Artefact

Vanavond zijn mijn vriend en ik naar de openingsavond van Artefact geweest. Eerst trakteerde Hans W. Koch ons op de piepende en ruisende doodsstijd van een computer. De geluiden die geproduceerd werden, waren allesbehalve een streling voor het oor en ik was dan ook opgelucht toen redelijk snel een eind kwam aan de marteling van die arme computer en mijn oren even rust gegund werden.

Vervolgens was het de beurt aan Julien Maire, een Fransman die zich van zo’n schabouwelijk Engels bediende dat ik er even aan twijfelde dat het een act was. Hij haalde een camera uit mekaar en voerde tussendoor wat trucjes op met een oud stuk pelicule. Ik was zo afgeleid door zijn Frenglish dat de performance maar half tot me is doorgedrongen. Feit is dat hij de lachers op zijn hand had en er op het einde niet veel meer van de camera overbleef.

Enfin, geen van beide voorstellingen heeft me echt geboeid. Het deed me meer denken aan het geprutst van hobbyisten in hun garage dan aan kunst. Op een gegeven moment voelde ik zelfs mijn oogleden zwaar worden. Al kan dat ook gelegen hebben aan de glazen wijn die ik op de receptie genuttigd had. 😉

La plaza tiene una torre

La plaza tiene una torre,
la torre tiene un balcón,
el balcón tiene una dama,
la dama tiene una flor.
Ha pasado un caballero
-¡quién sabe por qué pasó!-
y se ha llevado la plaza
con su torre y su balcón,
con su balcón y su dama,
su dama y su blanca flor.

Dit is het gedicht van Antonio Machado dat we met een groepje medestudenten van de Spaanse les zullen declameren tijdens gedichtenweek. Er is nog wat werk aan onze act, want het meisje dat de jonkvrouwe uitbeeldde voelde zich niet zo op haar gemak op haar stoel die de toren uitbeeldde. En onze ridder is op het einde helemaal vergeten haar te schaken.

En ligt het nu aan mij of denken jullie ook dat dit gedicht over de ontmaagding van een onschuldige deerne gaat?

Uitgaan in Heverlee

Door een last minute change of plans bevonden we ons zaterdagavond bij een uitstekende Indiër in het al even uitstekende gezelschap van Karel en Eveline. Het eten was heerlijk en de avond vloog voorbij. Na het eten wilden we ter afsluiting nog iets gaan drinken. Helaas bleek het enige hippe café in de buurt, de Via Via stampvol te zitten en veel heeft Heverlee verder niet te bieden. Gelukkig was er nog de toog van het Seinhuis waar men welwillend onze dorst leste.

Heverlee en het centrum van Leuven liggen ocharme op een kwartiertje fietsen van mekaar, maar wat een wereld van verschil op een zaterdagavond.

The social network

In 2010 was het me niet gelukt dé film van het jaar te gaan zien, maar dankzij een klein duwtje in de rug van Lime ben ik vorige zondag dan eindelijk dé film van vorig jaar gaan zien. In de Metropolis dan nog wel. De allereerste keer dat ik dit complex betrad.

En omdat film kijken op een lege maag maar niks is, verorberden we, alvorens ons metrogewijs naar de Metropolis te begeven, samen sushi aan de toog van de Wagamama en zo kon ik Lime overtuigen van de geneugten van deze Japanse culinaire traditie die de wereld aan het veroveren is.

En The social network? Een rollercoaster van een film met alle elementen van een Griekse tragedie. Je wordt meteen in het verhaal gesmeten, dat zonder pauzes verder raast naar de aftiteling. Een waardige Oscar-kandidaat, als je het mij vraagt.

Fotografie is een banale hobby

Zondag bezocht ik tijdens de dag van de ambachten het atelier van een vioolbouwer. Uiteraard had ik mijn fototoestel meegenomen om enkele plaatjes te schieten. Bij mijn binnenkomst in het atelier vraag ik beleefd of ik enkele foto’s mag maken. “Ach, jij volgt zeker een fotocursus, ja er zijn deze voormiddag al een hele hoop fotografiestudenten gepasseerd.”

Het is gewoon een feit: je wordt tegenwoordig voor de voet gelopen door amateurfotografen. Overal waar er ook maar een hint van artisticiteit te bespeuren valt, staan de amateurfotografen te drummen met hun reflexcamera’s en veel te dure lenzen. En ik ben eentje van de zovelen. Mijn foto’s blijven steken op het niveau van de goeie amateur: zonder uitschieters en zonder dat ik “mijn ding” schijn te vinden. Tijd voor een nieuwe hobby?

Rundskop

Wow, wat een mokerslag van een film. En (op het gevaar af te herhalen wat al elders beter gezegd is) wat een fenomenale vertolking van Matthias Schoenaerts. De transformatie die hij voor deze rol heeft ondergaan, is werkelijk ongelooflijk en zijn Limburgse tongval klonk me behoorlijk realistisch in de oren. Al is hij het indrukwekkendst wanneer hij zijn massieve lichaam laat spreken. Voeg daarbij de prachtige cinematografische beelden van boeren en beesten en je hebt een klassieker van formaat. Muisstil was het in de filmzaal toen de eerste letters van de aftiteling voorbij rolden. Regisseur Michaël R. Roskam is een talent om te koesteren. Ik wens Rundskop veel succes toe op de Berlinale. De film verdient het.

I hate mondays

Man, man, wat was me dat vandaag op het werk. Eén vrijdagje afwezig geweest en het leek wel alsof de hemel naar beneden was gevallen. Ik heb dan maar de scherven bijeengeraapt en ze als een grote puzzel terug aan mekaar gelijmd. Altijd al een liefhebber van mozaïek geweest.

Huisnummers

Deze avond een kleine rondrit gedaan langs Vlaams-Brabantse wegen om her en der wat foto-afdrukken in de brievenbus te steken. Wat heeft het immers voor zin dat al die eindopdrachten in mijn kast stof liggen te vergaren? Ik kan beter de modellen een pleziertje doen met een mooie foto van dertig op twintig (die misschien ook bij hen in de kast terecht komt, maar hey, zo houden we ons eigen appartementje ordelijk, nietwaar). Maar man o man, wat een ellende is het om de juiste huisnummers te vinden. Zo onleesbaar klein dat die dingen zijn. En dan staat er een mooie brievenbus langs de kant van de weg, maar denk je dat daar een huisnummer op staat? Neen, hoor, die hangt ettelijke meters verder langs de onverlichte voordeur. Uiteraard totaal onleesbaar, zelfs niet als je stapvoets rijdt. Is het echt te veel gevraagd om een mooi, groot duidelijk huisnummer aan de brievenbus te hangen en neen, die standaardnummers zijn écht niet groot genoeg.

Exit Japans, hello Photoshop

Dit semester Japans was letterlijk het semester teveel. Het kostte mijn vriend en mezelf steeds meer moeite om ons op te laden voor de wekelijkse lessen. Het nieuwe handboek waar ik veel van verwacht had en dat de leerkracht zo goed vond, viel tegen. Alles wat ook maar een beetje naar structuur en grammatica rook werd zo summier mogelijk verteld en verbannen naar een appendix (I kid you not). Daar waar andere talen in mijn hoofd langzaamaan opgebouwd raken en ik me de structuur eigen maak, leek Japans in het vierde jaar enkel maar warriger te worden en langzaam te desintegreren in mijn hoofd. En ik geloof eigenlijk niet dat Japans een warrige taal is, volgens mij is Japans een supergestructureerde taal. Alleen vielen de puzzelstukjes maar niet op z’n plaats bij mij.

De lessen op zich vielen nog mee, omdat het voor een groot deel herhaling van de vorige jaren was. Al raakte ik moeilijk gewend aan de manier van lesgeven van de leerkracht, die het bijvoorbeeld overbodig vond om de verbetering te geven van mondeling gemaakte oefeningen en vaak tijd verloor door stil te blijven staan bij anekdotes. Maar wat ons definitief deed afhaken, waren de ellenlange woordenlijsten en de kanji die geblokt moesten worden voor het schriftelijk examen. Kanji moet je uiteraard bijhouden in de loop van het jaar, je moet als het ware je spiergeheugen trainen door ze honderden keren op te schrijven, iets waarvoor mij de tijd en (vooral) de goesting ontbrak. En ja, ik heb geprobeerd die kanji in mijn kortetermijngeheugen te pompen, maar dat liet me dit keer in de steek. We hebben het examen nog meegedaan, maar daarna de knoop doorgehakt. Met dit semester sluiten we drieëneenhalf jaar Japans af. Hopelijk leverde drieëneenhalf jaar Japans ons genoeg basiswoordenschat op om de typische toeristische zaken te regelen als we in Japan zijn.

Omdat ik toch een beetje (veel) het gevoel had gefaald te hebben, heb ik dan maar snel de vrijgekomen woensdagavond opgevuld met een gloednieuwe cursus Photoshop. De vaardigheden die ik daar opdoe, zullen alleszins meer gebruikt worden dan die van de Japanse les.