Sinds 1 september stelt mijn team een jobstudente te werk. Een piepjong meisje dat net haar middelbare school heeft afgerond en in afwachting van haar start in het hoger onderwijs nog wat centjes komt bijverdienen door documenten over te zetten van Documentum naar Sharepoint. Wij zijn superblij met haar inzet en werklust, maar de boog kan niet altijd gespannen staan, dus nodigde ik haar uit om deel te namen aan de jaarlijkse teamactiviteit nu donderdag. We zouden met een groepje van een tiental collega’s een wandeling van zo’n 14 km door Brussel maken.
Ik gaf duidelijk aan dat het haar vrij stond om deel te nemen. Ze kon die gewoon gaan werken ofwel aansluiten bij ons wandelgroepje. Dat ze misschien niet meteen dolenthousiast zou zijn om samen met in haar ogen ongetwijfeld een bende oudjes te gaan wandelen, kon ik ergens wel begrijpen, maar hey, als ik op die leeftijd de keuze gehad zou hebben om een dagje betaald te gaan wandelen met wat oude zakken dan wel een dagje saai repetitief werk te doen, zou ik daar beslist niet lang over hoeven nadenken hebben. Groot was dus mijn verbazing toen ze mij zei dat ze liever op het werk wou blijven, ‘omdat ze niet zo graag wandelde’. Ik wist heel even niet wat zeggen en had voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik door een diepe generatiekloof verzwolgen werd.
Tweede voorval dat mij evenzeer met de mond vol tanden liet staan: op mijn uitnodiging om een teamoverleg bij te wonen, in de veronderstelling dat dit wel interessant zou zijn voor haar, bedankte ze vriendelijk met de woorden: “Mijn mama zegt dat dat saai is.” Wat zegt een mens op zoveel ontroerende oprechtheid? (En dan had ik nochtans speciaal koekjes voorzien!)
Is dit exemplarisch voor de jeugd van tegenwoordig of ben ik gewoon op een uitzonderlijk specimen gestoten?
Toen we maanden geleden dit weekendje vastlegden, konden we niet vermoeden dat de staart van de zomer nog zulk schitterend weer in petto zou hebben. We hadden het niet beter kunnen treffen!
Dus gooide ik vrijdagavond wat zomerkleedjes in mijn valies en vertrokken mijn vriend en ik na het werk richting onze vrienden in Konz. Na een stevige rit van twee uur en drie kwartier kwamen we aan bij het huis van onze vrienden. Het was ondertussen al donker, dus veel zagen we niet van de prachtige omgeving. We werden vriendelijk onthaald, dropten onze spullen in de logeerkamer en nestelden ons in de sofa om wat bij te praten. We maakten het niet al te laat, want op het einde van de werkweek zijn de energieniveaus meestal wat gezakt.
De zaterdag begonnen we met een gezamenlijk ontbijt waarna we in de gloednieuwe Porsche Macan leasewagen van onze vriend naar Trier reden. Trots dat hij was op het feit dat hij met een Porsche reed, niet te doen. Mijn vriend en ik knikten braafjes terwijl hij de loftrompet van zijn nieuwe auto stak. Want om heel eerlijk te zijn, interesseren auto’s ons niet zo erg. Auto’s zijn een noodzakelijk kwaad om van A naar B te komen. We vinden het geen van beiden plezierig om met een wagen te rijden en zitten vol verwachting uit te kijken naar de zelfrijdende wagen, zodat we ons kunnen laten rijden. Al zouden we nog blijer zijn, mocht teleportatie realiteit worden.
Heel Trier stond in het teken van Trier Spielt, het grootste speelfestijn van de regio. Ideaal om de bijna-driejarige in ons gezelschap te entertainen. We slenterden door de zonovergoten straten vol ballonnen en genoten van de kleurrijke huizen van Trier. Omdat we zo vroeg waren, was het nog niet al te druk. De verschillende speeltuigen en attracties waren ook mooi over de ganse stap verspreid, zodat het nergens superdruk werd. Terwijl de jongste van ons gezelschap zich uitleefde op het springkasteel, dronken wij een glaasje moezelwijn op een terras. Zalig.
Na een broodjeslunch in buitenlucht keerden we terug naar Konz voor het middagdutje van onze moe gesprongen bijna-driejarige. Spijtig genoeg houdt onze vriend niet zo van de zon en de warmte, dus gaf hij er de voorkeur aan binnen te zitten met de rolluiken naar beneden. De gastheer heeft natuurlijk altijd gelijk, maar mijn zonminnende hart bloedde een beetje. We praatten over de meest diverse onderwerpen en de namiddag ging vlotjes over in de avond. Tot mijn grote vreugde verplaatsten we ons van zodra de bijna-driejarige wakker was naar de prachtige tuin om aldaar van een ijsje en watermeloen te genieten. In de zon! Hoera!
We speelden met de cadeautjes die we voor de bijna-driejarige meegebracht hadden: een memoryspel, een reuzenpuzzel en een stickerboek. De puzzel en het memoryspel waren nog een beetje te moeilijk voor haar, maar de volwassenen (aka mezelf) vonden het geweldig. Nu, kinderen moet je genoeg uitdagingen presenteren, vind ik. Ik ben er zeker van dat als we volgend jaar terugkomen naar Konz ze mij volledig in de pan zal hakken met memory.
Terwijl de zon onder ging, genoten wij op het tuinterras van de overheerlijke kookkunsten van onze gastvrouw. Het is de allereerste keer dat iemand mij zelfgekookte biryani presenteert. Het was voortreffelijk!
Eens de zon onder werd het frisser en namen we de restjes wijn mee naar binnen om ons gesprek daar verder te zetten.
Zondag sliepen we een beetje uit en vertrokken we rond half tien met de Porsche (of wat hadden jullie gedacht?) naar Bitburger Wirtshaus in Trier om daar te brunchen. Voor 9,5 euro kregen wij een bijzonder rijkelijk gevuld buffet gepresenteerd. We lieten ons al dat lekkers smaken: gerookte zalm, kazen, charcuterie, worstjes, spek, eieren, brood, yoghurt, fruit, pudding,… Rond een uur of elf brachten ze zelfs enkele warme schotels die als middagmaal konden dienen. Wat een luxe! Zoiets missen wij nog in Leuven!
Na de brunch reden we terug naar Konz en namen we afscheid van onze vrienden die duidelijk vermoeid waren van ons bezoekje. Op de terugweg naar Leuven maakten we nog een kleine tussenstop bij Villa Otrang waarover meer in een andere blogpost.
Onze aller-, allerlaatste momenten in Corsica, helaas nog steeds niet verlost van die verschrikkelijk jeukende uitslag. Bij het ontbijt blikten mijn vriend en ik terug op drie fantastische weken in Corsica. Het land heeft op elk vlak mijn verwachtingen overtroffen: schitterende natuur, zalig zomerse temperaturen, heerlijk eten, vriendelijke mensen (helemaal niet de ervaring gehad dat Corsicanen stugge eilandbewoners zijn), lekkere wijn, prachtige stranden, bergen, zee, prehistorische sites, duizenden kerken,… Really, what’s not to like? Alleen onze wild life count viel wat tegen, deze vakantie. In volgorde van frequentie zagen wij: mieren, vissen, hagedissen, sprinkhanen, vogels, varkens, koeien, geiten, vossen, één slang en één murene. Van de mytische moeflon helaas geen spoor.
Vanaf onze tafel aan het ontbijt zien we het reusachtige yacht Titania vertrekken. Het allergrootste yacht dat we in de haven van Bonifacio bewonderd hebben. Het schip wordt begeleid door een hele zwerm rubberbootjes, want het is alles behalve evident om zo’n gevaarte uit de smalle haven te krijgen. Een fascinerend schouwspel.
De dag voordien hadden we geïnformeerd of het mogelijk was om een late checkout te doen, kwestie dat we ons nog wat konden opfrissen voordat we het vliegtuig op stapten. Helaas bood het hotel die optie niet. We steken dus maar we reservekleren klaar om ons vlak voor ons vertrek naar de luchthaven te kunnen omkleden op het toilet.
Voor ons laatste uitstapje willen we graag de beroemde Escalier du Roi d’Aragon beklimmen. Volgens de legende werden de 187 treden van deze steile trap in één nacht in de rotsen uitgehouwen tijdens de Aragonese belegering in 1420. Dat lijkt mij een fabeltje te zijn, wat niet wegnam dat ik die 187 treden graag zelf wilde tellen.
Om deze laatste dag niet té veel zweet te vergieten, kochten we een kaartje voor Le Petit Train de Nono. Dit treintje bracht ons in een dik kwartier naar de haute ville van Bonifacio. Het was druk op de Escalier, maar we slaagden er toch in een paar foto’s te maken waar niet al te veel toeristen op stonden. De afdaling van de trap was een fluitje van een cent en ook de weg terug naar boven viel heel goed mee. En jawel, het waren effectief 187 treden. Het uitzicht mocht er trouwens ook wel zijn. Een mooie afsluiter van ons verblijf in Bonifacio.
We namen het toeristentreintje terug naar beneden en begonnen aan het vervelendste karwei van gans de vakantie: onze huurwagen schoon krijgen. De car wash slaagde er min of meer in de buitenkant schoon te krijgen, maar de stofzuiger was niet krachtig genoeg om al het vuil binnen weg te zuigen. We probeerden zelf met wat doekjes de plakkerige zonnecrèmesporen aan de binnenkant van de deuren af te vegen, maar om de auto echt schoon te krijgen, hadden we niet het juiste gerief. We hoopten maar dat de verhuurder de minuscule krassen in het lakwerk niet zou opmerken bij het inleveren.
Tijd voor het middagmaal. Ik at voor de allerlaatste keer mosselen Cap Corse. Denk dat ik mijn record mosselen eten deze vakantie een pak scherper gesteld heb. Omdat we ons wilden voorbereiden op eventuele discussies bij de autoverhuurder, vertrokken we goed op tijd naar de luchthaven. En laatste rit door het wondermooie Corsicaanse landschap. Het afscheid viel me zwaar.
Tot onze grote verbazing werd onze huurwagen zonder problemen in ontvangst genomen door Avis. Een opluchting, want we hadden ons al mentaal voorbereid op een boete voor de krassen op de deuren en het niet volledig proper inleveren (was nochtans als een verplichting in het contract opgenomen). En zo kwam het dat we al om 15u op de luchthaven waren, terwijl onze vlucht pas om 17.45u vertrok. En Bonifacio is niet bepaald een luchthaven waar je drie uur wil rondhangen.
Kwam daar nog eens bij dat het er ontzettend druk was, omdat veel vluchten naar het Franse vasteland vertraagd waren. Het was dan ook een waar gevecht om een stoel en een tafeltje te veroveren bij het enige café dat de luchthaven rijk was. Terwijl mijn vriend ons tafeltje bewaakte, kocht ik een paar pakken canistrelli om mijn collega’s te trakteren. Onze vroege aankomst in de luchthaven had één positief gevolg: ik had eindelijk wat tijd om te lezen in het boek Paper Towns dat ik anders een hele vakantie voor niks zou meegesleurd hebben.
Door de vele vertragingen konden we pas om 16.30u onze valiezen inchecken. Maar het positieve nieuws was dat onze vlucht ondanks de grote drukte stipt om 17.45u vertrok. Op de vlucht las ik Paper Towns uit en begon ik aan mijn reisverslagen. Aan alle mooie liedjes komt een einde…
Onze laatste dag begon met een mini-regenbuitje. (Alhoewel je amper van een bui kan spreken wanneer er slechts een twintigtal druppels uit de lucht vallen.) Ik maakte nog een laatste timelapse van de bedrijvigheid in de haven en realiseerde me dat ik eens thuis weer flink wat werk zou hebben om al dat fotomateriaal te verwerken.
Helaas stond ik op met verschrikkelijk jeukende uitslag op de achterkant van mijn bovenbenen. Mijn eerste gedacht was: zonneallergie, maar dat zou dan de allereerste keer in mijn leven zijn en dan nog wel op een plek die niet eens zo veel aan de zon blootgesteld was geweest. Ik peinsde me suf, maar de enige verklaring die enigzins plausibel leek, was een allergische reactie op het rubber van het bootje waar we de dag voordien mee rondgevaren hadden. Ik had immers een hele tijd op de zijkant van die boot gezeten. Vervelend, die uitslag, want we hadden plannen om deze laatste volledig dag in Corsica te gaan paardrijden. We vroegen na het bijzonder middelmatige ontbijt aan de vriendelijke dame van het onthaal of ze alsnog een paardrijtocht voor ons kon reserveren, maar ze geraakte niet binnen bij de manège die de paarden verhuurde. Aangezien de jeuk ondertussen alleen maar erger werd, zagen we maar volledig af van het verhaal. Wellicht was het geen goed idee om twee uur met mijn zitvlak over een zadel te schuren.
In plaats daarvan reden we met de wagen naar het Casteddu van Tappa. Onderweg naar onze bestemming begon het opnieuw te regenen. Tijdens deze vakantie zijn in totaal toch al zeker zo’n honderd regendruppels uit de lucht gevallen zijn. 😉 Waarmee we nu echt wel dik over het gemiddeld aantal regendagen zaten. Gelukkig was ook dit regenbuitje weer in een paar tellen voorbij.
Het Casteddu van Tappa lag in the middle of nowhere en het was weer niet zo evident de site zelf te vinden. Archeologisch onderzoek wees uit dat Tappa al in het tweede millennium voor Christus werd bewoond door de Torréens. De site maakte moeilijke tijden door toen ze werd gebruikt als steengroeve, maar werd gelukkig gered door een particulier. Het feit dat de site privè-bezit is, is wellicht de reden waarom deze site zo slecht ontsloten is. Nergens was er enige uitleg te vinden en het enige plan op de hele site maakte ons niet meteen veel wijzer. De mooie ronde ‘Torréens’ toren en de vele vestingsmuren die nog bewaard bleven, maken dat deze site echter de moeite van een bezoek waard is.
Voor het middagmaal reden we naar Porto Vecchio. We parkeerden onze wagen op zeeniveau en begonnen aan de steile klim naar het oude stadscentrum dat in het begin van de 16de eeuw gesticht werd door de Genuezen. De klim was stevig, maar bood ons wel een mooi uitzicht op de zoutwinningen. We lunchten op het overdekte terras van restaurant A Furana en genoten van het mooie uitzicht. Wat een contrast met het diner van de dag voordien bij Kissing Pigs! Het menu was ditmaal om duimen en vingers af te likken. Heerlijke calamars als voorgerecht, een perfect gebakken eendenborst met citrusvruchten en risotto als hoofdgerecht en een frisse fruitsalade als de ideale afsluiter.
Na de maaltijd maakten we een kleine wandeling in het oude centrum van Porto-Vecchio. Het was verschroeiend heet en we waren dan ook bijzonder aangenaam verrast toen bleek dat de kerk van Porto-Vecchio met airco was uitgerust. Een mens zou voor minder de goden danken. 😉
Porto-Vecchio zelf wist ons echter maar matig te bekoren en we reden verder richting het Massif de l’Ospédale. Onderweg stopten we bij een uitkijkpunt dat ons een fabuleus uitzicht op de kustlijn van Corsica bood. Alleen jammer dat het bewolkt was waardoor het landschap op foto niet geheel tot zijn recht kwam.
We reden verder naar de Cascade Piscia di Gallo waar we onze auto achter lieten op een enorme parking. De wandeling naar de waterval was duidelijk een toeristische hotspot. Volgens onze gids zouden we anderhalf uur nodig hebben voor de wandeling heen en terug. Uiteraard deden wij er dubbel zo lang over. De wandeling langs de vreemd gevormde rotsen en was zo mooi dat ik het niet kon laten om de haverklap een fotopauze in te lassen.
De wandeling was vrij gemakkelijk, alleen het laatste stuk was erg steil en gevaarlijk. We moesten een bijzonder steile, in de rotsen uitgehouwen trap afdalen en de ijzeren reling was hierbij beslist geen overbodig hulpmiddel. Het allerlaatste stuk naar de voet van de waterval was zelfs niet voorzien van hulpmiddelen. Een groot bord waarschuwde ons er dan ook voor dat verder gaan op eigen risico was. Op handen en voeten klauterden we naar beneden om de 46 meter hoge waterval in al zijn glorie te kunnen bewonderen. De schitterende waterval maakte deze halsbrekende klimpartij de moeite waard.
Door al dat klimwerk zaten mijn vriend en ik volledig onder het stof. Gelukkig was er een ijskoud riviertje waarin we onze voeten en handen konden afspoelen. Dat deed deugd na al dat gepuf en gezweet. Na deze deugddoende verfrissing wandelden we opgewekt terug richting de parking. Het was ondertussen al vrij laat in de namiddag en de schaduwen werden langzaam langer. Op de terugweg kwamen we een groepje oudere Italiaanse dames tegen die in hun beste gebarentaal aan ons probeerden te vragen hoe laat het was. Ze keken behoorlijk opgelucht toen ik hen in het Italiaans antwoordde. 😉 Al waren ze een beetje ongerust omdat de afstand tot aan de waterval toch nog langer was dan ze gedacht hadden.
De rest van de wandeling leverde ons nog enkele fotogenieke vergezichten op, waardoor we pas om 19u terug bij de wagen waren. Al een geluk dat ik me door de ober van L’An Fain had laten overtuigen om ons tafeltje pas om 22u te reserveren. Terwijl ik tijdens de rit naar huis wat foto’s van de wandeling op instagram zette, rolde er een nieuwflash binnen over een schietpartij in München. Ik zette direct de wifi af. Al genoeg slecht nieuws te verwerken gekregen deze vakantie. Ik wilde nog even genieten van de laatste momenten op dit fijne eiland.
Na een uitgebreide douche en een knuffelpartij stonden we stipt op 22u bij L’An Faim. We kregen een gezellig tafeltje toegewezen en onze ober deed zijn uiterste best om ons in het Engels te bedienen alhoewel wij hem duidelijk gemaakt hadden dat dit geenszins nodig was. Het eten was bijzonder lekker. Een waardige afsluiter van onze vakantie.
Ik at duo de tartar pagre et veau ‘Abbatucci’ en pavé de thon rouge, risotto de quinoa. Na al dat lekkers mocht een dessert met limoncello sorbet natuurlijk niet ontbreken.
Vanaf het terras hadden we inderdaad een goed uitzicht op het vuurwerk, maar het béste uitzicht van gans Bonifacio, neen, dat was toch lichtelijk overdreven. Wellicht had je een veel beter uitzicht op de citadel en het vuurwerk vanaf de overkant van het water, ongeveer in de buurt van ons hotel… Ik probeerde al die fantastische vuurwerkfoto’s die ik nu niet kon nemen uit mijn hoofd te zetten en gewoon te genieten van het moment.
Het was onze laatste avond, het eten was heerlijk en er werd vuurwerk boven onze hoofden afgeschoten. Wie ben ik om dan te durven klagen!
Deze namiddag naar een super-origineel evenement geweest. Ideaal om inspiratie op te doen voor het evenement dat we zelf organiseren begin oktober. De namiddag stond in het teken van de geboorte van een nieuwe organisatie, een fusie van twee bestaande organisaties. Heel het gebeuren was opgevat als een babyborrel. Met de medewerkers die, net zoals familieleden, allemaal een andere taak toegewezen kregen, lekkere broodjes, een ijs- en een wafelkraampje, doopsuiker, kleurrijke vlaggetjes, een open bar,… Al zal het op een doorsnee babyborrel niet vaak gebeuren dat een tiental mensen met een oculus rift op hun hoofd een virtuele achtbaan afroetsjen. 😉
Meer dan een jaar na de vorige keer zaten we opnieuw samen met de door de rechtbank aangeduide deskundige in het kader van het geschil tussen de mede-eigendom en onze bouwfirma. Onze vorige deskundige werd helaas geveld door één of ander langdurige ziekte en de rechtbank duidde daarom een nieuwe expert aan. De hoopvolle vergadering begin juli 2015 liep aldus met een sisser af. In het partiële verslag van onze ex-deskundige was er immers geen spoor te vinden van de uitspraken die hij eerder gedaan had en die in ons voordeel leken. En de nieuwe deskundige hield zich duidelijk meer op de vlakte. Misschien een teken dat hij het professioneler aanpakt?
Enfin ja, heel de installatievergadering moest dus volledig overgedaan worden in aanwezigheid van alle partijen en hun raadslieden. In totaal zaten we met negen personen rond onze eetkamertafel en iedereen dreunde exact hetzelfde lesje op als de vorige keer. Het leek wel alsof ik naar een herhaling van mijn eigen leven zat te kijken, tot en met het bezoekje aan het dak van de parkeergarage om met z’n allen naar de aansluiting van de twee gevels te kijken.
Enig iet of wat grappig intermezzo: het lukte ons niet de sleutel van de deur die naar de liftinstallatie leidt, uit het kastje (zo’n rood kastje met een doorzichtig plastic raampje dat je enkel in noodgevallen mag breken) te bevrijden. Noodgedwongen sloeg mijn vriend daarom het plastic stuk met een hamer die eigenlijk een flessenopener is. Soms kan je het zelf zo gek niet bedenken.
Mijn verwachtingen van de resultaten van het onderzoek van de deskundige zijn ditmaal een pak minder hooggespannen. Afwachten.
Het is een wederkerend thema op deze blog, maar er zijn weinig dingen die ik zo plezierig vindt als een avondje onder vrienden, gezellig genietend van spijs en drank. Culinaire ontdekkingen in toprestaurants doen mijn hart altijd een beetje sneller slaan, maar dat neemt niet weg dat ik een zwakke plek heb voor een met liefde bereide zelf gekookte maaltijd. Waarschijnlijk omdat ik persoonlijk niet zo’n kookwonder ben. 😉
Nog nagenietend van al dat moois in het Ursulineninstituut klonken we met een glas bijzondere biologische bubbels op de vriendschap en het goed leven. Waarna we door onze vrienden vergast werden op een fijn diner met Italiaans gerechten: van de stevig met look versierde bruschetta’s, over een flink stuk lasagne tot een supergeweldige tiramisu. Tot we geen pap meer konden zeggen. 😉
We maakten ook kennis met een heerlijke Italiaanse dessertwijn: de Vin Santo del Chianti.
Al jaren stond de Wintertuin van het Ursulineninstituut in Onze-Lieve-Vrouw-Waver hoog op mijn lijstje van te bezoeken plekjes in België. Zeker, reizen is fantastisch, maar ook in ons eigen land zijn er nog veel verborgen parels te ontdekken. En dus schreef ik mijn vriend en mezelf enkele maanden geleden in voor een rondleiding.
Ik had al wat foto’s gezien van de elegante wintertuin met de kleurrijke glas-in-loodkoepel in art nouveau, maar ik had me niet verwacht aan het feit dat gans het scholencomplex een fenomenaal monument is. Echt waar, ik viel van de ene verbazing in de andere. Ik wist amper waar eerst te kijken. De prachtige zalen volgden mekaar op. De tegeltjes van Villeroy & Boch, de verfijnde tekeningen in het glas van de tussendeuren geëtst, de prachtige met houtsnijwerk versierde lambriseringen, het stucwerk, de muurschilderingen, de ongelooflijke pianogalerij, de magnifieke kloosterkerk, de monumentale eretrap,… Ik kom woorden te kort om al het moois dat ik in dit voormalig katholiek meisjespensionaat aanschouwde te beschrijven. En dan te bedenken dat dit monument nu nog steeds dienst doet als school!
Geloof me, de foto’s zijn slechts een flauwe afspiegeling van de realiteit. Ik laat jullie even meegenieten.
Vroeg uit de veren, want op deze Belgische nationale feestdag stond er een boottochtje langs de kust en de eilanden van Bonifacio op het programma! Het ontbijt viel weer tegen. Die stomme jams ben ik ondertussen echt wel beu gezien en de op voorhand klaargemaakte omelet slaagde er ook niet in mijn enthousiasme op te wekken. Ik lette er ook op niet te veel te eten, omdat ik schrik had dat het er toch zou uitkomen tijdens onze tocht over de woeste baren van de Middellandse Zee.
Alvorens aan onze dagtocht te beginnen deden we wat inkopen in een plaatselijke winkel: water, koffiekoeken, Schotse shortbread koekjes (I know) en gedroogde abrikozen. Ik kon moeilijk inschatten hoe ik me zou voelen op de boot, maar we hadden alleszins genoeg voorraad bij om niet van honger om te komen.
Bij het verhuurkantoor kregen we een heel uitgebreide uitleg over ons bootje en de bijhorende uitrusting. We kregen ook een kaart mee met de gesuggereerde route. Aangezien de kans veel groter was dan voorheen om op rostsen te varen, besloten we ons mooi te houden aan de suggesties. Kwestie van het ongeluk niet over ons af te roepen. We laadden al onze bagage in de boot en vertrokken blijgezind uit de haven van Bonifacio.
Het was een beetje bewolkt, maar warm genoeg om gewoon in onze zwemspullen achter het stuur plaats te nemen. Vol ontzag bewonderden we de fantastische kliffen van Bonifacio. Terwijl we probeerden om al dit moois op foto vast te leggen, voeren we bijna op wat rotsen die zich net onder het wateroppervlak bevonden. Een kleine herinnering aan het feit dat deze kustlijn enkele verraderlijke hindernissen bevatte.
We bezochten ook de baai van het fantastische Plage Fazziò dat ons de dag voordien zoveel moeite gekost had om te voet te bereiken. Met de boot was dit een fluitje van een cent. Voor wie ook graag de woeste baren van de Middellandse Zee bedwingt: voor de lichtste motorbootjes heb je in Corsica geen stuurbrevet nodig. De ervaring is alleszins fenomenaal. Jullie zullen het je niet beklagen.
We lieden de kust van Bonifacio achter ons en voeren naar de Îles Lavezzi. Deze eilanden zijn niet meer dan rotsen die uit de Middellandse Zee steken, maar de wateren rondom herbergen een ongeziene rijkdom aan fauna en flora. We gooiden het anker uit in een mooi appelblauwzeegroene baai en haalden ons snorkelgerief boven.
Ik voelde mij nog steeds optimaal. Geen spoor van zeeziekte. Mijn maag liet mij zelfs op gepaste wijze weten dat mijn lichaam nood aan brandstof had. Terwijl mijn vriend aan het snorkelen was, at ik op mijn gemak een appel. Vlakbij ons bootje had er een meeuw post gevat die duidelijk wel zin had in iets lekkers. Het beest keek me zo smekend aan dat ik niet anders kon dan een paar stukken appel overboord gooien. Tot mijn grote verbazing ging niet de meeuw met de appel aan de haal, maar zwom opeens een hele school vissen naar de oppervlakte die het stuk appel vlak voor de neus van de meeuw wegkaapten.
Toen ik doorhad dat dit de ideale manier was om vissen tot vlakbij mijn vriend te lokken, gooide ik het ene na het andere stuk appel vlak voor de neus van mijn vriend. We keerden de rollen om en zo kon ik ook genieten van een hoop gewriemel vlak voor mijn snorkel. Toen de appel op was, schakelden we noodgedwongen over op het Schotse shortbead, wat duidelijk minder goed in de smaak viel dan de appel. Vissen denken ook aan hun gezondheid!
Ik voelde mij nog altijd opperbest toen we verder voeren richting het Île Cavallo, alwaar we opnieuw het anker uitgooiden om al snorkelend de wondere onderwaterwereld te bekijken. Het was echt prachtig. Er gaat weinig boven zwemmen in natuurlijk water omgeven door allerlei soorten vissen.
Het einde van ons boottochtje kwam sneller dan verwacht in zicht en dit zonder dat ik me ook maar even zeeziek gevoeld had. Een onverwacht succes! We voeren langs de kustlijn terug naar de haven van Bonifacio, er voldoende aandacht aan bestedend dat we nergens op een rots voeren. Bij terugkeer in de haven wachtte ons het moeilijkste karwei van de ganse dag: onze boot van brandstof voorzien. Het kostte wat moeite om ons bootte op de juiste manier aan te meren bij het tankstation, maar het lukt ons om de tank opnieuw te vullen. De allereerste keer dat ik met een boot gaan tanken ben!
Nadat we de boot ingeleverd hadden en deze na een grondige inspectie van de verhuurders ok bevonden werd, begaven we ons naar ons hotel voor een verkwikkende douche. De zon had haar sporen op onze huid achter gelaten, maar niets wat een klein beetje after sun niet kon verhelpen.
We dineerden in restaurant Kissing Pigs, aangeraden door ons hotel en ook Tripadvisor was lovend. Wat een tegenvaller! Een echte toeristenval. De menu die we beiden besteld hadden trok werkelijk op niks. Mijn lamsvlees was taai en vol vet. Echt niet lekker. Het enige positieve aan deze ervaring was het uitzicht vanaf het balkon op de eerste verdieping op de schitterende yachts van de rijken der aarde. Het kan natuurlijk niet altijd een schot in de roos zijn, maar dit was werkelijk de eerste keer dat we een tegenvallende culinaire ervaring hadden sinds het begin van onze trip.
Na dit zeer teleurstellend avondmaal, wilden we in elk geval een herhaling van dit fiasco vermijden. Zeker omdat de volgende dag onze allerlaatste volledige dag in Corsica was. L’An Fain leek een perfecte plek om te klinken op een fantastische reis. Toen ik binnen stapte om te reserveren, zei de ober me dat de dag nadien in Bonifacio het quatorze juillet vuurwerk zou afgestoken worden. Het vuurwerk was uitgesteld om wille van de tragische gebeurtenissen in Nice. Ik kon op twee momenten reserveren: ofwel voor de eerste couvert van de avond om 19.00u ofwel voor de tweede couvert om 22.00u. Als we om 22.00u zouden reserveren, konden we het vuurwerk vanaf het terras van het restaurant bewonderen. Ik twijfelde, want ik wilde wel dolgraag het vuurwerk zien, maar was er niet helemaal van overtuigd dat het terras van dit restaurant de beste plek was om optimaal van het vuurwerk te genieten. Ik liet me echter overtuigen door de ober en reserveerde om 22.00u. Vuurwerk op onze laatste avond, kon het symbolischer?
We sloten deze prachtige dag af met een cocktail bij Da Passano. We lieten de getalenteerde barman een tequila sunrise voor ons bereiden en genoten daarna nog van een glaasje muscat en cognac. Op de terugweg naar ons hotel vergaapten we ons wederom aan de verschrikkelijk dure yachts die aangemeerd lagen in de haven. Yachts met een bemanning van dertig personen, allemaal uitgedost in een piekfijn uniform, die na het aanmeren meteen aan de grote kuis begonnen. Want ja, zo’n yacht, dat moet blinken, he? De haven van Bonifacio boot ons een blik in het leven van de superrijken. En natuurlijk waren al die blinkende boten in belastingsparadijzen ingeschreven. U dacht toch niet dat The One Percent belastingen betalen?
Plakkend van de after sun kropen we in bed. Met spijt in het hart dat onze vakantie er alweer bijna op zat.
Het leek een goed idee, maar ik zou liegen als ik hier zou schrijven dat ons uitstapje een succes was. Mijn drieëneenhalfjarige petekindje kon nog net overtuigd worden om eendjes te vissen, maar hij was met geen stokken op de paardenmolen te krijgen. ‘t Is geen held, ik zei het al. Het vanilleijsje van Decadenza viel gelukkig wel in de smaak, maar verder was het, ondanks de bij het eendjes vissen gewonnen tractor, behoorlijk moeilijk om hem tevreden te houden.
Het enige moment dat hij niet gezaagd heeft, was toen hij, terwijl wij op ons eten wachtten, speelde dat hij een taart gebakken had in het houten huisje van de speeltuin bij Brasserie 500. Trouwens erg verbaasd om zongedroogde tomaten terug te vinden in mijn Asian Style mosselen. Niet bepaald een geweldige combinatie, wat mij betreft.
‘t Ziet er alleszins niet naar uit dat ik binnenkort samen met mijn petekindje de pretparken zal afschuimen om de wildste attracties uit te proberen.