Verschuivingen

Deze middag na het examen nam ik even de tijd voor een wandeling in de Parkstraat en omgeving. Vijf jaar hebben mijn vriend en ik daar gewoond, in een klein flatje op een studentenresidentie. Leuk en gezellig, maar wel wat krapjes voor twee personen. Koken voor gasten was er een ware uitdaging met twee kleine vuurtjes en helemaal geen werkblad om groenten en vlees op te snijden. Ik denk dat daar onze voorliefde voor wokgerechten is ontstaan. 😉  Sinds we verhuisd zijn, kom ik nog zelden in die buurt. Uit het oog, uit het hart, zo gaat dat. Al mis ik de goeie bakker en slager die we toen op loopafstand hadden, nog steeds. In de plaats daarvan hebben we het comfort van een station op kruipafstand gekregen. Erg, erg handig. En wonen we nu wat dichter bij de winkelstraten.

Ik zal niet zeggen dat ik nostalgisch werd, daarstraks, al kon ik het niet laten een paar meergranenkoeken met chocolade te gaan halen bij Bakkerij van Huyck-Vandenplas. Al knabbelend wandelde ik verder (het gebeurt niet vaak dat ik de tijd neem om rustig te wandelen, ik zou dat vaker moeten doen). Het viel me op hoeveel nieuwe huizen er waren bijgekomen en hoeveel bouwputten de plaats van oude, vervallen huizen hadden ingenomen. Er komt geen einde aan de bouwwoede in Leuven. In elke straat staan er wel een paar kranen.

De campus Sociale Wetenschappen ziet er ook steeds beter uit. Wat een metamorfose. Ik herinner me de lelijke parking en de afstandse gebouwen van vroeger nog goed. Die hebben nu plaats geruimd voor een nieuwe aula, een nieuwe studentenresidentie, een binnenplein met rare, groot uitgevallen molshopen en een mooie glazen ingang voor de gebouwen van de campus zelf. Het beeld van hoe het vroeger was wordt echter steeds vager en moeilijker op te roepen. Het wordt verdrongen door het nieuwe uitzicht. Een mens zou wat meer moeten fotografisch vastleggen, want mijn geheugen is te klein om al deze informatie te bewaren.

Zucht

Morgen examen. Mijn enige examen in deze examenreeks. Ik ben slecht voorbereid en ik heb er totaal geen zin in. Na al die jaren is er nog niks veranderd. En dan te bedenken dat ik deze queeste voor een tweede diploma oorspronkelijk begonnen ben als hobby. Een hobby die de laatste twee jaren als een zware last op mijn schouders ligt. Nog drie vakken scheiden mij van de eindstreep. Dat is lachwekkend weinig. Te weinig om er nu de brui aan te geven. Al zijn er honderdduizend dingen die ik nu liever zou doen.

‘t Zijn lappen

Voor niks beschaamd, de heren van onze bouwfirma. Op de vorige algemene vergadering (waarbij ik tot mijn groot verdriet tot voorzitter van de raad van beheer werd gekozen) brachten we hen voor de zoveelste keer de uitgebreide lijst van nog te voltooien zaken onder de aandacht. Twee maanden lang hebben die mannen niks aan die lijst gedaan. Gewoon naast zich neergelegd. Tot er vanochtend (terwijl ik in de Russische les zat) plots wat Polen voor de deur stonden die het ontbrekende kastje in de berging kwamen monteren (twee planken en de klus was geklaard, een mens snapt niet waarom we daar zo lang op hebben moeten wachten). Qua timing kan het tellen, zo twee dagen voor de volgende algemene vergadering. ‘t Zijn sluwe vossen, de heren van de bouwfirma. Maar ‘t zal niet pakken.

Hoera, de bouwvakkers zijn opnieuw in gang geschoten!

En dat is, ondanks het feit dat ik deze week al elke ochtend gewekt werd door geklop, geboor en het geluid van betonmolens, helemaal niet sarcastisch bedoeld. Ik kan niet wachten tot het moment is aangebroken dat de bouwwerf naast ons is omgetoverd tot een schitterend nieuw appartementsgebouw. En hopelijk metselen ze nu snel een tweede muurtje naast onze enige overgebleven zijmuur.

Online misverstanden

Als ik bepaalde reacties lees op mijn berichten, besef ik pas hoe fragmentarisch zo’n online dagboek wel niet is. En ook hoe snel mensen zich op basis van een paar woorden en zinnen een beeld van je vormen dat daarom helemaal niet correct hoeft te zijn. Het is niet de eerste keer dat ik daarmee geconfronteerd wordt. Op sommige blogmeetings heb ik ook al te horen gekregen dat ik in het echt helemaal anders overkom dan op mijn blog. Dus mensen, ik ben echt niet zo’n bitch als ik online lijk! En wie dat niet geloofd, moet maar naar de blogdrink komen. 😉

Boekenlijstje

Via het Radiofonisch instituut kwam ik uit op de shortlist van 10 boeken voor de verkiezing van het ‘beste buitenlandse boek aller tijden’. En wat blijkt, ondanks het feit dat mijn leestijd tegenwoordig erg beperkt is en meestal bestaat uit gestolen momenten ergens in een wachtrij of op de trein, heb ik toch zes boeken uit het lijstje gelezen. Met name ‘De gebroeders Karamazov’ van Dostojevski, ‘De naam van de roos’ van Umberto Eco, ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Gabriel García Márquez, ‘1984’ van George Orwell, ‘In de ban van de ring’ van Tolkien en ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoj.

Als je mij vraagt welk van deze boeken het verdient om verkozen te worden tot beste buitenlandse boek aller tijden, moet ik niet lang twijfelen: ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Márquez. Een briljant boek dat me vanaf de eerste bladzijden in zijn greep hield. Ik heb werkelijk van elke bladzijde van dit boek genoten. De tragiek, de Zuid-Amerikaanse setting, het magisch-realisme. Geweldig. Go and see for yourself!