7 juli 2009: Afscheid van New York

Onze laatste dag in Amerika. De dag waarop Michael Jackson begraven werd. Sinds het overlijden van de voormalige superster was het al Michael Jackson wat de klok sloeg. Op tv werd 24/24 over hem gepraat. Overal hoorde je zijn muziek, zag je t-shirts met zijn beeltenis. Mensen liepen op straat te leuren met Michael Jackson prullaria. Het leek wel alsof heel Amerika plots fan geworden was.

We begonnen de dag met een snel ontbijt in ons hotel. Daarna gingen we te voet naar het UN-gebouw. Een flinke wandeling van meer dan een half uur, maar dat kon ons niet deren. De zon scheen. In het UN-gebouw moesten we voor de verandering nog eens door de security. Onze rugzak en de daarin zittende lenzen moesten we achterlaten.

In de hal bleek er een lange, lange rij staan aan te schuiven voor tickets voor de rondleiding. Het duurde ongeveer tien minuten voordat ik een minibordje zag waarop de tijd voor de volgende rondleiding stond aangegeven. Je zou denken dat je zulke informatie zou kunnen krijgen aan de informatiebalie, maar dat was niet het geval. Ik denk dat het meisje aan de infobalie daar gewoon voor de show zat, want iedereen kwam haar enkel en alleen vragen stellen over de rondleiding en daarop kon ze niet antwoorden.

Het bordje leerde ons dat we nog tot half één in de namiddag moesten wachten om een rondleiding te krijgen. We aarzelden. Aan de ene kant wilden we graag een rondleiding in het UN-gebouw, maar zo lang wachten op onze laatste dag hadden we er niet voor over. We hadden gehoopt ‘s ochtends telefonisch kaarten te kunnen reserveren, maar ik kreeg enkel een bandje aan de lijn waarop de openingsuren van de UN ingesproken waren. De enige manier om aan kaarten voor de rondleiding te geraken is op tijd opstaan en aanschuiven. Online reserveren, is voor wussies. Klantvriendelijkheid behoort duidelijk niet tot de prioriteiten van de UN. Nuja, hun missie is dan ook de vrede te bevorderen. 😉

We besloten de rondleiding te laten voor wat het was en bekeken de fototentoonstelling in de inkomhal die de fauna van de savanne en Antarctica op een magnifieke manier in beeld bracht. Beide ecosystemen hebben gemeen dat ze langzaam maar zeker aan het verdwijnen zijn.

Een beetje teleurgesteld hoopten we de reis toch met een (letterlijk) hoogtepunt te beëindigen. We gebruikten andermaal onze New York Pass voor een bezoekje aan de Top of the Rock. De klok tikte en we hadden al te veel tijd verloren in het UN-gebouw. De mevrouw aan de kassa van Rockefeller Center verzekerde ons echter dat we in een twintigtal minuten de Top of the Rock konden bekijken en op tijd beneden zouden zijn voor een rondleiding door het Rockefeller Center.

Ze had niet gelogen. Geen sprake van lange wachtrijen aan de liften, zoals in het Empire State Building. Rechtstreeks de lift in, nog twee trappen en we stonden helemaal op de zeventigste verdieping te genieten van een uitzicht dat zelfs nog beter was als dat vanaf het Empire State Building. Bovendien was de scheiding volledig in glas zodat er geen vervelend traliewerk was dat het uitzicht belemmerde. Als je een hekel hebt aan wachten en toch New York aan je voeten wil zien liggen, is de Top of the Rock iets voor jou.

Na twintig minuten stonden we inderdaad weer beneden. Ondertussen was het weer omgeslagen. Omdat onze wandeling ons ook naar buiten bracht, nam de gids extra paraplu’s mee voor de deelnemers die er zelf geen hadden. Wat een service! En zoals zo vaak, bleek dat ze die paraplu’s helemaal niet nodig hadden. Het bleef mooi droog.

Tijdens de rondleiding kregen we meer informatie over het leven van John D. Rockefeller junior. De man die dit reusachtige complex met privémiddelen gefinancierd had na de Wall Street Crash van 1929. De gids gaf ons meer inzicht in het samengaan van kunst en architectuur. Het complex is nu een beschermde landmark, maar daarom hoef ik het nog niet mooi te vinden.

De kunst was nogal belerend en erg bombastisch. Helemaal mijn ding niet. Blijkbaar dacht John D. Rockefeller junior er zelf ook zo over. Hij vond de kunst in zijn eigen complex lelijk. Als ik zoveel geld investeerde, dan zou ik er toch voor zorgen dat de gebouwen in kwestie naar mijn smaak waren. 😉 Eén van de muurschilderingen was een voorstelling van de bergrede, maar Christus was met zijn rug naar het publiek afgebeeld om niet te veel te shockeren. Rockefeller junior was namelijk een puriteins christen en tevens groot voorstander van de drooglegging.

De rondleiding duurde langer dan verwacht en tijdens het laatste kwartier dwaalde onze blik herhaaldelijk af naar onze horloges. We moesten rond drie uur terug in het hotel zijn om een taxi naar de luchthaven te nemen. Na het allerlaatste woord van de gids, spurtten we weg. We namen het zeker voor het onzekere en namen de taxi terwijl we slechts een paar blokken van ons hotel verwijderd waren.

We haalden onze koffers op, sprongen in de eerste de beste taxi en vertrokken naar de luchthaven. We zaten nog geen vijf minuten in de taxi of de hemelsluizen werden open gezet. Een regelrechte wolkbreuk met de bijhorende klank- en lichteffecten. Wat een spectaculair onweer!

In de luchthaven deden we een curbside check in en zochten we een plaatsje bij onze gate. Terwijl we wachtten op ons vliegtuig werden de herhalingen van de begrafenis van MJ uitgezonden. Iedereen, maar dan ook iedereen stond of zat naar de tv-schermen te kijken. Mezelf inbegrepen. Na de zoveelste herhaling van het fragment waarin zijn dochter het woord nam, had ik het wel gezien en schreef ik verder aan mijn reisverslag.

Door het hevige onweer konden we niet dadelijk opstijgen. Tien minuutjes vertraging werden een half uur, een uur en uiteindelijk anderhalf uur. Toen we eindelijk opstegen lag New York alweer in de zon. De vlucht naar huis verliep zonder problemen.

Het was een prachtige reis die ons op veel mooie plaatsen bracht. Een speciale dankjewel aan vrienden L en J die zo gastvrij waren en vriend H die de beste Grote Leider ooit was.

6 juli 2009: Intrepid, Madame Tussauds & Guggenheim

Het voelde een beetje onwennig, zo op stap gaan zonder vriend H, aka onze Grote Leider. Er waren nog zoveel dingen die we wilden bezoeken in New York, maar wie zou er ons nu helpen de knopen door te hakken? Na lang en zwaar en diep nadenken, besloten we optimaal gebruik te maken van onze New York Pass. Als je een bezoek aan New York wil brengen en van plan bent de grote toeristische attracties te bezoeken, kan ik deze pas alleen maar aanraden. Je kan de lange rijen aan de kassa’s ermee vermijden en als je veel bezoekt, maak je zeker winst.

We ontbeten in het hotel om zoveel mogelijk tijd uit te sparen en begonnen de dag met een bezoek aan het vliegdekschip Intrepid dat omgebouwd is tot een zee-, luchtvaart- en ruimtevaartmuseum. Aan boord van de Intrepid lieten we ons verleiden om tweemaal in een flight simulator te stappen. De eerste simulator was de leukste, want die konden we zelf besturen. Ik merkte dat ik niet in de wieg gelegd ben om piloot te worden, want we hingen met mij aan het stuur meer op onze kop dan wat anders, maar fun was het wel. De tweede flight simulator was een passievere ervaring. We kregen een 3D-brilletje op onze neus en ondergingen. Dan hang ik liever op mijn kop. 😉 Wel jammer dat we voor die flight simulators alweer moesten bijbetalen.

Daarna bezochten we de tweede duikboot van de reis. Een Amerikaanse duikboot met nucleaire raketten die tijdens de Koude Oorlog kort gediend had in de Amerikaanse marine. Na negen jaar dienst was de technologie van deze duikboot al achterhaald, omdat ze moest boven water komen om haar raketten af te vuren en zo stel je je natuurlijk bloot aan ontdekking door de vijand. Ik vond dit bezoek interessanter dan dat aan de U-505 omdat we nu wel een degelijke uitleg kregen en er voldoende informatieborden in de duikboot zelf aangebracht waren.

In het museum kon je ook een oude Concorde bekijken. Toch een zeer mooi en elegant toestel. Jammer dat ik nooit in zo’n toestel heb kunnen vliegen. In minder dan drie uur van Londen naar New York, ik zou mijn tickets snel besteld hebben.

We liepen rond op de brug van het vliegdekschip, bekeken de werkplek van de admiraal en maakten dat we snel buiten waren, want het was daar snikheet. Na nog wat helikopters en vliegtuigen bewonderd te hebben, was het tijd voor ons ritje met the Beast. Voordat we de Intrepid gingen bezoeken, hadden we een kaartje gekocht voor een rondvaart met the Beast om 13.00u. The Beast is een grote speedboat die ons een dolle rit beloofde.

We stonden als eerste in de rij om toch maar een goed plaatsje op the Beast te bemachtigen. Ik had gehoord dat het wel eens een natte rit kon worden, dus had ik mij daarop voorzien met geschikte, sneldrogende kledij. Na ongeveer tien minuten wachten, bleek dat we samen waren met een grote groep lawaaierige tieners. Nuja, geen erg, we stonden nog altijd vooraan.

Wat later kwam er een werknemer van de Circle Line ons zeggen dat de groep voorrang had. Wij waren lichtelijk geïrriteerd omdat wij al een tijdje stonden te wachten. Al mopperend lieten we de groep voor. Nog wat later werd ons gezegd dat we niet op de boot konden. Wij, niet-begrijpend: “Maar we hebben een kaartje voor de tocht van 13.00u.” Hij: “De boot is gecharterd door deze groep.” Wij:”So what? We kunnen er best nog bij en we hebben aan de kassa expliciet een ticket voor déze rondvaart gevraagd.”

Koppig bleven we staan in de rij. Ondertussen was 13.00u al een tijdje voorbij en we werden wat ongeduldig. We wrongen ons tussen de blauwe t-shirts van de groep en schoven mee op met de rij. Toen dan eindelijk de groep op de boot gelaten werd, werden we ergens in het helft van de rij tegengehouden. Neen, we mochten er echt niet op. Neen, het maakte niet uit dat we tickets voor deze rit hadden.

Ik had me echt heel erg verheugd op een wilde waterrit op the Beast en mijn irritatie begon naar boosheid om te slaan. Ik zei dat men ons dan maar geen tickets voor dit uur verkocht moest hebben en dat we al andere afspraken hadden later op de dag waardoor we ons ticket ook niet konden omruilen (een leugentje). Het maakte niet uit, ze voerden slechts bevelen uit, ik moest maar met de manager gaan spreken.

Briesend vertrokken we uit de lijn en klampten de eerste de beste Circle Line-medewerker aan met de vraag waar we de manager konden vinden. Niemand die ons kon of wilde verder helpen. Naar de kassa dan maar, waar men ons het foute ticket verkocht had. De mevrouw aan de kassa wist dat ze een fout gemaakt had en probeerde ons nog een ander ticket aan te bieden, maar ondertussen was ik zodanig tot het kookpunt gekomen door de botte behandeling door Circle Line dat ik op geen enkele andere boot meer wilde dan the Beast van 13.00u. Het was een principekwestie geworden. En wees maar zeker dat er na dit incident een klachtenmail naar de New York pass zal vertrekken. Schandalig.

Teleurgesteld trokken we naar het centrum van Manhattan, onderweg aten we een chocolatechip cookie om het suikerpeil op niveau te houden. We besloten eens iets echt supertoeristisch te doen: een bezoekje brengen aan Madame Tussauds. Een attractie die mij normaal gezien niet echt aanspreekt, maar hey, het was inbegrepen in de New York pass en het kon geen kwaad er gewoon eens door te lopen.

Madame Tussauds viel beter mee dan verwacht. Sommige wassen beelden waren echt heel geslaagd. Bij andere had ik dan weer moeite om de beroemdheid in kwestie te herkennen. Ik poseerde met mijn grote helden Captain Jean-Luc Picard en Bill Gates 😉 en had er vooral plezier in om de vele tienermeisjes te observeren die zich in alle mogelijke poses bij hun idolen lieten vastleggen.

Hoogtepunt voor mijn vriendje: het bezoek aan het house of horrors. Zelf vond ik het heel erg flauw. Ik ben iemand die niet aan het schrikken te brengen is met de doorsnee middeltjes. Een mens die vanachter een deur komt en boe roept, in een situatie waarin ik zulke dingen verwacht, ik knipper niet eens met mijn ogen. We waren tegelijkertijd met een troep tienermeisjes in het house of horrors binnengelaten en ik heb mijn oren moeten dichthouden om mijn trommelvliezen tegen het gegil te beschermen. Ze vonden blijkbaar mijn vriend een hele stoere (hij was de enige man in het groepje) want op een gegeven moment hingen er drie tienermeisjes aan zijn rugzak op zoek naar bescherming. Hilarisch. :-)

Na drie kwartier Madame Tussauds hielden we het voor bekeken en beslisten we serieuzere dingen te doen. Een museum of zo. Guggenheim Museum sprak me alleen al aan door de schitterende architectuur van Frank Lloyd Wright. Bij het binnenkomen doorzocht de security voor de zoveelste keer onze rugzak en konden we vervolgens het gebouw in ons opnemen.

Jammer genoeg was het enkel in de inkomhal toegelaten foto’s te nemen. De hoofdtentoonstelling stond volledig in het teken van Frank Lloyd Wright. Ik moet toegeven dat ik maar oppervlakkig bekend was met het werk van deze architect, maar wat ik zag in het Guggenheim Museum was buitengewoon inspirerend. De mens had een passie voor architectuur die zich uitte in de vele futuristische plannen die nooit gerealiseerd werden. Zijn dada was de integratie van architectuur in de omgeving. Typisch voorbeeld daarvan is het bekende Fallingwater.

Na het Guggenheim Museum wandelden we door Central Park naar het restaurant dat we uitgekozen hadden voor ons laatste avondmaal in New York. Omdat al het Japanse eten tot nu toe exquisite was geweest en we grote liefhebbers zijn van deze keuken, gingen we naar En Japanese Brasserie. Al doet de naam brasserie het restaurant beslist geen eer aan.

We gingen meteen all the way met het zevengangenmenu: Chef’s Osusume. Bij elke gang werd er aangepaste sake of shochu geserveerd. Shochu is een soort Japanse wodka, maar dan minder straf (rond de 25%) die met heel veel ijs geserveerd wordt. De verschillende gangen waren naar goede Japanse gewoonte kunstwerkjes. En de bediening is zeker tien keer komen vragen wat we van de shochu vonden. Blijkbaar waren er klanten die dit drankje niet wisten te smaken. Wij vonden het zalig om de nieuwe en bijzondere smaken uit te proberen. En na het eten hadden we zelfs niet dat onaangenaame gevoel van veel te veel gegeten te hebben. Echt een aanrader voor wie eens wat anders wil proberen.

Fotovoorstelling Amerikareis

Gisteren hebben we de spits afgebeten met de eerste fotovoorstelling van onze Amerikareis bij L en J. Onze samenkomst was spontaan tot stand gekomen. L was erin geslaagd de dag vóór ons feest (dat btw géén trouwfeest was) zijn enkel te breken en zijn ligamenten te scheuren tijdens een partijtje paintball. Ipv gezellig mee te komen vieren, lag hij te kermen ergens in een ziekenhuis terwijl zijn voet hing te bungelen aan zijn been. Dat komt ervan de stoere te willen uithangen. 😉

Na onze thuiskomst stuurde ik een mailtje naar L om te vragen of we op ziekenbezoek konden komen en of hij eventueel geïnteresseerd was om wat foto’s te zien van Amerika. Dat was hij. De verdere afspraken waren snel gemaakt. Mijn vriend en ik haalden gisterenavond Thais voor vier personen en we aten dat gezellig bij L en J thuis op. Ik had snel, snel nog een flesje wijn meegegrist om bij het eten te drinken en dat bleek een echte meevaller te zijn. Het was een fles wijn waarvan mijn vriend ooit eens een kistje cadeau gekregen had van een collega. Toen we de eerste flessen daarvan dronken, vonden we ze wat tegenvallen. Maar nu bleek dat we gewoon te snel van de flessen gedronken hadden. Ze hadden gewoon wat tijd nodig om te rijpen. Stom, stom.

Tijdens de fotovoorstelling verveelde ik onze gastheer en gastvrouw met veel te lange uitweidingen over architectuur een geschiedenis, terwijl mijn vriend mij de hele tijd zat aan te manen om toch maar sneller door de foto’s te gaan. En dan zaten ze mij ook nog uit te lachen met mijn geklungel met de muis. Tss! Toen onze gastvrouw bijna in slaap viel (ik moet nog wat aan mijn vertelkunsten schaven, vrees ik) en mijn vriend een beetje té goedgezind werd van al die wodka, trokken we naar huis.

Op naar de volgende fotovoorstelling.

5 juli: Cheesecake, Statue of Liberty, Ellis Island, Empire State Building, Grand Central Station en nog veel meer

Een drukke dag voor de boeg. De laatste dag die H in New York zou doorbrengen. Er waren nog een hoop dingen die hij wilde bezoeken, voordat hij ‘s avonds op het vliegtuig naar Chicago zou stappen. We stonden extra vroeg op en sloegen zelfs onze ochtendlijke douche over. Wat een mens al niet doet uit vriendschap. 😉

We ontbeten in supersneltempo (ik denk dat ik sinds ik in New York ben alleen nog maar in supersneltempo ontbeten heb, de jachtigheid van de grootstad heeft me in zijn greep). We nuttigden ons ontbijt bij Junior’s. Ik dacht: “Hey, laat ik eens gezond doen en een yoghurtje als ontbijt nemen.” Maar omdat een yoghurtje alleen me ook zo zielig leek, liet ik me verleiden door (volgens de menukaart) de World’s Most Fabulous Cheesecake.

Een kleine misrekening, zo bleek. Mijn yoghurt met fruit en granola was gigantisch en vulde enorm. De cheesecake stond naast mijn bord te blinken. Ik nam één hap en meteen werden er signalen naar mijn hersenen gestuurd dat mijn maag echt vol zat. Er kon geen tweede hap, laat staan de rest van de cheesecake meer bij. En toen deed ik iets wat ik nog nooit had gedaan. Ik vroeg of ik een doosje kon krijgen om mijn cheesecake mee te nemen. Jaja, de Amerikaanse gewoonten begonnen me in hun greep te krijgen. 😉

Om zoveel mogelijk tijd te besparen, namen we een taxi naar de ferry. Ik had gedacht dat we in New York heel veel gebruik zouden maken van de metro, maar door de alomtegenwoordigheid van taxi’s was de verleiding om snel een taxi te roepen om je van punt A naar punt B te brengen gewoon te groot. We namen tijdens ons ganse verblijf in New York slechts één maal de metro (schaam, schaam, en dat terwijl ik zo’n grote voorstander van het openbaar vervoer ben).

De taxirit naar de ferry was een belevenis op zich. De chauffeur feliciteerde ons bij het instappen omdat we de enige taxi in New York gevonden hadden die bestuurd werd door iemand die effectief in Amerika geboren was. En het klopte wel, de vorige taxi’s die genomen hadden, werden, te oordelen aan de zware accenten waarmee de chauffeurs spraken, bestuurd door inwijkelingen.

Onze chauffeur was niet te stoppen. Na de standaardvraag: “Where are you from?” kregen we een heel verhaal te horen. Over hoe hij eerst eigenaar van een bar was, daarna in de immobiliënsector was gestapt, maar dat daar nu geen geld meer mee te verdienen viel en dat hij daarom taxichauffeur geworden was. Ja, dat Belgische bier, ja, dat kende hij als baruitbater natuurlijk heel goed. Dat hij in zijn jonge jaren met de Harley Davidson door Europa getrokken had. Dat hij tijdens die reis was beginnen knokken ergens in een kroeg in Noord-Italië en dat hij vervolgens door de Italiaanse politie de grens overgezet was. En dat de mensen hem altijd vroegen wat hij van dit of dat land vond en dat hij dan antwoordde: “I don’t know, I’ve only seen the bars.” Als laatste goeie raad gaf hij ons mee dat we maar veel moesten roken (tabak én wiet) en drinken nu we nog jong waren. De rit was een hele belevenis. 😉

Na de taxirit namen we de veerboot naar Liberty Island waar we het cadeautje van de staat Frankrijk bewonderden. Een koperen, flink uit de kluiten gewassen madame. We hadden gehoopt de kroon van het vrijheidsbeeld te kunnen bezoeken, maar de tickets waren al lang op voorhand uitverkocht. En hoewel H zijn best gedaan had om tickets vast te krijgen, was dit niet gelukt. We deden een poging om de rest van de cheesecake op te eten en wandelden rond het beeld. We namen wat typische toeristenfotootjes. We zochten naar een 9/11 memorial dat op de kaart stond aangegeven, maar onvindbaar bleek en volgens één van de locals op een ander eiland lag. We sloegen het museum over en namen de ferry naar Ellis Island.

Ellis Island is een eiland dat vroeger één van de toegangspoorten tot de USA vormde. In totaal kwamen er zo’n 12 miljoen migranten via Ellis Island het land binnen. We kregen een rondleiding van een ranger op pensioen die ons uit de doeken deed hoe de verwerkingsprocedure van een doorsnee immigrant in zijn werk ging. Ik vond het hele proces erg onmenselijk aandoen: die medische controle na de lange bootreis op mekaar gepakt in derde klasse, het scheiden van de zieken van de gezonden, de slaapzalen met drie stapelbedden boven mekaar waarin de familie van de zieke moest wachten tot die laatste genezen was, de juridische controle,… Een bureaucratisch proces heeft natuurlijk altijd dat afstandelijke, dat tikkeltje onmenselijke in zich. Uiteindelijk werden slechts 2% van de inwijkelingen geweigerd en terug op de boot naar Europa gezet.

We namen de ferry terug naar Manhatten en lieten ons door een taxi voor het Empire State Building afzetten. Het Empire State Building is met 381 meter de hoogste wolkenkrabber in New York. We hadden ons voorbereid op lange wachtrijen, maar uiteindelijk bereikten we de top in een kleine twintig minuten. We sloegen een deel van de wachtrijen over door de laatste zes verdiepingen naar het observatory op de 86ste verdieping met de trap te doen. Goed om al die cheesecake te verbranden. 😉 Verdieping 102 bezochten we niet, omdat dit ons afgeraden werd door de vader van H die het niet de moeite vond om er de extra kostprijs voor te betalen.

Na het Empire State Building bezochten we in zeven haasten de New York Public Library, Grand Central Station, St Patrick’s Cathedral en Rockefeller Plaza. Als alternatief voor de lunch aten we onderweg snel een chocolate chip cookie. So much to see, so little time. Na deze laatste eindsprint hadden we alles gezien wat nog op H zijn verlanglijstje stond. Hij kon met een gerust gemoed naar Chicago vertrekken.

We vergezelden H naar het hotel, wuifden hem uit en bezwoeren onszelf de rest van de avond in een trager tempo door te brengen. We aten ons avondmaal (vis, gezond!) in de buitenlucht op Rockefeller Plaza, met uitzicht op de lelijkste fontein ooit Boven de fontein zweefde een aartslelijk, verguld beeld van Prometheus. Gelukkig zat ik er met mijn rug naartoe.

De rest van de avond brachten we door op de hotelkamer. Eindelijk was het gedaan met de stiekeme, stille seks onder de lakens. 😉