er iets mis was en die mij bij mijn arm greep en zo over de dame heen sleurde. Tot mijn grote verbazing had de dame in kwestie niets aan haar val over gehouden en besloot ze gewoon verder te reizen. Haar ongewone kalmte deed me vermoeden dat ze onder de medicatie zat. Mijn hart klopte door het voorval nochtans in mijn keel en het duurde de ganse treinrit voordat de adrenaline-opstoot verwerkt was.
Enfin, blij dat uiteindelijk alles goed is afgelopen, want dit had veel erger kunnen zijn.