Reiskriebels

Onlangs waren mijn vriend en ik aan het overlopen welke plekken van de wereld we al samen verkend hebben. Het lijstje begint langer en langer te worden en ik hoop daar nog veel mooie reizen aan toe te voegen. Een overzichtje:

  • Uitrusten in Renesse (2000): deze vakantie hebben we de meeste tijd al slapend doorgebracht; mooie lege stranden, onze Belgische kust kan er niet aan tippen
  • Last minute naar Tenerife (2000): mijn eerste duikervaring die geen overdonderend succes was, dolfijnen, aan het zwembad liggen en wandelingen langs de kust
  • Tunesië (2001): een lekker warme vakantie met als hoogtepunt het bezoek aan de ruïnes van Carthago
  • Cruise in Egypte (2002): wonderbaarlijk, de overblijfselen uit de tijd van de farao’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt: Luxor, de Vallei der Koningen, Abu Simbel; ook wel gekend als de vakantie waarop we geen piramides gezien hebben
  • Skiën in Zell am See (2003): onze eerste en laatste skivakantie samen; de vakantie waarop ik een volledige dag ziek in bed heb doorgebracht (en neen, het kwam niet door de drank)
  • Londen (2003): ons eerste bezoek aan Londen, ik herinner mij pijnlijke voeten en een Saint Paul’s Cathedral die toen nog half in de steigers stond
  • Amsterdam (2004):  grachten, kerken, Van Gogh en exotisch eten
  • Lissabon (2004):  één van mijn favoriete steden; de Taag, prachtige vergezichten, het magnifieke Mosteiro dos Jerónimos, de door een aardbeving half verwoeste Igreja do Carmo, het betoverende Sintra en één van de mooiste musea waar ik tot nu toe geweest ben: Museu Gulbelkian
  • Rome (2005): de eeuwige stad; Romeinse ruïnes, veel kerken, verkeersdrukte, onvriendelijke Italianen, catacomben en de paus die op sterven lag; ook wel de vakantie waarop ik bestolen werd op de metro en aangifte deed bij een onvriendelijke Italiaanse politie-agent die enkel Italiaans sprak
  • Keulen (2005): mijn tweede bezoek aan deze stad, ondertussen ben ik er al drie keer geweest; de Dom beklimmen, vriendelijke mensen, een Schokoladenmuseum en mooie wandelingen langs de Rijn
  • Madrid (2006): tapas, botanische tuinen, bootje varen in het Parque del Retiro, het Prado, churros con chocolate
  • Warschau (2006):  acht dagen op bezoek bij de zus van mijn vriend die daar op Erasmus zat; een na WOII volledig gereconstrueerd historisch centrum, sneeuw, oostblokgebouwen, moderne hoogbouw, een vos in een park en veel cocktails
  • Ieper (2007):  de waanzin van de oorlog in beeld gebracht in het In Flanders Fields museum, een heerlijke paasmaaltijd, wandelen op de mooie vestingen en onbegrip bij het zien van al die oorlogsgraven
  • Parijs (2007): mijn vierde bezoek aan de stad van de liefde, veel trappen, de Eiffeltoren, les Egouts en alle klassieke toeristische trekpleisters
  • Australië (2008): een reis die nog vers in het geheugen ligt; uitgebreide verslagen zijn terug te vinden op deze blog

Natuurlijk zijn we tussendoor nog vaak weekendjes weg geweest in België en Nederland, maar voor dit overzicht heb ik me beperkt tot de grotere reizen die we samen gemaakt hebben. Zonder mijn vriend bezocht ik ook nog het zuiden van Frankrijk, het zuiden van Spanje (Sevilla en Granada), Mallorca, het noorden van Italië (op skivakantie), Griekenland en Kreta, Oostenrijk, Zwitserland, Polen (Krakau, Auschwitz en Zakopane), Wenen en Barcelona.

En over een dikke twee weken zitten we in Amerika!

Op weg naar het mondeling examen Japans

Kwamen we achtereenvolgens tegen: een blogster, een collega, een mede-student, een werkmens en een ex-vriendin van een vriend. En dat terwijl ik in examenmodus was, niet bepaald mijn meest vriendelijke modus. Zeker niet als ik nog last minute woordjes van Japans erin wil stampen.

Maar goed, het examen is wel ok geweest. Ik slaakte een zucht van verlichting toen het achter de rug was, om mijn enthousiasme meteen getemperd te zien door de vraag van de juffrouw: “De volgende student heeft geen partner, kan jij even inspringen om samen met hem examen te doen?” Ik dacht neen, maar zei natuurlijk ja. Al een geluk dat op dat tweede examen geen punten meer stonden, want de adrenaline was ondertussen uitgewerkt geraakt en ik liet wat steekjes vallen.

Op naar het schriftelijk!

De meest gestelde vraag

Die we de laatste tijd te horen krijgen, is: “En druk bezig met de voorbereidingen voor jullie feest?” Waarop ik dan steeds ontkennend moet antwoorden. Neen, we zijn helemaal niet druk bezig met de voorbereidingen. Buiten een afspraak maken met de kapper en eventueel een schoonheidssalon, weet ik echt niet wat er nog voor te bereiden valt. ‘t Is geen trouwfeest, he mensen…

Spontaneïteit

Ik wil al eens klagen over het gebrek aan spontaneïteit in mijn leven. Dus gisteren, na het examen Russisch, dacht ik: “Het is fantastisch weer om een terrasje te doen. Al dat andere werk kan nog wel even wachten.” Ik belde mijn vriendje en stelde voor om te informeren of onze Leuvense vrienden C en H ons niet wilden vergezellen. Dat wilden ze gaarne. Ik zocht alvast een plekje op het terras van de Appel en wachtte tot mijn gezelschap me vervoegde. En zo zaten we tot na middernacht te babbelen onder het genot van een glaasje sangria van ‘t vat.

Lang leve de spontaneïteit.

Gezocht: goed excuus

Ergens had ik het een beetje verwacht. Maar toen ik van enkele collega’s hoorde dat zij hun brief al ontvangen hadden, hoopte ik dat ik er niet bij zou zijn. Maar het is dus zover. Vorige week stak er een droog briefje in de brievenbus: of ik aub naar het politiekantoor kon gaan om daar de blijde boodschap op te halen. Brave burger als ik ben, stond ik zaterdagochtend in het politiebureau alwaar de dame in kwestie mijn brief helemaal niet terugvond. Stiekem hoopte ik op een administratieve fout. Die hoop werd echter door een voicemailboodschap op maandagochtend de kop ingedrukt.

Gisterenavond werd ik dan door een lang aangehouden beltoon opgeschrikt van mijn cursussen Russisch. Een politie-agent, die het nodig vond om twee minuten lang zijn vinger op de bel te houden, stond voor de deur, met de leuke mededeling dat ik kon gaan zitten. Hoera! Ik heb dus de eer en het genoeg om aangesteld te zijn als voorzitter van het stembureau. Ik mag zelfs zelf mijn secretaris aanduiden. Als dat niet mooi is!

Ik kan alvast een kruis maken over de babyborrel waarop we die dag uitgenodigd waren. De plicht roept. Om 7.15u wordt ik al verwacht in het stembureau. Wat een onchristelijk vroeg uur om op een zondag te moeten opstaan. En dat voor een schamel bedragje van enkele euro’s. Bah. Tenzij iemand mij een goed excuus kan bezorgen? Liefst snel?

Vrouwen!

Ik weet het, dit is een uitspraak die meestal uit mannenmonden op te tekenen valt, maar echt, soms begrijp ik ze zelf niet, mijn seksegenoten. Een klein voorbeeldje uit de Russische les van vorige week.

We kregen een oefening waarbij we op basis van gegeven antwoorden, een vraag moesten formuleren. Dit alles in het Russisch, dat spreekt voor zich. Het eerste antwoord was (vertaald uit het Russisch): “Neen, ik ben allergisch aan chocolade.” Blijgemutst stel ik aan mijn compagnon (de oefening moest per twee gemaakt worden) voor om als vraag te nemen: “Ben je allergisch aan vruchten?” 

Het meisje in kwestie was echter niet akkoord met het woord “vruchten”. Ze vond dat daar “noten” of een andere allergie-opwekker moest staan. Allemaal goed en wel, maar we hebben het Russische woord voor “noten” nog helemaal niet geleerd. Dat zei ik haar dan ook en ik vulde dit aan met de zin: “Dat maakt toch helemaal niet uit wat daar staat, zolang de zin maar klopt.”

Schiet dat mens daar uit haar slof: “Dat maakt wel uit! Ik kan daar dood van gaan!” Euh, jah. Ik ken nog mensen met notenallergie, maar is dat een reden om zo uit je krammen te schieten? Ik was helemaal verbouwereerd. Wat ik zag als een onschuldige opmerking, was helemaal verkeerd gevallen. Kan ik nu weten dat zij allergisch is aan van alles en nog wat? En de relevantie hiervan voor de oefening is me nog steeds niet duidelijk. Mijn zin was grammatikaal perfect. Wat heeft het dan voor zin om in het woordenboek te gaan zoeken naar een beter woord, terwijl we maar een paar minuten voor de ganse oefening hadden?

Enfin, de rest van de vragen heb ik dus alleen mogen verzinnen, terwijl de juffrouw naast mij in staking was. Belachelijk.

Dromen

Vroeger had ik de meest waanzinnige dromen. Tegenwoordig is dat anders. In de droomflarden die ik me nog herinner, spelen het werk en mijn collega’s steeds de hoofdrol. Niet dat ik geen toffe collega’s heb of zo, maar in mijn dromen word ik liever niet met werksituaties geconfronteerd. Daar heb ik overdag al genoeg mee te maken. Bring back de goeie oude vliegdromen!

Waarom ik niet op de twiist-afterparty was

Omdat mijn dag gisteren er zo uit zag:

  • Drie kwartier vroeger opstaan dan gewoonlijk.
  • Vergadering van 9.30u tot 11.00u over een toepassing die gebruik zal maken van de eID.
  • Samen met een collega te laat toekomen op een personeelsbriefing.
  • Happy hour (‘s middags, go figure)!
  • Snel middagmaal met de collega’s.
  • Teamvergadering van 13.30u tot 15.00u.
  • Brainstorm van 15.00u tot 17.00u.
  • Nog enkele dringende mails beantwoorden en naar huis vertrekken.
  • De trein naar huis nemen.
  • Een kwartier op adem komen en richting Limburg vertrekken.
  • Ziekenhuisbezoek.
  • Zware gesprekken voeren in een bijzonder lawaaierige omgeving. Stijlvolle brasserie, lekker eten, maar je moet wel schreeuwen om je verstaanbaar te maken. Vermoeiend en niet leuk.
  • Thuiskomen rond 23.15u.
  • Je afvragen of een afterparty er nog bij kan.
  • Beslissen dat je bed opzoeken een beter idee is.
  • Stiekem een beetje spijt hebben dat je er niet bij was.