De jeugd van tegenwoordig

Sinds 1 september stelt mijn team een jobstudente te werk. Een piepjong meisje dat net haar middelbare school heeft afgerond en in afwachting van haar start in het hoger onderwijs nog wat centjes komt bijverdienen door documenten over te zetten van Documentum naar Sharepoint. Wij zijn superblij met haar inzet en werklust, maar de boog kan niet altijd gespannen staan, dus nodigde ik haar uit om deel te namen aan de jaarlijkse teamactiviteit nu donderdag. We zouden met een groepje van een tiental collega’s een wandeling van zo’n 14 km door Brussel maken.

Ik gaf duidelijk aan dat het haar vrij stond om deel te nemen. Ze kon die gewoon gaan werken ofwel aansluiten bij ons wandelgroepje. Dat ze misschien niet meteen dolenthousiast zou zijn om samen met in haar ogen ongetwijfeld een bende oudjes te gaan wandelen, kon ik ergens wel begrijpen, maar hey, als ik op die leeftijd de keuze gehad zou hebben om een dagje betaald te gaan wandelen met wat oude zakken dan wel een dagje saai repetitief werk te doen, zou ik daar beslist niet lang over hoeven nadenken hebben. Groot was dus mijn verbazing toen ze mij zei dat ze liever op het werk wou blijven, ‘omdat ze niet zo graag wandelde’. Ik wist heel even niet wat zeggen en had voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik door een diepe generatiekloof verzwolgen werd.

Tweede voorval dat mij evenzeer met de mond vol tanden liet staan: op mijn uitnodiging om een teamoverleg bij te wonen, in de veronderstelling dat dit wel interessant zou zijn voor haar, bedankte ze vriendelijk met de woorden: “Mijn mama zegt dat dat saai is.” Wat zegt een mens op zoveel ontroerende oprechtheid? (En dan had ik nochtans speciaal koekjes voorzien!)

Is dit exemplarisch voor de jeugd van tegenwoordig of ben ik gewoon op een uitzonderlijk specimen gestoten?

Het vertrek van de jobstudente

Drie weken heeft ze aan de bureau naast me gezeten, onze jobstudente die de zware taak kreeg onze bibliotheek op orde te zetten. In die drie weken heeft ze exact (exáct) vijf woorden tegen mij gezegd. Elke poging om een conversatie te starten, strandde op een ultrakort “ja” of “neen”. Wat mij en mijn collega’s erg verbaasde, gezien het meisje in kwestie rechten studeerde en studenten rechten, naar mijn persoonlijke ervaring, niet bepaald om woorden verlegen zitten.

Maar hey, op haar laatste werkdag had ze chocolaatjes bij. Van mij mag ze volgend jaar beslist terugkomen!