Bejaarden en medicatie

Vandaag in de Morgen:

Bejaarden in rusthuizen slikken gemiddeld acht verschillende medicijnen per dag, krijgen meer antidepressiva dan nodig en nemen vaak de verkeerde pillen. Tot die conclusie komt het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.

Blij dat een krant als de Morgen dit op haar voorpagina plaatst. Dit bericht is naar mijn persoonlijk aanvoelen veel nieuwswaardiger dan het nog maar eens herkauwen van de dood van Joe Van Holsbeeck.

Natuurlijk is het erg dat die jongen op zo’n manier gestorven is. Natuurlijk is dit een drama dat de mensen in zijn omgeving voor de rest van hun leven getekend heeft. Maar laten we eerlijk zijn: dit soort incidenten vallen niet uit te roeien, hoeveel onbemande camera’s en politiepatrouilles je ook de straat op stuurt. En heel die heisa rond het feit dat niemand hem te hulp gesneld is: pffft. Ik kom zelf dagelijks in het Centraal Station: je bent gehaast, je moet je trein halen, je loopt soms zelfs bekenden voorbij zonder hen op te merken. Zo’n steekpartij is een kwestie van seconden. Voordat je hersenen door hebben dat er iets gebeurd is, zijn de daders al gaan lopen.

En ja, ik vind ook dat Joe een schattige krullenbol had en ongetwijfeld was hij een schat van een jongen. Maar hoeveel ouders verliezen hun kind niet in het verkeer? Als we de cijfertjes van “aantal slachtoffers van steekpartijen” en “aantal slachtoffers van verkeersongelukken” naast mekaar leggen, denk ik dat de conclusie snel gemaakt is. Pas op, ik pleit niet voor permissiviteit en elke dode is er één te veel, maar we moeten de dingen niet buiten proportie opblazen. Geweld zit in de menselijke natuur en wat we onszelf ook zouden willen wijsmaken, al die beschaving is eigenlijk maar een laagje vernis. Geweld zit in elk van ons.

Terug naar de duizenden bejaarden die de laatste jaren van hun leven in een rusthuis slijten. Het bericht in de krant verbaast me niks. Ziekenhuizen, bejaardentehuizen, ik ken het wereldje beter dan me lief is. Een arts die met een zeurend oud mens (en de meeste kunnen er wat van, het is een feit) geconfronteerd wordt, zal inderdaad snel de neiging hebben om antidepressiva voor te schrijven. Echte klachten worden zo vaak over het hoofd gezien. Of de arts neemt niet de tijd voor een serieus onderzoek en schrijft te veel voor. Niemand wordt daar beter van: dit voorschrijfgedrag kost de maatschappij handenvol geld en de bejaarden worden er niet mee geholpen. Fijn om te zien dat er politici zijn die zich dit probleem, dat met de oprukkende vergrijzing alleen maar zal verergeren, aantrekken. In deze context vind ik het dubbel jammer dat mensen die in de zorgsector werken zo ondergewaardeerd worden.

Bouwperikelen

Gisterenavond stond de vergadering met de eigenaars van de andere appartementen in ons gebouw op het programma. De vergadering was een succes: al de eigenaars, uitgezonderd één, waren aanwezig. Het was niet zo eenvoudig om de vergadering in goede banen te leiden, iedereen wilde zijn of haar verhaal kwijt en er werd druk door mekaar heen getaterd. Ik heb toch wel een paar keer mijn stem moeten verheffen om de boel wat stil te krijgen. Nuja, ik kan het ze moeilijk kwalijk nemen, iedereen wilde zijn of haar hart luchten.

Het eindresultaat van de vergadering is positief. Al de eigenaars zitten op dezelfde lijn en we gaan nu (eindelijk!) de bouwfirma gezamelijk onder druk zetten om de gemeenschappelijk delen af te werken en de gebreken zo snel mogelijk te herstellen. Hopelijk is de bouwfirma onder de indruk van een aangetekend schrijven ondertekend door al de eigenaars. (Alhoewel, ze zijn daar niet snel onder de indruk.)

Uit de gesprekken bleek dat er nog gebreken zijn waarvan we niet op de hoogte waren. Het dak lekt doordat er een paar sluitstenen ontbreken en de kokers op het dak zijn niet goed afgedicht, waardoor de mensen van de hoogste verdiepingen vochtige muren hebben. Vocht in een gebouw is echt wel iets wat je ten alle tijden moet vermijden. Voor mij is het zorgen dat het vochtprobleem opgelost raakt, alvast prioriteit nummer één.

Ik ben blij dat mijn vriend en ik het initiatief genomen hebben voor deze vergadering. Eerlijk, dit hadden we al eerder moeten doen. Samen sterk en zo. Het heeft duidelijk geen zin om te wachten tot een ander iets doet, want dan blijft iedereen op elkaar zitten wachten. Ik snap alleen niet dat er eigenaars in het gebouw zijn waarvan het appartement nog steeds niet klaar is, die de bouwfirma níet in gebreke gesteld hebben. Eén jaar en drie maanden vertraging, dat laat je toch niet zomaar over je heen gaan? Wij gaan deze mensen nu een ontwerp voor ingebrekestelling opsturen. Naar de schadevergoeding voor de voorbije maanden kunnen ze natuurlijk fluiten, maar beter laat, dan nooit, nietwaar?

Duwen!

Gisteren, op weg van Lo-Reninge naar Diksmuide, stopten mijn vriend en ik ter hoogte van een brug die ons een mooi uitzicht boodt over de omringende platter dan platte omgeving. Terwijl wij op zoek waren naar de meest artistieke invalshoek voor een goeie foto, kwam een groepje jongeren (ik schat tussen de achttien en tweeëntwintig jaar) een rood krakkemikkerig autogeval voortduwend, onze richting uit.

Eén van de jongelingen (degene met het slechtste gebit) onttrok zich aan het autovoortduwen en kwam onze richting uit. Ze zaten zonder benzine en of we even met onze bankkaart een tankbeurt voor hen konden betalen, ze hadden alleen cash geld op zak en op Paasmaandag zijn benzinestations natuurlijk niet bemand. Bleek dat de jongens en meisje al anderhalf uur aan het duwen waren en dat in een tijd van moderne communicatiemiddelen als daar zijn de gsm.

De bestuurder (en vermoedelijke eigenaar) van het rode bijna-wrak legde ons uit dat er waarschijnlijk een defect was aan zijn voertuig en dat hij zijn garagist al gebeld had (hij had beter de VTB-VAB opgebeld) en dat hij nog niet zo lang geleden getankt had, maar dat de brandstof in kwestie mysterieus was verdwenen. Een snelle blik onder de rode wagen leerde mij dat er nergens vloeistof naar beneden gutste, dus hoe geloofwaardig dit verhaal was, ik zou het niet weten. Bovendien verstond ik ook maar de helft van wat de kerel zijn wegens de dikheid van zijn Westvlaams accent.

Natuurlijk hebben we deze jonge mensen tijdelijk uit de nood geholpen. Altijd bereid om redders in nood te spelen. We stelden zelfs voor dat ze wat extra zouden tanken op onze kosten, maar daar wilden ze niet van weten. Tien euro benzine, juist tot op twee cijfers na de komma en daarmee zouden ze proberen thuis of alleszins tot bij de dichtsbijzijnde garagage te geraken. Even leek het erop dat het starten niet zou lukken, maar ze zijn, druk wuivend naar ons, toch vertrokken geraakt.

Benieuwd of ze het gehaald hebben.

Traag

Hoe komt het toch dat telkens wanneer ik langs de apotheker in Brussel moet, ik bediend wordt door de slome, trage oude vent die niks weet staan, die het computersysteem niet kan bedienen, problemen heeft met elektronische betalingen en mijn korting niet juist aanrekent. Elke keer weer heb ik prijs. En vandaag wou hij me dan ook nog eens gaan uitleggen hoe een Nuvaring werkt. Dat hoefde nu toch écht niet.

Volgende keer hoop ik op efficiënte vrouwelijke bediening.

Terug in Leuven

Ons weekendje Wipers zit er weer op. Voorbij gevlogen. Helaas is de slaapachterstond eerder vergroot dan verkleind. Blijkbaar went een mens snel aan het hebben van een goed bed en slaapkamerwanden die iets dikker zijn dan een gyprocplaat. Verder geen slecht woord over Hotel Albion. Heel vriendelijke mensen, de kamer was kraaknet en het ontbijt tot in de puntjes verzorgd. Alleen dat slapen, dat wilde niet zo vlotten.

Ik zal maar snel in mijn eigen bedje kruipen, want morgen is het weer een gewone werkdag.

Zat op de trein

Klein opstootje meegemaakt tijdens mijn dagelijkse treinrit naar huis. In de wagon waar ik een plaatsje gevonden had (niet dat ik veel moest zoeken, het was erg kalm op de trein vandaag), lag een zatte vent met een rood baseballpetje zijn roes uit te slapen. Hij was zo zat dat zijn zak mét daarin een voor driekwart lege fles whiskey midden op het gangpad stond.

Toen de conducteur langskwam, maakte hij de man in kwestie wakker met de vraag naar zijn reisbewijs. Geen idee of hij werkelijk een reisbewijs toonde of dat het een smoes van de conducteur was, maar deze laatste zei tegen de zatte vent dat hij moest afstappen in Brussel Noord om zijn connectie te halen. Dat was duidelijk niet naar de zin van de zatlap in kwestie. Hij begon vanalles te brabbelen tegen de conducteur. Ik vermoed dat hij Frans sprak omdat de conducteur ook Frans tegen hem sprak, maar ik verstond werkelijk niets van zijn gelal.

Na even gediscussieerd te hebben (Brussel Noord kwam snel dichterbij), kwam een twee conducteur zijn collega bijstaan. Ze pakten het wel goed aan: beide conducteurs waren supervriendelijk en behulpzaam: ja dat hij toch echt in de verkeerde trein zat en best zou afstappen in Brussel Noord en ze zouden hem helpen uitstappen en hij moest zeker zijn zak en zijn jas niet vergeten.

Volgende halte: Brussel Noord. Natuurlijk wilde de rode baseballpet dragende zatte vent niet afstappen. Uiteindelijk lukte het mits een beetje aandringen toch om hem buiten te werken. (Wat mij een werkelijk indrukwekkend zicht op zijn omvangrijke spaarpot opleverde.)

Eens buitengewerkt, begon hij wat te roepen en amok te maken. Hij wilde blijkbaar opnieuw onze trein op. Al gauw kwam er versterking opdagen in de vorm van een andere NMBS-medewerker. Deze maakte echter de grote fout de zatlap een duw te geven. Een goed raad: je duwt geen lallende en roepende zatte mensen die meer dan honderd kilo wegen, zeker niet als die persoon zich in de buurt van een trein bevindt. Nu, de kerel bleef wonder boven wonder rechtstaan, maar was nu echt razend en balde beide vuisten om de NMBS-medewerker op zijn gezicht te slaan. Zijn toestand was echter zo wankel dat zelfs een bejaarde zijn slagen had kunnen ontwijken.

Geen idee hoe het verder afgelopen is, want toen vertrok onze trein. Waarschijnlijk zit hij nu ergens in een cel zijn roes uit te slapen.