Receptitis

De voorbije dagen van het ene feestje naar de andere receptie gehold. Ja, het leven kan zwaar zijn.

  • Receptie nummer één: Een minder geslaagd exemplaar na de conferentie van vrijdag. Geen schuimwijn of cava te bespeuren en wie doet er nu in hemelsnaam een toef mayonaise als versiering op sushi en taboulé? Volgens mij om te verdoezelen dat de hapjes zonder dat niet veel smaak hadden.
  • Receptie nummer twee: Maandag ter gelegenheid van de lancering van een nieuw product. De lancering werd opgevrolijkt door Bert Kruismans en een cowboy-achtig groepje die in het Nederlands zongen. Geen schuimwijn, wel heerlijke wijn en lekkere hapjes. Alleen bleek het aartsmoeilijk te zijn om met de slanke broodstokjes de tapanade die op tafel stond naar binnen te krijgen zonder de helft op de grond te laten belanden.
  • Receptie nummer drie: Dinsdag de heropening van restaurant Ming in Leuven. Een nieuw interieur en een nieuw concept, dat mag gevierd worden. We behoorden bij de gelukkigen die een uitnodiging ontvangen hadden. Er was meer dan honderd man en toch slaagde het personeel erin ons vol met hapjes te stoppen en ook met de cava werd niet zuinig omgesprongen. Sushi, dim sum, teppanyaki, we werden verwend. Minder leuk: de halve paniekaanval toen ik even dacht dat iemand mijn rugzak met daarin mijn fototoestel en al mijn lenzen had gepikt. Uiteraard stond de rugzak veilig vlakbij, maar goed voor mijn hart zal het niet geweest zijn. En dan ben ik ook nog in aanvaring gekomen met een Chinese draak, resultaat: een opgezwollen lip, die gelukkig de dag nadien tot normale proporties was geslonken.
  • Receptie nummer vier: De (aangetrouwde) nicht van mijn vriend verdedigde haar doctoraatsthesis en mocht zich na veel loftuigingen van de jury voor het eerst met ‘doctor’ laten aanspreken. Ik had mijn fototoestel meegenomen om dit heuglijke moment voor het nageslacht vast te leggen. De receptie werd verzorgd door Carpe Diem n.v. uit Tongeren en de hapjes waren echt waar subliem. Patatjes met zwezeriken en truffel en zo. Enfin, verfijnd was een understatement. En ook hier werd gul met de flessen schuimwijn rondgegaan. Recepties waarbij men als afsluiter met een dessertje langs komt, zijn trouwens de allerbeste! En ik hield er nog een fles champagne aan over ook.

Hmm, we zullen het de komende dagen toch maar een beetje soberder aan doen.

Decadent

Vandaag ging ik nog eens naar een conferentie. In Brussel ditmaal. Het moet niet altijd Kopenhagen of Warschau zijn, he. Inhoudelijk viel er niet veel nieuws te rapen, het was dan ook een “awareness event”. Veel mooie honingzoete woorden, dus. Maar kijk, er was sushi, dus wat zou ik durven klagen!

Anderhalve dag Kopenhagen

Ik weet het, mijn ecologische voetafdruk is er alweer wat groter op geworden, maar de plicht riep. Dus stapte ik gisteren op een vliegtuig richting Kopenhagen voor een conferentie en bijhorend diner. De weersomstandigheden in Kopenhagen waren suboptimaal en met suboptimaal bedoel ik ijskoud. Waar blijft die lente? Het is verdorie april. En zo was ik genoodzaakt in mijn vrije uurtjes van winkelcentrum naar winkelcentrum te vluchten om mijn verkilde vingers de kans te geven weer op temperatuur te komen. Gelukkig was vandaag de zon wel van de partij, wat meteen een wereld van verschil maakte. De conferentie zelf was kort, maar boeiend. Het aantal aanwezigen was bewust beperkt gehouden om de interactie tijdens de brainstormsessies te verhogen. Heel interessante mensen leren kennen en een tof gesprek gehad met één van de aanwezigen uit Tallinn. De locatie waar de conferentie doorging was schitterend: The Black Diamond is werkelijk een adembenemend verlengstuk van de Deense Koninklijke bibliotheek.

En vandaag ben ik alweer terug in België. Zo vliegt een werkweek wel snel voorbij.

Oja, foto’s genomen met mijn oude Canon Powershot G7. Vandaar de crappy kwaliteit.

Een doos pralines

Woensdagavond hadden we een collega en zijn vriendin over de vloer. De collega is al een tijdje out met een vervelende voetblessure en we zaten samen om een regeling uit te werken die toeliet dat hij toch van thuis uit kon werken, ondanks zijn immobiliteit (zijn vriendin kan hem moeilijk elke dag naar het werk voeren). Net op dat moment ging de deurbel.

Via de intercom zag ik dat het één van de mede-eigenaars van ons appartementsgebouw was die haar appartement verhuurt. Een oudere dame van het type dat elke frank in twee bijt (aja, want zij rekent nog in franken), geen internet heeft en dus moeilijk bereikbaar is en het te veel vindt om te betalen voor een aangetekend schrijven gericht aan onze nog steeds heftig tegenspartelende bouwheer. Enfin, een vervelend dametje dat ons belt op ongelegen momenten en je in het midden van de winkelstraat tegen houdt om heel haar uitleg te doen terwijl je net erg gehaast bent.

Ze had al eerder voor de deur gestaan toen ik nog niet thuis was, maar toen had mijn vriend haar niet binnen gelaten. Toch voelde ik me verplicht haar te woord te staan vanuit mijn functie als voorzitter van de Raad van mede-eigendom. We hadden al laten vallen tegen onze gasten dat er een vervelend dametje voor de deur stond, toen ik naar beneden ging. Bleek dat ons dametje in kwestie een doos pralines bij had voor mij en mijn vriend omdat we haar een draft versie voor een brief gericht aan de bouwheer bezorgd hadden.

Het schaamrood steeg me naar de wangen, want ze was speciaal twee keer langs gekomen om die pralines af te geven. Toen ik terug boven was, moffelde ik de pralines, die ik normaal met de gasten gedeeld zou hebben, haastig weg. Want hoe kan je een gulle gift als deze rijmen met het beeld van een gierig dametje dat we geschetst hadden? Zo zie je maar, oordeel niet te snel…

Epidemie

Er lijkt een ware zwangerschapsepidemie uitgebroken op het werk. Maar liefst drie van mijn vrouwelijke collega’s zijn samen zwanger. Alle drie uitgerekend voor september. Een andere collega is net terug uit bevallingsverlof van haar vierde (!) kindje en nog een andere collega is net bevallen. En wij maar bijeen leggen voor cadeautjes. 😉

Gelukkig ben ik immuun!

Prikkelbaar

Ik weet niet wat het is, het druilerige weer, het feit dat ik me fysiek niet honderd procent voel, slaapgebrek, de stress op het werk,… Feit is dat ik de laatste tijd nogal snel ontvlambaar ben en in een voortdurende toestand van slechtgezindheid rondloop. Dingen die ik anders gewoon naast me zou neerleggen, werken nu op mijn zenuwen. Kleine incidentjes zijn voldoende om me boos te maken.

Zo werd ik deze namiddag op een cursus voor leidinggevenden verwacht, speciaal georganiseerd voor mij en mijn collega’s middenkader leidinggevenden op het werk. Ik had daarvoor nog een andere vergadering gehad die bijzonder slecht was verlopen, dus mijn humeur was al niet optimaal. Bovendien had die vergadering langer geduurd dan verwacht waardoor ik uiteraard te laat was en iedereen al zat te wachten. Het ongetwijfeld goed bedoelde grapje van de lesgever toen ik binnenkwam, schoot bij mij dan ook in het verkeerde keelgat en ik ging meteen in de aanval.

Niet meteen een goede indruk gemaakt. De cursus bleek dan ook nog eens een zware tegenvaller: inhoudelijk meer van hetzelfde en de relevantie was soms ver te zoeken. Dus multitaskte ik tussendoor op mijn iphone en zorgde ik dat tijdens de pauze een dringend dossier afgerond werd door één van mijn medewerkers. En zo was ik natuurlijk maar half aanwezig in de cursus. Al een geluk dat het niet bijzonder boeiend was.

Dat dagje verlof morgen is alleszins welkom.

Op ziekenbezoek

De zieken bezoeken is niet alleen een werk van barmhartigheid, het kan soms ook gewoon heel erg plezant zijn.

Een collega is een tijdje geleden geopereerd aan haar voet en moest daardoor noodgedwongen een maand thuis blijven om alles te laten helen. Dus zakten wij met het bijna-ganse team (één iemand ontbrak wegens ziekte) naar Gent af. En al had ik op voorhand gezegd dat ze zeker niet te veel moeite moest doen, de flessen cava stonden al koel toen we tramgewijs bij haar arriveerden. Het cadeau dat we bij hadden, het boek Mysterium van Rita Monaldi en Francesco Sorti, viel in goede aarde. We snackten op olijfjes, artisjokharten en kroepoek, genoten van overheerlijke gevulde broden (naar een recept van Jamie Oliver), dronken een glaasje wijn en keuvelden gezellig de avond weg.

En dat alles terwijl onze collega rondhobbelde op haar gipsverband. Gelukkig had ze geen pijn meer van de operatie en kon ze zich nu al aardig uit de slag trekken. Wij kijken alleszins uit naar de dag dat ze ons team opnieuw komt vervoegen. ‘t Is een beetje stilletjes, zo zonder haar!

Namen noemen

Eén van mijn zwakke punten: trivialiteiten blijven probleemloos hangen in mijn geheugen, maar namen van mensen, hét allerbelangrijkste, die willen al eens tussen de plooien verdwijnen. En het is niet dat ik mijn best niet doe. Wanneer ik in een meeting aan nieuwe personen wordt voorgesteld, probeer ik de naam inwendig te herhalen om zo de naam te koppelen aan het gezicht, maar meestal zit er meer dan één nieuwe persoon rond de tafel en tegen dat ik aan persoon nummer drie zit, is de naam van persoon nummer één al vervaagd. Het gebeurt me ook op conferenties: ik word voorgesteld aan iemand, krijg een businesskaartje, maar dat verdwijnt dan ergens in mijn rugzak en wordt samen met de naam van de persoon vergeten. En de volgende keer dat ik de persoon in kwestie terug zie, herken ik het gezicht, kan ik in het beste geval nog de context van onze ontmoeting reconstrueren, maar die naam, neen, dat wil niet lukken. Alsof mijn hersenen de informatie die ze willen opslaan, eerst filteren en besloten hebben dat namen niet zo belangrijk zijn.

Op dat vlak heb ik echter een conflict met mijn grijze massa. Ik ga elke keer door de grond van schaamte als een naam me weer maar eens ontsnapt en de persoon in kwestie zich mijn naam wel herinnert. Dus laat ik één goed voornemen maken voor 2012: beter mijn best doen om de koppeling tussen de naam en de persoon te maken en deze permanent op te slaan, of desnoods gebruik maken van hulpmiddelen om dit doel te bereiken (stiekem foto’s maken en die koppelen aan busineskaartjes, doet iemand dat?). Want iedereen wordt toch graag herinnerd?