Tokyo – 8 september 2012

Onze laatste dag in Japan brachten we grotendeels door in de trein van Hakodate naar Tokyo. Veel valt er niet te vertellen over deze treinrit, buiten het feit dat we, net als vorig jaar, uitermate onder de indruk waren van de stiptheid en netheid van de Japanse treinen. Het systeem om op voorhand een zitje te reserveren, is geweldig praktisch. Met je Japan Railpass reserveer je een paar dagen op voorhand je plaats, je stapt op in de juiste wagon op het juiste spoor (als je het niet vindt, is er altijd wel personeel aanwezig om je de weg te wijzen), je zet je bagage op de daarvoor voorziene plek (geen stress dat er iets gestolen wordt, want in Japan steelt men niet) en je bent op je gemak voor de rest van de reis. Zalig.

Zo rond een uur of vijf in de namiddag waren we eindelijk in ons hotel in Tokyo beland. De afstand tussen Tokyo station en ons hotel hadden we toch een beetje onderschat en Tokyo was nog altijd even warm als twee weken geleden. We propten onze koffers in onze superkleine hotelkamer en trokken meteen de stad in. Van alle hotels tijdens onze trip was het Sumisho hotel echt wel het minste. Maar kom, het was maar voor één nachtje.

We namen de metro naar Shibuya, omdat we dachten dat we daar wel makkelijk iets zouden vinden om te eten. Ik was echter vergeten dat in Tokyo de meeste restaurants zich op één van de tien verdiepingen in een gigantisch appartementsgebouw bevinden. Enkel aan de verlichte uithangborden met fotootjes van eten kan je zien dat er zich één of meerdere restaurants in het gebouw bevinden. Het is op goed geluk dat je ergens een smalle lift instapt, want al die uithangborden zien er exact hetzelfde uit. Wij lieten ons door een enthousiast meisje kortingsbonnen aansmeren en stapten een kleine, benauwende lift in terwijl het meisje nauwlettend toekeek dat we wel op het juiste knopje duwden, want er waren concurrerende restaurants in het gebouw.

De izakaya waarin we terechtkwamen was donker en zonder natuurlijk licht, maar blijkbaar wel populair, want het zat er vol luidruchtige jongeren. Het was een izakaya met een touch screen, zoals we de eerste avond bezocht hadden met onze bruidegom. Nu stonden we er echter alleen uit en alhoewel we snel door hadden hoe we een gerecht konden terug vinden, was het helemaal niet duidelijk op welk van de tientallen knopjes je moest duwen om dat gerecht dan ook effectief te bestellen. Gelukkig was er een sympathieke ober die ons dit even kwam voordoen en al snel bestelden we gerechtjes als echte pro’s.

Omdat we dit zo lekker vonden, bestelden we opnieuw de inktvisballetjes, om de smaak mee naar België te kunnen nemen. Waar ik ook een grote fan van ben is de Vietnamese versie van sushi (summer rolls, weet google mij te melden) gemaakt van rijstpapier met zalm en sla. Lekker fris en voor het eerst gegeten in juli in Kopenhagen. Er passeerden ook nog edamame, yakitori van kip en van kaas met spek, sashimi, yaki-gyoza en gebakken paddenstoelen met heel veel look.

Niet het beste wat we tijdens onze reis gegeten hebben, maar wel een mooie doorsnee van de Japanse cuisine. We waren nog aan het twijfelen of we nog iets zouden bestellen om te drinken (umeshu met vers citroensap, man, dat is lekker), toen men ons vriendelijk kwam vertellen dat onze tijd aan ons tafeltje er bijna op zat. Oké dan. En zo stonden we vroeger dan verwacht terug op straat.

Uiteraard wilden we nog iets gaan drinken, maar we wisten niet goed waar. De enige bar die we vanaf de straatkant konden zien, zat stampvol en voor de rest vonden we alleen maar restaurants verstopt in torens. Een andere bar deed mij te hard denken aan die bar in Hiroshima, dus daar liepen we toch ook maar voorbij. Lastig, lastig. Uiteindelijk dachten we iets leuks gevonden te hebben in een toren. Wij de kleine, smalle lift binnen en uitgestapt op het juiste verdiep. Het zag er inderdaad heel erg gezellig uit, alleen was het volledig afgehuurd voor een privéfeestje. Heel vriendelijk bood men ons aan te blijven, maar dat zagen we toch niet echt zitten. Ik was gewoon te moe om een ganse avond te converseren in ons gebrekkig Japans. Ik wilde gewoon iets drinken.

Na nog een beetje doelloos rondgelopen te hebben op zoek naar een cocktailbar, liepen we dan maar een izakaya binnen. Het personeel was heel sympathiek, maar had blijkbaar toch niet zo goed begrepen dat we alleen maar iets wilden drinken. Maar toen we er eenmaal zaten, durfden ze ons natuurlijk niet weg te jagen. Dus bestelde mijn vriend een sake en ik nog een umeshu. De sake werd, zoals het hoort, geserveerd met het glas in een vierkant bakje. De ober schenkt dan het glas zo vol sake dat het overloopt en de overschot in het bakje terecht komt. Je drinkt eerst de sake uit het glas en dat kieper je de overschot van de sake uit het bakje in je glas. Grappig. :-)
We maakten het niet al te laat en trokken al snel naar onze kleine hotelkamer voor onze allerlaatste nacht in Tokyo. De volgende keer een beetje op voorhand research doen naar de beste bars, dat hebben we dan ook weer geleerd.

Het was alleszins een onvergetelijke reis. Met spijt in het hart namen we afscheid van het land van de rijzende zon. Wie weet wanneer we hier nog eens terugkeren?

Tokyo – 26 augustus 2012

Bij het ontbijt namen we afscheid van het bruidspaar, de vader van de bruidegom en kameraad P. Zij zouden verder reizen naar Nikko, terwijl wij nog een dagje langer in Tokyo bleven. We ontbeten met onze Japanse vriendin M en trokken eropuit om samen met haar het bloedhete Tokyo te verkennen.

Eerste stop van de dag: Kappabashi, een wijk vol met winkels specifiek gericht op koks en restaurants, maar voor een toerist valt er ook heel wat te bekijken. Vooral de winkels vol met plastieken eten zijn de moeite. Je kan het je zo gek niet bedenken of de Japanners maken er wel een “food sample” van. Als toerist moet ik zeggen dat het best wel handig is, die food samples in de uitstalramen van restaurants. In één oogopslag kan je zien welke gerechten het restaurant te bieden heeft. En echt waar, de food samples zijn amper te onderscheiden van het echte eten.

We hadden gehoopt in Kappa-bashi zelf een eigen plastieken scampi te kunnen maken, maar helaas bleek dit niet mogelijk te zijn op een zondag. Jammer. Gelukkig waren er nog genoeg interessante winkels vol met vlijmscherpe messen, aardewerk in alle soort en maten, potten, pannen, koffiebonen, you name it en dat straten en straten ver.

Japanse winkels halen in het algemeen (tenzij er poepchique westerse merken zoals Louis Vuitton worden verkocht) het maximum uit de beschikbare oppervlakte. Dat wil zeggen dat werkelijk elke vierkante centimeter van de vloer tot het plafond wordt volgestouwd met koopwaar. Sensory overload voor deze westerling.

Ons middagmaal nuttigden we in een kaiten-sushi (回転寿司) zaak. Kaiten-sushi is sushi die je zelf neemt van een lopende band (conveyor belt). Aan een gezapig tempo komt er sushi voorbij getuft en je neemt wat je lekker vindt. Elk tafeltje is bovendien voorzien van groenetheepoeder en een kraantje met heet water om een gezond mengsel te brouwen (gratis). Via een touch screen kan je bijzondere bestellingen plaatsen die niet op de band voorbij komen. Heel erg leuk en zo kan iedereen zijn eigen sushi uitkiezen.

Na het middagmaal gingen we verder naar Roppongi Hills, een gloednieuw stadsgedeelte met chique gebouwen waar je alles wat je ook maar zou willen, vindt op een zeer beperkte oppervlakte. Roppongi Hills werd gebouwd naar de visie van Minoru Mori die een geïntegreerde wijk wilde bouwen waar mensen konden leven, werken, spelen en winkelen zonder tijd te verliezen met pendelen.

Er was een Bon-odori festival aan de gang in Roppongi Hills. We slenterden wat tussen de vele eetkraampjes en dronken iets op een terras in de schaduw. Spijtig genoeg moesten we al rond vijf uur ‘s avonds afscheid nemen van onze Japanse vriendin M, die samen met haar drie flessen Belgisch bier vanop Narita het vliegtuig naar haar woonplaats moest nemen. We hebben veel geluk dat we haar leren kennen hebben, want het is duidelijk dat een Japanse blik zoveel andere dingen ziet dan een Westerse.

We bleven met z’n tweeën achter en keerden na afscheid genomen te hebben terug naar het festival. Een Bon-odori is een Japanse versie van een boombal. Een mooi versierd podium staat in het midden van een open ruimte, op het podium (de yagura) staan een zanger, een trommelaar, een instructeur en danseressen. De trommelaar staat helemaal bovenaan in een soort toren en geeft de maat aan. De zanger zingt de melodie, ondersteund door een vooropgenomen tape en de instructeur schreeuwt instructies (links, rechts, boven, onder, handen in de lucht). De danseressen doen de eenvoudige danspasjes voor met een kamerbrede glimlach op hun gezicht (volgens mij doen hun kaken pijn na zo’n avondje dansen). Het publiek doet mee met de danseressen en danst rond het podium. Jong, oud iedereen danst mee. Wij beslisten toch maar te passen.

Het liep ondertussen tegen zonsondergang en bestaan er betere plekken om een zonsondergang door te brengen dan bovenop een building van 54 verdiepingen? We moesten toch iets doen om ons gefaalde bezoek aan de Tokyo Sky Tree te compenseren? Dus namen we de lift naar het dakterras van de Mori Tower. What a view! Ongelooflijk. Niet te vergelijken met het uitzicht in het Tokyo Metropolitan Government Building, waar je door vuile ramen moet kijken en je geen 360 graden zicht hebt. Neen, hier stonden we boven op het dak in de open lucht met rondom ons Tokyo. De zon ging onder en Fuji-san tekende zich duidelijk af aan de horizon. Magisch!

Iets minder magisch was de “show” op het dakterras ter ere van de 110-de verjaardag van Walt Disney. Blinkende Disney-figuurtjes begonnen om de zoveel minuten om hun as te draaien onder begeleiding van de bekende Disney-melodietjes. Na een zestal keer “It’s a small world after all” gehoord te hebben, voelde ik een sterke drang om de figuurtjes te molesteren. Enkel de aanwezigheid van een hele hoop securitymensen weerhield me hiervan.

Maar het uitzicht, dat was onvergetelijk. Echt een aanrader als je Tokyo bezoekt en betaal gerust extra om het dakterras te bezoeken, je zal het je niet beklagen.

Voor het avondeten beperkten we ons tot een snelle hap in een noodle-shop. Snel en goedkoop. We wilden op tijd in bed liggen, want de dag nadien ging onze fietsvakantie in Hokkaido van start.

Tokyo wedding – 25 augustus 2012

What a beautiful day for a Tokyo wedding! Vijfendertig graden of meer, stralend blauwe hemel en van de hitte zinderende straten. Lang leve de airco!

We ontbeten samen met de toekomstige bruid en bruidegom en gaven na het ontbijt onze cadeaus af. Geen enkele reden om al die flessen bier naar de feestzaal te sleuren in deze temperaturen, als het koppel in de kamer naast je overnacht. We wilden iets typisch Belgisch geven en omdat chocolade afviel vanwege de tropische temperaturen, werd het bier. Gekocht in de tax free in Zaventem en zonder problemen door de security in Moskou geraakt.

We hadden nog een vrije voormiddag voordat het feest begon, dus gingen we samen met kameraad P naar het Meiji shrine. Een plek die veel meer sereniteit en introspectie uitstraalt dan de veel te commerciële Senso-ji tempel. Het prachtige groene park rondom maakt het plaatje compleet.

Het was erg druk in het station vlakbij de tempel en al snel bleek waarom: er was een festival aan de gang, het Super Yosakoi festival, volgens de vele vlaggen die er hingen. Het liep er vol met groepen Japanners in kleurige klederdracht gestoken. In het park waren twee podia opgesteld waar de verschillende groepen na mekaar een choreografie uitvoerden op moderne Japanse muziek met live zang, terwijl één lid van de groep instructies door een microfoon schreeuwde om de choreografie in goed banen te leiden. Een hele belevenis.

We waren er zeker langer gebleven om naar de optredens te kijken, ware het niet dat we ons nog moesten optutten voor het feest. We aten snel een kom met noedels en namen de metro terug naar ons hotel. Een verkwikkende douche later waren we er helemaal klaar voor. Het was ons nog steeds onduidelijk wat exact te verwachten van de ceremonie en het feest, maar we waren wel zo slim om een taxi te nemen naar de feestzaal. Kwestie van niet helemaal bezweet aan te komen voordat het feest goed en wel begonnen was.

We hadden geluk. We wandelden met ons drietjes net over de binnenplaats van de tempel toen het bruidspaar daar rondliep om in vol ornaat foto’s te laten nemen. Het paar zag er prachtig uit. Allebei in kimono gestoken: zij in het wit, met een rare witte hoed (een Tsunokakushi, heeft onze Japanse vriendin ons verteld) die zogezegd haar ‘hoorns’ moest verbergen en hij in het zwart. Ze leken uit een ander tijdperk afkomstig. De professionele fotograaf was zo vriendelijk om een paar fotootjes van ons met het bruidspaar te nemen. Een geweldig aandenken.

Daarna begaven we ons naar de feestzaal. Het feest vond plaats in een groot gebouw vlakbij het shrine waar een tiental huwelijken tegelijkertijd gevierd werden. In elke ruimte liep er wel een bruidspaar rond. Trouwen is duidelijk big business in Japan.

Misschien is dit ook het juiste moment om iets te zeggen over de manier waarop in Japan cadeaus aan het bruidspaar gegeven worden. Iedereen geeft een cadeau in de vorm van geld en het bedrag is voor iedereen gelijk: zo’n 50.000 yen per koppel of 30.000 yen voor een alleenstaande. Het geld wordt gegeven wanneer de gasten bij aankomst geregistreerd worden. Iedereen krijgt vervolgens een cataloog waar je een cadeau voor jezelf uitkiest dat iets meer dan de helft van het geschonken bedrag waard is. Omgerekend naar euro’s zou dit voor ons neerkomen op zo’n 500 euro. Een smak geld. Gelukkig werden we door de bruidegom vrijgesteld van dit systeem.

Ondertussen waren we in een soort wachtzaal terechtgekomen waar we een fruitsapje of een koude thee konden drinken. De westerlingen waren duidelijk in de minderheid, maar we hadden niets anders verwacht. Om half drie werden we naar het shrine geleid. Wij mochten plaatsnemen op de eerste rij aan de kant van de bruidegom. Vervolgens kwam het bruidspaar binnen gevolgd door hun beider ouders. Het bruidspaar nam plaats in het midden van de ruimte met achter zich hun ouders. Daarna begon de ceremonie.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen woord verstond van wat er gezegd werd, maar het was heel bijzonder om dit ritueel te kunnen meemaken. A once in a lifetime experience. De rituelen waren anders, maar minder ver verwijderd van een katholiek huwelijk dan ik had verwacht. Zo dronken bruid en bruidegom bijvoorbeeld van hetzelfde kopje sake en sprak de bruidegom een soort huwelijksgeloften uit. Een stresserend moment voor de bruidegom, want alles gebeurde uiteraard in het Japans. Gelukkig fluisterde zijn bruid hem de stukken in die hij moeilijk kon lezen. Opvallend: de bruid werd niet aan het woord gelaten, een kort ‘hai’ van haar kant volstond. Voor mij een illustratie van het diepgewortelde machismo in de Japanse samenleving.

De ceremonie was erg kort en er was geen ruimte voor vrije invulling van het bruidspaar, alles gebeurde volgens de geijkte formules, zoals dit waarschijnlijk al eeuwen vastligt. Na de ceremonie werden we naar een andere zaal gebracht en kon het feest echt beginnen. De bruidegom had ons op voorhand gezegd dat we ons aan een soort receptie konden verwachten, maar Japanners verstaan toch iets anders onder een receptie dan wij.

Wij kwamen terecht in een poepchique zaal waar iedereen een aparte plaats toegewezen kreeg aan ronde tafels. We kregen al een drankje en dan was het wachten op het bruidspaar. De bruid moest namelijk uit haar witte kimono geholpen worden om een ander meer kleurrijk exemplaar aan te trekken. Iedereen zat aan tafel toen dan eindelijk het bruidspaar binnenkwam. Beiden schreden door de zaal langs de tafels zodat iedereen hen goed kon bekijken, om vervolgens plaats te nemen aan een aparte tafel met hun gezicht naar de gasten gericht.

Na een kort welkomstwoord van de bruid en bruidegom, werd de eerste gang opgediend. En na de eerste de tweede en de derde en de vierde en de… Enfin, ik raakte de tel kwijt. De gangen volgende zo snel op elkaar dat ik op een gegeven moment drie gangen achter stond. Ik denk dat we in totaal een tiental gangen kregen. Allemaal kleine hapjes, allemaal even lekker, in totaal meer dan voldoende om een volwaardige maaltijd te vormen.

Tijdens het eten werd door de gastvrouw, verbonden aan de feestlocatie, een soort biografie van het bruidspaar voorgelezen. Zo werd ettelijke keren vermeld wat het beroep was van de bruidegom en hoeveel talen hij wel niet sprak. Een huwelijk met ondertitels, zoals kameraad P het treffend uitdrukte. Stil werd het nooit, want als de ondertitels even uitrustten werden de grootste westerse muzikale plakkers uit de kast gehaald om de romantiek van het moment te benadrukken.

Opvallend: hoewel sake werd aangeboden als drank, dronken al de Japanners bier. Wij, als westerlingen dronken uiteraard sake. :-) Het arme bruidspaar werd geen moment rust gegund, iedereen wou met hen op de foto, terwijl de verschillende gerechten die zich opstapelden op hun tafel, onaangeroerd bleven. In het midden van het feestmaal verliet de bruid opnieuw de zaal, ditmaal begeleid door haar moeder, om een half uur later opnieuw te verschijnen in een witte westerse bruidsjurk met heel veel bling bling (Japanners houden nogal van kitsch).

Daarna werd de taart aangesneden: een wit exemplaar met rode aardbeien, zo perfect gelijk van vorm dat het hele ding wel uit plastic gemaakt leek. Bruid en bruidegom voerden elkaar een stukje van de taart, onder luid gejuich van de aanwezigen en er kon zelfs een zedig kusje op de wang vanaf (Japanners kussen niet in het openbaar).

Ik had wel een beetje medelijden met het echtpaar dat amper de tijd had om te genieten van hun moment, hun eigen gerechten moesten laten koud worden (als ze dat al niet waren) en voortdurend krampachtig moesten blijven glimlachen voor al die foto’s. De bruid moest zich dan ook nog eens de helft van de tijd verkleden. Niet mijn idee van een leuk feestje.

Stipt om 18.00 uur ‘s avonds (!) werd het feest afgesloten. We kregen nog allemaal een klein cadeautje mee naar huis als aandenken en bedankten het bruidspaar en hun ouders voor de heerlijke (up tempo) maaltijd. Daarna werd er nog een kleine fotosessie gehouden in de tuin bij de tempel. Een tuin met een vijver en wie houdt er zich graag op in de buurt van vijvers na zonsondergang? Juist, ja. Het resultaat: een stuk of vijftien kanjers van muggenbeten. En jeuken dat die bulten deden, verschrikkelijk.

Tijdens de fotosessie maakten we kennis met een koppel sympathieke Russen die hun woonplaats in Moskou ingeruild hadden voor Tokyo. Op mijn vraag of ze Rusland niet misten, antwoordden ze volmondig neen. Heel interessante mensen. Allebei waren ze naar Fukushima geweest vlak na de ramp om er te tolken voor nieuwsploegen. Dat betekent dat ze een verhoogde stralingsdosis hebben opgelopen tijdens hun verblijf daar. Nu, de risico’s die ze liepen zijn beperkt, omdat ze niet lang daar zijn geweest. Maar toch.

Met de bruidegom hadden we afgesproken dat we na het feest nog samen iets zouden drinken. Wij (kameraad P, de vader van de bruidegom en zijn vriendin en nog een andere Belg) vormden de voorhoede. We trokken naar Shibuya (even een scary moment toen mijn vriend dacht zijn portefeuille kwijt te zijn, gelukkig bleek het ding gewoon in een ander deel van de rugzak te steken, ik vermeld dit hier omdat ik normaalgezien degene ben die vanalles kwijtspeelt). We vonden een gezellige tafel in een soort Irish pub en dronken een glas op de gezondheid van het bruidspaar.

Even later sloot onze Japanse vriendin M bij ons gezelschap aan. M was speciaal om ons nog eens te zien van haar thuisbasis op een ander eiland helemaal naar Tokyo gereisd. Fantastisch vind ik dat. En eerlijk, het is altijd handig om een native speaker bij de hand te hebben.

Toen het bruidspaar arriveerde, stelde de bruidegom voor om een andere bar op te zoeken. Karaoke kreeg hij niet verkocht aan de aanwezigen. 😉 Het werd The Lock-up, een thema-bar waar je eerst een kronkelige weg met spookhuisachtige taferelen moest passeren om vervolgens in een donkere ruimte terecht te komen die aan een cel deed denken. Niet echt mijn ding. Ik hou meer van stijlvolle gezelligheid.

Het grootste obstakel was dat we gehurkt aan een lange tafel kwamen te zitten met absoluut geen beenruimte. Het kan zijn dat Japanners makkelijk uren op hun knieën zitten, de lange westerlingen in ons gezelschap zuchtten en kreunden. Doordat we aan een lange tafel zaten was het ook absoluut onmogelijk het gesprek aan het andere eind te volgen. Gelukkig waren de Russen aangesloten bij ons gezelschap en had ik een tof gesprek in gebrekkig Russisch met de Russische dame.

De cocktails pasten ook in het thema. Je kon er eentje bestellen met een drijvend oog in of een fluoriserend groene mojito of shots uit proefbuisglaasjes. Beetje flauw allemaal. Geef mij maar een echte cocktail volgens de regels van de kunst. Deze cocktails waren gewoon gemaakt voor het optische effect en smaakten flets

Toen er na een anderhalf uur opeens een sirene minutenlang begon te loeien en iemand met losse flodders kwam schieten in onze kamer, had ik het wel gehad. Enfin, leuk als je van dit soort dingen houdt, niet aan mij besteed.

Tokyo – 24 augustus 2012

Zonder problemen in slaap gevallen, maar rond een uur of half vijf plaatselijke tijd (zo’n half tien ’s avonds in België) was ik klaarwakker en met geen stokken meer in slaap te krijgen. Het spook der verloren koffers waarde door mijn hoofd. Dan maar wat rondgehangen op social media sites allerhande. Wat doet een mens anders midden in de nacht met een slapende vriend naast zich?

Ons eerste ontbijt was er eentje dat bestond uit onigiri en miso soep. Exact waar ik al zo lang naar uitgekeken had! We hadden afgesproken om die dag met z’n allen (vriend P, vader van de bruidegom, vriendin van de vader en de bruidegom zelf) naar Tsukiji vismarkt te gaan. Normaalgezien bezoek je deze vismarkt bij voorkeur op een hemeltergend vroeg uur, maar de bruidegom had ons verzekerd dat er wat later op de dag ook nog genoeg te zien zou zijn.

Dat was ook zo, maar ik denk dat het zeker de moeite loont om vroeger op te staan om de bedrijvigheid op deze bijzondere plek op te snuiven en een rondleiding te krijgen van een ingewijde. Vis, vis, vis, zover het oog reikte, We zagen zelfs enkele vishandelaars bevroren tonijn in stukken kappen. Ontzagwekkende beesten. Bijzonder jammer dat sommige soorten bijna uitgestorven zijn. Vooral de blauwvintonijn is er erg aan toe en ik vrees dat ik niet kan garanderen dan alle sashimi en sushi die ik hier in Japan voorgeschoteld krijg ecologisch verantwoord zijn.

Nog een tip voor wie de vismarkt wil bezoeken: pas op dat je als toerist niet voor één van de karretjes die vis vervoeren, terecht komt. De Japanners die deze dingen besturen rijden als gekken en zijn allesbehalve dol op toeristen. En draag dichte schoenen. Na een tocht op flipflops tussen de kraampjes hingen mijn benen helemaal vol met modder. Lang leve de vochtige doekjes.

Na onze, wat mij betreft vele te korte, rondgang op de vismarkt en de straten rondom, schoven we aan tafel om van al dat lekkers te proeven. In de omgeving van de vismarkt vind je tal van restaurants die kraakverse sushi serveren voor een redelijke prijs. Echt een aanrader. Omdat het nog vrij vroeg op de dag was en mijn onigiri nog niet volledig verteerd, hielden mijn vriend en ik het bij een bescheiden portie. Maar lekker was het zeker. Ook een dikke pluim voor de pa van de bruidegom en zijn vriendin die dit soort eten duidelijk niet gewoon waren, maar de moeite deden om alles te proeven en de techniek van het eten met stokjes onder de knieën te krijgen.

Om de sushi te laten verteren, wandelden we door de aangenaam groene Hama Rikyu Gardens, een mooi en rustig park omgeven door hoge kantoorgebouwen. Het contrast tussen het romantische theepaviljoen in het midden van het park en de hoogbouw kon moeilijk groter zijn. Door de hitte (>35 graden) was het erg rustig in het park, maar we zagen wel een pasgehuwd koppel in traditionele kledij poseren voor hun huwelijksfotograaf. Er was een aparte assistente voorzien om de kimono van de bruid goed te leggen en zo nu en dan het zweet van het bruidspaar af te wissen.

In het theepaviljoen nam ik voor het eerst deel aan een authentieke Japanse theeceremonie. Een heel ritueel waarbij alles in de juiste volgorde en op de juiste manier moet gebeuren. Een handleiding van een pagina lang moest ook de barbaarse westerling de knepen van de theeceremonie leren. Gelukkig konden we kiezen voor koude thee, maar ik was vooral fan van het mooie versierde mochi-achtige gebakje dat we bij de thee kregen.

Vanuit het park namen we de waterbus naar Asakusa. Een aangenaam ritje, dat we ondanks de hitte op het bovendek doorbrachten. Airco is voor watjes, nietwaar? Hoogtepunt was het schitterende zicht vanaf het water op de onlangs geopende Tokyo Skytree. Dat ik niet de enige was, die dit vond, bleek toen er zich vliegensvlug een groepje Japanners met fotocamera’s rond mij vormde vanaf het moment dat de naam Skytree viel.

We stapten uit aan de Asahi flamme d’or en trokken van daaruit naar de Senso-ji tempel waar het ondanks de hitte een overrompeling was. Te veel volk en te veel kraampjes met te veel prullaria, maar de tempel zelf moet je wel gezien hebben, want de oudste van Tokyo. Toen wij er de vorige keer waren, beleefden we er een naschok van de grote aardbeving, maar ditmaal bleef het rustig. Vriend P en ik hadden ons na de wandeling die in het vooruitzicht lag een ijsje beloofd om af te koelen, maar hey, wie kan weerstaan aan een waterijsje met rode bonen?

Na alweer een blitzbezoek (de bruidegom wilde natuurlijk op korte tijd zoveel mogelijk van Tokyo aan zijn vader laten zien), wandelden we naar het Edo-Tokyo museum om wat bij te leren over de tijd toen Tokyo nog Edo heette. We waren er één uur voor sluitingstijd en dit was uiteraard veel te weinig om dit museum grondig te bezoeken. Voor een bezoek moet je minstens twee uur rekenen en drie uur ben je er makkelijk zoet als je op je gemak alle uitleg wil lezen.

Nu liepen we snel snel door het enorme gebouw om hier en daar stil te staan bij de replica’s op ware grootte van de Nihonbashi brug en een kabukitheater. De schaalmodellen die taferelen uit het vroegere Edo uitbeeldden, spraken mij het meeste aan. Erg knap gedaan. Je kon er ook poseren in een riksja, wat ik uiteraard deed. Je bent toerist of je bent het niet. Mijn vriend was trouwens niet de enige die met een foto van mij in een riksja naar huis ging. Blond haar, het blijft een ongelooflijke aantrekkingskracht uitoefenen op Japanners.

In het museum kregen we het bericht dat onze valiezen in ons hotel waren aangekomen. Ik geef toe dat ik een klein vreugdesprongetje gemaakt heb.

We sloten de avond af in Akihabara. Niet meteen mijn favoriete plek in Tokyo, maar natuurlijk wel een must see. Ik was gewoon blij dat ik terug kon keren naar de plek waar ik vorig jaar kennis maakte met mochi ijs. Zo lekker! En deze keer liet ik onze gids er niet liggen. Hoera!

Als avondmaal stelde de bruidegom voor een hamburger te eten bij de MOS-keten. Ik probeerd een rice burger. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een burger waarvan het broodje vervangen was door twee platte schijven samengedrukte rijst. Al moet ik toegeven dat het geheel lang niet slecht smaakte.

Na de burger splitste onze groep op. De vader van de bruidegom moest nog een nieuwe broek en hemd hebben voor het huwelijksfeest en wij keerden terug naar het hotel om aldaar verenigd te worden met onze valiezen. We fristen ons een beetje op, trokken andere kleren aan en gingen nog iets in de buurt drinken met kameraad P. Onze eerste kennismaking met frozen beer, al hield ik het op een frozen mojito. Die gekke Japanners toch.

Daarna klopten we op de deur van bruid en bruidegom in spé, die ondertussen zelf ook in ons hotel waren ingecheckt, om wat meer details over het huwelijk te vernemen (bvb wanneer we verwacht werden en waar we juist moesten zijn, toch wel handig om weten). Het werd een beetje een vreemd gesprek omdat de bruid de deur open deed, terwijl de bruidegom een bad aan het nemen was en de bruid zelf maar beperkt Engels kon. Het bleef allemaal een beetje vaag, te meer daar de vader van de bruidegom er op een ander tijdstip moest zijn dan wij, maar op welk tijdstip dat dan was, daar geraakten bruid en bruidegom niet uit. Enfin, we zouden wel zien, de dag nadien.

Aankomst in Tokyo – 23 augustus 2012

Prelude: De nacht voor ons vertrek bijzonder weinig geslapen. Wat stress voor de lange vlucht en tegelijkertijd schrik dat de overstap in Moskou te kort was om ook onze bagage op het vliegtuig te krijgen. Ondanks het feit dat onze vlucht naar Moskou pas ‘s middags vertrok, was ik dus allesbehalve uitgeslapen.

De belangrijkste reden voor deze trip naar Japan was het huwelijk van onze Belgische kameraad met zijn Japanse vriendin. Een unieke kans die we niet konden laten liggen. In de luchthaven van Zaventem maakten we kennis met de vader van de bruidegom en zijn vriendin. Het was voor de vader de eerste keer dat hij een transatlantische vlucht nam. Hij was in zijn leven nooit verder geraakt dan Spanje en zag op tegen de lange vlucht. Dat deed ik zelf ook. Zo lang verplicht met een hoop mensen samen zitten in een kleine, oncomfortabele ruimte is niet aan mij besteed. Spijtig dat de concorde niet meer vliegt.

De overstap in Moskou verliep zonder problemen. We hadden iets minder dan anderhalf uur de tijd om ons van Terminal F naar Terminal D te verplaatsen en die tijd konden we goed gebruiken. Moskou is een reusachtige, drukke luchthaven vol met boos kijkende Russen. I loved it! Ik kan niet wachten om een écht bezoek aan Moskou te brengen.

De rest van de vlucht verliep zonder noemenswaardige incidenten. Van het Japans herhalen op het vliegtuig kwam echter niet veel in huis. In de plaats daarvan keek ik naar ‘Mission Impossible: Ghost Protocol’ (best wel te pruimen, vooral de scènes in en rond de Burj Khalifa in Dubai waren indrukwekkend, ik kreeg er klamme handjes van), ‘This means war’ (een flauwe romantische komedie over twee knappe spionnen die allebei verliefd werden op hetzelfde meisje) en een stuk van een film met Charlize Theron waarvan de naam me ontglipt. Ik probeerde tussendoor wat te slapen, maar zoals gewoonlijk lukte dit niet al te best.

Op Narita airport hadden we afgesproken met kameraad P die vanuit Frankfurt naar Tokyo vloog. Hij kwam tweeëneenhalf uur vroeger dan ons aan, maar wilde graag samen met ons naar het hotel reizen. De bruidegom had al zijn Belgische gasten in hetzelfde business hotel (Toyoko Inn in Shinjuku) ondergebracht en zo’n eerste kennismaking met Tokyo en zijn openbaar vervoer kan best heftig zijn.

Spijtig genoeg moest kameraad P een beetje langer dan verwacht op ons wachten. Zoals ik had gevreesd bleven de vader van de bruidegom, zijn vriendin, mijn vriend en ikzelf als laatste bij de transportband achter. Geen spoor van onze valiezen. Gelukkig kwam daar een behulpzame Japanse Aeroflot-dame aangedwarreld met een papier met onze naam op. Dat onze valiezen de overstap in Moskou niet gehaald hadden en sorry, sorry, sorry en of we deze papieren konden invullen.

Toch even hard moeten nadenken of onze valiezen al dan niet een cijferslot hadden en of ze nu zwart dan wel donkergrijs waren. Na een ellenlange vragenlijst (die we ook nog eens naar het Nederlands moesten vertalen voor onze Engelsonkundige mede-passagiers) mochten we beschikken. Maar eerst nog de douane passeren die erg argwanend keek naar alle flessen bier die we meezeulden (cadeau voor de bruid en bruidegom en onze Japanse vriendin met wie we later hadden afgesproken).

Gelukkig was vriend P nog niet met zijn stoeltje vergroeid geraakt, konden we (letterlijk) op de eerstvolgende trein naar Shinjuku springen, aten we snel iets in het station van Shinjuku en kwamen we een kleine taxirit later in het hotel aan. Met in onze handbagage twee fototoestellen, twee computers, een hoop lenzen voor deze fototoestellen, een kluwen aan kabels en opladers, een zonnebril, twee brillen, twee propere onderbroeken (de mijne, want ik was vooruitziend geweest), tien flessen bier en verder helemaal niks.

Tot overmaat van ramp konden we nog niet inchecken in ons hotel (slechts mogelijk vanaf 16.00u en het was op dat moment 15.00u) en we wilden ons dolgraag opfrissen. Dan maar iets gaan drinken (hmm, frozen mango) om de tijd te doden en nog snel een haarborstel voor mij gekocht, want die paste niet meer in de handbagage en je wil mij echt niet met ongekamd haar zien.

Gelukkig zijn Japanse hotels allemaal voorzien van de nodige toiletartikelen zodat we onze tanden konden poetsen nadat we eindelijk konden inchecken. Ondertussen waren we al ettelijke uren wakker, maar we wilden het nog wat rekken om zo snel mogelijk in het juiste ritme te vallen. Daarom bezochten we het Tokyo Metropolitan Government building (de kantoren van het gemeentebestuur van Tokyo gebouwd door architect Tange Kenzo). Megalomane gebouwen met een magnifiek uitzicht dat gratis te bezichtigen valt. We waren hier vorig jaar al geweest, maar dit jaar kregen we als bonus het uitzicht op de Fuji-san bij ondergaande zon.

Boven in het Metropolitan Government building ontmoetten we onze bruidegom in spé, super ontspannen en een paar kilootjes lichter dan de vorige keer dat we hem zagen. De liefde en het Japanse eten hadden hem duidelijk deugd gedaan.

Voor het avondmaal trokken we naar een traditionele izakaya, een soort Japanse taverne, maar dan met heerlijk gezond eten voor een erg schappelijk prijs. Eten bestellen deden we via een touch screen (of hoe tradities en moderniteit elkaar ontmoeten). De bruidegom bestelde een leuke variatie aan gerechtjes, waarvan de één al beter in de smaak viel dan de andere. De kippenlevertjes bleken niet populair, de kippentenen evenmin. De gefrituurde garnalen die je in zijn geheel kon opeten vond ik dan weer zalig lekker.

Na het eten was onze pijp uit en trokken we voor een welverdiende nachtrust naar ons hotel, hopende dat we de volgende dag, zoals beloofd, met onze valiezen herenigd zouden worden.

Het staat vast!

Onze vlucht naar Japan is geboekt! Eind augustus, begin september keren wij terug naar het land van de rijzende zon. We zullen onze trip starten in Tokyo waar het trouwfeest van onze vriend plaatsvindt. Een goede motivatie om ons Japans wat op te frissen, want buiten ons, de vader van de bruidegom en nog een kameraad, zullen er niet veel Belgen op het feest aanwezig zijn. Daarna reizen we met grote waarschijnlijkheid door naar Hokkaido in het noord voor een fietstocht van meerdere dagen. Iets helemaal anders dan wat we normaal doen op reis, maar het zal ons een keer deugd doen om fysiek bezig te zijn.

En het tofste van alles is: we maken een tussenlanding in Moskou! Ik zal mij voor de eerste keer in mijn leven op Russische bodem bevinden, zij het dan wel in de transitzone van een luchthaven, maar toch, Russische mensen om mijn Russisch op uit te proberen!

Een veel voorkomende verwarring

Sinds ik terug ben uit Japan is me opgevallen dat veel mensen het verschil tussen Japan en China niet kennen. Iets wat me lichtelijk verbaast, gezien al de aandacht die Japan de laatste weken heeft gekregen en het feit dat China als grote economische uitdager van het Westen wordt gepositioneerd. Om één en ander aanschouwelijk voor te stellen, toont deze Google Map hoe van de hoofdstad van Japan naar de hoofdstad van China te geraken. Let u vooral op nummertje 48. (Al een oudje, ik weet het.)

Zaterdag 30 april: Tokyo

Voor onze laatste dag in Tokyo stond een bezoek aan het Nationaal Museum in het Uenopark op het programma. De totale collectie van het Nationaal Museum omvat meer dan 110.000 stukken. We waren erg benieuwd naar de hoogtepunten van de Japanse kunst.

Spijtig genoeg bleken een paar gebouwen van het Nationaal Museum gesloten te zijn. Het Honkan (het hoofdgebouw) en het Heiseikan waren gelukkig wel te bezoeken. En extra punten voor het nationaal museum: het was toegelaten foto’s te nemen van de kunstwerken.

Toch voelde ik me een beetje underwhelmed bij het zien van de gepresenteerde kunst. Niet dat er geen mooie stukken stonden. Vooral de Haniwa, terracotta mensen- en dierenfiguren uit de zesde eeuw, vond ik erg bijzonder. De kunst was gewoon niet zo overdonderend als die van andere nationale musea die ik al bezocht. Veel van de tentoongestelde objecten waren kalligrafiewerken en ik denk dat het moeilijk is dit als niet-Japanner ten volle appreciëren als je de kanji al simpelweg niet kan lezen. Heel mooi vond ik dan weer de illustraties bij enkele klassiekers uit de Japanse literatuur zoals The Tale of Genji.

‘s Middags aten we een typisch Japanse lunch in het restaurant op het terrein van het Nationaal Museum. Ik had koude groene noedels, misosoep, gebakken rundsvlees, tempura en sashimi. Een kleine compilatie van alles wat de Japanse keuken te bieden heeft.

We bleven in het museum tot rond sluitingstijd (16.00u) en kregen toen het geniale idee om nog snel een bezoek aan Odaiba te brengen. Odaiba is een groot kunstmatig eiland in de baai van Tokyo. Om daar te geraken namen we de monorail. Het was de eerste maal dat we dit transportmiddel gebruikten in Tokyo en we genoten van de prachtige uitzichten op de de baai van Tokyo en hypermoderne gebouwen zoals dat van Fuji Television en Big Sight .

We stapten uit aan Tokyo Big Sight, een beetje de Brussels Expo van Tokyo, maar dan groter en mooier. Hier worden onder andere grote manga- en anime-conventies gehouden, dus mijn broertje was in zijn sas. Blijkbaar was er die dag een poppenbeurs geweest. We zagen hordes als poppen uitgedoste meisjes met hun rolwagentjes terug komen van de expositieruimte.

We liepen wat rond in de verlaten tentoonstellingsruimten van Big Sight. Omdat er verder niet veel te beleven viel, keerden we met de monorail één halte terug voor een ritje in het reuzenrad. De Daikanransha verloor zijn titel van grootste reuzenrad ter wereld eind 1999 aan de London Eye. In tegenstelling tot de London Eye was er hier in het geheel geen wachtrij en vijf minuten later zaten we in een cabine. Er stond een stevig windje dat ons bakje vervaarlijk deed schommelen, maar het uitzicht op de baai was fenomenaal. Het was net valavond dus de lichtjes van de stad gingen één voor één aan.

Vlakbij de Daikanransha bevond zich een Toyota showroom met de allernieuwste snufjes op het vlak van autotechnologie. Mijn broertje zag er zijn droomwagen die helaas niet op de Europese markt verkrijgbaar is. Het is voor mijn broertje met zijn lengte (bijna 2 meter) niet zo evident om een confortabele wagen te vinden en dit hoekig model met hoog dak was ideaal voor hem. Invoeren met een container dan maar?

We zetten ons tocht verder naar Aqua City een shopping center dat eruit ziet als een stad vol met Romeinse palazzo’s onder een eeuwig blauwgeschilderde hemel met witte schapenwolkjes. De plafondschilderingen waren zo realistisch dat je bijna geloofde echt onder een prachtig blauwe hemel te lopen. Aqua City heeft verder een protserige fontein en een pleintje met een fake kerk. Je kan het zo gek niet bedenken.

We slenterden wat rond in het winkelcentrum en besloten in deze gezellige nepomgeving ons laatste avondmaal te nuttigen: een lekkere Italiaanse pasta met een glaasje prosecco erbij. Heel erg on-Japans, maar wel een gezellige afsluiter van een meer dan geslaagde vakantie.