Een beetje saai

Mijn vriend en ik zijn vanavond gaan eten met een collega van mijn vriend. De collega in kwestie had mij uitdrukkelijk meegevraagd, anders was ik zelfs niet meegegaan. Ik gun mijn vriend zijn pleziertjes.

Ik weet niet hoe het komt, maar het gesprek kwam maar niet op gang. Nog niet zo vaak meegemaakt, want meestal vind ik wel een gemeenschappelijk thema om het gesprek op gang te trekken en gaande te houden. Heel erg vreemd, want naar het schijnt is de collega in zijn gewone doen een grappenmaker eersteklas. Het leek wel alsof hij totaal dichtklapte omdat ik erbij was en zich op de één of andere manier dacht te moeten inhouden of zo. Raar, raar. Op den duur heb ik het dan zo’n beetje opgegeven. Tot mijn grote opluchting wou de collega na het eten niks meer gaan drinken want ik vond het maar een saaie bedoening. De collega waarschijnlijk ook. 😉
Ik ben mij er van bewust dat het niet met iedereen kan klikken, maar ik dacht dat ik het sociaal converseren ondertussen toch al wat in de vingers had. Niet dus. Zelfs mijn vriend moest toegeven dat het een beetje saai was.

Waarom yab niet meedoet aan wijvenweek

1. Omdat ik “wijf” een verschrikkelijk lelijk woord vind en ik geen zin heb om dit woord als een geuzennaam te gebruiken.

2. Omdat ik de gekozen onderwerpen zo verschrikkelijk, verschrikkelijk cliché vind dat ik vrees dat niet veel mannen de artikels tot het einde zullen lezen. En was het er niet net om te doen de mannen te overtuigen dat de vrouwelijke blogs in kwestie heus wel wat meer dan wijvenblogs zijn? Oja, over kinderen heb ik trouwens mijn zegje al gedaan, ik kreeg zowaar een bende ziedende vrouwen op mijn dak.

3. Omdat ik het jammer vind dat lilith niet gewoon blij is met haar bward en haar schouders ophaalt voor denigrerende commentaren van stubru-presentatoren. Lilith, je hebt een fantastische schrijfstijl en een leuke blog, maar ergens zal je toch ook wel weten dat je artikels voornamelijk een vrouwelijk publiek aanspreken? En wat dan nog? Daar is niets mis mee. Wees fier op die tweede plaats, je hebt hem verdiend.

4. Omdat ik al mijn lezers even graag zie, zowel de mannen als de vrouwen en ik stiekem hoop dat beide seksen evenredig verdeeld zijn over mijn lezerspubliek.

Vrijdagavond

Alumnibijeenkomst van licentiaten informatica en hun partners. Het gebeurt niet vaak, maar ik had er totaal geen goesting in. Jaja, en dat voor iemand die altijd op de eerste rij staat als het over feestjes gaat. Zelfs het vooruitzicht interessante nieuwe mensen te leren kennen, kon me niet over de streep trekken. Mijn vriendje was echter één van de organisatoren, dus kon ik niet afwezig blijven. Dik tegen mijn goesting sleepte ik me naar restaurant De Klimop en het eerste kwartier heb ik zowat zitten zuchten en naar het plafond zitten staren. Tot ik mezelf bedacht dat dit een absoluut belachelijk houding was en ik beter wat moeite kon doen om mij te amuseren. Ik bestelde mij een glaasje cava, leerde de mensen rondom mij aan tafel kennen, at een overheerlijke filet pur met champignonsaus en guess what, ik amuseerde mij geweldig.

Les geleerd: mokken is een nutteloos tijdverdrijf.

Hugo Claus en euthanasie

Euthanasie is een onderwerp waar ikzelf een heel uitgesproken mening over heb. Daarom wil ik jullie beslist niet de mening onthouden van broeder dr. René Stockman. Een man wiens overtuiging lijnrecht tegenover de mijne staat. Het artikel is overgenomen van Kerknet. In het kader van de vrije meningsuiting, die hij ook aanhaalt in zijn stuk, vind ik het belangrijk zijn woorden hier te herhalen.

‘De wijze waarop wordt omgegaan met de euthanasie die Hugo Claus pleegde, de wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten, maar zelfs als summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst’. Dat schrijft broeder dr. René Stockman in een felle reactie op het overlijden van de schrijver.

‘Is het leven van mensen die hun woorden niet meer vinden, dan waardeloos geworden?’, vraagt hij zich af. ‘Hebben zij het recht, en misschien zelfs de plicht om euthanasie te vragen, om de maatschappij toch niet meer tot last te zijn, om hun familie te bevrijden van een zorg die wel eens lang zou kunnen duren?’

Broeder Stockman zegt vooral vragen te hebben ‘bij de manier waarop de Vlaamse media vrijwel unaniem diens beslissing toejuichen’. Hij noemt het ‘de pretentie en arrogantie van een bepaalde groep in de samenleving, die haar levensfilosofie probeert op te dringen aan iedereen. En wie er een andere visie op nahoudt, durft die nauwelijks uit te spreken op straffe van als een kwezel te worden uitgescholden.’

‘Want kijk naar Claus. Die heeft de moed gehad er een eind aan te maken, zijn familie niet meer tot last te zijn, de ziekteverzekering niet op te zadelen met medische en verzorgingskosten, hij heeft ruimte aan anderen gegeven (…), een ode aan het leven van de volmaakten, van de succesvollen, die hun woorden tot heldere frasen kunnen kneden. In de ‘Brave New World’ is alleen nog plaats voor hen. Misschien is het dat juist in België waar we het meest verdriet voor moeten hebben’, aldus nog de broeder.

De volledige tekst vind je hier.

Dr. René Stockman neemt in zijn tekst woorden in de mond als: “de plicht om euthanasie te vragen” “onder druk van het bejubelde voorbeeld van Claus”. Ik denk dat niemand, maar dan ook niemand in ons land de “plicht” heeft een einde aan zijn leven te maken. Als een persoon in dezelfde situatie als Claus zijn leven wel nog de moeite waard vindt om te leven, kan niemand hem dwingen tot euthanasie over te gaan. Ik vind euthanasie de meest persoonlijke keuze die een mens kan maken: het recht om over zijn eigen leven te beschikken. Dit recht is onlosmakelijk verbonden aan elk individu. Pas op, ik kan mij wel degelijk mistoestanden voor de geest halen, waarbij familieleden druk uitoefenen op een terminaal persoon om de erfenis te verkrijgen. De huidige wetgeving rond euthanasie is verre van perfect, dat geef ik toe. En euthanasie is een zeer gevoelig onderwerp. Voor mij is het heel eenvoudig een kwestie van respect. Respecteer de keuze van de stervende wat die keuze ook is: leven tot de laatste snik of kiezen voor de dood.

Op dit moment denk ik dat ik dezelfde keuze als Claus zou gemaakt hebben. Het aftakelingsproces van een Alzheimer-patiënt, daar is in mijn ogen iets niets mooi of waardevol aan. Maar je weet nooit hoe je daar tegenoverstaat op het moment zelf. Misschien zijn er dan nog wel dingen om voor te vechten. Alleszins heeft broeder dr. René Stockman geen fluit te maken met wat ik dan zal kiezen. En het idee alleen al dat mensen zich zullen laten onder druk zetten door de publieke opinie of door de beslissing van Claus lijkt mij absurd.

Vrijgezellenweekend

Ondanks een paar dramaatjes was het een erg gezellig weekend. Wel superbraafjes, maar dat schijnt eigen te zijn aan vrouwelijke vrijgezellenuitstapjes. 😉 Omdat ik zaterdagvoormiddag toch nog twee uurtjes Russisch wilde meepikken, sloot ik pas in de namiddag bij de groep aan. Ik miste zo de rondvaart op de Brugse reien en de brunch in het park. Een mens moet er iets voor over hebben om wat Russische dialoogjes te kunnen oefenen.

Na anderhalf uur treinen bevond ik mij in het station van Brugge. Eerst wat gevloekt op de bagagelockers die alleen maar gepast geld aanvaardden (het ding weigerde mijn vier euro aan te nemen, ik was verplicht exact drie euro in de automaat te steken, grmbl). Gelukkig vond ik tot mijn opluchting iemand in het stationscafé bereid om wat geld te wisselen. Ik weet niet of ik pech had, maar alle mensen die ik aansprak in het station waren bijzonder onvriendelijk. En ik die dacht dat West-Vlamingen de gastvrijheid zelve waren. De meneer bij wie ik mijn buskaartje kocht was ook een geval apart, maar ik geraakte na wat aandringen toch aan mijn kaartje. De mevrouw die de bus bestuurde liep dan weer over van de vriendelijkheid.

Na een busrit van een tiental minuutjes, was ik op de plaats van afspraak. Ik kocht snel een chocoladebroodje om wat energie op te doen en stond net met volle kaken de restanten van het broodje naar binnen te werken, toen ik de toekomstige bruid en haar hofdames ontwaarde. Na een korte voorstelling (en een tevergeefse poging om al die nieuwe gezichten aan namen te koppelen) trokken we naar een fietsverhuurder. We maakten een tochtje langs plekken waaraan de vrijgezellin leuke herinneringen had. Zo bezochten we het huis van een buurjongen waarmee ze ooit doktertje  gespeeld had. Naar het schijnt konden zijn erg katholieke ouders daar destijds niet mee lachen. En het feit was duidelijk nog niet vergeven. Toen we gingen aanbellen, bleef de deur op slot, terwijl een wagenwijd openstaand raam beslist deed vermoeden dat er iemand in huis was.

Na de fietstocht, trokken we onze schoenen uit en begonnen we twee aan twee te dansen op onze sokken (ik danste met de bruid in spé). We waagden ons aan salsadansen onder de deskundige begeleiding van twee geoefende dansers. In het begin had ik wat moeite met de stapjes, maar eens de klik gemaakt, ging het vlotjes. Spijtig dat er in mijn huidige leven zo weinig tijd overblijft om te dansen. Vroeger, toen ik nog geen agenda had die volgeboekt was tot in juli, stond ik elke week minstens één keer op een fuif met mijn gat te schudden. In een ver verleden volgde ik rock-and-roll en stijldanslessen. Helaas is er van al die danspasjes niet veel blijven plakken, ik doe het gewoon te weinig.

Na de dansles zetten we koers richting onze slaapplaats om ons wat op te frissen na al de lichamelijke inspanningen. De bruid to be was geblinddoekt. Groot was haar verrassing toen bleek dat ze de nacht zou doorbrengen in een heus kasteel. En wat voor een kasteel. Met een torentje en een slotgracht. Alleen de prins ontbrak om haar te komen bevrijden (die zat ergens in het verre Limburg met verfkogels op zijn vrienden te schieten). Na wat traantjes bij de kamerverdeling en wat sussende woordjes van mezelf (ojee, ik waande me even terug in het tweede middelbaar: ik vol onbegrip voor al de puberhysterie van mijn vriendinnen, maar toch geduldig luisterend naar hun persoonlijke drama’s en goeie raad gevend) , trokken we richting restaurant.

De tocht naar het restaurant bleek een hele uitdaging. De parkeergarage bevond zich op flinke afstand van het restaurant, niemand had een plannetje bij en niemand kende de weg in Brugge. Gelukkig had één van de hofdames een draagbare GPS bij zich, die ik haar snel ontfutselde en op wandelroutes instelde. Ha, daar had ze niet aan gedacht! En mijn vooroordelen over juristen die niet veel moeten hebben van IT-toepassingen werden maar weer eens bevestigd. 😉 Navigeren doe ik dolgraag (ik loop op citytrips ook altijd met de kaart in de hand), dus eens ik de GPS in handen had, waren we snel op onze bestemming.

In het restaurant werden we zeer vriendelijk onhaald. Blijkbaar concentreert de Westvlaamse onvriendelijkheid zich enkel rond het station. Jordy, onze ober deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Het vegi-drama werd zonder problemen opgelost. Het slaatje met kip en de steak met frietjes werden omgeruild voor kaaskroketjes en een vegetarische spaghetti en iedereen was tevreden.  We lachten, we dronken, we aten, we babbelden. We zochten naar mannen met een stoere borstkas, maar moesten het doen met het kokshulpje dat wel heel erg graag uit de kleren ging om zijn spichtige borstkas te laten bewonderen.

Na het eten was iedereen doodop. Dus kwam er van een stapje in de wereld zetten niet veel meer in huis en dropen we met hangende pootjes af naar het kasteel. Waar iedereen snel in bed kroop voor een (in mijn geval slecht) nachtje slaap. Bij het uitgebreide ontbijt dronken we nog een glaasje cava en besloten we dat het een geslaagd weekend was. We namen afscheid van elkaar met de gevleugelde woorden: “Tot op het trouwfeest!”

To kiss or not to kiss

Mensen die mij kennen, weten dat ik nogal graag en veel kus (op de wang, he! enkel mijn vriendje heeft het voorrecht op andere lichaamszones mijn lippen te mogen voelen). Zowel bij de begroeting, als bij het afscheid nemen, mogen vrienden en kennissen kussen verwachten. Ik vind een kus gewoon de ideale manier om te laten blijken dat je blij bent dat iemand er is (of dat hij weggaat, haha). Kussen is iets wat ik tijdens mijn studententijd heb aangeleerd, want voordien werd er thuis zelden of nooit gekust. Een leuke gewoonte die is blijven plakken.

In professionele context ligt dat echter heel anders, daar hou ik het meestal bij een vriendelijke en stevige handdruk.  Nu overkomt het mij regelmatig dat collega’s of projectmedewerkers mij spontaan een stevige pakkerd geven (en neen, niet enkel op mijn verjaardag). Wat ik op zich natuurlijk niet zo erg vind, maar ik weet dan nooit welke houding ik moet aannemen. Daar sta ik dan een beetje onnozel te wezen met mijn uitgestoken hand en moet ik die persoon dan de volgende keer ook zoenen of afwachten tot hij of zij het intiatief neemt?

Initieel was het voor mij simpel: kussen is voor privégebruik, de handdruk voor professionele contacten. Maar tegenwoordig duiken professionele contacten ook op in mijn privésituatie en dan geef je toch een kus en dan is het raar om dat opeens niet te doen in werkcontext. Enfin, waar een mens zoal over zit na te denken op een vrijdagnamiddag.