Seksisme

Hij: Ik heb altijd schrik dat ik een verkeerd rekeningnummer invul en dat mijn geld op een foute rekening terechtkomt.
Ik: De kans daarop is bijzonder klein. Danzij het controlegetal moet je al verschillende nummertjes fout hebben om tot een correct rekeningnummer te komen.
Hij: Dat wist ik niet. Waw, dat jij dat weet, als vrouw.

Er kwam nog net geen stoom uit mijn oren.

Een gevoelig thema

Het is een thema waar ik al lang en veel over nagedacht heb: de huidige manier waarop de geneeskunde omgaat met mensen die ten dode zijn opgeschreven. De overdreven therapeutische ijver die veel artsen aan de dag leggen, zelfs al is het zinloos. Nog een operatie, nog een behandeling, nog een poging,… Het leven wordt in het beste geval enkel gerekt, vaak ten koste van de levenskwaliteit, maar deze ijver kost de maatschappij vooral heel veel geld. Ik vind de vragen die in dit artikel opgeworpen worden, dan ook heel zinvol. Al moet ik toegeven dat ik verbaasd ben dat het net de CD&V is die de discussie opent.

PS: Hoe zou het nog met Ariel Sharon zijn?

Trots

Vandaag stond er een vergadering met de Grote Baas op het programma.  Ik was op voorhand al zenuwachtig, want dit was de eerste keer dat mijn team en ik de kans hadden om enkele belangrijke dossiers met de Grote Baas te bespreken en dan wil je toch een goeie indruk maken. Gelukkig heeft mijn team dat voortreffelijk gedaan. Het was een heel goed gesprek en ik denk dat we er als team heel goed uitgekomen zijn. Ik was heel erg trots achteraf. En opgelucht, dat ook. 😉

Horta Gallery

Pijn aan mijn hart doet het, elke keer als ik ‘s ochtends en ‘s avonds langs de prachtige gallerij kom. De restauratie van dit prachtige stukje architectuur dateert van september 2008, goed anderhalf jaar geleden dus. En de eerste sporen van aftakeling zijn al duidelijk zichtbaar.

Probleem nummer 1: De handelszaken die er waren, sluiten één voor één de deuren: het koffiehuis waar nooit iemand een kopje koffie bestelde en de muffins veel te duur waren, de goedkope schoenenzaak die na een jaar open geweest te zijn, nog steeds dezelfde schoenen in het uitstalraam had staan, het gloednieuwe restaurant L’Express Orient waar nooit klanten zaten. De nieuwe bar, de kapperszaak en het pastakraampje blijven voorlopig nog open, maar hoe lang nog? Probleem is dat de pendelaars die er dagelijks passeren, geen tijd nemen om te stoppen en men er blijkbaar niet in slaagt andere klanten aan te trekken, ondanks alle mooie campagnes van de NMBS die stations ook wil profileren als plaatsen om te winkelen, te eten en te ontspannen. Zelf koop ik af en toe een kop verse soep aan het pastakraampje, omdat die mevrouw altijd zo blij lijkt dat ze eindelijk eens een klant ziet.

Probleem nummer 2: Vocht. Op de mooie witte plafonds tekenen zich lelijke bruine vlekken af van het binnensijpelend water. Soms staan er emmers om het druppelende water op te vangen of werden er hekken geplaatst rond een plas water. Het hoeft maar een beetje hard te regenen en het druppelt binnen in de gallerij. De schade is duidelijk zichtbaar en lijkt me niet zo makkelijk weg te werken. Wie wil er bovendien een winkelruimte huren waar het water binnen stroomt? Ik snap niet dat hier niets aan gedaan wordt. Dit lijkt me toch duidelijk een gevolg van een constructiefout. Waarom wordt de aannemer niet gesommeerd de boel te repareren? Hoe langer hoe water binnensijpelt, hoe meer geld het zal kosten om de schade te repareren.

Probleem nummer 3: Het is vanop de Grasmarkt en het Spanjeplein volstrekt onmogelijk om te weten dat er een paar meter verder een toegang ligt tot het station. Een toerist die de ingang niet weet zijn, zal zich spontaan nooit begeven naar de ingang die gewrongen ligt tussen hotels. Het lijkt een doodlopend binnenplein te zijn.

Gelukkig zijn er hier en daar lichtpuntjes: de gallerij wordt soms gebruikt voor feestjes of om reclame te maken voor lelijke auto’s. Zo heeft de ruimte toch zijn nut. Maar het blijft zonde, doodzonde.

Communicatieonderzoek

Ik ben dol op enquêtes en onderzoeken allerhande. Ik denk niet dat er in Vlaanderen een internetpanel bestaat waar ik geen lid van ben, dus toen ik op Facebook een oproep zag passeren om mee te werken aan een onderzoek over de communicatie van Leuven in scène, twijfelde ik geen moment. Leuven in scène is het Leuvense event dat mijn verbeelding het meeste prikkelt, een tweejaarlijks hoogtepunt. Nooit zal ik die magische eerste editie vergeten met de vuurballen in het zomerse stadspark. Zelfs zonder de beloofde chocomousse en het fnacbon lokkertje had ik aan dit onderzoek meegewerkt.

Het werd alleszins een interessant gesprek. We waren in totaal met z’n vijven, waarvan er drie met moeite ooit van Leuven in scène gehoord hadden, doordat ze te veel werkten (de bakkersstiel is keihard) of de wonderlijke dingen op hun pad niet koppelden aan de veelkleurige affiches in het stadsbeeld. Enfin, voor mij was het een koude douche dat mijn enthousiasme over het event niet gedeeld werd door de andere deelnemers. Maar goed, we werden gevraagd om onze mening over folders, affiches en campagnebeeld 2008 te geven en dat deden we dan ook. De wereldverbeteraar van dienst vond al het materiaal ecologisch niet verantwoord en de hardwerkende dame kreeg koppijn van de folder. Enfin, de aanwezigen boorden het materiaal vakkundig de grond in, zonder de minste nuance. Nu, ik geef toe, vooral de folders waren voor verbetering vatbaar, maar een goed grafisch ontwerp maken is nu eenmaal heel moeilijk. Vandaar dat ik mijn mening wat meer nuanceerde. Behoorlijk atypisch voor mezelf om de minst uitgesproken mening van de hoop te hebben. ‘t Is eens iets anders.