Waarom yab niet meedoet aan wijvenweek

1. Omdat ik “wijf” een verschrikkelijk lelijk woord vind en ik geen zin heb om dit woord als een geuzennaam te gebruiken.

2. Omdat ik de gekozen onderwerpen zo verschrikkelijk, verschrikkelijk cliché vind dat ik vrees dat niet veel mannen de artikels tot het einde zullen lezen. En was het er niet net om te doen de mannen te overtuigen dat de vrouwelijke blogs in kwestie heus wel wat meer dan wijvenblogs zijn? Oja, over kinderen heb ik trouwens mijn zegje al gedaan, ik kreeg zowaar een bende ziedende vrouwen op mijn dak.

3. Omdat ik het jammer vind dat lilith niet gewoon blij is met haar bward en haar schouders ophaalt voor denigrerende commentaren van stubru-presentatoren. Lilith, je hebt een fantastische schrijfstijl en een leuke blog, maar ergens zal je toch ook wel weten dat je artikels voornamelijk een vrouwelijk publiek aanspreken? En wat dan nog? Daar is niets mis mee. Wees fier op die tweede plaats, je hebt hem verdiend.

4. Omdat ik al mijn lezers even graag zie, zowel de mannen als de vrouwen en ik stiekem hoop dat beide seksen evenredig verdeeld zijn over mijn lezerspubliek.

Vrijdagavond

Alumnibijeenkomst van licentiaten informatica en hun partners. Het gebeurt niet vaak, maar ik had er totaal geen goesting in. Jaja, en dat voor iemand die altijd op de eerste rij staat als het over feestjes gaat. Zelfs het vooruitzicht interessante nieuwe mensen te leren kennen, kon me niet over de streep trekken. Mijn vriendje was echter één van de organisatoren, dus kon ik niet afwezig blijven. Dik tegen mijn goesting sleepte ik me naar restaurant De Klimop en het eerste kwartier heb ik zowat zitten zuchten en naar het plafond zitten staren. Tot ik mezelf bedacht dat dit een absoluut belachelijk houding was en ik beter wat moeite kon doen om mij te amuseren. Ik bestelde mij een glaasje cava, leerde de mensen rondom mij aan tafel kennen, at een overheerlijke filet pur met champignonsaus en guess what, ik amuseerde mij geweldig.

Les geleerd: mokken is een nutteloos tijdverdrijf.

Blogmeet Leuven 2008

Na de succesvolle editie van 2007, presenteren Dries, Karel, Goya, Bruno en yab jullie op zaterdag 24 mei een nieuwe Leuvense blogmeet. Wij hopen natuurlijk op een massale opkomst. Dankzij onze gulle sponsors zal de prijs erg democratisch zijn. Voor 10 euro zal je mogen aanschuiven aan een buffet, zal er de nodige drank voorzien worden en krijg je nog een dessert op de koop toe. De blogmeet gaat door in de Moete, een gezellig zaaltje op de campus van Heverlee gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer en met meer dan genoeg plaats om je auto te parkeren. Rep je dus naar http://blogmeet.be en schrijf je in! Een fijne avond gegarandeerd.

Zaterdagavond

Na een onnoemelijk drukke zaterdag, waarop ik Russische werkwoorden vervoegde, een ontmoeting had met vismensen, al hollend winkelde in de Delhaize, raprap een stukje paasfeesten (gruwelijk slechte site, u bent gewaarschuwd) meepikte en stofzuigend, swifferend en poetsend probeerde ons appartement een beetje toonbaar te maken, was alles zo rond half zes klaar om een bende van zeven personen in ons appartement te ontvangen.

Nu moeten jullie weten dat de tafel in ons appartement uitgerust is om acht personen een plekje te geven. Met mijn vriend en ik erbij, zouden we één persoon op een bureaustoel moeten plaatsen, maar dat leek ons niet zo’n probleem te zijn. Blijkt dat mijn ex-vriendje zijn nieuwe vriendin had meegebracht en we dus met een persoon extra waren. Oja, hij had het ons wel laten weten: één uur en een kwartier voordat het feestje begon, had hij nog snel een mailtje gestuurd dat ik natuurlijk niet meer gelezen had. Dat is dus één van de redenen waarom hij mijn ex is. 😉 Enfin, de nieuwe vriendin was sympathiek en gelukkig hebben we twéé bureaustoelen in huis. We plaatsten telkens twee personen aan de kop van de tafel en het paste allemaal wonderbaarlijk.

Ik had wel een beetje stress op voorhand, want het was de eerste keer dan mijn vriend en ik voor een bende van tien personen kookten. Om het onszelf niet te moeilijk te maken, gaven we op de markt gekochte quiches als voorgerecht (in de oven schuiven en twintig minuten wachten) en maakten we een simpel pastarecept met zalm en spinazie dat bijzonder goed smaakte. (Al slagen we er blijkbaar niet in om pasta te koken zonder dat de boel overkookt.) Voor de liefhebbers was er daarna nog ijs, maar er vielen nog weinig gaatjes op te vullen. Geen erg, meer ijs voor mij, de komende dagen. 😉

Toen iedereen voldaan was, werd het tijd voor het werkelijke doel van deze bijeenkomst: spelletjes spelen! Met een groep van tien personen is de keuze aan spelletjes eerder beperkt, dus hielden we het op weerwolven. Altijd goed voor het genereren van achterdocht, wederzijdse beschuldigingen en uitgebreide lachsalvo’s. Mijn vriendje maakte trouwens indruk door, telkens als ik weerwolf was, mij vroegtijdig te ontmaskeren. (Al had het feit dat hij één keer ziener was daar ook wel iets mee te maken.) Hij begint mij een beetje te goed te kennen. Tijd voor een nieuw vriendje? 😉

Hugo Claus en euthanasie

Euthanasie is een onderwerp waar ikzelf een heel uitgesproken mening over heb. Daarom wil ik jullie beslist niet de mening onthouden van broeder dr. René Stockman. Een man wiens overtuiging lijnrecht tegenover de mijne staat. Het artikel is overgenomen van Kerknet. In het kader van de vrije meningsuiting, die hij ook aanhaalt in zijn stuk, vind ik het belangrijk zijn woorden hier te herhalen.

‘De wijze waarop wordt omgegaan met de euthanasie die Hugo Claus pleegde, de wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten, maar zelfs als summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst’. Dat schrijft broeder dr. René Stockman in een felle reactie op het overlijden van de schrijver.

‘Is het leven van mensen die hun woorden niet meer vinden, dan waardeloos geworden?’, vraagt hij zich af. ‘Hebben zij het recht, en misschien zelfs de plicht om euthanasie te vragen, om de maatschappij toch niet meer tot last te zijn, om hun familie te bevrijden van een zorg die wel eens lang zou kunnen duren?’

Broeder Stockman zegt vooral vragen te hebben ‘bij de manier waarop de Vlaamse media vrijwel unaniem diens beslissing toejuichen’. Hij noemt het ‘de pretentie en arrogantie van een bepaalde groep in de samenleving, die haar levensfilosofie probeert op te dringen aan iedereen. En wie er een andere visie op nahoudt, durft die nauwelijks uit te spreken op straffe van als een kwezel te worden uitgescholden.’

‘Want kijk naar Claus. Die heeft de moed gehad er een eind aan te maken, zijn familie niet meer tot last te zijn, de ziekteverzekering niet op te zadelen met medische en verzorgingskosten, hij heeft ruimte aan anderen gegeven (…), een ode aan het leven van de volmaakten, van de succesvollen, die hun woorden tot heldere frasen kunnen kneden. In de ‘Brave New World’ is alleen nog plaats voor hen. Misschien is het dat juist in België waar we het meest verdriet voor moeten hebben’, aldus nog de broeder.

De volledige tekst vind je hier.

Dr. René Stockman neemt in zijn tekst woorden in de mond als: “de plicht om euthanasie te vragen” “onder druk van het bejubelde voorbeeld van Claus”. Ik denk dat niemand, maar dan ook niemand in ons land de “plicht” heeft een einde aan zijn leven te maken. Als een persoon in dezelfde situatie als Claus zijn leven wel nog de moeite waard vindt om te leven, kan niemand hem dwingen tot euthanasie over te gaan. Ik vind euthanasie de meest persoonlijke keuze die een mens kan maken: het recht om over zijn eigen leven te beschikken. Dit recht is onlosmakelijk verbonden aan elk individu. Pas op, ik kan mij wel degelijk mistoestanden voor de geest halen, waarbij familieleden druk uitoefenen op een terminaal persoon om de erfenis te verkrijgen. De huidige wetgeving rond euthanasie is verre van perfect, dat geef ik toe. En euthanasie is een zeer gevoelig onderwerp. Voor mij is het heel eenvoudig een kwestie van respect. Respecteer de keuze van de stervende wat die keuze ook is: leven tot de laatste snik of kiezen voor de dood.

Op dit moment denk ik dat ik dezelfde keuze als Claus zou gemaakt hebben. Het aftakelingsproces van een Alzheimer-patiënt, daar is in mijn ogen iets niets mooi of waardevol aan. Maar je weet nooit hoe je daar tegenoverstaat op het moment zelf. Misschien zijn er dan nog wel dingen om voor te vechten. Alleszins heeft broeder dr. René Stockman geen fluit te maken met wat ik dan zal kiezen. En het idee alleen al dat mensen zich zullen laten onder druk zetten door de publieke opinie of door de beslissing van Claus lijkt mij absurd.

Een receptie zonder wijn

Zelfs geen glaasje schuimwijn te bekennen. Alleen maar bier. Denk dat dit de eerste receptie sinds mensenheugenis moet zijn dat ik alleen maar water gedronken heb. Al een geluk dat ik fijn gezelschap had om tegen te praten.

De receptie was ter gelegenheid van het doctoraat van een kameraad, die trouwens een zeer goeie presentatie gaf in de mooiste zaal van onze alma mater, de promotiezaal in de universiteithallen. Ik ben zo langzamerhand de tel kwijt van het aantal doctors dat zich in mijn kenniskring bevindt. ‘t Zijn er alleszins genoeg om mijn eigen mini-universiteit op te richten, al zijn de disciplines misschien niet gevarieerd genoeg. Maar soit, daar wilde ik het niet over hebben. Zo’n doctoraat is altijd een goeie gelegenheid om ex-studiegenootjes terug te zien. De babyboom is ook daar in alle hevigheid losgebarsten. Het hangt zeker in de lucht (of zou het dan toch de leeftijd zijn?). Na de clichévragen over de gezondheid van de toekomstige moeders, boog het gesprek af naar één van mijn favoriete onderwerpen: banken en hun evilness. Eén van de aanwezigen werkt momenteel voor een bank, dus ik heb inside info gekregen over de door en door doortraptheid van deze instellingen. ‘t Is alleen spijtig dat een mens niet zonder kan.

Beste gesprek van de avond: dat met een professor die mij vroeger nog les gegeven heeft  en zich duidelijk totaal niet meer kon herinneren waarvan hij mij kende. Na een falikant afgelopen poging om mijn naam te raden en een poging om mij aan twee van de vaders in spé te koppelen, heb ik hem dan toch maar uit zijn lijden verlost. Niet te geloven dat hij niet meer wist wie ik was. ‘k Heb nochtans genoeg (niet altijd even fantastische) examens bij hem afgelegd. 😉

Toen ik thuiskwam, heb ik mij meteen een glaasje wijn ingeschonken. Schol!