Tijdens de beslist saaie doopviering (het was een doop van vier kindjes tegelijkertijd met geen enkele mogelijkheid om een persoonlijk toets aan de viering te geven, zelfs de misboekjes waren gerecycleerd) hield ik me wat bezig met het entertainen van het petekindje van mijn vriend. Toen ik teken deed dat ze op mijn schoot mocht komen zitten, stond er opeens een ander meisje, dat bij één van de andere families hoorde, voor mijn neus die duidelijk ook aanspraak op mijn schoot maakte. Voor ik er goed en wel erg in had, zat het vreemd kind op mijn schoot, terwijl het petekindje van mijn vriend wat beteuterd naar dit tafereel stond te kijken. Hilariteit alom, natuurlijk. De familie van het kindje riep haar tevergeefs terug, maar het meisje nestelde zich goed op mijn schoot zonder aanstalten te maken om weg te gaan. Ik wist even niet goed wat te doen, ik wil natuurlijk geen kinderzieltjes kwetsen. Gelukkig stond de mama toen op om haar persoonlijk van mijn schoot te halen. Waarop het petekindje van mijn vriend triomfantelijk het meisje haar plek innam. Zelfs kleine meisjes van twee kunnen al dodelijke blikken werpen. 😉
Doopsel
Vandaag word ik verwacht op een doopsel. En ik zal daar eerlijk in zijn, ik heb al een tijd een probleem met dit gebruik en dat is er beslist niet op verminderd sinds ik mij heb laten schrappen uit de doopregisters. Maar goed, het is de keuze van de ouders om dit ritueel te laten uitvoeren en het kind zal er geen trauma aan overhouden. Op vraag wil ik zelfs best wel een stukje voorlezen in de kerk. Maar niet dit stukje:
Wanneer ik in het water ga, voel ik mij herboren, een nieuwe mens. Ik word een schepsel dat door mijn Schepper omhelsd wordt. (Allen even samen ertussen: Gezegend zij dit water). Water bron van eeuwig leven, teken van de heilige Geest, in wie wij allen gedoopt zijn.
Dat kon ik nu toch echt niet over mijn lippen krijgen. Dus heb ik vriendelijk bedankt en de eer aan mijn vriend gelaten, die daar allemaal iets minder principieel in is.
Dingen die ik niet lekker vind
Ik zeg vaak van mezelf dat ik alles lust, maar eigenlijk is dat een leugen. Er zijn best wel veel dingen die ik niet lekker vind. Dus bij deze, een lijstje.
Dingen die ik enkel zal eten of drinken als ik sterf van de honger of dorst:
- koffie (in eender welke vorm, zelfs in chocolade en mokka-ijs wordt deze smaak niet door mij op prijs gesteld)
- bier (tja, nooit leren drinken, zeker?)
- ouzo en Ricard: anijssmaak, geen fan van
- Martini: sorry, George
- nougat: vies plakspul
Dingen die ik kan eten, maar waar ik absoluut geen fan van ben:
- boter en margarine (nooit begrepen waarom mensen dat spul per sé op hun brood willen smeren)
- cola, fanta, sprite: frisdranken in het algemeen
- zuurtjes, beertjes, veters: van dat chemisch smakend spul bestaande uit kleurstoffen en suiker dat mensen kopen voordat ze naar de cinema gaan en dat zo heerlijk aan je tanden plakt
- smoutebollen: enfin, ik kan die dingen wel eten, maar na twee happen ben ik ze al beu
- doughnuts: waarschijnlijk omdat die dingen me te veel aan smoutebollen doen denken
- hamburgers van MacDonalds, Quick en aanverwanten: ik heb een hekel aan die fluffy broodjes en verlepte sla; fast food is mijn ding niet
- chorizo
- nutella
- rijstwafels: stinkboel
- mayonaise
- slagroom (met slagroomtaartjes doet u mij beslist geen plezier)
En dan heb ik waarschijnlijk nog een paar dingen over het hoofd gezien.
Zarza
Vrijdagavond brachten we door in restaurant Zarza in het gezelschap van vriend K en minister Inge Vervotte. (Wel niet aan dezelfde tafel. ;-)) Het werd een gezellige en relaxte avond met veel stof om bij te praten: onze reis naar Japan en zijn reis naar Egypte.
Dat is iets wat ik toch wel miste in Japan, die bourgondische eetcultuur van ons: de gewoonte om een ganse avond te tafelen met een stuk of vier gangen en aangepaste wijnen en nog een afzakkertje om het geheel af te ronden. In Japan eet je je maaltijd en daarna kras je op. Aperitieven, digestieven, daar doen ze niet zo aan. Vaak wordt het dessert ook gewoon tegelijkertijd met de hoofdmaaltijd gebracht, allemaal samen op één groot dienblad.
Ik vermoed dat zo’n uitgebreide maaltijd in Japan ook wel mogelijk moet zijn en we hebben ook geen echt chique eetgelegenheden bezocht, maar het was wel opvallend dat wij, westerlingen altijd veel langer aan tafel zaten dan de Japanners zelf.
Na de maaltijd dronken we nog iets op ons appartement en toonde ik wat foto’s en filmpjes van onze reis en zo was het twee uur ‘s nachts voor we er goed en wel erg in hadden.
Overspoeld door een mail-tsunami
Zo voel ik me sinds mijn terugkeer uit Japan. Het ging vrij vlot om de meer dan 550 werkmails terug te brengen tot een dikke 200, maar nu schijn ik te blijven steken op zo’n 100 ongelezen mails. Er blijven dagelijks maar mails bijkomen en er wordt langs alle kanten aan mijn mouwen getrokken voor input alhier en vergaderingen aldaar. Ik heb het gevoel dat ik aan het verdrinken ben. Eigenlijk zou ik eens een weekend moeten doorwerken om voorgoed komaf te maken met die mailachterstand, maar dat conflicteert dan weer met mijn voornemen om in het weekend aan mijn achterstand Russisch (twee gemiste lessen) te knabbelen.
Ellep.
Meest gehoorde vraag sinds we terug zijn uit Japan
“En geef je al licht in het donker?”
Mijn standaardantwoord: “Ja. Best wel handig als je ‘s nachts naar het toilet moet.”
Een zaterdag in Planckendael
De vriendelijke mensen van adhese stuurden me een tijdje geleden kaarten op voor een bezoekje aan de dierentuin. Dit naar aanleiding van een nieuwe actie van de Zoo van Antwerpen en Planckendael om de voordelen van een abonnement in de kijker te zetten. Een abonnement is ideaal voor mensen met kleine kinderen die in een stedelijke omgeving wonen of gewoon voor dierenliefhebbers die graag de primeur hebben van een wakker wordende leeuw.
Enfin, de kaarten bleven een Japan-reis lang ongebruikt in de schuif liggen, maar deze zonnige zaterdag was het dan zover. We hadden afgesproken met vrienden L en J en hun schattige dochter V dat we elkaar om een uur of vier zouden ontmoeten in Planckendael. Zelf zouden mijn vriend en ik al rond het middaguur vertrekken, maar uiteraard niet op een lege maag. Dus besloten we nog even snel een terrasje op het Martelarenplein te doen. En wat wil het toeval? Kwamen we daar Joke, Vincent en hún schattige dochter Emma tegen die zich ingeschreven hadden voor een wandeling door het Leuvense. Gelukkig was er nog wat plek aan ons tafeltje. 😉
Na een snelle lunch trokken we naar Planckendael. Het domein leek minder groot dan ik me herinnerde en er werd druk gewerkt aan een nieuw verblijf voor Kai-Mook en haar familie. En jawel, ook hier kwamen we bekenden tegen: een oud-studiegenoot en zijn vrouw, ondertussen in verwachting van nummer drie. Grote gezinnen zijn weer helemaal in de mode.
We zagen leeuwen, flamingo’s, ooievaars, neushoorns, aapjes, maar helaas geen olifanten. En tussendoor bewonderden we de stapkunsten van V. Spijtig dat het domein al sloot om zes uur, want het was er aangenaam wandelen in een groene omgeving. Omdat we al wat honger begonnen te krijgen, zochten we 3G-gewijs via tripadvisor een leuk restaurantje op in Mechelen. Zo kwamen we bij eetcafé Madeleine terecht. Een klein dispuut over of we al dan niet op het terras mochten zitten later (blijkbaar worden buggybezitters niet toegelaten op het terras of zoiets), genoten we van een heerlijke maaltijd met uitzicht op het water.
Kleine V gedroeg zich beeldig tot we onze maaltijd beëindigden, maar toen sloeg de vermoeidheid toe. We besloten af te reken en de mooie zomeravond verder te zetten in de tuin van L en J met een goed glas wodka. Dat goed glas werden een paar goeie glazen en zo gingen we vrolijk de nacht in. (En iets minder vrolijk de volgende ochtend in.)
De waarheid komt uit een kindermond
Zondag 1 mei: Afscheid
Om zes uur uit bed om op tijd op Narita luchthaven te geraken. Een kort treinritje bracht ons naar Tokyo station waar we de Narita Express namen. Had ik al vermeld hoe geweldig goed het Japanse openbaar vervoer geregeld is? Bijna niet te geloven dat alle transportsystemen volledig in privéhanden zijn en door uiteenlopende bedrijven worden uitgebaat.
It’s a small world afterall, want op de luchthaven liepen we kameraad C tegen het lijf die net terug was van een doorgedreven cursus Japans en afscheid van zijn Japanse vriendin aan het nemen was. We wisten dat hij tegelijkertijd met ons in Japan was, maar het was niet gelukt onderweg af te spreken. Bleken we ook nog eens op dezelfde vlucht te zitten. Niet te geloven.
De vlucht was saai en duurde te lang. Ik gebruikte de lange uren om bij te pennen met mijn verslagen en keek tussendoor naar een behoorlijk goeie film: The fighter. Schitterende film, met werkelijk een glansprestatie van Christian Bale. Ongelooflijk hoe hij erin slaagt zich telkens helemaal te transformeren. Van slapen kwam echter niet veel in huis. Dus keek ik, toen de batterij van mijn laptop helemaal leeg was, achtereenvolgens Little Miss Sunshine en The American. Little Miss Sunshine is een geweldige comedy over losers die eigenlijk toch winners zijn en van The American kreeg ik spontaan zin om in Italië op vakantie te gaan. De film is gewoon één langgerekte reclamefilm voor de prachtige dorpjes en heuvelachtige schoonheid die Italië te bieden heeft.
Helaas wachtten ons weer vijf lange uren op Heathrow, de luchthaven die reclame maakt voor free wireless dat niet free is en waarvan ongeveer alle stopcontacten buiten gebruik zijn (geloof me, we hebben ze bijna allemaal geprobeerd). En oja, het is er verschrikkelijk vuil. En dat voor een luchthaven met internationale uitstraling.
Anyway, we waren opgelucht toen we op de vlucht naar Brussel zaten. En uiteraard had onze trein naar Leuven vertraging. De dienstverlening van de NMBS is constant gebleven tijdens onze afwezigheid.
Rond middernacht lagen we in ons eigen bed. Slaapt toch beter dan een futon. 😉
Zaterdag 30 april: Tokyo
Voor onze laatste dag in Tokyo stond een bezoek aan het Nationaal Museum in het Uenopark op het programma. De totale collectie van het Nationaal Museum omvat meer dan 110.000 stukken. We waren erg benieuwd naar de hoogtepunten van de Japanse kunst.
Spijtig genoeg bleken een paar gebouwen van het Nationaal Museum gesloten te zijn. Het Honkan (het hoofdgebouw) en het Heiseikan waren gelukkig wel te bezoeken. En extra punten voor het nationaal museum: het was toegelaten foto’s te nemen van de kunstwerken.
Toch voelde ik me een beetje underwhelmed bij het zien van de gepresenteerde kunst. Niet dat er geen mooie stukken stonden. Vooral de Haniwa, terracotta mensen- en dierenfiguren uit de zesde eeuw, vond ik erg bijzonder. De kunst was gewoon niet zo overdonderend als die van andere nationale musea die ik al bezocht. Veel van de tentoongestelde objecten waren kalligrafiewerken en ik denk dat het moeilijk is dit als niet-Japanner ten volle appreciëren als je de kanji al simpelweg niet kan lezen. Heel mooi vond ik dan weer de illustraties bij enkele klassiekers uit de Japanse literatuur zoals The Tale of Genji.
‘s Middags aten we een typisch Japanse lunch in het restaurant op het terrein van het Nationaal Museum. Ik had koude groene noedels, misosoep, gebakken rundsvlees, tempura en sashimi. Een kleine compilatie van alles wat de Japanse keuken te bieden heeft.
We bleven in het museum tot rond sluitingstijd (16.00u) en kregen toen het geniale idee om nog snel een bezoek aan Odaiba te brengen. Odaiba is een groot kunstmatig eiland in de baai van Tokyo. Om daar te geraken namen we de monorail. Het was de eerste maal dat we dit transportmiddel gebruikten in Tokyo en we genoten van de prachtige uitzichten op de de baai van Tokyo en hypermoderne gebouwen zoals dat van Fuji Television en Big Sight .
We stapten uit aan Tokyo Big Sight, een beetje de Brussels Expo van Tokyo, maar dan groter en mooier. Hier worden onder andere grote manga- en anime-conventies gehouden, dus mijn broertje was in zijn sas. Blijkbaar was er die dag een poppenbeurs geweest. We zagen hordes als poppen uitgedoste meisjes met hun rolwagentjes terug komen van de expositieruimte.
We liepen wat rond in de verlaten tentoonstellingsruimten van Big Sight. Omdat er verder niet veel te beleven viel, keerden we met de monorail één halte terug voor een ritje in het reuzenrad. De Daikanransha verloor zijn titel van grootste reuzenrad ter wereld eind 1999 aan de London Eye. In tegenstelling tot de London Eye was er hier in het geheel geen wachtrij en vijf minuten later zaten we in een cabine. Er stond een stevig windje dat ons bakje vervaarlijk deed schommelen, maar het uitzicht op de baai was fenomenaal. Het was net valavond dus de lichtjes van de stad gingen één voor één aan.
Vlakbij de Daikanransha bevond zich een Toyota showroom met de allernieuwste snufjes op het vlak van autotechnologie. Mijn broertje zag er zijn droomwagen die helaas niet op de Europese markt verkrijgbaar is. Het is voor mijn broertje met zijn lengte (bijna 2 meter) niet zo evident om een confortabele wagen te vinden en dit hoekig model met hoog dak was ideaal voor hem. Invoeren met een container dan maar?
We zetten ons tocht verder naar Aqua City een shopping center dat eruit ziet als een stad vol met Romeinse palazzo’s onder een eeuwig blauwgeschilderde hemel met witte schapenwolkjes. De plafondschilderingen waren zo realistisch dat je bijna geloofde echt onder een prachtig blauwe hemel te lopen. Aqua City heeft verder een protserige fontein en een pleintje met een fake kerk. Je kan het zo gek niet bedenken.
We slenterden wat rond in het winkelcentrum en besloten in deze gezellige nepomgeving ons laatste avondmaal te nuttigen: een lekkere Italiaanse pasta met een glaasje prosecco erbij. Heel erg on-Japans, maar wel een gezellige afsluiter van een meer dan geslaagde vakantie.





























