Aankomst in Tokyo – 23 augustus 2012

Prelude: De nacht voor ons vertrek bijzonder weinig geslapen. Wat stress voor de lange vlucht en tegelijkertijd schrik dat de overstap in Moskou te kort was om ook onze bagage op het vliegtuig te krijgen. Ondanks het feit dat onze vlucht naar Moskou pas ‘s middags vertrok, was ik dus allesbehalve uitgeslapen.

De belangrijkste reden voor deze trip naar Japan was het huwelijk van onze Belgische kameraad met zijn Japanse vriendin. Een unieke kans die we niet konden laten liggen. In de luchthaven van Zaventem maakten we kennis met de vader van de bruidegom en zijn vriendin. Het was voor de vader de eerste keer dat hij een transatlantische vlucht nam. Hij was in zijn leven nooit verder geraakt dan Spanje en zag op tegen de lange vlucht. Dat deed ik zelf ook. Zo lang verplicht met een hoop mensen samen zitten in een kleine, oncomfortabele ruimte is niet aan mij besteed. Spijtig dat de concorde niet meer vliegt.

De overstap in Moskou verliep zonder problemen. We hadden iets minder dan anderhalf uur de tijd om ons van Terminal F naar Terminal D te verplaatsen en die tijd konden we goed gebruiken. Moskou is een reusachtige, drukke luchthaven vol met boos kijkende Russen. I loved it! Ik kan niet wachten om een écht bezoek aan Moskou te brengen.

De rest van de vlucht verliep zonder noemenswaardige incidenten. Van het Japans herhalen op het vliegtuig kwam echter niet veel in huis. In de plaats daarvan keek ik naar ‘Mission Impossible: Ghost Protocol’ (best wel te pruimen, vooral de scènes in en rond de Burj Khalifa in Dubai waren indrukwekkend, ik kreeg er klamme handjes van), ‘This means war’ (een flauwe romantische komedie over twee knappe spionnen die allebei verliefd werden op hetzelfde meisje) en een stuk van een film met Charlize Theron waarvan de naam me ontglipt. Ik probeerde tussendoor wat te slapen, maar zoals gewoonlijk lukte dit niet al te best.

Op Narita airport hadden we afgesproken met kameraad P die vanuit Frankfurt naar Tokyo vloog. Hij kwam tweeëneenhalf uur vroeger dan ons aan, maar wilde graag samen met ons naar het hotel reizen. De bruidegom had al zijn Belgische gasten in hetzelfde business hotel (Toyoko Inn in Shinjuku) ondergebracht en zo’n eerste kennismaking met Tokyo en zijn openbaar vervoer kan best heftig zijn.

Spijtig genoeg moest kameraad P een beetje langer dan verwacht op ons wachten. Zoals ik had gevreesd bleven de vader van de bruidegom, zijn vriendin, mijn vriend en ikzelf als laatste bij de transportband achter. Geen spoor van onze valiezen. Gelukkig kwam daar een behulpzame Japanse Aeroflot-dame aangedwarreld met een papier met onze naam op. Dat onze valiezen de overstap in Moskou niet gehaald hadden en sorry, sorry, sorry en of we deze papieren konden invullen.

Toch even hard moeten nadenken of onze valiezen al dan niet een cijferslot hadden en of ze nu zwart dan wel donkergrijs waren. Na een ellenlange vragenlijst (die we ook nog eens naar het Nederlands moesten vertalen voor onze Engelsonkundige mede-passagiers) mochten we beschikken. Maar eerst nog de douane passeren die erg argwanend keek naar alle flessen bier die we meezeulden (cadeau voor de bruid en bruidegom en onze Japanse vriendin met wie we later hadden afgesproken).

Gelukkig was vriend P nog niet met zijn stoeltje vergroeid geraakt, konden we (letterlijk) op de eerstvolgende trein naar Shinjuku springen, aten we snel iets in het station van Shinjuku en kwamen we een kleine taxirit later in het hotel aan. Met in onze handbagage twee fototoestellen, twee computers, een hoop lenzen voor deze fototoestellen, een kluwen aan kabels en opladers, een zonnebril, twee brillen, twee propere onderbroeken (de mijne, want ik was vooruitziend geweest), tien flessen bier en verder helemaal niks.

Tot overmaat van ramp konden we nog niet inchecken in ons hotel (slechts mogelijk vanaf 16.00u en het was op dat moment 15.00u) en we wilden ons dolgraag opfrissen. Dan maar iets gaan drinken (hmm, frozen mango) om de tijd te doden en nog snel een haarborstel voor mij gekocht, want die paste niet meer in de handbagage en je wil mij echt niet met ongekamd haar zien.

Gelukkig zijn Japanse hotels allemaal voorzien van de nodige toiletartikelen zodat we onze tanden konden poetsen nadat we eindelijk konden inchecken. Ondertussen waren we al ettelijke uren wakker, maar we wilden het nog wat rekken om zo snel mogelijk in het juiste ritme te vallen. Daarom bezochten we het Tokyo Metropolitan Government building (de kantoren van het gemeentebestuur van Tokyo gebouwd door architect Tange Kenzo). Megalomane gebouwen met een magnifiek uitzicht dat gratis te bezichtigen valt. We waren hier vorig jaar al geweest, maar dit jaar kregen we als bonus het uitzicht op de Fuji-san bij ondergaande zon.

Boven in het Metropolitan Government building ontmoetten we onze bruidegom in spé, super ontspannen en een paar kilootjes lichter dan de vorige keer dat we hem zagen. De liefde en het Japanse eten hadden hem duidelijk deugd gedaan.

Voor het avondmaal trokken we naar een traditionele izakaya, een soort Japanse taverne, maar dan met heerlijk gezond eten voor een erg schappelijk prijs. Eten bestellen deden we via een touch screen (of hoe tradities en moderniteit elkaar ontmoeten). De bruidegom bestelde een leuke variatie aan gerechtjes, waarvan de één al beter in de smaak viel dan de andere. De kippenlevertjes bleken niet populair, de kippentenen evenmin. De gefrituurde garnalen die je in zijn geheel kon opeten vond ik dan weer zalig lekker.

Na het eten was onze pijp uit en trokken we voor een welverdiende nachtrust naar ons hotel, hopende dat we de volgende dag, zoals beloofd, met onze valiezen herenigd zouden worden.

Een dagje Den Haag

Ons laatste tripje naar het buitenland voor de grote Japanreis, werd er eentje naar Den Haag. Het was alweer van de kerstvakantie geleden dat we ons Hollands petekindje IRL hadden gezien en zo’n baby, dat groeit natuurlijk als kool. We waren superbenieuwd, want de mama omschreef haar als een pittige tante.

Belanden met cadeautjes voor haar verjaardag en natuurlijk ook voor de broer en zus trokken we naar Den Haag. Alwaar we naar goede gewoonte vorstelijk onthaald werden. Het was een hete zaterdag, dus wou onze gastheer niet al te veel moeite in het eten stoppen en had hij ‘gewoon wat zeevruchten gekocht bij de plaatselijke visboer’. Jawadde, kregen we daar oesters, kreeft, mosselen, garnalen, sint-jacobsvruchten en meer van dat lekkers voorgeschoteld.

Ik durf het bijna niet neerschrijven, maar dit was de eerste keer dat ik effectief kreeft at met alles erop en eraan. Op restaurant zie ik altijd een beetje op tegen dat gepruts met tangetjes en fijne vorkjes om het vlees uit de scharen te vissen. Maar kijk, na een deskundige uitleg van vriend E hebben we dat ook weer in de vingers.

Veel meer dan aan tafel zitten, eten en genieten van de voortreffelijke wijn van onze vrienden deden we niet, maar het was een fantastische dag en ons petekindje bleek echt een zonnetje in huis. Ik kijk al uit naar de moment dat ze groot genoeg is om samen met ons uitstapjes te maken.

De grote zonnebloemverhuis

Met spijt in het hart hebben we vandaag afscheid moeten nemen van onze reuzezonnebloem. Wie had ooit gedacht dat uit dat kleine zaadje een plant van meer dan tweeënenhalve meter zou groeien? Wij alvast niet. We vonden ons zelfs behoorlijk optimistische toen we het miniplantje enkele maanden geleden in die supergrote pot plantten. Maar kijk, vrijdag was het dan zover: de zonnebloem was tegen het plafond van het balkon van de buurman gegroeid. Een beslissing drong zich op, want de plant had gewoon niet genoeg ruimte om een bloem te vormen.

Gelukkig vonden we vrienden met een klein stadstuintje bereid om de zonnebloem van ons te adopteren. Het was nog een heel gedoe om de plant via de trap uit ons appartementsgebouw te krijgen (in de lift paste ze ondertussen al niet meer), al een geluk dat we slechts op het tweede verdiep wonen. De verplaatsing naar het nieuwe woonst gebeurde op de bagagedrager van mijn fiets. Ik kan jullie wel vertellen dat we veel bekijks hadden, zo met een zonnebloem van tweeënenhalve meter achterop.

Ik ben er zeker van dat onze bloem erg gelukkig is met haar nieuwe thuis. En ik kijk er al naar uit om haar te gaan bewonderen als de bloem tot volle bloei komt.

‘t Is ook altijd iets

Maandagavond, zo rond een uur of elf (ik zat net op het toilet), hoorden mijn vriend en ik een luide bonk. Zo’n bonk waarvan het meteen duidelijk was dat er stukken gevallen waren. Aangezien het onduidelijk was vanwaar de bonk kwam en er op onze gang en in de trappenhal niet meteen iets te zien viel, besloten we het geval te negeren. Waarschijnlijk een onhandige bovenbuur of zo.

Tot er ongeveer een half uur later op onze deurbel gedrukt werd door één van de buren. Of we even naar beneden konden komen. Enfin, ik wist meteen hoe laat het was. Beneden gekomen zagen we dat een paar buren bezig waren met het glas van de voordeur bijeen te vegen. Een onbekende was erin geslaagd het glas bijna volledig te verbrijzelen. Gelukkig was het een deur met dubbel glas en had het andere glas het wel overleefd, zodat niet eender wie in ons appartementsgebouw kon binnendringen. Geïnformeerd of de politie al verwittigd was om een PV op te maken. Dat was nog niet gebeurd, dus dadelijk gebeld met de vraag om iemand te sturen.

Wat het hele geval nog vreemder maakte, is dat de deur open stond en er glas tussen de deur en de deuropening lag toen de mede-bewoner de ontdekking deed. Wat maakt dat onze mede-bewoners tot de lijst van verdachten gerekend mogen worden, want zo’n deur, dat springt niet zomaar vanzelf open. Om uit te sluiten dat er iemand in het gebouw binnengedrongen was (we hebben al een paar inbraken achter de rug) gingen de stoere kerels alle verdiepingen in het gebouw af, terwijl ik rustig op de politie wachtte. Gelukkig zijn ze niemand tegen gekomen, wat maakt dat het nog altijd kan dat één van de mede-bewoners schuldig is en gewoon zijn of haar verantwoordelijkheid heeft ontlopen. Wel wat flauw, want dit is toch gewoon iets voor de verzekering?

Enfin, na een veertigtal minuten arriveerde de politie in de vorm van twee knappe jonge kerels. Als mijn leven een pornofilm was… Anyway. Ook zij gingen nog eens al de verdiepingen af en waren even in verwarring door sporen van voorgaande inbraakpogingen. Ze maakten een PV op en verdwenen daarna uit mijn leven. Snif.

The Dark Knight Rises

Een film die veel lovende kritieken oogstte, de beste van de drie, zo zei men. De verwachtigingen waren dan ook hoog gespannen, zeker omdat ons laatste bioscoopbezoek toch alweer van april dateerde. Enfin ja, ik zal maar niet langer rond de pot draaien, het werd dus een teleurstelling. Waar ik bij The Dark Knight volledig meegezogen werd in het verhaal en de overdonderende actie, zat ik me hier blauw te ergeren aan de gapende gaten in de plot. Kijk, ik heb geen probleem om af en toe suspension of disbelief toe te passen, maar deze Batman film vroeg me toch net te veel inspanning. Het was me volstrekt niet duidelijk waarom de slechteriken het per sé op Gotham city gemund hadden. Er zullen beslist nog wel andere decadente oorden bestaan, zeker? En een gebroken rug dat fiks je niet zomaar door aan een paar koorden te hangen en kraakbeen groeit heus niet vanzelf terug. Heel de gevangenis subplot was ridicuul. En het happy end mocht van mij ook achterwege gelaten worden.

Ik zou hier alle fouten in de plot kunnen opsommen. Laat mij het erop houden dat ik eens heel hard moest lachen toen commissaris James Gordon na een geweldige klap ongedeerd uit het laadruim van de truck sprong waarin zich de atoombom bevond. Enfin, wie zich wil verdiepen in de onnauwkeurigheden van de film verwijs ik door naar dit mooie artikel. Bespaart mij de moeite. Eén ding staat vast: de vertolking van Heath Ledger als The Joker blijft onovertroffen.

Marktrock 2012

Een editie met een zwak programma, naar mijn persoonlijke mening. Ik kende bijna niemand van de groepen die geprogrammeerd stonden, buiten dan de klassiekers zoals Soulsister, uiteraard. Dat kan natuurlijk ook aan mijn gebrek aan hipheid liggen, maar toch, als de namen zelfs geen belletje doen rinkelen… De enige groep die me enigszins kon bekoren was The Kids en die mannen gaan ook al een tijdje mee. En oja, Regi zorgde vrijdagavond voor ambiance en een fijne sfeer op de Oude Markt, maar we verwachtten natuurlijk niet anders van deze sympathieke Limburger.

Verder nam ik vooral veel foto’s en deden we de nodige terrasjes, want de zon, die besloot dit weekend haar beste beentje voor te zetten. En daar heb ik nog het meest van al van genoten.

Wuthering Heights – Emily Brontë

Ik pikte dit boek mee in zo’n Boekenvoordeelwinkel voor geen geld. Een klassieker uit de Engelse literatuur gaat er altijd wel in. Alleen maakte ik de fout om de Nederlandstalige versie te kopen en niet de originele versie. Woeste hoogten, het klinkt toch minder dreigend dan Wuthering Heights.

Wuthering Heights is het enige boek van de hand van Emily Brontë en meteen een meesterwerk. Het boek wordt beschouwt als één van de grote liefdesgeschiedenissen van onze tijd. De liefde tussen de hoofdpersonages Heathcliff en Catherine die het hoofdmotief van dit boek vormt, heelt echter niet. Hun passionele, ongeconsumeerde liefde vernietigt niet alleen de twee geliefden maar ook iedereen rondom hen. De verpulverende kracht van Heathcliff’s wraak en diepgewortelde haat lijkt lang de bovenhand te halen, al komt er vlak voor het einde een ommezwaai en eindigt het boek hoopvol voor de jonge nazaten. Hoewel de geschiedenis me van het begin bij de keel greep en meesleepte tot het einde, heb ik mijn liefdesgeschiedenissen liever zoeter. Geef mij dan toch maar Pride and Prejudice, een happy end voor iedereen, een mens wordt daar vrolijker van.

Olympische spelen

Normaalgezien zou ik de spelen met gezonde onverschilligheid naast me neer gelegd hebben en me beperkt hebben tot zo nu en dan online een artikeltje lezen en een filmpje bekijken. Meer aandacht zou ik er niet aan besteed hebben, maar dat was buiten de collega’s gerekend. Op het werk zitten een paar fervente supporters en we hebben de mogelijkheid om tijdens de lunchpauze op tv naar de spelen te kijken. En dus zit ik ‘s middags voor de gezelligheid mee te supporteren en maakte ik kennis met de mij onbekende sport Omnium, bewonderde ik de springkunsten van de badmintonmannen, vond ik roeien stiekem een beetje saai, supporterde ik mee voor onze 4×4 mannen, onze tienkamper en natuurlijk voor Tia.

En ik moet bekennen, het is knap om te zien hoe al die atleten zich tot het uiterste inspannen om het beste van zichzelf te geven. Jarenlang trainen om soms maar enkele seconden aan de Olympische competitie deel te nemen. De ontgoocheling, het bloed, het zweet, de tranen, de heroïek, een mens laat er zich gemakkelijker door meeslepen dan ik van mezelf verwacht had.