7 juni: Oban en Isle of Mull

We nemen na een stevig ontbijt met scrambled eggs en salmon (ja, weeral) afscheid van het prachtige uitzicht van onze B&B. We pakken ons boeltje bijeen en vertrekken naar de Oban distillery. Spijtig genoeg is het tijdens de rondleiding van één uur strikt verboden foto’s te nemen. Iets met de alcoholdeeltjes in de lucht en brandgevaar. Nuja, ik wil geen ontploffing op mijn geweten hebben, dus we gehoorzamen braaf.

De rondleiding is erg interessant en de gids doet zijn best om interactie met de groep op te bouwen, maar door het grote aantal anderstaligen worden er quasi geen vragen gesteld. Ik vermoed dat meer dan de helft van de deelnemers slechts hier en daar flarden van de uitleg begrijpt. Whisky stoken is dan ook een heel complex proces. Je vraagt je af hoe iemand er ooit op gekomen is om op die manier een drankje te fabriceren. Gelukkig is er één whiskyliefhebster in de groep die al meerdere stokerijen heeft bezocht en die als sparring partner voor onze gids kan dienen.

Op het einde van de rondleiding krijgen we uiteraard een proevertje van de 14 jaar oude Oban whisky voorgeschoteld waarin we de vier hoofdsmaken (zout, honing, rook, sinaasappelschil) proberen te onderscheiden. Om elf uur ’s ochtends whisky proeven, ik heb het nog niet zo vaak gedaan, maar het smaakt zeker! We weerstaan de verleiding om een flesje te kopen, maar vullen wel onze gegevens in om een whiskypaspoort te krijgen. Al zit het er niet in dat we tijdens deze reis al de vermelde stokerijen zullen aandoen.

Wat de Oban distillery extra bijzonder maakt is de ligging: midden in het centrum van Oban. De stad is gegroeid rond de whiskystokerij en de oprichters hebben ook echt geïnvesteerd in Oban. Deze ligging betekent wel dat de stokerij niet kan uitbreiden. Daar is immers geen plaats voor, omdat de stokerij langs beide zijkanten ingesloten is door woningen en langs achter door een rotswand. Dat maakt dat er een limiet is op het aantal geproduceerde flessen, wat de whisky natuurlijk iets exclusiefs geeft.

Om drie minuten voor elf zijn we in het bezit van ons whiskypaspoort en zetten we het op een lopen naar de kade waar een bootje aanmeert dat ons naar de eilandjes waar zeehonden vertoeven, kan brengen. We kopen snel een kaartje en springen aan boot. Just in time, heet dat dan. Al een geluk dat tijdens de rondleiding niet te veel vragen werden gesteld. 😉

Onder een stralend blauwe hemel varen we de baai van Oban uit. We zien jonge zeehonden zonnebaden en varen voorbij een zalmkwekerij. Eén drijvend bassin bevat maar liefst 30.000 zalmen en wij tellen twaalf zulke bassins. Het tochtje is voorbij in een zucht. Met dank aan de schoonbroer van mijn vriend voor de tip.

Voor het middagmaal houden we het simpel: op een leuk terrasje tegenover de Oban Distellery eten we een gevulde aardappel (ik met garnaal, hij met tonijn).

En dan is het tijd om de ferry naar Mull te nemen. Drie kwartier later zetten we voet aan land op het Isle of Mull. Of beter gezegd, autoband aan land. We besluiten meteen door de rijden naar de haven Fionnphort.

Onderweg passeren we de prachtigste landschappen. We zien Schotse hooglandrunderen op hun gemak grazen en schapen, veel schapen, heel veel schapen.

Rijden op Mull blijkt echter niet zo voor de hand te liggen. De meeste wegen zijn single track roads, met hier en daar passing places. Dat wil zeggen dat wanneer je een tegenligger ontmoet, één van beide moet uitwijken en soms zelfs achteruit moet rijden tot aan een passing place. De bewoners van Mull zijn dit systeem duidelijk gewoon en rijden goed door, voor mijn vriend is het echter serieus wennen. Achter elke heuvel of elke bocht kan opeens een tegenligger op ramkoers opduiken. En als het geen tegenligger is, dan wel een schaap dat in het midden van de weg staat en verontwaardigd kijkt als je aandringt om aan de kant te gaan.

Ergens in het midden van onze tocht houden we halt voor een vieruurtje op een plaats waar ze met free wifi adverteren. We stappen een huiskamer binnen waar een vriendelijke oude dame ons welkom heet en ons twee overheerlijk uitziende taarten toont. Uiteraard kiezen we voor de chocoladetaart. We mailen nog wat met onze advocaat (niet plezierig, wel noodzakelijk).

De dame is duidelijk blij met het gezelschap, want al snel komt ze ons een nieuwe crème tonen die ze via Amazon (want die leveren gratis!) gekocht heeft. De crème belooft rimpels te verminderen en de teint te verbleken. Voor mij lijkt de crème verdacht veel op van die Aziatische whitening creams en de uitleg in het Taiwanees lijkt mijn vermoeden te bevestigen.

Twee minuten later komt de dame in de huiskamer binnen met een witte laag crème op haar gezicht, die duidelijk niet wil intrekken. Bij het aandachtiger bekijken van de instructies blijkt dat de crème eerder als een soort zeep gebruikt dient te worden. Wij proberen serieus te blijven, terwijl de dame haar gezicht gaat afwassen. Over een surreële belevenis gesproken…

We rijden verder naar Fionnphort, maar vorderen veel trager dan verwacht. Op het eerste gezicht lijkt Mull een klein eiland, maar door de single track roads zien we onze geschatte aankomsttijd minuut per minuut aantikken. We zijn dan ook pas om twintig voor vijf effectief in Fionnphort. We nemen de ferry naar Iona, de plek waar de Ierse missionaris Columba zijn zending begon. Tijdens onze rit met de ferry reserveer ik een boottocht naar het eiland Staffa voor de volgende ochtend. Het weer zit nog altijd mee, daar moeten we van profiteren.

Veel tijd hebben we niet op Iona, want de laatste ferry naar Fionnphort vaart om 18.30, maar we proberen het maximum uit onze tijd te halen. We bezoeken eerst de ruïnes van een klooster om vervolgens de prachtig gerestaureerde abdij van Iona te bewonderen. Ook vandaag nog doet deze plek dienst als christelijk bezinningsoord. De abdijkerk en bijhorend klooster zijn echt prachtig en door de ligging kan je je zo voorstellen dat dit een geschikte plek is voor bezinning en gebed.

Wanneer we de ferry terugnemen zijn we het met elkaar eens, Iona is een prachtige en inspirerende plek, ook voor niet-gelovigen.

We hebben nog een serieuze rit naar Arle Lodge voor de boeg, wetende dat we in de verste verte niet de gemiddelde rijtijden van onze gps halen. We zijn alvast blij dat we een stevig stuk taart gegeten hebben als vieruurtje, want het ziet ernaar uit dat ons avondmaal weer op een laat tijdstip zal vallen.

We laten het echter niet aan ons hart komen en genieten van de prachtige scenic route die ons naar Aros, vlakbij Tobermory voert. Mijn vriend rijdt ondertussen op de single track road als een local: altijd vriendelijk dankjewel zeggen door je hand op te steken (zonder deze van het stuur te nemen) naar de passerende wagen. Best wel hoffelijke mensen, die Schotten. Dat geldt niet voor de Schotse schapen, die zijn alles behalve hoffelijk! Elke keer als ik een schaap vriendelijk gedag zeg, draait het schaap in kwestie mij de rug toe.

We komen pas rond half negen aan in Arle Lodge. De receptie is ondertussen al gesloten, dus bellen we maar één van de eigenaars uit de hot tub. Al druipend geeft hij ons onze sleutel. De kamer is erg basic en zonder toilet of douche op de kamer. Veel tijd om de kamer uitgebreid te bestuderen hebben we niet, de lege maag roept. We rijden in een tiental minuten naar Tobermory, de grootste stad op het eiland Mull. Toch onze grote verbazing is dit stadje ei zo na uitgestorven en dat op een vrijdagavond!

We komen terecht in een Chinees/Thais restaurant met de originele naam Golden Dragon, omdat we eens iets anders willen dan de nogal vettige Schotse kost. Buiten ons zijn er nog drie andere klanten. Het eten is echter fantastisch en de gastvrijheid fenomenaal. De Thaise mosseltjes die ik als voorgerecht nam zijn zalig en de Chinese zeevruchtenschotel is eveneens om duimen en vingers af te likken. En dan krijgen we nog een gratis whisky van het huis aangeboden. Een aanrader, echt waar!

Terug in Arle Lodge bekijk ik de boekinggegevens, want ik kan me niet herinneren een kamer geboekt te hebben zonder douche en toilet. Maar blijkbaar heb ik mij toch vergist. Nu geen probleem, het gezamenlijke sanitair ziet er erg proper uit, maar voor iemand als mezelf die elke nacht minstens één keer naar het toilet moet, is het wel handig om ’s nachts niet te ver naar het toilet te moeten strompelen.

Om uit te sluiten dat ik nog andere fouten gemaakt heb bij het boeken, overloop ik even snel alle B&B’s voor de komende weken. En dan valt mijn oog opeens op een adres in Ierland. In Ierland?! Wellicht leed ik aan tijdelijke verstandsverbijstering toen ik dit boekte? Gelukkig ben ik nog net op tijd om de reservatie kostenloos te kunnen cancellen. Oef! We reserveren meteen een andere B&B voor Skye. Danku Tripadvisor voor al die nuttige info. En we halen opgelucht adem dat ik deze fout bijtijds gezien heb, stel je voor dat we een adres in Ierland ingegeven hadden op onze gps. 😉

About yab

Yet another blogger. Wie meer wil weten, moet gewoon mijn blog lezen.

7 Responses

  1. Caro

    Ik ben fan van jouw reisverslagen. Erg leuk om te lezen en ze doen me zin krijgen om de plaatsen die je beschrijft ook eens te bezoeken.
    Mooie foto’s ook. En altijd stralend blauwe lucht. Weg dus met het cliché dat het altijd regent in Schotland.

  2. […] Ondertussen is het middag en besluiten we eerst iets te eten alvorens onze spullen bij de Grammar Lodge af te zetten. Tripadvisor levert ons een eerste teleurstelling van de reis op door ons Café Bluebell aan te raden: mijn jacked potato prawn ‘Marie Rose’ verdrinkt letterlijk in de saus. Je ziet nog amper dat er een aardappel onder zit, laat staan garnalen. Spijtig, want ik koester goede herinneringen aan een andere jacked potato die ik at in de buurt van de Oban Distillery. […]

Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>