Wii!

Mijn vriend en ik waren gisteren uitgenodigd op een barbecue bij één van zijn collega’s. De gastvrije collega was al meer dan een jaar verhuisd en had zijn collega’s (zo gaat dat in van die kleine, gezellige bedrijfjes) eindelijk uitgenodigd om zijn nieuwe stekje te bewonderen. Het barbecueplan werd trouwens snel opgeborgen wegens gebrek aan barbecueweer.

Gelukkig gaat er niks boven een lekkere fondue om het een beetje warm te krijgen. Alhoewel dat warm krijgen toch te wensen overliet. Het was bepaald kil in het nieuwe huis. Ik heb de ganse avond zitten bibberen en mijn handen voelden als ijsklompjes. Zelfs dicht bij het fonduestel kruipen, bracht geen soelaas. De collega was vergeten de chauffages op te zetten en die werden blijkbaar niet snel genoeg warm om de temperatuur wat behaaglijker te maken. Een schoonheidsfoutje.

Verder was het een mooi huis, met een prachtige living gekoppeld aan een veranda met glazen dak, waardoor je op mooiweerdagen de sterrenhemel kunt zien. Het huis had ook een prachtige tuin omzoomd door mooie, grote bomen die al een beetje herfstkleuren vertoonden. Alleen jammer van al de trapjes en niveauverschillen in het huis. Het huis was vroeger een fermette waaraan met stukjes en beetjes verbouwd is. Op het bovenverdiep waren er maar liefst vier niveauverschillen. ‘k Zou nogal vaak op mijn gat gaan, ‘s nachts als ik half slapend naar het toilet moest. 😉

Op het einde van de avond, om het eten te verteren, werd de Wii boven gehaald. Na een tennispartijtje of twee kwam mijn bloedsomloop weer op gang. Echt plezant, zo’n wii. De enige spelconsole die mij kan bekoren. Wie weet, als we ooit eens een tv hebben. 😉

Barbecue

Een tijdje geleden viel er een uitnodiging voor een barbecue bij ons in de virtuele bus. De barbecue werd georganiseerd door Y, een collega van mijn vriend, iemand die ik zelf ook heel graag heb. De andere collega’s van mijn vriend zouden ook allemaal komen, een ideale gelegenheid om nog eens wat bij te praten. Ik verplaatste dus met plezier een andere, eerder gemaakte afspraak en keek al uit naar een gezellige dag.

Jullie voelen het ongetwijfeld al aankomen: de barbecue viel een beetje tegen. Het begon nochtans goed: met een paar glaasjes wijn, een spelletje petanque en een paar overwinningen op rij voor mijn team (ik was wel zo slim geweest om mij een goede partner uit te kiezen). Ik waande mij eventjes op vakantie in Zuid-Frankrijk, maar dan zonder voedselvergiftiging en onhygiënische wc’s. 😉

De sympathieke collega van mijn vriend is echter niet zo sterk op organisatorisch vlak. “Oja, die barbecue, die zullen we maar eens aansteken, zeker?” Om dan vervolgens het werk aan mijn vriend en een andere behulpzame gast over te laten. Omdat er meer dan vijftig gasten waren, was een gewoon barbecuestel niet voldoende. Geen nood, de boer die het vlees had geleverd, had Y ook een barbecue uitgeleend. Zo’n halve ijzeren ton met een rooster erop. Géén barbecue die op een half uurtje aan is, want eerst moesten er grote houtblokken in en van zodra die zelf al wat verkoold waren, kon er pas het laatste laagje houtskool bovenop. Een werk dat zijn tijd nodig heeft.

Ik bespaar u de vurige details, maar rond een uur of negen (mijn maag begon toen al heel erg te protesteren) konden we eindelijk beginnen met bakken. “Och neen, nog effe wachten. Ja, mijn vriend de smid hier, gaat nog even gauw van die braadijzers halen waar je heel veel vlees tegelijkertijd kan tussen steken. Da’s gemakkelijker om het vlees om te draaien.” Ok, handig is dat natuurlijk wel, maar euh, had die vriend geen half uur eerder kunnen vertrekken? D’r hebben hier mensen honger!

Goed, nog even gewacht. Gelukkig kenden de vijftigtal gasten Y ook al langer van vandaag en kloeg er niemand. Waarschijnlijk hadden ze stiekem proviand ingeslagen, wijzer geworden van vorige ervaringen. Toen de smid terug was, zijn mijn vriend, ik en de behulpzame gast volop beginnen bakken. Ik vrees dat ik sommige worstjes een beetje te snel heb meegegeven aan de hongerigen en dat ze nog niet voldoende gaar waren, maar alweer, niemand die kloeg. De duisternis was ondertussen al ingevallen en het enige licht dat we hadden, was afkomstig van het vuur van de barbecue en wat kaarsjes op de tafels wat verderop. En tja, dan is het wat lastig om in te schatten of de worstjes al goed doorbakken zijn. We stonden al ongeveer een uur in het donker te bakken, toen opeens iemand een licht in de duisternis liet schijnen. Bleek dat er dus effectief een spot was om de bakkers bij te lichten, maar dat niemand de moeite had genomen om die op te hangen en aan te steken.

Het bakken op zich vond ik wel leuk: samen met mijn vriendje vuurtje stook doen. Fun. Ik had ook niet zoveel zin om mij tussen de andere gasten te mengen. Veel gasten waren franstalig en dat maakt een gesprek sowieso al wat lastig. Niet dat dit mij onder normale omstandigheden zou tegenhouden, maar het publiek bestond voor een groot deel uit zwangere vrouwen, pas bevallen vrouwen, iets minder pas bevallen vrouwen en hun luidruchtige kroost. Je kan dus al raden waar het merendeel van de gesprekken over ging… En ik had zó geen zin in baby- en kindertalk. En al helemaal niet in de vaak gehoorde vraag: “En wanneer is het aan jullie?” Dus ja, het bakken was een goede afleiding.

Ik vond wel had Y ons wat meer dankbaarheid had mogen betonen voor de geleverde inspanningen. Of zelfs maar voor de schijn had mogen komen vragen of we niet afgelost moesten worden of nog iets te drinken wilden. Ik neem het hem natuurlijk niet kwalijk, want ik weet dat hij er gewoon niet aan gedacht heeft. Het zal wel aan de controlefreak in mij liggen, maar ik had een heel aantal zaken toch radicaal anders aangepakt. Je kan toch geen barbecue organiseren en er dan zomaar vanuit gaan dat andere mensen voor jou het werk doen?

Barbecue

Gisteren gaf vriendin D een barbecue omdat ze haar tweede diploma gehaald had (D combineerde net als ik een voltijdse studie rechten met voltijds werken, maar is hier net iets efficiënter in dan ikzelf) én omdat ze ging samenwonen met haar vriend. Als dat geen goeie reden is om een feestje te geven, dan weet ik het ook niet meer.

Het was de eerste keer dat we de vriend van D zagen en die eerste kennismaking viel goed mee. Ik moet eerlijk toegeven dat ik een beetje een macho verwachtte. Vriend L zit bij de politie en is een motorrijder. (Ja, ik weet het, vooroordelen, vooroordelen.) En zoals zoveel voordelen bleken ook deze onterecht te zijn. De vriend van D was een beminnelijke gastheer en een lieve vader voor zijn kindjes. Ja, D gaat deel uitmaken van een nieuw samengesteld gezinnetje. Ik was echt onder de indruk van hoe goed de kindjes haar aanvaard hadden. D had duidelijk hun hartjes gestolen. Toch niet zo evident.

De aanwezigen op de barbecue vormden een zeer gemengd publiek. Wat vrienden, wat buren, wat familieleden. Buiten D, kenden we niet veel volk. K, met wie we eerder op de week iets waren gaan eten was er ook, ik kende nog een paar mensen van ziens en de rest totaal niet. Gelukkig was de sociale bui van Beleuvenissen blijven hangen en werd er al snel fijn gebabbeld. (Dat moest wel, want het vlees was ofwel te hard gebakken ofwel nog half rauw. Barbecuen, het is een kunst.) Het meest heb ik genoten van het gesprek met de vader van L. Een echte volksmens. Ik zag hem zo zijn levensverhaal aan de toog doen. Hij was apetrots op zijn jongste zoon, die niet op de barbecue kon zijn omdat hij in het buitenland zat voor zijn werk. Een sappig gesprek.

Doordat er veel mensen met kindjes waren, begon het eerste volk al rond negen uur ‘s avonds te vertrekken. Dat kwam ons redelijk goed uit, want we waren nog moe van de beleuvenisuitspattingen en konden een beetje bijslapen wel gebruiken.

(Vr)eten

De laatste dagen hebben we weer overvloedig aan de feestdis gezeten. Maandagavond barbecue bij E, T en hun allerschattigste dochtertje. Experiment van de dag: groentenspiesjes op de barbecue (lekker!) en banaan en chocolade in zilverpapier (lekkerder!). De banaan veranderde door het stoven in bananenpulp en kreeg een licht alcoholisch smaakje. Een paar glaasjes wijn erbij en het feestje was compleet.

Gisteren zijn we op stap geweest met de schoonfamilie ter gelegenheid van de verjaardag van de pater familias. We begonnen de avond met een glaasje Chardonnay Meerdael (danku Bruno) op ons appartementje, om vervolgens de smaakpapillen van de jarige te testen met behulp van een blinddoek en shotjes uit onze uitgebreide drankvoorraad. Daarna ging het richting stad. De broer en zus van mijn vriendje hadden allerlei opdrachtjes verzonnen voor een (mini-)zoektocht door de stad met als eindpunt restaurant Samourai. Er werd aldaar weer met (gebakken) eieren gemeten en zelfs met zoutvaatjes (iets wat de broer van mijn vriend niet echt kon appreciëren, want hij heeft zo’n zoutvat tegen zijn kop gekregen). Het eten was naar goeie gewoonte voortreffelijk. De Japanse keuken behoort echt tot mijn favorieten: sushi, sashimi, teppanyaki, I love it all. Omdat ik maandag op de barbecue al redelijk wat glaasjes wijn achterover geslagen had, heb ik mijn alcoholinname beperkt tot één glaasje wijn. Overdaad schaadt, of zoiets. 😉

Ontsnapt

Omdat ik morgen moet gaan werken en mijn vriendje niet (de gelukzak), hadden we afgesproken dat hij maandagavond voor mij zou koken. Ik keek er al naar uit: thuiskomen van een lange en vermoeiende werkdag (al zal dat wel meevallen, want bijna al mijn collega’s maken de brug) en direct mijn beentjes onder tafel kunnen schuiven. Krijgen we gisterenavond, net als we op punt staan te vertrekken, toch geen telefoontje, zeker. Of we zin hebben in een barbecue op maandagavond. Tja, daar zeggen wij geen neen tegen, natuurlijk. Dus is mijn vriendje aan het koken ontsnapt. Jammer.