Wil – Jeroen Olyslaegers

Eigenlijk wel passend dat ik dit boek las vlak na ‘De begraafplaats van Praag‘, want in zeker zin, is ‘Wil’ een vervolg op het boek van Eco in die zin dat het antisemitisme ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in het boek speelt en ‘De begraafplaats van Praag’ een fictieve ontstaansgeschiedenis is van één van de documenten waarop Hitler zijn jodenhaat baseerde. En dat ik recentelijk Dunkirk zag, past eveneens mooi in het rijtje.

Ik moet zeggen dat ik werkelijk onder de indruk was van dit boek. Het lijkt wel in één lange vloeiende pennentrek geschreven. Geen enkele zin die hapert, waardoor je het moeiteloos in één ruk uitleest. Wat een schitterende staaltje schrijftalent spreidt Jeroen Olyslaegers in dit boek ten toon.

Wat dit boek zo aangrijpend maakt, is dat het de lezer toont dat de tweedeling goed versus kwaad veel minder absoluut is dan we zelf wensen te geloven. In plaats van zwart of wit, toont dit boek een bonte schakering aan grijstinten. Het hoofdpersonage is, zoals het boek het zelf zo mooi zegt, een ‘tweezak’. Een beetje een egoïstisch persoon die probeert van beide walletjes te eten en de oorlog te overleven op zijn manier. Het verbaasde me zelf hoeveel begrip ik kon opbrengen voor het hoofdpersonage, ondanks het feit dat hij eigenlijk wel een smeerlap is, die een aantal bijzonder wansmakelijke daden op zijn kerfstof heeft.

Ook de schakeling tussen verleden en heden vond ik knap gedaan. Het deed me denken aan die processen tientallen jaren na de feiten waarbij de gruwelijke misdadiger verschrompeld is tot een beverige opa. Het enige wat voor mij niet gehoefd had, was de karma-achtige ingreep met de kleindochter van het hoofdpersonage. Het boek was voor mij zeker zo sterk geweest, wetende dat er smeerlappen zijn die daar voor de rest van hun leven ongestraft mee wegkomen.

De begraafplaats van Praag – Umberto Eco

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: ik vond ‘De begraafplaats van Praag’ een dikke tegenvaller. Als grote Umberto Eco fan (‘De Slinger van Foucault’ en ‘De Naam van de Roos’ behoren tot de beste boeken die ik ooit gelezen heb) spijt het me oprecht dat dit boek me niet aansprak.

Voor mij zit het probleem van ‘De begraafplaats van Praag’ in het feit dat dit geen roman is, maar een geschiedenisles. En hoewel ik geschiedenis bijzonder boeiend vind (zeker de geschiedenis van de negentiende eeuw, die de aanloop vormt naar alle dramatische gebeurtenissen in de twintigste), ontbrak in dit boek een duidelijke verhaallijn. Hoofdpersonage Simonini wordt gebruikt als een soort rode draad om de geschiedkundige feiten aan mekaar te rijgen waar Eco het over wil hebben. En hoewel ik enorm voor respect heb voor Eco’s kennis van de materie, moet ik toegeven dat de voortdurende scheldtirades aan het adres van de Joden mij op den duur erg begonnen tegen te steken, al besef ik maar al te goed dat dit historisch correct is.

Ook het trucje met de drie vertelstandpunten kon mij maar matig bekoren. Het leek gewoon een manier om zoveel mogelijk feiten in één boek te krammen en de ontknoping kon ik ook al van mijlenver zien aankomen.

Jammer, jammer.

Looking for Alaska – John Green

Uitgelezen tijdens de rit van Genève naar Leuven. Ik moet zeggen dat naar mijn bescheiden mening ‘The fault in our stars‘ nog steeds het beste werk is van John Green, maar zijn debuutroman ‘Looking for Alaska’ heeft me alleszins prettig verrast.

Ik vond ‘Looking for Alaska’ een heel mooi en aangrijpend coming of age verhaal. Veel geloofwaardiger dan de verhaallijnen in zijn andere boeken. Sympathiekere hoofdpersonages ook. Het boek stelt een aantal diepmenselijke levensvragen: wat is de zin van het menselijk lijden, wat gebeurt er na de dood, in hoeverre kunnen we ons lot zelf bepalen,… Uiteraard biedt het boek hier geen antwoorden op, maar voor mij klopte het geheel, zelfs al beginnen de personages die John Green opvoert op den duur allemaal een beetje op mekaar te lijken.

Dit boek is duidelijk gericht op een leespubliek van tieners, maar ik heb het toch met plezier gelezen!

An Abundance of Katherines – John Green

Even snel, snel tussendoor gelezen, omdat ik maar niet in de flow van ‘De begraafplaats van Praag’ geraak. Ik moet zeggen dat ik in het begin wat moeite moest doen om in het boek te geraken. Ik had het gevoel dat ik me wat door de eerste hoofdstukken moest worstelen. Pas na het ‘feral pig’ incident ging het lezen vlotter. Toch gaf ik het boek drie sterren op Goodreads, vooral omdat ik mij om de één of andere reden identificeerde met hoofdpersonage Colin. Niet dat ik ooit een child prodigy geweest ben, maar het gevoel van unfulfilled potential is mij helaas maar al te bekend. Dus uiteindelijk was het vooral het einde van het boek dat me het meeste aansprak. Een hoopvol einde dat uitkijkt naar de oneindige mogelijkheden die de toekomst biedt en dat tegelijkertijd het inzicht aanreikt dat iedereen een klein steentje bijdraagt aan de verhalen van de mensheid.

‘Nothing is set in stone.’ Het kan geen kwaad om mezelf daar zo nu en dan aan te herinneren.

Will Grayson, Will Grayson – John Green en David Levithan

Misschien was ik lichtjes overmoedig toen ik lang lang geleden op Amazon een ganse box met boeken van John Green kocht. Hoewel ik The Fault in Our Stars zeker goed vond, maakten de andere boeken die ik van hem las, heel wat minder indruk. Ofwel is het young adult genre niet echt iets voor mij. Want ja, who am I kidding: de jaren dat ik een young adult was, liggen ondertussen al lang achter mij. En de problemen van young adults lijken me tegenwoordig zo futiel (toegegeven, dat leken ze mij ook al toen ik zelf nog een tiener was, al die boyfriend drama, ik kreeg er toen al een punthoofd van). Wat niet wegneemt dat er heel veel jongvolwassenen met serieuze problemen worstelen.

Enfin ja, Will Grayson Will Grayson, deed me eerlijk gezegd weinig. Uiteraard heb ik weer erg genoten van de prachtige schrijfstijl van John Green en bij uitbreiding David Levithan, een auteur die ik niet kende. Maar ook hier weer knapte ik af op het onrealistische verhaal. Serieus, kan je je voorstellen dat in een doorsnee Amerikaanse school een über gay gefêteerd wordt omdat hij een musical opvoert? Laat staan dat hij überhaupt acteurs voor zijn stuk zou vinden. Ik vond het allemaal heel erg ver gezocht. En ook de aantrekkingskracht tussen de twee mannelijke hoofdpersonages vond ik weinig geloofwaardig. En dat geldt eigenlijk ook voor de vriendschap tussen de hetero Will Grayson en über gay Tiny. Ik zag het gewoon niet.

Er zitten nog twee boeken in de box: Looking for Alaska en An Abuncance of Katherines. Aangezien de boeken van John Green lezen als een trein, zal ik niet nalaten ze allebei te lezen. ‘t Is dat ik John Green zo’n toffe mens vind. 😉

El amante japonés – Isabel Allende

Voor het tweede semester Spaans mochten we voor de verplichte lectuur kiezen uit een lijstje van vijf boeken. Omdat ik vroeger een grote fan was van de boeken van Allende besloot ik me aan haar meest recente roman te wagen. Dat de titel verwees naar één van mijn favoriete landen op deze aardbol was een bijkomend pluspunt.

En ik werd niet teleurgesteld. Wat een prachtig boek. Misschien een tikkeltje sentimenteel, maar dat mag wel eens, zo af en toe. Het verhaal draait rond de kranige Alma, een joodse vrouw van Poolse afkomst die als kind vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door haar ouders op een boot naar de VS wordt gezet waar haar oom en tante wonen. Haar ouders komen om in de concentratiekampen van de nazi’s en haar broer verongelukt met zijn vliegtuig van de RAF.

Het boek vertelt het leven van Alma aan de hand van flashbacks. Terwijl we Alma door de gracieuze zinnen van Allende zien uitgroeien tot een kranige vrouw die door het leven niet gespaard werd, komen we met mondjesmaat meer te weten over het nevenpersonage Irina, een Moldavisch meisje dat werkt in het rusthuis waar Alma verblijft. Terwijl de vriendschap tussen beide vrouwen groeit, wordt het mysterie rond de Japanse minnaar van Alma langzaam ontrafeld.

Het verhaal moge dan wat sentimenteel zijn, ik moet zeggen dat het mij oprecht ontroerd heeft. Ook schitterend dat dit boek erin slaagt thema’s zoals de jodenvervolging, AIDS, interraciale relaties in de US, kindermisbruik doorheen de bladzijden te verweven zonder zwaar op de hand te zijn. Ze vormen gewoon de achtergrond voor een prachtig liefdesverhaal.

Het einde greep me, hoewel te verwachten, echt bij de keel. Ik moest zelfs een traantje wegpinken toen ik in Genève de laatste pagina’s las.

De maagd Marino – Yves Petry

Dit boek werd me aangeraden door een collega, maar om heel eerlijk te zijn, loste het voor mij de verwachtingen niet in. Nochtans is het uitgangspunt razend interessant: een kannibalistische ‘moord’ met toestemming van de vermoorde. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Het boek zit tsjokvol prachtige zinnen en filosofische beschouwingen over het leven. En toch liet het boek mij ijskoud. Dat ik nu niet meteen veel empathie voor de hoofdpersonages zou voelen, lag voor de hand, maar het boek voelde voor mij meer aan als een doorgedreven stijloefening dan een roman die bij de keel grijpt. Een fijne denkoefening, geschreven in soms wat pedante volzinnen (de persoon die het boek dicteert was literatuurprofessor), waardoor ik nooit het gevoel had in het boek meegezogen te worden.

Yves Petry is ongetwijfeld een zeer knap schrijver. Alleen was dit boek niet my cup of tea.

La playa de los ahogados – Domingo Villar

Verplichte lectuur voor de Spaanse les. In het begin verliep het lezen nogal stroef, omdat ik veel termen gerelateerd aan de scheepvaart en de visvangst moest opzoeken. De roman ontrafelt immers stap voor stap de moord op een visser uit een klein dorpje aan de kust van Galicië. Naarmate het boek vorderde, kon ik mijn leestempo geleidelijk aan opvoeren en gisterenavond las ik dan de laatste honderd bladzijden in één ruk uit. Victory!

Wat me erg aansprak in het boek waren de beschrijvingen van de voor mij totaal onbekende Galicische kust. Meteen toegevoegd aan mijn lijstje met nog te bezoeken plekken. Het verhaal zelf vond ik nogal magertjes om uitgesponnen te worden op 450 pagina’s. Inspecteur Leo Caldas en zijn Aragonese side-kick Rafael Estévez (die naar mijn aanvoelen nogal karikaturaal werd voorgesteld) doen er nogal lang over om de ware toedracht van de moord te achterhalen. Terwijl het mij al snel begon te dagen wie de schuldige was en ik me de hele tijd zat af te vragen waarom er zo weinig onderzoeksdaden werden uitgevoerd. In Spanje gaat alles een beetje trager dan hier, zeker? En in Spanje hebben ze blijkbaar ook geen databanken om adresgegevens van personen op te zoeken. Lang leve ons Rijksregister!

Maar goed, het taalgebruik was mooi, de personages kregen de nodige diepgang mee en de sfeerschepping tilde het verhaal voor mij naar een hoger niveau. Me gustaría viajar a Galicia!

The perks of being a wallflower – Stephen Chbosky

Best wel een tegenvaller voor een boek dat toch de status van cult classic heeft.

Ik had een paar fundamentele problemen met dit boek wat het voor mij moeilijk maakte om in het verhaal te geraken. Enerzijds lijkt het wel alsof dit boek elke mogelijke dramatische gebeurtenis in het leven van een tiener wil afvinken van het lijstje: zelfmoord, verkrachting, drugs, depressie, angststoornissen,… En dan allemaal op een dikke tweehonderd pagina’s. A bit too much, if you ask me. Het gevolg hiervan is dat geen enkel thema in de diepte wordt uitgewerkt. Bijzonder jammer.

Verder vond ik het hoofdpersonage volstrekt ongeloofwaardig. Aan de ene kant moeten we geloven dat hij een soort genie is, die de meest gecompliceerde boeken leest en daar vervolgens in zijn vrije tijd essays over schrijft voor zijn leerkracht Engels. Deze begaafdheid blijkt dan toch geenszins uit de taal die het hoofdpersonage hanteert in zijn brieven aan een onbekende. Iemand die zoveel met literatuur bezig is, moet toch in staat zijn complexere zinnen te formuleren en een meer gevarieerd woordgebruik te hanteren (ik had streepjes moeten trekken voor elke keer dat er ‘and then I started to cry’ stond). Het leek wel alsof ik brieven van een negenjarige zat te lezen in plaats van een vijftienjarige. Wat me dan meteen bij het feit brengt dat deze sociaal gestoorde vijftienjarige er zonder enige moeite in slaagt beste vrienden te worden met coole tieners die twee jaar ouder dan hemzelf zijn. Ik kan mij mijn eigen middelbare schoolperiode nog levendig voor de geest halen. En geloof me vrij, voor de tieners uit het laatste jaar waren jongere leeftijdsgenoten meestal onzichtbaar (tenzij het bijzonder knappe meisjes waren, uiteraard). Voor een ‘wallflower’ die vooral het leven van andere mensen observeert, maakt Charlie nogal veel spannende dingen mee.

Wat niet wegneemt dat het boek wel degelijk een aantal moeilijke thema’s bespreekbaar maakt en ik kan me voorstellen dat tieners echt iets aan dit boek hebben. Wellicht ben ik gewoon te oud voor dit soort young adult romans. Wie weet zou het verhaal me wel ontroerd hebben, mocht ik het op mijn zestiende gelezen hebben.

The War of the End of the World – Mario Vargas Llosa

Ik moet toegeven dat ik mij tot het uiterste heb moeten inspannen om dit boek tot het einde uit te lezen. Vooral de eerste 200 (van de 750) pagina’s, terwijl op bijna elke pagina een nieuw personage werd voorgesteld, heb ik keihard op mijn tanden moeten bijten.

Let wel, dit boek is een ongelooflijke krachttoer van schrijver Mario Vargas Llosa, een poging om een vergeten burgeroorlog in Brazilië (allez, toch eentje waar ik nog nooit van gehoord had) tot in de details te reconstrueren. Want ja, deze oorlog is gebaseerd op waargebeurde feiten. De roman speelt zich af op het einde van de negentiende eeuw, op het moment dat Brazilië een republiek werd. Godsdienstfanaticus Antônio Conselheiro verzamelt een ganse schare volgelingen achter zich op zijn tochten doorheen de arme provincie Bahia en vestigt zich uiteindelijk met zijn gevolg in Canudos. Zijn volgelingen zien in hem een profeet, de republikeinse Brazilianen zien in hem een tegenstander die de monarchie in ere wil herstellen. Uiteindelijk komt het tot een bloedige burgeroorlog die wellicht zo’n 15.000 mensen het leven kostte.

Deze roman leest als een lange aaneenschakeling van menselijke wreedheden: verkrachtingen, verminkingen, moorden, de pagina’s lopen ervan over. De sterkte van dit boek is echter dat niemand van de personages echt slecht is, zelfs de meest fanatieke en gruwelijke moordenaars zijn geen monsters, maar mensen. En zelfs al staat het godsdienstfanacisme van de inwoners van Canudos mijlenver van mijn eigen overtuiging, ergens kon ik een soort van begrip opbrengen voor de wanhopige situatie waarin deze mensen zich bevonden, die hen in de armen van een valse profeet dreef. Wellicht is dat wat dit boek zo verontrustend maakt. Uiteindelijk zijn we in bepaalde omstandigheden allemaal tot gruweldaden in staat.

Het Engels dat ik dit boek gehanteerd wordt, is van een erg hoog niveau. Normaal zou ik mijn Engels als uitstekend omschrijven, maar dit boek deed mijn geloof in mezelf toch even wankelen. Om de twintig bladzijden kwam ik wel een term tegen die niet direct een belletje deed rinkelen. Dat het ganse boek doorspekt was met Braziliaans termen om de fauna en het landschap te omschrijven, hielp ook niet meteen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik opgelucht ben dat ik niet geprobeerd heb deze roman in het Spaans te lezen. Dan zou ik wellicht niet verder dan de eerste tien pagina’s geraakt zijn…

‘The War of the End of the World’ deed mij qua opzet en gedetailleerde beschrijvingen van gevechten nog het meest denken aan ‘Oorlog en Vrede‘ van Tolstoj. Ook een boek waarover ik verschrikkelijk lang gedaan heb. Uiteindelijk was ‘The War of the End of the World’ gewoon een erg deprimerend boek (met als enige lichtpuntje het liefdesverhaal tussen de journalist en Jurema) en denk ik dat ik daar in deze deprimerende tijden niet zo goed tegen bestand was.