Overslapen

Ik denk dat ons ontspannend avondje sauna gisteren een beetje te goed gewerkt heeft. Toegegeven, de vrijpartij voor het slapengaan (wegens te druk in de sauna en te weinig discrete hoekjes) heeft redelijk wat van onze energie geëist, maar al bij al lagen we nog vóór één uur in bed. Ik had nooit verwacht deze ochtend pas om half twaalf uit bed te rollen (maar deugd deed het wel). Doordat mijn vriend en ik zo laat opgestaan zijn, lag meteen ons hele dagschema overhoop, waren we veel later dan gepland op de Umicore-opendeurdag en lukte het niet meer een stukje van de wielerwedstrijd in Leuven mee te pikken.

En weet je wat? I don’t give a damn! Een mens kan niet alles tegelijkertijd.

Verdorie

Nu ga ik weer te laat in bed liggen! En dat terwijl ik mij nochtans voorgenomen had om goed uitgeslapen te zijn voor de cursus Documentum morgen. Een troost is dat het mondeling examen van Japans vlotjes ging, alweer iets minder om mij zorgen over te maken. Op naar een kwalitatieve nachtrust!

Moe

Zo moe dat ik vanavond meer langs dan op het squashballetje gemept heb. Het was net alsof al mijn bewegingen vertraagd werden. Ik holde constant achter de feiten aan. ‘k Heb dan maar bij thuiskomst een lang, warm bad genomen, samen met mijn vriendje. En nu is het bedtijd. Een mens moet toch één keer per week voor middernacht onder de wol liggen.

Slaap

Gisteren zijn we met een groepje vrienden gaan poolen. (Mijn poolkunsten zijn nog steeds voor grote verbetering vatbaar, al heb ik even een klein vreugdesprongetje gemaakt toen ik – bij grote uitzondering – vier ballen achter mekaar potte en daar – bij nog grotere uitzondering – geen witte of zwarte bal tussen zat.) Omdat vriend C geen kot meer had in Leuven, bleef hij bij ons slapen. Leuk om nog eens een logé te hebben. Dat stapelbed moet renderen, he!

Nadat we elkaar rond middernacht goeienacht gewenst hadden, viel ik bijna direct in slaap (het voordeel van chronische vermoeidheid). Helaas werd deze slaap enkele keren onderbroken door nachtelijke toiletbezoekjes. Blijkbaar heeft appelkers een stimulerend effect op mijn blaas. Nog meer helaas: om half zeven werden mijn vriend en ik ruw uit onze slaap gewekt door een gigantische vrachtwagen-met-betonmolen die vlak onder ons raam zijn (lawaaierig) ding stond te doen. To onzer grote frustratie.

Na tevergeefse pogingen om de slaap terug te vatten en het irritante geluid buiten te sluiten, ben ik dan maar opgestaan. We hadden afgesproken dat ik C om half acht zou wakker maken. Maar omdat ik dacht dat hij toch al lang wakker zou zijn door al dat lawaai nam ik eerst de tijd om uitgebreid te douchen. Zo rond een uur of acht, ben ik dan toch maar op de deur gaan kloppen. En wat bleek: C was nog fijn aan het slapen. Van al het lawaai buiten had hij niks gemerkt. En jaloers dat ik was.

Decibels

Amai, drie kindjes kunnen verdorie veel lawaai produceren. ‘t Was plezant om met het klein grut te spelen, maar ‘k was toch blij toen ze in hun bedjes lagen en we op ons gemak konden bijpraten met de papa’s en de mama’s. Hun aanwezigheid heeft wel voor een unicum gezorgd in ons appartementje. Voor het eerst heeft er iemand in de badkamer geslapen. Tja, als je maar twee slaapkamers hebt en de kindjes laten mekaar niet slapen, dan moeten er drastischere middelen gezocht worden. 😉

Droom

Vannacht vloog ik in mijn dromen. En daar ben ik heel gelukkig mee, want het moet jaren geleden zijn dat ik nog eens een vliegdroom had. Vroeger verkende ik droomgewijs wel vaker het luchtruim. De laatste jaren bleef ik helaas in mijn dromen met beide voeten op de grond. Dat er in mijn droom vannacht ook een kerkhof voorkwam, stoort me niet. ‘t Zal mijn morbide kantje wel zijn, want ik heb kerkhoven altijd rustgevende plaatsen gevonden.