Boekenlijstje

Via het Radiofonisch instituut kwam ik uit op de shortlist van 10 boeken voor de verkiezing van het ‘beste buitenlandse boek aller tijden’. En wat blijkt, ondanks het feit dat mijn leestijd tegenwoordig erg beperkt is en meestal bestaat uit gestolen momenten ergens in een wachtrij of op de trein, heb ik toch zes boeken uit het lijstje gelezen. Met name ‘De gebroeders Karamazov’ van Dostojevski, ‘De naam van de roos’ van Umberto Eco, ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Gabriel García Márquez, ‘1984’ van George Orwell, ‘In de ban van de ring’ van Tolkien en ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoj.

Als je mij vraagt welk van deze boeken het verdient om verkozen te worden tot beste buitenlandse boek aller tijden, moet ik niet lang twijfelen: ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Márquez. Een briljant boek dat me vanaf de eerste bladzijden in zijn greep hield. Ik heb werkelijk van elke bladzijde van dit boek genoten. De tragiek, de Zuid-Amerikaanse setting, het magisch-realisme. Geweldig. Go and see for yourself!

Moederinstinct

Als je een bepaalde leeftijd bereikt hebt en al een tijdje in een vaste relatie zit, beginnen de vragen te komen over gezinsuitbreiding. Want ja, het is de normale gang der zaken dat een mens zich voortplant en bij vrouwen bestaat er naar het schijnt zoiets als een biologische klok. Meestal wuif ik dat soort vragen weg met een oppervlakkig: “Och, daar zijn we nog niet aan toe.” Terwijl ik dolgraag wil zeggen: “Ik wil geen kinderen, nu niet en hoogst waarschijnlijk nooit niet.” (dubbele negatie gebruikt als versterking) Ik zie kinderen als een beperking van mijn vrijheid en de enige persoon die mijn vrijheid mag beperken ben ikzelf. Ik heb nog heel veel plannen en dromen en die zijn nu eenmaal onverenigbaar met het concept kinderen. Ik weet dat dit egoïstisch klinkt, maar naar mijn mening moet je enkel nakomelingen op de wereld zetten als je er honderd procent voor wil gaan. Ik heb op geen enkel tijdstip in mijn leven het gevoel gehad dat ik mijn genen aan een volgende generatie wilde doorgeven, zo’n goeie genen zijn het nu ook weer niet. 😉 Moederinstinct het is mijn volkomen vreemd.

Het complot van België

Dit flinterdun boekje van Chris de Stoop was snel uitgelezen. In het boek worden drie verhaallijnen met elkaar verweven. De Stoop illustreert de mistoestanden in de naoorlogse psychiatrie aan de hand van het uitermate tragische verhaal van zijn nonkel André, voor de rest van zijn leven verminkt door een lobotomie, een operatie die toen erg in de mode was. Het tweede onderwerp van het boek is het verhaal van Nina H, paranoïde stalkster die overal complotten ziet. Het derde verhaal is dat van de gruwel van de Rwandeese volkerenmoord. Een gruwel die de Westerse wereld heeft laten gebeuren, moedwillig de ogen sluitend voor de tragedie die zich ontvouwde. Een tragedie die gevoed werd door het onderlinge wantrouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Wantrouwen dat omsloeg in waanzin en waarvan we de ware toedracht, die verduisterd wordt door complottheorieën allerhande, wel nooit zullen weten. Het verhaal van nonkel André en de volkerenmoord zorgen voor de nodige tragiek, Nina H voor de tragikomische noot.

Toch is het mij nooit helemaal duidelijk geworden waar dit boek naartoe wil. Wat wil Chris de Stoop aantonen? Zijn complotten onzin? Voeden ze het wantrouwen? Of zit er toch een bodem van waarheid in? Ik had het gevoel dat Chris de Stoop eigenlijk drie boeken wilde schrijven, maar na enkele hoofdstukken geen zin meer had om deze drie boeken te voltooien en dan maar de verschillende hoofdstukken  door mekaar geklutst heeft, gebruik makend van een flinterdune rode draad die er misschien geen is. Als hij zich beperkt had tot één dieper uitgewerkt onderwerp had er veel meer in gezeten.

Cultuurkloof

Gisteren kwamen oudstudiegenoot N en zijn vriendin U eten. U is een sympathieke Chinese die een drietal jaar geleden naar België gekomen is om te studeren, N ontmoet heeft en zo in ons landje is blijven plakken. Binnenkort gaan ze zelfs trouwen. Louter uit praktische overwegingen (N is niet zo’n romanticus), kwestie van komaf te maken met de administratieve rompslomp veroorzaakt door het steeds moeten verlengen van haar arbeidsvergunning. Doordat zo’n arbeidsvergunning maar tijdelijk is, kan U nooit een vast contract krijgen. Niet echt bevorderlijk voor een stabiele toekomst.

Tijdens het eten kwam het gesprek op de studies die U gedaan heeft. Ze is maritiem bioloog én antropoloog. Twee diploma’s die het echter niet evident maken om een passende job op de arbeidsmarkt te vinden. Ik vroeg haar waarom ze maritiem biologe is geworden (haar eerse studie). U vertelde dat je in China bij je aanvraag voor universitaire studies vier universiteiten moet opgeven en voor elke universiteit vier studierichtingen die je wil volgen. Afhankelijk van de scores die je op eerdere testen bepaald hebt, wordt jou dan een keuze toegewezen. Ze vertelde me dat haar vader de eerst drie universiteiten voor haar had gekozen en dat zij de vierde en laatste mocht kiezen. In een romantische opwelling had ze maritiem bioloog ingevuld, bijna zeker dat het dat toch niet zou worden. Wel dus.

Haar verhaal deed me weer even beseffen hoe geweldig goed wij het hier hebben. Kan je je voorstellen dat je ouders voor jou je studiekeuze zouden maken? Of dat je niet zelf vrij kan bepalen naar welke universiteit je gaat? Wij hebben zoveel keuzemogelijkheden, zoveel vrijheden, zoveel mogelijkheden en toch wordt er hier zoveel gemopperd. U vertelde het verhaal trouwens alsof het doodnormaal was dat haar vader voor haar koos, geen haar op haar hoofd dat eraan twijfelde dat zijn oordeel juist was. Wij westerlingen, verwende watjes zijn we.

For the record nog even het menu van gisteren:
– wrap met zalm, roomkaas en selder als appetizer
– gemarineerde kippenspiesjes (recht uit de diepvries van de Delhaize)
– curry van rundsvlees, stropaddenstoelen en babymaïs
– ijs als dessert (ik wilde cake maken totdat ik tot het besef kwam dat je daar eigenlijk eieren voor nodig hebt).

Geluk moet je afdwingen

Derde keer, goeie keer. Of zoiets. Ik ben vandaag drie keer verhuisd. De eerste keer naar de door mij gewenste plaats, waar ik verdreven werd door een verkeerd vallende munt (en ik had nochtans kop gekozen omdat ik mij heb laten wijsmaken dat statistisch gezien de kans groter is dat de uitkomst kop is). Daarna zat ik werkelijk op de slechtste plaats van gans de open werkruimte. Vlakbij de gang, constant mensen die langskwamen, geen kastruimte in de buurt. Echt rottig. Totdat mij ter ore kwam dat er bij het raam nog een plekje was, normaalgezien voorbestemd voor een verdwaald lid van een ander team, maar omdat dit team uit een aantal mensen bestaat die halftijds werken, zou deze plek in de praktijk bijna altijd leeg staan. Dus mijn boeltje gepakt en alweer verhuisd. ‘t Is niet de beste plaats, maar wel een pak beter dan de vorige.

Nu kan ik met een tevreden gevoel aan het weekend beginnen.