Een fijn weerzien

Vrijdagavond bracht ik door in het gezelschap van één jongedame en zestien charmante heren. De Ming was het decor voor de jaarlijkse reünie van leden van mijn oud-studentenvereniging, die voor de allereerste keer sinds 2001 (man wat vliegt de tijd) niet door mij georganiseerd werd. Mijn vriend moest spijtig genoeg afhaken wegens ziekte. En dat was zonde, want de avond vloog voorbij. Fijn om al die oude bekenden nog eens terug te zien en herinneringen aan vroeger op te halen. Per slot van rekening ben ik toch een groot deel van mijn eerste en tweede universitaire studie lid geweest van deze vereniging. Het verbaasde me echter hoe snel de herinneringen beginnen te vervagen. Gelukkig kan ik bij het herinneringen ophalen rekenen op al die andere hersenen én is er fotografisch bewijsmateriaal.

Ik kijk al uit naar volgende jaar.

Dwaallicht

Van mijn lieve tante kreeg ik als nieuwjaarsgeschenkje de stripversie van “Het Dwaallicht” van Willem Elsschot. Tot mijn grote scha en schande moet ik bekennen dat het enige wat ik ooit van Elsschot gelezen heb, “Kaas” is, maar ter verschoning, dat vond ik dan ook geweldig goed. Al is me vooral bijgebleven dat ik die sukkel van een Laarmans eens goed door mekaar wilde schudden. “Het Dwaallicht” liet me in dat opzicht met een minder gefrustreerd gevoel achter. De verstripping is trouwens zeer mooi gedaan met sfeervolle sepiakleurige tekeningen die perfect bij de sfeer van de novelle passen.

Dus toen vriendin U voorstelde om samen naar Kulturama te gaan en ik zag dat “Dwaallicht” op het programma stond, was de keuze snel gemaakt. En zo zaten we vrijdag samen in het Wagehuys te genieten van de sublieme vertolking van Warre Borgmans. Het moet jaren geleden zijn dat ik nog een theatervoorstelling bijwoonde, maar deze voorstelling deed me alvast goesting krijgen in meer.

Na de voorstelling dronken we nog iets in de Improvisio en spraken we over de serieuze zaken des levens.

Een mooie afsluiter van een drukke week.

Artefact

Vanavond zijn mijn vriend en ik naar de openingsavond van Artefact geweest. Eerst trakteerde Hans W. Koch ons op de piepende en ruisende doodsstijd van een computer. De geluiden die geproduceerd werden, waren allesbehalve een streling voor het oor en ik was dan ook opgelucht toen redelijk snel een eind kwam aan de marteling van die arme computer en mijn oren even rust gegund werden.

Vervolgens was het de beurt aan Julien Maire, een Fransman die zich van zo’n schabouwelijk Engels bediende dat ik er even aan twijfelde dat het een act was. Hij haalde een camera uit mekaar en voerde tussendoor wat trucjes op met een oud stuk pelicule. Ik was zo afgeleid door zijn Frenglish dat de performance maar half tot me is doorgedrongen. Feit is dat hij de lachers op zijn hand had en er op het einde niet veel meer van de camera overbleef.

Enfin, geen van beide voorstellingen heeft me echt geboeid. Het deed me meer denken aan het geprutst van hobbyisten in hun garage dan aan kunst. Op een gegeven moment voelde ik zelfs mijn oogleden zwaar worden. Al kan dat ook gelegen hebben aan de glazen wijn die ik op de receptie genuttigd had. 😉

La plaza tiene una torre

La plaza tiene una torre,
la torre tiene un balcón,
el balcón tiene una dama,
la dama tiene una flor.
Ha pasado un caballero
-¡quién sabe por qué pasó!-
y se ha llevado la plaza
con su torre y su balcón,
con su balcón y su dama,
su dama y su blanca flor.

Dit is het gedicht van Antonio Machado dat we met een groepje medestudenten van de Spaanse les zullen declameren tijdens gedichtenweek. Er is nog wat werk aan onze act, want het meisje dat de jonkvrouwe uitbeeldde voelde zich niet zo op haar gemak op haar stoel die de toren uitbeeldde. En onze ridder is op het einde helemaal vergeten haar te schaken.

En ligt het nu aan mij of denken jullie ook dat dit gedicht over de ontmaagding van een onschuldige deerne gaat?

Fotografie is een banale hobby

Zondag bezocht ik tijdens de dag van de ambachten het atelier van een vioolbouwer. Uiteraard had ik mijn fototoestel meegenomen om enkele plaatjes te schieten. Bij mijn binnenkomst in het atelier vraag ik beleefd of ik enkele foto’s mag maken. “Ach, jij volgt zeker een fotocursus, ja er zijn deze voormiddag al een hele hoop fotografiestudenten gepasseerd.”

Het is gewoon een feit: je wordt tegenwoordig voor de voet gelopen door amateurfotografen. Overal waar er ook maar een hint van artisticiteit te bespeuren valt, staan de amateurfotografen te drummen met hun reflexcamera’s en veel te dure lenzen. En ik ben eentje van de zovelen. Mijn foto’s blijven steken op het niveau van de goeie amateur: zonder uitschieters en zonder dat ik “mijn ding” schijn te vinden. Tijd voor een nieuwe hobby?

Huisnummers

Deze avond een kleine rondrit gedaan langs Vlaams-Brabantse wegen om her en der wat foto-afdrukken in de brievenbus te steken. Wat heeft het immers voor zin dat al die eindopdrachten in mijn kast stof liggen te vergaren? Ik kan beter de modellen een pleziertje doen met een mooie foto van dertig op twintig (die misschien ook bij hen in de kast terecht komt, maar hey, zo houden we ons eigen appartementje ordelijk, nietwaar). Maar man o man, wat een ellende is het om de juiste huisnummers te vinden. Zo onleesbaar klein dat die dingen zijn. En dan staat er een mooie brievenbus langs de kant van de weg, maar denk je dat daar een huisnummer op staat? Neen, hoor, die hangt ettelijke meters verder langs de onverlichte voordeur. Uiteraard totaal onleesbaar, zelfs niet als je stapvoets rijdt. Is het echt te veel gevraagd om een mooi, groot duidelijk huisnummer aan de brievenbus te hangen en neen, die standaardnummers zijn écht niet groot genoeg.

Exit Japans, hello Photoshop

Dit semester Japans was letterlijk het semester teveel. Het kostte mijn vriend en mezelf steeds meer moeite om ons op te laden voor de wekelijkse lessen. Het nieuwe handboek waar ik veel van verwacht had en dat de leerkracht zo goed vond, viel tegen. Alles wat ook maar een beetje naar structuur en grammatica rook werd zo summier mogelijk verteld en verbannen naar een appendix (I kid you not). Daar waar andere talen in mijn hoofd langzaamaan opgebouwd raken en ik me de structuur eigen maak, leek Japans in het vierde jaar enkel maar warriger te worden en langzaam te desintegreren in mijn hoofd. En ik geloof eigenlijk niet dat Japans een warrige taal is, volgens mij is Japans een supergestructureerde taal. Alleen vielen de puzzelstukjes maar niet op z’n plaats bij mij.

De lessen op zich vielen nog mee, omdat het voor een groot deel herhaling van de vorige jaren was. Al raakte ik moeilijk gewend aan de manier van lesgeven van de leerkracht, die het bijvoorbeeld overbodig vond om de verbetering te geven van mondeling gemaakte oefeningen en vaak tijd verloor door stil te blijven staan bij anekdotes. Maar wat ons definitief deed afhaken, waren de ellenlange woordenlijsten en de kanji die geblokt moesten worden voor het schriftelijk examen. Kanji moet je uiteraard bijhouden in de loop van het jaar, je moet als het ware je spiergeheugen trainen door ze honderden keren op te schrijven, iets waarvoor mij de tijd en (vooral) de goesting ontbrak. En ja, ik heb geprobeerd die kanji in mijn kortetermijngeheugen te pompen, maar dat liet me dit keer in de steek. We hebben het examen nog meegedaan, maar daarna de knoop doorgehakt. Met dit semester sluiten we drieëneenhalf jaar Japans af. Hopelijk leverde drieëneenhalf jaar Japans ons genoeg basiswoordenschat op om de typische toeristische zaken te regelen als we in Japan zijn.

Omdat ik toch een beetje (veel) het gevoel had gefaald te hebben, heb ik dan maar snel de vrijgekomen woensdagavond opgevuld met een gloednieuwe cursus Photoshop. De vaardigheden die ik daar opdoe, zullen alleszins meer gebruikt worden dan die van de Japanse les.

Laatste fotografiecursus

Dit weekend heb ik mijn eindwerk fotografie afgegeven. Het sluitstuk van de derde module digitale fotografie aan het CVO. Ik was niet helemaal tevreden met het geleverde werk. Vooral het resultaat van de scène-opdracht viel tegen. Tijdens het fotograferen had ik al gezien dat de resultaten er op het computerscherm onscherp uitzagen, maar de leraar stelde me gerust door herhaaldelijk het toestel opnieuw te focussen op de modellen. En tja, dat scherm van die laptop was natuurlijk van niet al te beste kwaliteit en de RAW-versies zouden wel beter uitvallen. Maar de uiteindelijke resultaten gaven me gelijk. Alle foto’s vertoonden een duidelijke frontfocus afwijking. En dan te bedenken dat we met de duurste camera (van een cursist die elke week wel een nieuw snufje koopt) en één van de betere lenzen gefotografeerd hadden. Doodzonde van al die moeite. Ik heb de boel nog wat proberen rechttrekken in post-productie door het wat op te scherpen, maar tevergeefs.

Nadat we onze eindopdracht hadden afgegeven, wilde ik me opnieuw inschrijven voor dezelfde cursus. Na drie algemene modules moet je een specialisatie kiezen aan het CVO, maar die cursussen lopen over een heel jaar en ik wilde graag de laatste algemene module opnieuw doen om nog wat meer ervaring met die studiolampen op te doen. Spijtig genoeg was de cursus op zaterdagvoormiddag, het enige moment dat nog fysiek mogelijk is voor mij, helemaal volzet. Ik kon me nog wel op een reservelijst zetten, maar ik vond dat unfair ten opzichte van cursisten die module nummer twee gevolgd hadden en wiens plaats ik zo zou inpikken. Per slot van rekening had ik het al eens allemaal gevolgd.

Dus is het wachten tot september om dan hopelijk met de cursus landschapsfotografie te kunnen starten. Nu nog iets bedenken om die onverwacht vrijgekomen zaterdagvoormiddagen op te vullen!

Ontmoetingen op de trein

De trein is altijd goed voor onverwachte ontmoetingen. Toevallig kwam ik deze week een oud-kotgenootje tegen. Ik had die dag wat later gewerkt dan normaal en zij was naar een nieuwjaarsreceptie geweest. Hadden we onze dagelijkse routine gevolgd, waren we elkaar nooit tegengekomen. Ze leek oprecht blij me te zien ofwel had ze gewoon zin in een babbel tijdens de treinrit naar huis, want echt close zijn we tijdens onze studententijd nooit geweest. En natuurlijk kwam het gesprek op haar gezin. Voor mij zat een trotse moeder van drie die me blinkend de foto’s van haar kroost liet zien en me vertelde over het mooie huis met tuin dat ze in de buurt van Landen gevonden hadden.

En hoewel ik oprecht blij voor haar was en ze zichtbaar erg gelukkig was, wist ik zeker dat dit niet het leven was dat ik wil leiden. Ik wil avontuur, spanning, verrassingen! Wel in theorie toch, want mijn dagelijkse leven ziet er verdacht routineus op en de laatste keer dat ik iets geks of onvoorspelbaars gedaan heb, kan ik me niet eens meer herinneren. En ok, ik zou het nu niet meer appreciëren als mensen om drie uur ‘s nachts aan mijn deur zouden komen aanbellen om te vragen of ik geen zin had om mee te gaan schaatsen op de dichtgevroren vijvers. Maar die spontaneïteit van mijn studententijd, dat mis ik enorm.