Zaterdag waren mijn vriend en ik uitgenodigd op de opening van de nieuwbouw van het Frans Masereel Centrum. Een knap staaltje architectuur van architecten Hideyuki Nakayama uit Japan en Ido Avissar van het Parijse architectenbureau List. Het meest in het oog springend was het schitterende houten plafond dat uit maar liefst 800 houten balken bestaat: elke balk heeft een andere afmeting en werd computergestuurd op maat gezaagd. Een indrukwekkende puzzel waarin kunstenaar Jean Glibert als finishing touch een witte, geschilderde pijl integreerde. Impressionant! En dat gold evenzeer voor de heerlijke biologische catering én Spaanse ongefilterde schuimwijn (géén cava, zo verzekerde één van obers mij) van Loes en Krikke.
werk
De Ultimas!
Gisteren woonde ik naar jaarlijkse de traditie de uitreiking van de Ultimas bij, voor de laatste keer deze legislatuur uitgereikt door minister Gatz. Hoe het exact zo is gekomen, valt moeilijk te zeggen, maar plots zat ik een half uurtje voor aanvang van de Ultimas samen met mijn baas en een consultant die we ergens tegen het lijf gelopen waren spaghetti carbonara te eten in restaurant Mirante. Lekker én goedkoop!
Waarop ik mij terug haastte naar de ingang van de AB, alwaar ik afgesproken had met mijn lieve collega V, die zich galant als ze is, opgeworpen had om mijn date te zijn. De show zelf ging aan een sneltreinvaart vooruit: de ene na de andere genomineerde nam zijn of haar prijs in ontvangst. Sprongen er voor mij persoonlijk uit: Lukas Dhont (met het succes van Girl een absolute no brainer voor de Ultima voor film) en Tamino die de prijs voor muziek in ontvangst mocht nemen. En er viel ook weinig af te dingen op de prijs voor Algemene Culturele Verdienste voor Jan Decorte en Sigrid Vinks.
Tot mijn grote scha en schande had ik nog nooit van Tamino gehoord, een bedeesde jongeman, die zich op het podium ontpopte tot een ware virtuoos. De bloedstollend mooie versie van Habibi die hij bracht en het kippenvel dat hij me daarmee bezorgde, zal me nog lang bijblijven. Wat een ongelooflijk talent. En nog knap ook. 😉
Na de uitreiking was het tijd voor de receptie, die net zoals vorig jaar tegen viel. Vegetarische nep-hamburgers, niet mijn ding. Ik ben helemaal voor veggie hapjes op een receptie, maar dat moet toch origineler kunnen! En ze waren ergens de schuimwijn vergeten, een absolute noodzakelijkheid op zo’n feestelijk event, vind ik persoonlijk! Maar goed, de fijne babbels maakten veel goed. Zodat ik toch nog een sprintje uit mijn hakken moest persen om de trein naar Leuven te halen.
Verzuurd
Maandagavond trok ik samen met een collega naar Destelheide. Een ietwat hachelijke onderneming, want we hadden voor de tocht van het centrum van Brussel naar Dworp een cambio gehuurd. De cambio bleek een hippe Fiat 500 te zijn met op het eerste gezicht een automatische versnellingsbak. Noch mijn collega-chauffeur, noch ikzelf raakten echter goed wijs uit de aanduidingen op de versnellingsbak. De vertrouwde ‘D’ van Drive viel nergens te bespeuren en we vielen ei zo na in het midden van de weg stil toen we een U-turn maakten bij het vertrekken.
Mijn collega is een Turkse en heeft gelukkig een man die lang in een autogarage gewerkt heeft. Terwijl ik zat te googlen naar de handleiding van onze wagen, hing mijn collega al aan de lijn met haar man. Via videochat wist hij ons te vertellen dat de wagen een halfautomatische versnellingsbak had. We hoorden het allebei in Keulen donderen, maar na een korte uitleg van haar man was mijn collega ermee weg. Toegegeven, een iets snellere oplossing dan op zoek gaan naar een youtube filmpje. 😉
Onderweg naar Destelheide vertelde mijn collega me hoe ze haar man had leren kennen. Ze waren aan elkaar voorgesteld door vrienden en toen het serieus begon te worden, had mijn collega tegen haar toekomstige echtgenoot gezegd dat als hij het echt meende, hij maar om haar hand moest gaan vragen bij haar moeder. Mijn collega was al een paar keer teleurgesteld geweest in de liefde en ze ging er half vanuit dat hij dat toch niet zou doen. Maar jawel, hij had het zwaar te pakken en hij voegde de daad bij het woord. En nu zijn ze gelukkig getrouwd. 😉
Enfin ja, de hoofdreden van dit uitstapje was uiteraard niet het liefdesleven van mijn collega, maar wel degelijk de infoavond over het masterplan Destelheide. Ik ben al wel vaker naar infoavonden over stedelijke vernieuwing geweest, maar deze info-avond liet me toch met een wrang gevoeld achter. Terwijl ik vol bewondering luisterde naar de plannen die zo goed mogelijk de verschillende belangen probeerden te verzoeken (van buurtbewoners, groene zandbijen en gebruikers van de site), waren de reacties uit de zaal voor het merendeel negatief. En dat terwijl er toch duidelijk inspanningen gedaan werden om de buurtbewoners ter wille te zijn. Maar ‘t is nooit goed genoeg, zeker, want terwijl de ene fanatiekeling ervan overtuigd was dat de groene zandbij zeker de biezen zou pakken door de aanpassingen (nochtans voorgesteld door een gespecialiseerde bioloog), klaagde de andere over het kappen van de bomen, terwijl een derde vond dat de bomen moesten blijven staan en een vierde meende dat de parking niet groot genoeg was (en dat in tijden van klimaatbetogingen!). Enfin ja, de positieve commentaren waren ver te zoeken en ik voelde me omringd door een stelletje verzuurde mensen. Achter mij hoorde ik zelfs iemand fluisteren dat als het zo zat, ze zeker zouden verhuizen. Good riddance, dacht ik meteen.
Zeer, zeer jammer. Gelukkig werd er achteraf een glaasje schuimwijn geschonken om de bittere smaak in mijn mond door te spoelen.
Herenigd op vrijdag
Beetje een hectische vrijdag, toch wel. Na een terugrit van Ter Rijst naar Leuven van ongeveer anderhalf uur, met de grote baas als chauffeur, was ik maar nipt op tijd om op de fiets te springen en naar de salsales te fietsen. Helaas, doordat ik zo gehaast was, slaagde ik erin een stuk leer tussen de rits van mijn laarzen te krijgen en blokkeerde de rits onverbiddelijk. Hoe hard ik ook duwde of trok, er viel geen beweging in te krijgen, noch in de ene, noch in de andere richting. Er restte mij dus geen andere oplossing dan mijn mooie zwarte laarzen kapot te knippen om eruit te geraken. Doodzonde. En dus arriveerde ik tien minuten te laat in de salsales.
Oorspronkelijk twijfelde ik of ik wel naar de les zou gaan, want mijn vriend landde diezelfde vrijdag om 20u met zijn collega’s op Zaventem voor hun jaarlijkse FOSDEM-uitstapje. De bedoeling was om rechtstreeks van het vliegtuig naar Brussel te sporen en te genieten van authentieke Belgische kost, maar het leek mij allemaal nogal nipt getimed. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat die latere vliegtuigen zelden op tijd vertrekken en bovendien was het aan het sneeuwen geslagen. En jawel, al snel kreeg ik het bericht dat hun vlucht vertraging had. Ik kon dus zonder schuldgevoel mijn salsapasjes oefenen terwijl mijn vriend ergens in de lucht hing.
Uiteindelijk landde de ganse bende pas rond half tien in Zaventem (het uur waarop ze normaal gezien aan een tafel in een Brussels restaurant hadden moeten zitten). Ik stemde mijn treinrit vanuit Leuven af op die van mijn vriend en zijn collega’s en we troffen elkaar rond kwart na tien in Centraal. Al een geluk dat ze die tafel geannuleerd hadden. 😉 Te voet wandelden we met de ganse bende (zeven mannen, één vrouw, tja IT, het blijft een mannenwereld) naar het Steigenberger Wiltcher’s hotel. Alwaar we ons bij aankomst vergaapten aan de overgedimensioneerde, marmeren inkomhal.
We dropten onze spullen op de kamer en eigenlijk was ik liefst in bed gekropen na een drukke en vermoeiende werkweek, maar het vlees is zwak, dus liet ik me toch overhalen om nog één glas te drinken in bar Louie, dat er al even chique uitzag als de rest van het hotel. De bediening daarentegen was matig, maar de warme chocomelk was de perfecte voorbereiding voor een goeie nachtrust.
In de reeks: waar was yab vandaag?
In de reeks: waar was yab vandaag?
Op de werf van het KMSKA!
En tegen tomaat garnaal op kosten van de grote baas zeg ik ook nooit neen!
In de reeks: waar was yab vandaag?
Nieuwjaarslunch!
Vandaag was ik uitgenodigd voor de nieuwjaarslunch van het belangrijkste project dat mijn team opvolgt. En hoewel januari met zo’n rotvaart van start gegaan is dat de kerstvakantie ondertussen een vage herinnering is, vond ik dat ik mezelf wel een uitstapje mocht gunnen. Ik veegde mijn twijfel van tafel en bevestigde mijn komst. Een treinrit en een velofietstochtje later, kwam ik ietwat hijgend op mijn bestemming aan.
‘t Was te doen in Brasserie Shilling op ‘t Zuid in Antwerpen. Na mijn kortstondig verblijf in Antwerpen, moet ik zeggen dat deze stad een plekje in mijn hart veroverd heeft. Een veel boeiendere stad dan Genève, als je het mij vraagt, waar er voor mij nog veel te ontdekken valt. En ik had geen spijt dat ik tijd had gemaakt voor dit informele netwerkmoment. Het eten was lekker (de tarte tatin zou ik zelfs fenomenaal durven noemen), de bediening erg vriendelijk (een collega strooide per ongeluk het ganse zoutvaatje over zijn gerecht en kreeg prompt een nieuw bord aangeboden) en de wijn smaakte! Een welgekomen break in een drukke week.
Ontwikkelen zult gij!
Voor de tweede keer deze week op verplaatsing met mijn collega-teamverantwoordelijken voor sessie nummer zoveel van ons ontwikkelingstraject. Wat maakt dat ik deze week in totaal maar drie dagen op de werkvloer aanwezig was, waarvan het merendeel van de tijd dan nog eens opging aan vergaderingen. Het rechtstreekse gevolg daarvan is dat ik elke avond heb zitten werken tot het tijd was om te gaan slapen. Aja, overdag geen tijd om mails te lezen, dat betekent dat deze ‘s avonds ingehaald moeten worden. Ik wil het nieuwe jaar al niet meteen met een achterstand van start gaan.
Was het een nuttige dag? Een dag die het de moeite waard maakte om op een vrijdagavond op de luchthaven nog werkmails te doorploegen? Wel, ik weet het eerlijk gezegd niet. De lesgever in kwestie had zich er nogal makkelijk vanaf gemaakt door vóór de kersvakantie één van mijn collega-teamverantwoordelijken de opdracht te geven de voormiddag in te vullen. En na de middagpauze (met broodjes, uiteraard, de broodjes beginnen mij zo langzamerhand de oren uit te komen) vertrok de lesgever, zodat we onderling nog wat konden verder werken aan de reorganisatie-evaluatie.
Ik begin zo stilletjes aan het vermoeden te krijgen dat onze lesgever ons een bende hopeloze gevallen vindt verstrikt in het web van een half mislukte reorganisatie. Enfin ja, hopelijk heeft ze geprofiteerd van haar onverwachte vrije namiddag.
Reorganisatie-evaluatie
Vandaag bracht ik samen met mijn collega-teamverantwoordelijken en andere leidinggevenden een ganse dag al brainstormend door in het lieflijke Molenbeek. We waren een dagje op afzondering bij JES om een tussentijdse evaluatie op te maken na één jaar reorganisatie en enkele voorstellen tot bijsturing te formuleren. Want eerlijk, het stof is na een jaar nog steeds niet gaan liggen en het woord ‘systeemfout’ werd meer dan eens geuit tijdens deze dag.
Op zich vind ik het heel nuttig dat onze organisatie hier de nodige tijd voor uittrekt, maar ik vrees dat het uitgangspunt van deze dag al op voorhand een échte bijsturing onmogelijk maakte. Want die systeemfouten waarvan sprake, die mochten we wel identificeren, maar niet remediëren. Wat maakt dat ik een beetje sceptisch sta ten opzichte van het uiteindelijke resultaat van de dag.
Op culinair vlak kwamen we dan weer niets te kort: ‘s ochtends koffiekoeken en wafels, ‘s middags warme soep en heerlijke salade en als afsluiter van de dag een kleine receptie met hapjes. ‘t Is zo slecht nog niet daar in Molenbeek. 😉





























































![IMG_1137[1]](http://yab.be/wp-content/uploads/2019/01/IMG_11371-e1547246743639-1024x1024.jpg)