Kaas en wijn

Gisteren was het een bijzondere dag. Niet alleen door het bezoek van Sinterklaas en de cadeautjes die hij achterliet, maar ook omdat mijn nonkel en tante uit Antwerpen met hun kroost voor het eerst op bezoek kwamen. Ja, ik weet het, ondertussen wonen we al bijna twee jaar op ons appartement. Schandalig dat mijn nonkel en tante er nog niet geweest waren, maar echt, het is bijna onmogelijk om hun vier zonen tegelijkertijd op dezelfde plaats samen te krijgen. Ook nu ontbrak er eentje, spijtig genoeg.

Met mijn broer en zijn vriendin erbij, waren we in totaal met negen personen. En dat vond ik net te veel om voor te koken. Ik had niet veel zin om de ganse avond in de keuken te staan. We kozen voor een gemakkelijk alternatief: een kaastafel. Geen werk aan en heel erg lekker. Voor de zekerheid had ik wel even geïnformeerd of iedereen kaas lustte. Ik had beter moeten weten, want scouts eten alles. 😉

Het was een heel geslaagde avond. Lekkere kaas vergezeld van goeie wijn om de tongen los te maken. We vertelden over onze reis naar Australië en de wonderbaarlijke dingen die we daar zagen. Informeerden nogmaals wanneer de jonge heren het ouderlijke huis zouden verlaten. Nog niet al te snel blijkbaar, ze hebben het veel te goed bij de mama. 😉 We zijn er niet in geslaagd alle kaas op te krijgen, maar dat lag zeker niet aan onze gasten. We kunnen dus nog een paar dagen nagenieten…

The good life

Er zijn weinig dingen waar ik meer van kan genieten dan een avond in goed gezelschap in een gezellig restaurantje. Gisteren was zo’n avond. We hadden afgesproken om met L en J iets te gaan eten in Entre Nous in de Naamsestraat. Een restaurantje dat ik nog bezocht had. Toen we er binnenkwamen, bleek dat reserveren niet echt nodig geweest was. Het was er bijzonder leeg en op ons tafeltje na, was de bediening werkloos. Een beetje jammer, want het eten was lekker: mijn hertenfilet was superlekker, alleen de witlof had wat langer mogen stoven. Gelukkig druppelden later op de avond nog wat mensen binnen. Want het is toch wel pijnlijk, zo’n groot restaurant met zo weinig volk.

Enfin, wij trokken het ons niet aan en babbelden er duchtig op los, terwijl we nipten van de voortreffelijke wijn die L gekozen had. Zo duchtig dat we meteen ook voor entertainment zorgden voor het enige koppeltje dat zich in onze buurt bevond. Ze waren overduidelijk erg geïnteresseerd in onze gesprekken. 😉

Als afsluiter zijn we nog iets gaan drinken in Bar Louis, een chic café op de Grote Markt voorzien van gezellige zeteltjes om in weg te zakken. Alleen jammer van dat verstopte afvoerputteke (allez, ik denk toch dat dit de oorzaak is) dat vooraan voor een beetje een rioollucht zorgt. Gelukkig hadden we daar achteraan geen last van. Mijn vriend was onvermoeibaar, want hoewel ik mijn ogen stilletjesaan voelde dichtvallen, leek hij geen enkel teken van vermoeidheid te tonen. Tegen een uur of half twee vond ik het echter welletjes en trokken we richting bed.

Bedankt, L en J voor de gezellige avond. Dat doen we snel weer!

Zottenkot

Hier op het werk. Jongens toch, niet te doen. Iedereen loopt rond als kippen zonder kop. Net een woede-uitbarsting van de grote baas. Door iedereen gehoord natuurlijk. Aja, de voordelen van een landschapsbureau. Het is een ongezien drukke periode, ook voor mij. Ik probeer het hoofd boven water te houden en voorlopig lukt dat nog. Maar ojee, wat heb ik een heimwee naar de zon en de warmte van Australië.

Tobouter and friends

Sinds gisteren heeft ons appartementje er een nieuwe inwoner bij. Hij werd eerst een beetje argwanend onthaald door de andere appartementsbewoners. Tobouters hebben namelijk de naam niet gemakkelijk in de omgang te zijn. Gelukkig bleek deze Tobouter nog niet de kwaadste. Al is er geen discussie mogelijk over wie de aanvoerder van het gloednieuwe trio is. 😉

Zo schattig…

Sinds een tijdje correspondeer ik met een Zuid-Afrikaan wiens zoon binnenkort in België stage komt lopen. Jaja, de wegen van het internet zijn onderdoorgrondelijk. Je leert mensen kennen die je in het echte leven nooit zou tegenkomen. Elke keer als ik een mailtje krijg in het Afrikaans, is mijn dag weer goed. Zo’n schattig taaltje! Zeg nu zelf:

Dit is vandag weer 35 grade, maar die boere is bly daaroor, hulle boer hier by ons met mangoes, lietjies, avo, piesangs (bananas), sitrus en groentes.

Ik word er helemaal vrolijk van.

Engagement

Wat is dat toch met mensen die zich met mooie woorden ergens voor engageren en vervolgens niks, nada, noppens doen? Ik kom zulke mensen veel te vaak tegen naar mijn goesting. Zowel in professionele als in privé-context. Voor mij is het simpel: als ik mij ergens voor engageer, doe ik dat ten volle. Als ik u een belofte doe, zal ik deze ook houden, tenzij ik door overmacht in het ziekenhuis lig of zo.

Ook bij vrijwilligerswerk kom ik dit vaak tegen. Mooie woorden genoeg, maar daden, ho maar. Vooral bij vrijwilligerswerk snap ik dit niet. Engageer je dan gewoon niet als je denkt je engagement niet te kunnen waarmaken. 

Ik weet dat het belachelijk is dat ik mij opwind in zulke zaken. Ik zou beter moeten weten na jaren bij een studentenvereniging geweest te zijn waar ik exact hetzelfde fenomeen heb mogen aanschouwen. Na een oproep voor nieuwe medewerkers kregen we onveranderlijk enthousiaste mailtjes van mensen die medewerker wilden worden. Ja, ze gingen er helemaal voor gaan. Ze hadden grootse plannen. Je zag zulke mensen op één vergadering en daarna nooit meer. Ze hadden zelfs niet het goed fatsoen om een mailtje te sturen om te zeggen dat ze het toch niet zagen zitten om medewerker te worden.

Ik snap dat niet. Meer nog, ik erger mij daar geweldig aan. Ik heb een enorme hekel aan mensen die enkel lippendienst bewijzen aan de goeie zaak en vervolgens het werk aan anderen overlaten. Ik snap niet dat zulke mensen niet door schuldgevoel overrompeld worden. 

The end

En dat was meteen de allerlaatste blogpost over Australia. Ik hoor jullie al zuchten: “Oef”. Natuurlijk zijn zulke vakantieverhalen vooral leuk om te lezen als je er zelf bij was. Dus om het een beetje goed te maken, stel ik voor dat ik de komende week een paar verzoekjes afwerk. Wat willen jullie graag weten over yab? Zijn er vragen waar jullie al lang mee zitten? Laat je vragen en opmerkingen achter in de comments en ik zal proberen zo eerlijk mogelijk te antwoorden.

17 november: Laatste dag in Australië

Onze allerlaatste dag in Australië. We hadden in Cairns echt wel alles gezien wat er te zien viel en besloten het vandaag wat kalmer aan te doen. We sliepen uit en startten de dag met een ontbijt in de Botanical Gardens. Ditmaal waren we wel zo slim geweest om een taxi te nemen naar de Botanical Gardens. We hadden geen van beiden zin in een wandeling van meer dan een uur door de buitenwijken van Cairns.

Mijn eggs benedict met Tasmaanse zalm en huisgemaakte saus Hollandaise smaakten verrukkelijk, al zal het mooie decor van de botanische tuin daar ook wel wat mee te maken gehad hebben. Na het ontbijt maakten we een prachtige wandeling vlakbij de Botanical Gardens in wat het favoriete joggingterrein van gans Cairns moet geweest zijn. Respect voor die joggers, want het terrein was niet gemakkelijk te noemen. Ik heb niet geteld hoeveel trappen we onderweg gedaan hebben, maar het waren er zeker meer dan honderd en om dit dan joggend te doen…

Grappig was dat overal borden stonden dat hier beslist niet gejogd mocht worden, want op dit stukje bosgrond vlakbij Cairns kwamen Cassowary’s voor en Cassowary’s houden niet echt van joggers, naar het schijnt. Nu, we hebben heel erg ons best gedaan om een Cassowary te ontdekken, maar ze hielden zich helaas verstopt voor ons.

De wandeling op zich was een aangename verrassing. Een beetje lastig door al de trappen, maar de uitzichten die je ervoor in de plaats kreeg, waren de moeite. We zagen aan onze voeten het vliegveld van Cairns liggen met op de achtergrond de zee. Onderweg zagen we talrijke wilde kalkoenen die zich blijkbaar niks aantrokken van het feit dat kerstmis niet meer zo veraf was en rustig scharrelden op zoek naar wat lekkers. 😉

Na de wandeling sloegen we aan het twijfelen. We hadden nog een ganse namiddag voor de boeg en we wisten niet hoe deze op te vullen. We bestudeerden het kaartje van Cairns zorgvuldig en toen kreeg ik plots een inval. Ik herinnerde mij dat de Hollanders in Darwin zeiden dat ze de Royal Flying Doctors Service in Cairns bezocht hadden. Die basis van de Flying Doctors bleek niet zo heel ver van de Botanical Gardens te liggen, dus trokken we op pad.

Het was ondertussen al goed warm en het zweet gutste van ons af. Onderweg kwamen we langs wegenwerken waarbij één kant van de weg geblokkeerd was en de wagens uit beide richtingen over dezelfde rijstrook moesten. In België lost men zo’n situatie op door er tijdelijke verkeerslichten te plaatsen. In Australië is arbeid blijkbaar goedkoop: daar plaatst men twee mensen met een groot plakkaat langs beide kanten van de wegenwerken. Op de ene kant van het plakkaat staat “Stop” en langs de andere kant “Slow”. Om te weten wanneer het bord omgedraaid mag worden, geeft men deze twee mensen walki talki’s. Wat een rotjob, de ganse dag in de hete zon staan terwijl je niets anders moet doen dan een bord omdraaien.

Het was erg rustig bij de Royal Flying Doctors. Mijn vriend en ik waren de enige bezoekers en we kregen een privérondleiding van het bijzonder vriendelijke meisje dat waarschijnlijk blij was dat er eens iemand langskwam. We kregen een filmpje te zien over de geschiedenis van de Flying Doctors, keken naar oude medische instrumenten, foto’s, documenten en met pedalen aangedreven radio’s. In de tuin stond een oud vliegtuigje dat nu geen dienst meer deed met de originele apparatuur er nog in. De tuin had nog een andere troef: bij het vijvertje zaten heel grappige kleine kikkertjes.

Na ons bezoek aan de Flying Doctors trokken we taxigewijs terug naar ons hotel. We maakten onze valies en wachtten tot het tijd was voor het avondeten. Voor ons Laatste Avondmaal hadden we een reservatie gemaakt in restaurant Ochre, een restaurant dat volgens de foldertjes vernieuwende Australische keuken bood.

Omdat het onze laatste avond was, kozen we resoluut voor de fijnproeversmenu met aangepaste wijnen. Een decadente manier om onze reis af te sluiten. Om jullie wat te laten watertanden, een copy-paste van de site van Ochre met het menu dat we aten:

Tasting Menu:

Salmon gravalax with lemon aspen – mango, cucumber and beetroot – wonton crisp and lemon myrtle + Tim Adams Riesling 2006 Clare Valley

Queensland scallops wrapped in prosciutto – artichoke, tomato and herbs sunrise lime and Tablelands honey dressing + Henschke’s Tilly Vineyard 2005 Barossa

Crispy salt and pepper quail – green papaya and local bamboo shoot salad – wild lime and chilli sorbet + Yering Station Pinot Noir 2006 Yarra Valley

‘Terrarosa’ MSA beef tenderloin – sweet miso eggplant – Pontiac potato gallette star anise butter sauce and watercress + Cape d’ Estaing ‘Wisanger Hills’ Cabernet Sauvignon 2002 Kangaroo Island

Mango assiette – sauternes and mango jelly, mango cheesecake, fresh mango and kaffir lime mascapone tuille + Noble One Botrytis Semillon 2005 NSW

Selected Gallo cheese – tilset, gorgonzola and ‘Barron River’ – wattle seed lavosh – fig chutney + Morris Rutherglen Tokay & Muscat Central Victoria

De gerechten waren tongstrelend en de voortreffelijke wijnen werden royaal bijgeschonken. Na dit uitgebreide avondmaal dat meer dan drie uur duurde (schaam, schaam) wandelden we ietwat onvast terug naar ons hotel. Australië heeft ons hart veroverd en we hebben het vaste voornemen er nog ooit terug te komen. Al zal dat nog wel enkele jaren duren. De wereld is zo groot en er zijn zoveel interessante plaatsen om te ontdekken.

16 november: Skyrail en avond in Cairns

Na ons bezoek aan Rainforestation bracht de bus ons naar de Skyrail, een kabelbaan van 7,5 kilometer lang die ons over het regenwoud voerde. Deze kabelbaan is een goede illustratie van de manier waarop de Australiërs het toeristisch uitbaten van hun natuurwonderen proberen te verzoenen met natuurbescherming. De kabelbaan biedt een schitterend uitzicht over het regenwoud terwijl het woud zelf minimaal verstoord wordt.

We stapten even uit bij de tussenstations Barron Falls en Red Peak. Barron Falls bood ons een uitzicht op de watervallen die we ‘s ochtends al tijdens ons ritje met de Scenic Railway hadden bewonderd, maar dan van de andere kant gezien. Red Peak vond ik een interessantere tussenstop. Er was een boardwalk aangelegd waar we een minimaal stukje regenwoud konden verkennen. Het moet gezegd dat de borden met uitleg zeer gedetailleerd waren. Als je de moeite nam om alles te lezen, kon je ontzettend veel bijleren.

Blijkbaar hebben mooie uitzichten een lustopwekkend effect, want we profiteerden van het dubbele feit dat we het bakje van de kabelbaan helemaal voor ons alleen hadden én dat de bakjes die ons kruisten allemaal leeg waren, om een vluggertje te doen boven het regenwoud. Sex in het bakje van een kabelbaan, een mens moet openstaan voor nieuwe ervaringen. 😉

Beneden aangekomen na deze opwindende rit, kocht ik mijn eerste echte souvenir: een dode ulysses vlinder. Perfect om mijn dode vlinder uit Thailand en mijn dode schorpioen uit Tunesië gezelschap te houden. Al begrijpt mijn vriend mijn fascinatie voor dode beesten niet echt, ik liet me niet van de wijs brengen: dit prachtig blauwe opgeprikte exemplaar zou het mijne worden. Gelukkig is de ulysses vlinder nu niet meer met uitsterven bedreigd, waardoor het niet langer verboden is de vlinders uit te voeren.

Op de terugweg met de bus naar Cairns deed er zich nog een grappige slapsticksituatie voor. De buschauffeur was vergeten dat hij onderweg nog iemand moest oppikken, waardoor we een kort stukje terug moesten rijden. Bij de oppikplaats was er natuurlijk niemand te bekennen en ging de chauffeur binnen in het restaurant op zoek naar de bewuste persoon. Ondertussen was de mevrouw die opgehaald moest worden, langs een andere uitgang naar buiten gekomen en in de bus gestapt, zonder dat ze onderweg de chauffeur was tegengekomen. Mijn vriend ging daarop de chauffeur achterna om te zeggen dat de persoon in kwestie al in de bus zat.

Natuurlijk kwam iets daarna de chauffeur langs de andere uitgang buiten, zonder mijn vriend gezien te hebben. De chauffeur besefte niet dat de mevrouw al ingestapt was en was duidelijk niet op zijn gemak. Ik maakt hem snel duidelijk dat de mevrouw er al was. Vreemd dat de mevrouw in kwestie zelf niet op het idee kwam om dit te doen, want ze was achteraan in de bus gaan zitten zonder dat de chauffeur dit kon weten. Vervolgens was de chauffeur bijna vertrokken zonder mijn vriend. Gelukkig kon ik hem nog net op tijd tegenhouden. Ik denk dat de chauffeur door de hele situatie wat in de war was, want hij reageerde nogal vreemd op het feit dat mijn vriend hem was gaan zoeken, terwijl dit ons een logische reactie leek. Enfin, eind goed, al goed. Iedereen zat in de bus en we konden met een gerust gemoed naar Cairns terugrijden.

Achteraf bezien was dit ons meest toeristische uitstapje tot nu toe. We voelden ons vaak als kleine kinderen die bij het handje gehouden moesten worden, maar toch heb ik er met volle teugen van genoten. ‘t Is niet omdat de paden platgetreden zijn dat ze niet mooi en interessant zijn.

‘s Avonds liet ik als aandenken een tijdelijke tattoo plaatsen. Ik liet een draakje op mijn arm plaatsen in de hoop dat het een week zou blijven staan en zo de herinnering aan deze mooie vakantie zou levend houden. We aten een klein hapje in de foodmarkets, maakten een mooie wandeling op het houten wandelpad langs het strand en dronken als afsluiting van de dag opnieuw cocktails in ons hotel. Het liedje wordt een beetje afgezaagd. 😉