Wereldfeest

De donkere wolken van de ochtend maakten in de namiddag plaats voor een stralend zonnetje. En zo stond ik mijn ogen dicht te knijpen op de stoffige Bruul. Al een geluk dat we voor een prikje een zonnebril op de kop konden tikken aan één van de vele kraampjes. Het Wereldfeest is zo’n beetje een jaarlijkse afspraak voor mij en mijn vriend. In de namiddag stikt het er van de gezinnen met kinderen en hangt er een zalig ontspannen sfeertje. Ik hou er ook van te slenteren langs de kraampjes van allerlei organisaties die elk hun steentje willen bijdragen aan het verbeteren van de wereld. Het drukt me met de neus op het feit dat ik op dat vlak tekortschiet, zelfs al probeer ik mijn geweten te sussen met maandelijkse stortingen en hier en daar een handtekening onder een petitie.

We liepen op het wereldfeest T en haar oudste dochter tegen het lijf. We hadden beloofd deze zaterdag binnen te springen, want ze wonen niet ver van de Bruul. We spraken af om bij hen te gaan aperitieven zo rond een uur of vier. En zo zaten mijn vriend en ik in het charmante stadstuintje van E en T terwijl de stiefvader en de broer van T hard aan het werk waren om de houten poort die het tuintje moest afsluiten, te monteren. De zandbak werd gevuld met vers zand en een paar minuten later zaten mijn vriend en ik samen met twee kleine blonde meisjes met onze handen in het zand. Het kind in mij haalde haar hartje op.

We namen afscheid rond een uur of zes, want we hadden om half zeven afgesproken met Matthias (die trouwens opnieuw begonnen bloggen is, allen daarheen) om samen iets te gaan eten in Leuven. We belandden in Il Giardino d’Inverno, waar we na lang wachten en wat geknoei om de juiste bestelling op de juiste tafel te krijgen, uiteindelijk wel lekker aten.

Een goed gevulde dag.

Een mooie avondwandeling

Meestal streven mijn vriend en ik ernaar om ons zo snel mogelijk van punt A naar punt B te verplaatsen. Elk oponthoud wordt gezien als tijdverlies. Maar soms kan het ook anders. Vanavond wandelden we langs het station, de gebouwen van het stadskantoor en KBC-verzekeringen (zo’n prachtige architectuur en dan zetten ze daar een groot lelijk blauw spandoek met ‘verzekerd’ voor, een schande is het), het provinciehuis, een mooi stukje groen van de Leuvense ring, de hoogstamboomgaard aan de Sportoase en dan over de Philipssite naar de Abdij van ‘t Park om de opening van het keramiekparcours bij te wonen. Ik heb enorm genoten van de wandeling heen in de avondzon en weer terug onder de sterrenhemel. Jammer dat we zo weinig tijd hebben om meer van deze momenten in te lassen.

PS: Het keramiekparcours zelf is zeker een bezoek waard.

The 4th of july

Na eerst verschrikkelijk lang in bed gelegen te hebben (ik kan me zelfs de laatste keer dat we tot 1 uur ‘s middags geslapen hebben niet meer herinneren), stonden we met verwarde haardos op en constateerden dat de zon uitnodigend scheen. We trokken snel wat kleren aan en richtten onze schreden naar de Bondgenotenlaan voor een overvloedige maaltijd aan de Langste Tafel voor slechts tien euro. En dat terwijl ik het huwelijksdiner van de dag ervoor nog aan het verteren was. Ik had meteen genoeg gegeten voor de rest van de dag.

Na het eten slenterden we door de Leuvense winkelwandelstraten, want het was de eerste koopjeszondag en onze outfit kon wel eens een opfrisbeurt gebruiken. Zowel mijn vriend als ik werden helemaal in het nieuw gestoken bij onze favoriete kledingwinkel Ritss. Helaas was dit de laatste keer dat we de uitbaatster “een klein maatje zeker?” tegen mijn vriend zullen horen zeggen, want het pand waarin de winkel gelegen was, is verkocht en het huurcontract wordt niet vernieuwd. De uitbaatster was er zichtbaar niet goed van. Erg spijtig.

Een hoop zomerse kleedjes, t-shirts en shorts rijker, keerden we ‘s avonds terug naar huis. Een mooie afsluiter van een geweldig weekend.

PS: Een jaar geleden brachten we onze fourth of july door aan de oevers van Hudson terwijl we naar het vuurwerk keken. Ongelooflijk hoe snel de tijd vliegt.

Leuven in scène – editie 2010

Ik dacht eerlijk gezegd niet dat het mogelijk was, maar de editie van Leuven in Scène van dit jaar heeft al de vorige moeiteloos overtroffen. Uiteraard heeft dit alles te maken met het schitterende weer. Na weken grauw en koud weer, straalde de zon in het Pinksterweekend alsof ze besefte dat ze iets had goed te maken.

De sfeer op Circusbruul was fantastisch, met bestofte voeten begaven we ons van de ene naar de andere act terwijl we struikelden over de gezinnen met jonge kinderen. De act die mij het meest wist te bekoren was Hors Cycles, twee mannen op een fiets die een glimlach op ieders gezicht wisten te toveren. Ook zeer mooi: D’Irque en Fien, Belgisch circustalent om trots op te zijn.

‘s Avonds werden de grote kanonnen bovengehaald. De eigen productie van ARTBOEM en Leuven in Scène kon ik helaas niet bewonderen, wegens echt geen vrij plaatsje meer te vinden op het Hogeschoolplein. Volgende keer een locatie zonder in de weg staand bladerdek? Gelukkig zag ik Neige de Feu van Entre Terre et Ciel al op de vooropening (ik voel de kilte van de uit de grond opstijgende kou nog steeds in mijn botten, meer vuur, alstublieft), want ik hoorde van veel mensen dat het zaterdag en zondag bijna ondoenbaar was om een glimp van de vurige dame op te vangen.

Voala op het Ladeuzeplein was mooi zonder meer, maar bezorgde mij niet dat magische gevoel dat andere acts mij wel leverden deze editie. Of misschien had ik al te veel mooie dingen gezien en waren mijn zintuigen gewoon overbelast.

Over overbelaste zintuigen gesproken, met Fous de Bassin bracht Ilotopie dé meest besproken act van het festival. Iedereen kent ongetwijfeld wel iemand die mopperend is wedergekeerd omdat er door de ongelooflijke massa volk niets te zien viel van het spektakel. En óf er volk was. Na het optreden van Voala vertrok een gigantische mensenmassa richting de zwaaikom. Nog nooit gezien. Met mijn fiets maakte ik deel uit van een lange karavaan die de stad uittrok.

Op voorhand had ik zo mijn twijfels of deze act, die zich toch een stuk buiten het centrum afspeelde, wel volk zou trekken. Boy, was I wrong. Ik hoorde dat er op zaterdag zo’n 20.000 man was en het zou me niets verbazen als op zondag vlot de 30.000 aanwezigen overschreden werd. Wat het voor de helft van het volk quasi onmogelijk maakte om het spektakel op het water te bewonderen. En dat is doodjammer, want het was magnifiek. Vanaf het dak waarop ik stond, genoot ik van wat een scène uit een droom leek: fietsers en auto’s op het water, een drijvend bed en vuurwerk, veel vuurwerk. En last, but not least, een poedelnaakte vent op hakken. Jay!

De terugkeer van de lente

Toen ik deze avond terugwandelde na het examen Japans, voelde ik de belofte die in de lucht hing. Een belofte die sprak van zonnige en warme dagen die in aantocht zijn. Persoonlijk hoop ik vooral dat deze zonnige dagen zich concentreren rond het Pinksterweekend, want dat wordt Leuven één groot openluchttheater. Al weken kijk ik uit naar Leuven in scène. Het zou echt zonde zijn als regenweer de prachtige voorstellingen die op het programma staan, komt verstoren.

Mijn mooiste herinnering aan Leuven in Scène dateert van de allereerste editie, toen het stadspark in vuur en vlam stond en de temperaturen de dertig graden benaderden. Vaag herinner ik me dat ik toen ook in een examenperiode zat (eerlijk, ik heb al zo lang examens in mei-juni dat ik me niet kan voorstellen hoe mijn leven eruit zou zien zonder examens) en dat ik eigenlijk moest blokken (ook hier niets nieuws onder de zon). De verwondering die ik toen voelde, kijkend naar het vlammende spektakel, is me echter des te beter bijgebleven. Ik kan mijn ogen sluiten en ik zie nog de projectie van de vuurbollen op mijn netvlies.

In 2006 vormde het stadhuis in kleur het hart van Leuven in Scène en in 2008 kon de luchtacrobatie van Grupo Puja mij het meeste bekoren. Ik kan haast niet wachten tot het zaterdag is!

Editie 2003:

Editie 2006:

Editie 2008:

Oude bekenden

Het wordt een beetje afgezaagd, ik weet het, maar gisteren bevonden we ons nog maar eens op een receptie. Ditmaal ter ere van twintig jaar Materialise. Na een zeer interessante rondleiding (foto’s nemen verboden), werden we volgepropt met een niet aflatende stroom van superlekkere broodjes. Bleek dat we nog meer volk bij Materialise kenden dan we eerst dachten. We liepen er oude studiegenootjes van mijn vriend en mezelf tegen het lijf en ik moet zeggen dat we heel fijne gesprekken hadden. Respect voor de jongen met de jetlag die al 36 uur of zo wakker was, een presentatie en een rondleiding verzorgd had en er nog in slaagde onder het genot van een paar glazen wijn een samenhangend verhaal te vertellen. Mij zou het niet lukken.

Communicatieonderzoek

Ik ben dol op enquêtes en onderzoeken allerhande. Ik denk niet dat er in Vlaanderen een internetpanel bestaat waar ik geen lid van ben, dus toen ik op Facebook een oproep zag passeren om mee te werken aan een onderzoek over de communicatie van Leuven in scène, twijfelde ik geen moment. Leuven in scène is het Leuvense event dat mijn verbeelding het meeste prikkelt, een tweejaarlijks hoogtepunt. Nooit zal ik die magische eerste editie vergeten met de vuurballen in het zomerse stadspark. Zelfs zonder de beloofde chocomousse en het fnacbon lokkertje had ik aan dit onderzoek meegewerkt.

Het werd alleszins een interessant gesprek. We waren in totaal met z’n vijven, waarvan er drie met moeite ooit van Leuven in scène gehoord hadden, doordat ze te veel werkten (de bakkersstiel is keihard) of de wonderlijke dingen op hun pad niet koppelden aan de veelkleurige affiches in het stadsbeeld. Enfin, voor mij was het een koude douche dat mijn enthousiasme over het event niet gedeeld werd door de andere deelnemers. Maar goed, we werden gevraagd om onze mening over folders, affiches en campagnebeeld 2008 te geven en dat deden we dan ook. De wereldverbeteraar van dienst vond al het materiaal ecologisch niet verantwoord en de hardwerkende dame kreeg koppijn van de folder. Enfin, de aanwezigen boorden het materiaal vakkundig de grond in, zonder de minste nuance. Nu, ik geef toe, vooral de folders waren voor verbetering vatbaar, maar een goed grafisch ontwerp maken is nu eenmaal heel moeilijk. Vandaar dat ik mijn mening wat meer nuanceerde. Behoorlijk atypisch voor mezelf om de minst uitgesproken mening van de hoop te hebben. ‘t Is eens iets anders.

Ben ik blij dat ik geen prinses ben

Dat dacht ik vandaag toen ik bijna doodgedrukt werd tussen een meute persfotografen. Je zou denken, toch leuk, zo wat lintjes doorknippen en gratis een bezoek aan een nieuw museum mogen brengen. Dat dacht ik ook, totdat ik zag hoe de prinsessen zowat omsingeld werden door de fotografenhorde en ondertussen lief moesten blijven glimlachen en doen alsof ze aandachtig luisterden naar de uitleg in een taal die niet de hunne is. Hun route door het museum was op voorhand mooi uitgestippeld en er was weinig tot geen ruimte voor spontaneïteit. En altijd blijven glimlachen, zelfs als er zich een opstootje voordoet waarbij wat “België barst” roepende flaminganten hardhandig afgevoerd werden.

Ik ben overigens ook blij dat ik geen persfotograaf ben en niet mijn brood moet verdienen met zulke events te fotograferen. Geef mij maar een gezellige feest of een prachtig landschap om op de gevoelige plaat vast te leggen. Eerst en vooral ben ik te klein. Ik had natuurlijk mijn hakken kunnen aandoen, maar als je een halve dag moet rechtstaan, is dat meestal geen goed idee. Door mijn platte schoenen geraakte ik echter met mijn amateurfototoestel niet boven die beren van venten uit. Verder hield ik me veel te braaf aan de regeltjes. Als iemand van de organisatie tegen mij zei: “Ga daar staan”, dan deed ik dan ook om enkele minuten later brutaal opzij geduwd te worden door een fotograaf-maniak die zelf het beste beeld wilde maken. Voor de Nederlandse fotografen waren ergerlijk. Zegt de begeleiding: “Hier mag niet geflitst worden, dit zijn kwetsbare kunstwerken”, denkt zo’n fotograaf: “Hah, ik doe toch gewoon mijn zin” en flitsen maar. En tegelijkertijd maar klagen en zagen dat ze de prinsessen niet goed in beeld konden krijgen.

Ik vind niet van mezelf dat ik me laat doen, maar op een gegeven moment werd het me te veel en heb ik de meute verlaten. Foto’s van een bende persfotografen, het is eens wat anders.

persfotografen

Klimpartij

Daar stond ik dan. Na een tocht door een donkere kerk en omhoog langs een supersmalle wenteltrap. Aan de voet van een smalle metalen ladder. Op mijn hoogste hakken (tien centimeter) en met mijn mooiste zomerrokje aan. Even gevloekt, maar zo snel laat ik mij niet ontmoedigen. Mijn fototoestel schuin over mijn schouder gehangen om het ding (met flits) te stabiliseren en hup, omhoog ging ik langs de sporten van de ladder. Om uit te komen tussen de prachtige houten dakspanten van de kerk. Nog een tweede kleine houten ladder scheidde me van mijn einddoel: de gloednieuwe beiaard, die ingespeeld zou worden door de nieuwe Leuvense rector Mark Waer en ere-rector en president van het Begijnhof Marc Vervenne.

En zo kwam het dat ik gisterenavond samen met twee rectoren, twee beiaardiers en twee beroepsfotograferen in een piepklein kamertje hoog in een kerk stond, bestoft, maar gelukkig. En niemand die zich afvroeg wat ik daar eigenlijk deed. 😉

begijnhofkerk