De vervelende vergadering

Deze voormiddag heb ik een niet zo aangename vergadering bijgewoond. Een vergadering waarin onze projectverantwoordelijke zijn ontevredenheid over onze outsourcer op zeer duidelijke wijze luchtte. Pas op, ik ben het helemaal eens met onze projectverantwoordelijke en deel zijn ongenoegen, maar soms is het beter niet boos te worden en het probleem op een andere manier aan te kaarten. Je merkt dat dadelijk, de ene partij wordt boos en verliest zijn geduld en de andere partij zet meteen de stekels op en gaat in de tegenaanval. Naar mijn mening is het moeilijk om in die omstandigheden tot een constructieve oplossing te komen voor het probleem.

Let op, ik ben in mijn privèleven vaak alles behalve het toonbeeld van zelfbeheersing, maar in professionele context doe ik erg mijn best om steeds het hoofd koel te houden. Ik vind het niet kunnen dat vergaderingen in halve scheldpartijen ontaarden en als ik soms de zin voel opkomen om eens goed uit mijn krammen te schieten, dan probeer ik even diep in en uit te ademen en met de glimlach mijn standpunt te herhalen.

En thuis kan ik dan ‘s avonds uitgebreid mijn hart luchten bij mijn arme vriendje. 😉

Moe, moe, moe

Mmm, ik was vandaag beter nog een dagje thuisgebleven van het werk, want helemaal gezond voel ik mij nog niet. Al een geluk dat de vergadering in Leuven deze namiddag anderhalf uur vroeger gedaan was dan gepland, waardoor ik opeens wat tijd op overschot had (een ongekende luxe) en ik op mijn gemak een bezoekje kon brengen aan de Artefact expo. Daarna was het drieënhalf uur doorbijten in de eerste les Japans na de examens. Gelukkig was mijn schitterende uitslag een serieuze opsteker. 😉

Ik ben besmettelijk!

Na een rotslechte nacht toch maar wijselijk besloten thuis te blijven van het werk en een bezoekje aan de dokter te brengen. Het verdict: een virus. Uitzieken dus. Met de juiste symptoombestrijdingsmiddelen hoop ik toch morgen al genoeg opgelapt te zijn om er weer tegenaan te kunnen gaan.

Eerste kennismaking

Vandaag moest ik met een collega van een andere afdeling naar een externe vergadering. Na de vergadering liepen we samen terug naar het werk. Een mooie gelegenheid om mekaar wat beter te leren kennen, dus ik vraag haar waar ze woont. Zegt ze gortdroog: “Nergens. Ik heb het dit weekend uitgemaakt met mijn vriend.” Qua introductie kon dat wel tellen. :-) Wat is dat toch met mijn collega’s en hun liefdesproblemen?

Cultuurprijzen

Gisteren zijn mijn vriend en ik naar de uitreiking van de cultuurprijzen in de Singel geweest. Ik moet ootmoedig bekennen dat ik het merendeel van de genomineerden van haar noch pluim kende. Er zitten duidelijk nog grote gaten in mijn cultuur, maar ik vrees dat ze niet snel opgevuld zullen raken. Toch mochten enkele van mijn favorieten met een prijs naar huis: Sylvia Van Peteghem van de Gentse universiteitsbibliotheek, Open Kamp en Kunstencentrum Vooruit dat met de prijs voor algemene culturele verdienste de hoofdvogel afschoot.

Beste moment van de avond: mijn vriendje die minister Anciaux een handje geeft en dat terwijl hij op voorhand zo hard gezworen had dat hij dat zeker niet zou doen. 😉 En oja, kriekjes in brandewijn, dat is straf spul…

Receptie

De beste recepties zijn degene waarvoor je niet uitnodigd bent. Dit motto indachtig, had ik niet veel overreding nodig toen mijn collega’s van de IT-dienst me vroegen om na het einde van de Documentum-cursus met hen mee te gaan naar de receptie van onze IT-outsourcer. Vorig jaar kreeg ik nog een uitnodiging, dit jaar werd ik echter jammerlijk over het hoofd gezien. Vermoedelijk omdat ik wegens tijdsgebrek niet meer de maandelijkse oersaaie overlegmomenten bijwoon. Na drie dagen cursus zou een beetje vroeger stoppen mij beslist deugd doen.

De receptie ging door in een chic blauw gebouw vlakbij het Noordstation. Het had wat voeten in de aarde voordat we binnen geraakten. De visitorsbadge hadden we redelijk snel, maar de hostessen die ons naar de juiste plek moesten begeleiden, bleken in rook te zijn opgegaan. Dat zal ons leren te laat te komen op een receptie. 😉 Na wat heen en weer gebel door de mevrouwen aan het onthaal en net toen we aan het overwegen waren om met hangende pootjes huiswaarts te keren, kwam een reddende engel de deuren voor ons openen. Zij voerde ons door het doolholf van gangen naar de juiste verdieping.

Dat we inderdaad wat aan de late kant waren, bleek uit het feit dat de schuimwijn al bijna helemaal op was. Gelukkig waren er nog zeer veel verse oesters om van te proeven. Mét een keur aan verschillende sausjes en dressings, die ik natuurlijk allemaal uitgeprobeerd heb. 😉 Mijn favoriete oester-garnituren: de dressing met koriander en rode peper en het tequilasausje. Very jummie. Volgens mij zijn oesters echt etenswaren die je moet leren appreciëren. Ik herinner me nog mijn allereerste oester: gekocht in de delhaize, na veel wrikken met een gewoon keukenmes eindelijk open gekregen en verorberd in de keuken van onze studentenresidentie. Geen succes. Tegenwoordig bevalt de zilte smaak van oester mij veel beter.

Omdat de schuimwijn op was, heb ik mij even gewaagd aan de bierproeverij (letterlijk te nemen, je kon een keur aan Belgische bieren degusteren). Om nóg maar eens tot de conclusie te komen dat bier mijn ding niet is. Alleen de Oude Kriek kon mij enigszins bekoren. Gelukkig waren er leuke en toffe gesprekken om van de receptie een succes te maken. En oja, onze outsourcer is natuurlijk geweldig en helemaal niet zo duur als het lijkt. 😉

Tijdens de terugrit naar Leuven, bleek trouwens dat we in dezelfde wagon zaten als Kathleen. Na het uitstappen nog even een praatje gemaakt met deze goedlachse jongedame. En oja, Kathleen, ik vind je haar prima zo! Helemaal geen nood aan een kappersbezoek, wat mij betreft. 😉

Geluk moet je afdwingen

Derde keer, goeie keer. Of zoiets. Ik ben vandaag drie keer verhuisd. De eerste keer naar de door mij gewenste plaats, waar ik verdreven werd door een verkeerd vallende munt (en ik had nochtans kop gekozen omdat ik mij heb laten wijsmaken dat statistisch gezien de kans groter is dat de uitkomst kop is). Daarna zat ik werkelijk op de slechtste plaats van gans de open werkruimte. Vlakbij de gang, constant mensen die langskwamen, geen kastruimte in de buurt. Echt rottig. Totdat mij ter ore kwam dat er bij het raam nog een plekje was, normaalgezien voorbestemd voor een verdwaald lid van een ander team, maar omdat dit team uit een aantal mensen bestaat die halftijds werken, zou deze plek in de praktijk bijna altijd leeg staan. Dus mijn boeltje gepakt en alweer verhuisd. ‘t Is niet de beste plaats, maar wel een pak beter dan de vorige.

Nu kan ik met een tevreden gevoel aan het weekend beginnen.

Back to the future

En vandaag bevond ik mij plots weer in het gebouw waar ik ooit nachtjes doordeed met collegastudenten, zwoegend op één of ander werkje dat af moest. Deadlines zijn er om te halen met een minuut of twee overschot, daarover waren we het allemaal roerend eens. Waarom hebben ze dat anders deadlines genoemd? Of waar we die keer met gans de richting samen een opdracht maakten voor het meest gehate vak. Een opdracht die we normaalgezien in groepjes van twee moesten maken, maar niemand die daar zin in had. Klassikaal maakten we het vervelende werkje, gingen chinees halen om op te eten tussen de pc’s en dienden één oplossing in voor gans de richting (zo’n vijfentwintig personen). We kregen allemaal een zestien. Of toen midden in de nacht het brandalarm afging, terwijl wij nog in de pc-klassen zaten te werken. Een stomme pipo bekende lijkbleek dat hij per ongeluk het glas van het alarm gebroken had. Toen na tien minuten de veiligheidsdienst nog altijd niet gearriveerd was, bliezen we de aftocht wegens verregaande concentratieproblemen door het doordringende geluid van het brandalarm.

Deze ochtend nam ik de bus naar de plek die mij zo vertrouwd was om een focusvergadering bij te wonen (don’t worry, ik weet ook niet wat een focusvergadering is). En vond een gebouw dat een totale metamorfose had ondergaan. Een extra verdieping erbij, een mooi terras, een grote ontvangstruimte. Lucht, licht en moderniteit straalden mij tegemoet. Een geslaagde metamorfose, dat zeker, een onherkenbare metamorfose, dat ook. Weg waren de pc-klassen, de ietwat benauwde gangen, het kopieerapparaat waar de eerste versie van mijn thesis uitrolde. Gelukkig vond ik verspreid over bureaus her en der in het gebouw nog wat oude studiegenootjes terug. Ik voelde mij meteen weer thuis.