Zwaar weekend

Oef, ik dacht nooit dat ik de maandagochtend heelhuids zou halen. Maar kijk, ik onderschat mezelf steeds weer. 😉

Het begon al goed op vrijdag. Eerst een lekker etentje in één van mijn favoriete restaurantjes (de Earhshake in het Leuvense, een dikke aanrader voor wie van fusion cooking houdt!). Wel een beetje te veel gegeten. Achja, de voorgerechtjes zagen er zo lekker uit… En tja, als je de uitbater kent, doet die natuurlijk altijd nét iets meer zijn best. Gelukkig hebben we de overtollige calorieën er na het diner allemaal (allez, dat hoop ik toch) vanaf gedanst op een galabal. Mijn vriend en onze respectievelijke broers en zussen (jaja, een echt familie-uitstapje, zowaar) hebben tot in de vroege uurtjes het beste van onszelf gegeven.

Dan zaterdag. Normaal werd ik braaf om negen uur in de tekenles verwacht. En waarschijnlijk zou ik ook nog wel zo zot geweest zijn om te gaan als er de rest van het weekend niks meer op het programma gestaan had. Dat was dus niet het geval. Een vriend van mij trouwde. En om ‘s avonds nog goed te kunnen feesten, zijn we toch maar wat langer in bed blijven liggen. En tja, zaterdagnamiddag om twee uur, zaten we met een kater in de mis. De huwelijksviering was redelijk saai. De teksten vielen nog wel mee, maar de lezers waren ronduit slecht. Nog nooit zoveel gestotter gehoord in één mis. Gelukkig zorgde de pastoor voor een grappige noot door zomaar de helft van de kerk te vergeten van een hostie te voorzien. Tsss, hij mag al blij zijn dat er eens volk in de kerk zit en dan nog die arme gelovingen het sacrament van de eucharistie ontzeggen! Schandalig! 😉

Anyway, daarna vlug vlug naar huis om ons om te kleden en wat koud water in ons gezicht te petsen en daarna was het alweer tijd om te vertrekken naar het avondfeest. Goed feest, goed gezelschap, goeie muziek, lekker eten. Meer moet dat niet zijn. Vroeg in bed liggen, valt helaas niet te verenigen met de hiervoor opgesomde elementen.

Dus denken jullie: zondag lekker uitslapen. Mis poes. In een bui van jeugdige overmoed (ja, ik kan dat soms zo hebben), had ik mij de week ervoor opgegeven om de Vlaamse burger bij te staan op de Vlaanderendag. Dus ikke alweer om half elf uit mijn bed, rap het speciaal voor de Vlaanderendag gemaakte t-shirt aangeschoten (en toch ook maar een broek). Gespurt naar de trein en in Brussel op mijn nuchtere maag vijf uur lang een stroom ongeïnteresseerde Vlaamse burgers in de gaten gehouden. Ze waren braaf, maar erg apathisch. Maar misschien zaten de interessante mensen wel op de dag van de Aarde of op de Fiesta van het Rode Kruis.

Enfin, ik ben zelfs ‘s avonds nog gaan squashen. En tot mijn grote verbazing nog goed gespeeld ook. Moraal van het verhaal: slaap is zwaar overroepen. 😉

Het doek is gevallen

Oef. Na vorige week behoorlijk wat avonden opgeofferd te hebben aan het beoordelen van websites en het uitdelen van puntjes, is de prijsuitreiking van onze webdesignwedstrijd zonder problemen verlopen. Een pak van mijn hart.

Voor het vierde opeenvolgende jaar heb ik deze wedstrijd georganiseerd voor onze studentenvereniging. Dit jaar waren er vier categorieën waarin prijzen te winnen vielen. En ik moet zeggen: de beste sites hebben gewonnen. Niets dan tevreden gezichten op de prijsuitreiking dus. (En één laarzenfetisjist. 😉 )

Maar de keerzijde van de medaille is dat het beoordelen van zo’n site echt wel veel werk is. Je moet toch alle onderdelen bekijken, beoordelen of de site wel toegankelijk en makkelijk in het gebruik is, paar tools erop loslaten, kijken of de geboden content wel de moeite is,… Enfin, ikzelf en de andere juryleden hebben er genoeg uurtjes aan besteed.

En ik merk bij mezelf dat ik het dit jaar moeilijker had om me voor de wedstrijd te motiveren. Het aantal inschrijvingen lag ook beduidend lager dan vorig jaar. Iets wat ik totaal niet begrijp, want ik heb nog nooit zoveel reclame gemaakt. Misschien komt er sleet op de formule? Want aan websites is er geen gebrek in de virtuele studentenegmeenschap.

Aan de ene kant ben ik blij dat ik besloten heb ermee te stoppen, weer een kopzorg minder en wat vrije tijd extra, maar aan de andere kant vind ik het ook wel jammer, want de reacties van de deelnemers op de prijsuitreiking waren zeer positief. En velen hebben gezegd dat ze volgend jaar zeker opnieuw wilden deelnemen.

Nu, mijn besluit staat vast. Het is mooi geweest. Misschien neemt iemand van de andere medewerkers van onze studentenvereniging de fakkel van mij over, maar ik vrees er voor…

Jaja, wie weet slaag ik er toch ooit in mijn volledig van het studentenleven los te weken.

Habemus papam

En het is een oerconservatieve Duitser. Iedereen die hoopte dat er met de verkiezing van een nieuwe paus een vernieuwende wind door de gangen van het Vaticaan zou waaien, kan nog een paar jaartjes op zijn of haar honger blijven zitten. Hopelijk rekt hij het niet te lang en komt er dan een écht mensenvriend aan de macht. Eentje die wel een plekje in zijn hart heeft voor homo’s, lesbiennes, vrouwen, getrouwde priesters en anti-conceptie.

Zolang er leven is, is er hoop. Gelukkig duurt geen enkel leven eeuwig. 😉

Brandalarm

Aaaaaaaaaaaaaah, ze zijn hier op het werk nu al een half uur lang het brandalarm aan het testen. Als ze in Abu Ghraib nog op zoek zijn naar foltermethodes kan ik hen dit ten zeerste aanbevelen. Om de drie minuten één minuut brandalarm. En dan heb ik het niet over een vriendelijk belletje, maar over een oorverdovend geluid dat nog het meest doet denken aan een op hol geslagen tandartsboor. Mijn haren gaan er recht van overeind staan.

Denk dat ik vandaag eens wat vroeger huiswaarts keer.

Tekenen

Vandaag na veertien dagen paasvakantie (nuja wat heet vakantie, elke dag braafjes naar het werk geweest) eindelijk weer mijn creatieve ik aan het woord gelaten in de zaterdagse tekenles. De tekenjuffrouw zag er bijzonder blozend uit na een weekje snowboardvakantie. Ze had haar eerste ervaringen op het gladde bord zelfs zonder al te veel builen en blauwe plekken doorstaan. Toch wel petje af, daar waar ik totaal geradbraakt terug gekomen ben van mijn eerste poging-tot-snowboarden-vakantie, heeft mijn juffrouw het fluitend overleefd, ondertussen ook nog eens drie kinderen tussen vijf en tien op sleeptouw nemend. Mijn tekenjuffrouw is werkelijk multi-talented. 😉

Enfin, ik ging het dus niet over skivakanties hebben, maar over tekenen. Als kind deed ik bijna niks anders. Thuis, in de les, tijdens het telefoneren, altijd was ik wel iets aan het tekenen. (Ooit zelfs eens als straf vijf bladen vol met bloemetjes moeten tekenen, maar da’s een ander verhaal.) Maar ja, hoe gaat dat als je ouder wordt? Andere interesses duiken op, verantwoordelijkheden, dikkere cursussen, studentenverenigingen, een lening af te betalen, u kent het wel. En ja, dat tekenen dat kwam er niet meer van.

Maar ergens bleef het zeuren in mijn achterhoofd. En op mijn (nooit korter wordende) TODO-lijstje stond tekenles met stip op nummer één. Tot mijn vriend mijn gezaag beu werd en mij naar de kunstacademie stuurde: “Ga gewoon eens een les meevolgen en zie of het iets voor jou is.” En ja, het was iets voor mij. Na de eerste les zijn er nog vele gevolgd.

En zo komt het dat ik nu elke zaterdagvoormiddag mijn broodnodige slaap opoffer om gezellig te gaan tekenen. En koffieklets te houden met de juffrouw en de andere leerlingen, natuurlijk. 😉

Player versus Player

Een klassieker onder de webcomics. Een sobere tekenstijl zonder al te veel prullaria en een tekenaar (Scott Kurtz) die erom bekend staat om het half jaar of zo een serieus relletje in het webcomics-wereldje te ontketenen).

Player versus Player speelt zich af op het kantoor van een gaming magazine. Toch is dit geen gamer comic zoals bijvoorbeeld Penny Arcade. Geen reden tot paniek dus, je hoeft dus echt geen G4/\/\3R te zijn om de gags van PvP te kunnen smaken. (Ter illustratie: mijn gaming skills reiken niet verder dan tetris. Ik denk dat dit genoeg zegt.)

Ik consumeer PvP bij voorkeur bij het ontbijt, want ok, misschien zijn de personages wel wat cliché, vaak slaagt Kurtz er toch in een glimlach op mijn gezicht te toveren. En da’s de ideale manier om de dag te beginnen, nietwaar?

Rome dus

Ok, een dikke week geleden had ik gezegd dat ik eens een verslag van onze Romereis online ging zetten. ‘k Heb eindelijk eens wat tijd gevonden om mij aan mijn woord te houden.

Rome is dus een stad waar je struikelt over de monumenten en bezienswaardigheden (en niet alleen naast, maar soms ook op elkaar). Mijn vriend en ik hebben enorm veel gezien, per dag enorm veel afstanden afgelegd en ik denk dat we het recordaantal bezochte kerken in één vakantie verpulverd hebben. We hebben ook veel geluk gehad dat we net de week vóór de dood van de paus in Rome waren. Eerst had ik zoiets van: dju, een historisch moment op een haar na gemist. Maar toen ik de beelden van de chaos zag, was ik toch blij dat we daar niet tussen zaten. We zouden een stuk minder van Rome gezien hebben en eigenlijk ben ik toch niet katholiek, dus uren gaan aanschuiven om de paus de laatste groet te brengen zou ik sowieso niet gedaan hebben. En natuurlijk heb ik gigantisch veel foto’s genomen.

Enkele minpunten toch: het weer viel wat tegen. Ik had gedacht dat het zonnetje meer zou schijnen, maar ‘t was in Rome even druilerig en bewolkt als in België. We hebben ook weinig tot geen kans gehad om ons Italiaans te oefenen, want alle Italianen in Rome bleven maar hardnekking Engels tegen ons babbelen. En ik heb de neiging om steeds terug te babbelen in de taal waarin ik word aangesproken. Dus veel meer dan ons kamernummer hebben we niet in het Italiaans gezegd. En dat terwijl iedereen mij had verzekerd dat die Italianen alleen maar Italiaans spreken! In Rome waren ze alleszins zeer goed tweetalig.

Behalve op het politiebureau dan. Dat was een iets minder aangename belevenis. Tijdens ons eerste (en laatste) metroritje hebben ze mijn portefeuille (alweer) gepikt (ja, ik heb een onverklaarbare aantrekkingskracht op zakkenrollers). Het metrostel zat echt stampvol. Sardienen in een blikje. En natuurlijk heb ik er helemaal niks van gemerkt. Nochtans waren we op voorhand gewaarschuwd voor zakkenrollers. Toen we uitstapten, vroeg mijn vriend aan mij: “Je hebt je portefeuille toch nog?” Alsof hij een voorgevoel had, want mijn portefeuille was dus wel degelijk weg.

Tegenslag. En dat nog wel op paasdag. Gelukkig zat er maar 100 euro in en voor de rest alleen mijn identiteitskaart, SIS-kaart en bankkaart. Al de rest had ik thuisgelaten. Maar toch, knap vervelend. Even vreesde ik dat ik niet op het vliegtuig zou mogen. Dus ja, wij dadelijk naar het politiebureau om aangifte te doen. Een hele heksentoer om een politiebureau te vinden dat open was. Bovendien hadden ze het te druk op het politiebureau van het station omdat er net iemand voor een trein gesprongen was.

Enfin, na wat vragen en zoeken toch in een politiebureau beland. We waren daar alvast niet alleen. ‘t Was duidelijk ook een feestdag voor zakkenrollers. Papiertje invullen. Twee uurtjes wachten. Twee stempels gekregen van een norse politieman en dat was het dan. Ik in mijn beste Italiaans gevraagd of ik daarmee op het vliegtuig kon. Maar dat zou dus geen probleem zijn, kon ik opmaken uit zijn gebrom. (In ons hotel toch maar de Belgische ambassade gebeld om dit bevestigd te zien.)

Eind goed, al goed? Ondertussen heb ik al mijn papieren alweer terug. De zakkenroller had die ergens achtergelaten onder het rolluik van een reisbureau en de vriendelijke mevrouw die ze gevonden heeft, heeft mijn papieren rechtstreeks naar mij opgestuurd. Een geluk bij een ongeluk. Want ik heb een hekel aan heel die administratieve rompslomp.

En natuurlijk hebben we tussen al het wandelen en monumenten bezoeken door ook wat tijd gehad voor hete seks op Italiaans bodem. Of wat hadden jullie gedacht? 😉