De ronde van Vlaanderen

Vandaag stonden we veel te vroeg op, bezochten we élke provincie in het land, luisterden we bewonderend (of we deden toch alsof) hoe twee baby’s hun stembanden smeerden en werden we volgepropt met pastaschotels (‘s middags én ‘s avonds) en veel te veel hapjes.

Ik kan even geen pap meer zeggen. Uitgerust aan de nieuwe werkweek beginnen, zeggen ze dan.

Hasselt

Ik kom er niet zo vaak meer, in de hoofdstad van Limburg. De stad zal voor mij ook altijd verbonden blijven met ziekenhuis- en rusthuisbezoeken. Maar als ik er dan, zoals vrijdagavond, ben voor plezierige zaken als een dinner date, sta ik ervan versteld hoe gezellig de binnenstad is en hoe hip en trendy je er kan eten en drinken. Een geslaagde avond.

Barbecuegeurtje

Deze ochtend wakker geworden met de geur van barbecue in mijn neus. Lang hoefde ik niet te zoeken naar de oorsprong van dit geurtje. Het rokerige luchtje waaide me tegemoet vanaf de andere zijde van het bed. Dat komt ervan als je een vriendje hebt die graag met vuur speelt. 😉

PS: Dit jaar heb ik maar een keer of vijf moeten vragen of het toch niet tijd werd om het vuur eens aan te steken. En het bakken heb ik deze keer aan de heren der schepping overgelaten. Ze doen het nog zo graag. 😉

Een perfecte lunch

Op een terrasje onder een luifel. Genieten van de warmte van de middag, maar vermijden dat je verbrandt door de te felle zonnestralen. Samen met een collega besluiten decadent te doen en de lunchmenu in drie gangen te bestellen met een glaasje wijn erbij. Bijgevolg iets te laat terugkomen uit middagpauze en denken, ach wat, misschien ben ik morgen dood, ik moet er vandaag van genieten.

Barbecue bij regenweer

De weergoden hadden besloten de barbecue bij vrienden in de buurt van Mechelen te saboteren. Het alternatief, een elektrische barbecue, werd afgedaan als heiligschennis. Dapper staken de heren de barbecue aan, want als er met vuur gespeeld mag worden, zijn ze er als de kippen bij. De barbecue kreeg een plaatsje onder de halfopen garagepoort. Handig is anders, maar het werkte wel. Tussen de regenvlagen door werd ons overheerlijk mals vlees aangeleverd. De afspraak was dat de gasten voor de groenten zouden zorgen en de gastheer en gastvrouw voor het vlees, wat natuurlijk resulteerde in een massaal groente-overschot.

De dochter (3 jaar) van onze gastheer en gastvrouw was iets minder blij met al dat bezoek en dan vooral niet met het bezoek van de anderhalf jaar oude M. M was iets te geïnteresseerd in haar speelgoed waardoor ze voortdurend bezig was met haar speelgoed in veiligheid te brengen. Tot hilariteit van de volwassenen. De hond des huizes, een soort zwarte golden retriever (ben de naam van het ras kwijt), vond het heel erg prettig om onder mijn rok te komen snuffelen. Ik vond het iets minder prettig, zo’n groot zwart beest tussen mijn benen. 😉

En zo genoten we, ondanks het slechte weer, van een zondagse barbecue met als spetterende afsluiter banaan met chocolade in zilverpapier gegaard op de barbecue.

Een zonnige zomeravond

Gisterenavond zaten we op het terras van de Ming in het gezelschap van C en H, die zo vriendelijk waren om op ons appartementje te passen tijdens onze afwezigheid. Het was zo’n perfecte zomeravond waarop zelfs na zonsondergang de warmte aangenaam in de lucht blijft hangen en het lijkt alsof je de ganse nacht kan blijven praten.

We aten sushi (ja, weeral) en heerlijke teppanyaki. We lieten een flesje Chileense wijn aanrukken en kregen er meteen een tweede gratis bij. Een toffe zomerpromotie van de Ming. We klonken met water en wijn op het heuglijke feit dat C en H binnenkort door babygehuil uit hun slaap gehouden zullen worden. 😉 Mijn vriendenkring doet alvast stevig haar best om het geboortecijfer in België op te krikken.

Als afsluiter van de avond dronken we nog iets op het terras van de Pur Pur. Nieuwe uitbaters, maar de drankjes op de kaart klonken nog steeds bekend in de oren.

Jammer dat we de dag erna met een houten kop weer vroeg uit de veren moesten.

En soms…

Krijg je heel onverwacht een uitnodiging voor een receptie, ‘s avonds op een weekdag. En ga je erheen omdat er niet zo vaak onverwachte recepties uit de lucht komen vallen. Je ontmoet een interessante mevrouw van vijfenvijftig en dan blijkt dat jullie een gemeenschappelijke passie hebben voor reizen. Je praat honderuit en geniet van het gesprek met iemand met zoveel levenservaring. Je nipt van een cointreaupolitan terwijl je van de oesters, de mosseltjes en de overheerlijke paëlla eet en je denkt: “Het leven is toch zo slecht nog niet.”

En ik die dacht…

Dat alleen vrouwen een schoenenfetisjisme hadden.

Deze middag zijn we iets gaan eten in de Improvisio met een Healthy lunch-bongobon. Of tonijn met lintpasta echt zó healthy is, weet ik niet, maar ik vond alleszins dat we veel te lang op ons eten moesten wachten. Nu geef ik toe dat we in Amerika op dat vlak verwend zijn, maar drie kwartier voor een simpele lunch is toch echt te veel. Vooral als je zag dat mensen die na ons aangekomen waren, eerder bediend werden.

Na het eten sprongen we nog even binnen bij onze favoriete kledingzaak in Leuven (Ritss boetiek in de Mechelsestraat). Solden zijn altijd een goeie aanleiding om de kleerkast van mijn vriend wat aan te vullen. Twintig minuten later, was hij met vijf hemden (drie met lange, twee met korte mouwen) rijker. En nog eens tien minuten later hadden we een nieuw paar schoenen voor hem gekocht. Efficiënt winkelen, ik blijf een fan.

Nieuwe kleren betekent natuurlijk dat er plaats gemaakt moet worden in de kleerkast, dus haalde ik er alles uit wat hij al meer dan een jaar niet meer had aangedaan. De mensen van ‘t Spit zullen ons dankbaar zijn. Nu ik toch bezig was, onderworp ik ook de schoenen aan een opruimactie. Schoenen die niet meer gedragen werden en te versleten waren, gooide ik weg, andere gingen in de zak voor ‘t Spit. Toen ik het echter waagde om voor te stellen dat heel oude en versleten paar bergschoenen met de opzichtige gele veters weg te gooien, brak de hel los. Hij had al wat geprutteld bij sommige schoenen en kledingstukken, maar de bergschoenen stootten op een resoluut njet. Na een kleine fysieke worsteling heb ik het dan maar opgegeven. De bergschoenen blijven.

Volgend jaar nog eens proberen.