Maandag 12 juli 2010 – Berlijn

Het leuke aan vakantie is dat er eindelijk nog eens tijd is voor ochtendseks op een weekdag. Minder leuk is het als tijdens deze ochtendlijke oefeningen plots de poetsvrouw de deur van de hotelkamer open doet. Gelukkig hebben wij goede reflexen en was er een deken in de buurt. De poetsvrouw was zo mogelijk nog sneller buiten dan binnen. 😉

De weersvoorspellingen voor vandaag waren: 38 graden en zon, véél zon. Ik geef toe dat we even de moed in onze schoenen voelden zakken, maar hey, het was onze eerste dag Berlijn, veel water drinken en we zouden het wel overleven. Ik denk dat ik nog nooit zoveel gedronken heb op een dag, en neen, dan bedoel ik niet alcohol.

Ontbijten deden we in een kleine bar om de hoek. Veel goedkoper dan in ons hotel zelf waar ze woekerprijzen vragen voor een simpel ontbijt. Om de hitte te ontvluchten, besloten we een museum te doen. Op naar de Museumsinsel (het museumeiland). Onze keuze viel op het Pergamonmuseum, omdat we wel zin hadden in een wandeling door de oudheid. Het museum dankt zijn naam aan het Pergamonaltaar dat gedeeltelijk werd gereconstrueerd in de eerste hal. Pergamon was een Griekse stad gelegen in het huidige Turkije. De indrukwekkende friezen met het gevecht tussen Olympische goden en giganten aan de buitenzijde van het altaar en het levensverhaal van Telephos aan de binnenzijde van het heiligdom deden me sterk denken aan de Elgin marbles, met dit verschil dat Turkije blijkbaar niet de nood voelt deze prachtige overblijfselen uit de Oudheid terug te eisen.

Ook zeer mooi: de Aleppo-kamer, de marktpoort uit Milete, de façade van het Mshattapaleis en de Ishtarpoort uit Babylon. Ik was het meeste onder de indruk van de Ishtarpoort die duidelijk maakte hoe machtig de verdwenen Babylonische beschaving moet zijn geweest. Respect ook voor de archeologen en oudheidkundigen die de brokstukken aan mekaar gepuzzeld hebben.

Heel interessant vond ik de afdeling waar op zoek gegaan werd naar de kleur die de oudheidkundige beelden vroeger hadden. Door onderzoek te doen naar verfresten, gebruik te maken van ultraviolet licht en de corrosie van beelden te bestuderen, kon men een redelijk accurate reconstructie maken van de kleuren. In mijn hoofd zijn klassieke beeldhouwwerken altijd sober wit of grijs. Dit beeld stemt echter niet overeen met de werkelijkheid. Toch was het even wennen om geconfronteerd te worden met die felgekleurde beelden.

Het museum wist ons zo te boeien dat we pas rond half zes weer buiten stonden. Net op tijd om aan boord te gaan van één van de vele toeristische boten die toeristen via een rondvaart op de Spree een andere blik op Berlijn bieden. Het boottochtje zorgde voor een beetje verkoeling en wij genoten van de grote architecturale verscheidenheid van Berlijn.

En daarmee was het tijd voor het avondeten. Hiervoor trokken we naar het Nikolaiviertel, een kleine gezellige buurt waar vroeger de oudste huizen van de stad stond. Nu bestaat de wijk grotendeels uit kopieën van historische gebouwen. Mijn gids raadde ons Zum Nussbaum aan, een klein restaurant waar de traditionele Berlijnse keuken wordt geserveerd. Mijn vriend en ik lieten ons niet kennen en bestelden allebei de specialiteit van het huis: “Vater Zilles Jaumenschmeichler”, een bord met Schusterjungen, Sol-Ei, Boulette, Rollmops, Schmalz und Spreewälder Salzgurke. Over het gerecht kan ik kort zijn: dat was een vergissing. Niet dat het slecht was, het was gewoon helemaal mijn ding niet. Ik ben sowieso al geen fan van gehakt, de rolmops kon er mee door, maar vloekte me net iets te hard met het gehakt, de augurken vond ik te zout en het brood met reuzel was yakkie bah.

Na het eten wandelden we naar Alexanderplatz, een groot en lelijk, maar erg levendig plein. Kan me voorstellen dat dit een populaire uitgangsplaats is. Onze pijp was echter bijna uit, dus van uitgaan zou er sowieso niet veel meer komen. Even dachten we er nog over om de Fernsehturm te bezoeken, maar we beslisten dit uit te stellen tot een later moment.

We eindigden onze avond op een boot die voor anker lag in de Oude Berlijnse haven waar ik een glaasje schuimwijn dronk en mijn vriend een superstraffe Red Russian (aja, Russen zijn geen watjes, he). In de verte zagen we de bliksemflitsen van een naderend onweer. Al bleef het waar wij zaten droog. We genoten van het schouwspel van moeder natuur. Heel de ervaring deed me terugdenken aan die keer, lang, lang geleden, toen ik met een vriendin op een boot in Praag wodka orange zat te drinken terwijl we in de verte bliksemschichten zagen. Dat magische moment beleefden we vandaag opnieuw. Hopelijk brengt het onweer morgen verfrissing.

PS: Vandaag twee keer onze reisgids ergens laten liggen. Gelukkig twee keer bijtijds gemerkt en hem zonder problemen teruggevonden Oef.

Zondag 11 juli – Laatste dag in Dresden

Vandaag stond onze wekker om negen uur. Onze tweede dag en laatste dag in Dresden begonnen we met onze valiezen te maken. Het voordeel van met de wagen reizen, is dat je zoveel meeneemt als je wil. Het nadeel is dat je veel te veel meeneemt en dat je dus steeds met al die bagage moet zeulen als er van hotel gewisseld wordt.

Eer we goed en wel uitgecheckt waren was het alweer half elf en besloten we dezelfde truc als gisteren toe te passen: een vroeg middagmaal. Op het terras van restaurant Sophienkeller aten we een spaghetti met groenten. Koolhydraten om vandaag goed te kunnen stappen. Heel toevallig waren we op het terras terecht gekomen van één van de twee restaurants uit Dresden die door mijn reisgids aanbevolen werden. Na een bezoek aan het toilet werd duidelijk waarom. In de gang naar het toilet werd je verwelkomd door een betoverde spiegel die je uitriep tot de mooiste van het land. Daarna zwaaide de deur naar het toilet volautomatisch open. Geweldig. :) Onder het gebouw bleek zowaar een gigantische kelder verstopt met houten tafels en zitbanken en alkoven en twee varkens die rondjes draaiden aan het spit. We wisten meteen waar we ons avondmaal zouden nuttigen.

Na het ontbijt/middagmaal trokken we naar de magistrale Frauenkirche. De Frauenkirche werd volledig verwoest tijdens de tweede wereldoorlog. Tot in de jaren negentig lag op dezelfde plaats waar nu de prachtige kerk verrijst een met rozen overgroeide ruïne. In 1993 begon men met de wederopbouw en vandaag kan Dresden weer trots zijn op dit prachtig staaltje bouwkunde. Een ritje met de lift en enkele trappen later lag Dresden aan onze voeten. En ja, gisteren hadden we ook al van een schitterend uitzicht kunnen genieten, maar geef mij een toren en ik wil naar boven. 😉

Jammer genoeg mochten we in de Frauenkirche “uit eerbied voor god” geen foto’s nemen. Als er al een almachtig wezen dat zichzelf god noemt, zou bestaan, zou dat er dan werkelijk wakker van liggen dat ik wat fotootjes van het gebouw neem waar het aanbeden wordt? Ik denk het niet. Dus heb ik er stiekem toch enkele gemaakt.

Na de beklimming van de Frauenkirche wandelden we wat rond in het centrum van Dresden waar een fietshappening plaatsvond. Honderden dappere fietsers (in temperaturen van meer dan dertig graden kruip ik liever niet op de fiets) deden zich te goed aan braadworsten, bier en ander fastfood. Zelf liet ik me verleiden tot de aankoop van een bekertje kwark (platte kaas met heel veel suiker) met drie smaakjes: vanille, kirsch en mojito (dat laatste smaakje was geen succes).

Het werd ons toch een beetje te heet, daarom besloten we de koelte van een museum op te zoeken. De Zwinger was vlakbij en bood een collectie schilderijen van oude meesters, wapentuig en bijzonder porselein. We begonnen met de Gemäldegalerie Alte Meister. Schitterende werken van Rembrandt, Canaletto, Vermeer, Rubens, van Eyck, Velázquez en Titiaan zorgden voor een overbelasting van mijn zintuigen. Hoe schitterend ik deze schilderijen ook vind, op den duur ben je zo overdonderd door het overaanbod dat je er niet meer in slaagt alles op te nemen. Ik zal nog eens moeten terugkomen.

Na de schilderijen volgden de wapenuitrustigen van de Rüstkammer aan een iets hoger tempo. Verontrustend toch dat iets zo dodelijk zo mooi kan zijn. Prachtige pistolen, schitterende lansen en dolken, de een al dodelijker dan de ander. Gelukkig waren er ook praalharnassen voor ridder én paard die van boven tot onder met de fijnste afbeeldingen versierd waren en beslist nooit een slagveld of riddertoernooi gezien hadden. Er restte ons nog een klein beetje tijd tot het museum sloot. Net genoeg om nog een snelle blik op het porselein te werpen. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik dol ben op “pottekes”, wel de Porzellansammlung bezorgde me bijna een indigestie. Vooral de levensgrote dierenbeelden in porselein waren magnifiek. Of heeft u ooit al een Cassowary in porselein gezien?

Tijd voor het avondeten waarvoor we terugkeerden naar de Sophienkeller. We lieten ons bedienen door de in middeleeuwse kledij gestoken meisjes en kozen voor twee traditionele gerechten met varkensvlees: Sächsischer Sauerbraten mit Apfelrotkraut und Königskloss en Ferkel im Brotteig mit Sauerkraut, Sef und Röstzwiebeln eingebacken, dazu hausgemachter Weisskrautsalat (zeg nu zelf, klinkt dat niet geweldig?). En daarmee zat ons bezoek aan Dresden erop. We keerden terug naar het hotel en begonnen aan de twee uur durende autorit naar Berlijn.

In het hotel aangekomen dronken we om onze goede aankomst te vieren nog een veel te dure en veel te waterige cocktail (alcohol in Duitsland is pokkeduur) terwijl we met een half oog de wereldbekerfinale tussen Spanje en Nederland volgden. Ik keek net op van mijn computer waarop ik mijn verslag zat te typen toen Spanje in de verlengingen het winnende doelpunt scoorde. ‘t Is niet dat ik het de Nederlanders niet gunde, maar ik gunde de Spanjaarden deze overwinning toch net iets meer. Spanje werd wereldkampioen en wij gingen slapen. Op naar de volgende dag!

Zaterdag 10 juli – Eerste dag in Dresden

Omdat we de vakantie niet wilden beginnen met een torenhoog slaapgebrek, was de afspraak: geen wekkers deze ochtend. Het lukte ons zowaar om tot half elf uit te slapen. Jammer genoeg schrok ik wakker met de wetenschap dat ik op het werk één los eindje was vergeten vast te knopen. Achja, de wereld zal er niet door vergaan, maar het is wel een beetje vervelend. Het lijkt erop dat ik dus weer even nodig zal hebben om de omschakeling werk-vakantie te maken.

Na in het hotel wat folders met info over Dresden bekeken te hebben, was het al bijna middag. We sloegen het ontbijt over en stapten een sushizaak binnen met de originele naam Sushi&Wein, gelegen op een paar meter van ons hotel. 9,5 euro per persoon voor all you can eat sushi. Er bestaan slechtere deals op de wereld. En voor zo’n lage prijs viel de sushi best goed mee.

Na het middagmaal stapten we in de drukkende hitte naar de Zwinger, een prachtig barok gebouw daterend uit 1732. We wandelden onder de Kronentor naar de grote binnenplaats en bewonderden de grote verscheidenheid aan beelden die de balustrades sierden. Na een kijkje genomen te hebben bij het Nymphenbad (een barokke fontein), werd de hitte mij even te veel. Misschien was het een combinatie van slaapgebrek en de hitte of had ik wat te veel sushi gegeten. Feit is dat ik het gevoel had dat alle energie uit me weggestroomd was en ik me niet in staat achtte nog een vin te verroeren. Twee flesjes van een halve liter water later, voelde ik me weer beter.

We zochten de verkoeling op van de Hofkirche. Een kerk die net als het overgrote deel van Dresden de verwoestende nacht van 13 op 14 februari 1945, toen Britse en Amerikaanse vliegtuigen met brandbommen de stad in as legden, niet overleefde. De barokke kerk werd echter heropgebouwd en doet nu dienst als katholieke kathedraal in het protestantse Dresden.

Tijd voor een bezoekje aan de andere oever van de Elbe. We liepen over de Augustusbrücke richting Neustadt waar de Goldenen Reiter, blinkend op z’n paard ons verwelkomde. Net als de rest van Dresden, ontkwam de Neustadt niet aan de verwoestingen van de tweede wereldoorlog en daardoor heeft dit stadsdeel, volgens mijn reisgids, zijn vroegere glans verloren. Toch was ik gecharmeerd door de mooie schaduwrijke laan met platanen waarlangs winkels en restaurants gelegen waren. We kochten in een plaatselijke supermarkt nog enkele liters water (door de airco op het werk ben ik die hitte niet meer gewoon) en keerden op onze stappen terug.

Een reis is niet volledig zonder boottochtje. Stipt om vijf uur vertrok onze stoomboot voor een Stadtrundfahrt op de Elbe. Het werd een zalig ontspannend tochtje en ik voelde me weer helemaal de oude. De gids gaf uitleg in het Duits en in het Engels. Al vergat ze soms de Engelse vertaling, toch kon ik de uitleg goed volgen. Ik denk dat de mensen hier heel duidelijk spreken, want ik versta ze beter dan verwacht. Om te vieren dat ik de kleine inzinking van vlak na de middag overwonnen had, dronk ik een glaasje sekt. Mijn vriend zocht verkoeling bij een Eiscaffé.

De gids op de boot legde uit dat Dresden qua oppervlakte de derde grootste stad van Duitsland is, al heeft de stad slechts een half miljoen inwoners. Dit heeft tot gevolg dat Dresden een heel groene stad is met veel open ruimte. Het water van de Elbe wordt tegenwoordig steeds schoner. Dat konden we met eigen ogen zien, want overal langs de oevers zaten mensen pootje te baden en werd er gezwommen. De oevers zijn zeer groen en op de meeste plaatsen niet ingedijkt.

We voeren langs enkele prachtige kastelen, gelegen op heuvels die over de Elbe uitkeken. Op die heuvels worden druiven voor witte wijn geteeld. Ongetwijfeld zal het mooie weer dit jaar voor een goede oogst zorgen. Aan het Blaues Wunder, een blauw geschilderde hangbrug van 141,5 meter lang, gebouwd in 1891-1893 keerde onze boot om. Op het einde van de rit genoten we ter afsluiting van het Canaletto-zicht op de torens van de stad. Boottochtjes en ik, dat klikt altijd. 😉

Na de boottocht trokken we richting het oude stadsgedeelte. Aan de balie van het hotel had men ons gezegd dat het zaterdag Museumnacht was. We besloten te profiteren van het feit dat de belangrijke musea tot 1 uur ‘s nachts open bleven en kochten een ticketje voor het Grünes Gewölbe in het Residenzschloss. Een collega had me op het hart gedrukt dat ik dit zeker niet mocht missen, maar ik had niet verwacht zo’n pracht en praal te zien.

Het lijkt wel of alle wonderen in de wereld verzameld zijn in het Grünes Gewölbe: de grootste groene diamant, prachtig gedraaid ivoor (uit een tijd dat het nog niet illegaal was in ivoor te handelen), kunstig bewerkte kersenpitten (jawel!) met meer dan honderd gezichtjes op, slechts goed waarneembaar met een vergrootglas, fabelachtige juwelen, drinkbekers met wondere wezens, bewerkte kokosnoten en struisvogeleieren, zeeschelpen verwerkt tot fabeldieren, een magnifieke maquette waar je gerust een dag naar kon kijken om steeds nieuwe details te ontdekken, goud, zilver, edelstenen, halfedelstenen, bergkristal,… Het is te veel om op te noemen en jammer genoeg was het strikt verboden te fotograferen, waardoor de herinneringen aan al dit moois langzaam zullen vervagen.

Het grappige is dat er ter gelegenheid van de museumnacht een quiz was. Mijn vriend en ik kregen allebei een blaadje in de hand gedrukt met daarop vragen in het Duits. Hierdoor lieten we ons echter niet ontmoedigen en met wat hulp van medebezoekers slaagden we erin alle vragen op te lossen. En nu weet ik meteen wat het Duitse woord voor hagedis is Eidechse. Alle deelnemers kregen een prijs. Die van ons bestond uit een button met een gouden drankenkop. Fier als een pauw spelden we dit ereteken op.

Terwijl de zon haar laatste stralen over Dresden uitstrooide, beklommen wij de Hausmannsturm van het Residenzschloss. Op het terras bovenaan hadden we een magnifiek uitzicht over de stad en haar rivier. In de verte hoorden we gejuich. Een doelpunt voor Duitsland tijdens de kleine finale tegen Uruguay. De hemel kleurde rood en er werd druk gefotografeerd om dit schouwspel digitaal te vereeuwigen.

Na het bezoek aan het Residenzschloss stelden we vast dat het al half tien was en we, op de sushi ‘s middags na, niets meer gegeten hadden. We zochten een plaats op het dichtsbijzijnde terras van een restaurant met de weinig Duitse naam Palais Bistro. Gelukkig was de keuken nog open en werd er niet veel later een lekkere canard à l’orange voor onze neus gezet. Terwijl we zaten te eten liep de match tegen Uruguay ten einde en barstte er een luid gejuich los in de stad. Overal hoorden we vuurwerk knallen en auto’s reden toeterend door de straten. Duitsland eindigt derde in de wereldbeker voetbal 2010.

Na het eten was onze pijp uit en keerden we terug naar het hotel.

Vrijdag 9 juli – De rit naar Dresden

Veel valt er niet over te zeggen, eigenlijk. De rit was lang en saai. We zijn langs kilometers en kilometers wegenwerken gereden. Het is zalig om op de plaatsen waar dit toegelaten is het gaspedaal eens goed diep in te drukken en de kilometers op de GPS naar beneden te zien gaan.

Duitse wegrestaurants zijn superproper, zelfs de toiletten zijn onberispelijk schoon. Echt een plezier om een pitstop te maken. De mensen schijnen mijn pogingen tot Duits redelijk goed te begrijpen en ik versta de taal van Goethe beter dan ik had verwacht, want het is niet zo dat ik tegenwoordig nog veel met Duits in contact kom.

Het laatste uur van de rit kon ik mijn ogen echter niet meer open houden, zelfs al had ik me vast voorgenomen om wakker te blijven. Gelukkig had mijn vriend genoeg koffie gedronken om de rit tot een goed einde te brengen.

In het hotel aangekomen zag ik sterretjes van vermoeidheid. Het nachtleven van Dresden zouden we wel op een ander moment opzoeken. Niets is heerlijker dan de verlossing van de slaap na een vermoeiende dag.

Laatste werkdag

Mijn laatste werkdag voor de vakantie was er één vol tegenstellingen. Aan de ene kant moest ik nog heel veel losse eindjes aan mekaar knopen en zag ik de tijd veel te snel wegtikken, wat me de nodige stress bezorgde, maar aan de andere kant was er een heel gezellig etentje samen met de medewerkers van mijn team op het terras van het instrumentenmuseum en het afscheidsfeestje van collega Q. Natuurlijk vind ik het erg jammer dat Q ons verlaat, maar we hebben afgesproken dat we zeker nog eens samen in Brussel gaan lunchen. Per slot van rekening is zijn nieuwe werk helemaal niet zo ver van ons verwijderd. En de rosé die hij had meegebracht, smaakte heerlijk zomers en paste perfect bij deze hete temperaturen.

En toen was het plotseling vier uur en vertrok ik op een drafje naar huis, om daar in zeven haasten onze koffers bijeen te pakken en snel snel iets te eten, want vannacht slapen wij in Dresden!

Alice in Wonderland en Through the Looking-Glass

Tot mijn grote scha en schande moet ik toegeven dat ik, die vroeger zo’n boekenwurm was, tegenwoordig nog amper aan lezen toekom. Maar kom, ik heb nog eens een boek uitgelezen. Een echte klassieker dan nog wel. Het was leuk om het boek te lezen dat zoveel figuren heeft voortgebracht die tot het collectieve bewustzijn zijn gaan behoren.

Mij spraken vooral de leuke taalspelletjes, de absurditeiten en de mooie ouderwetse illustraties aan, maar echt gegrepen heeft het boek me niet. Daarvoor ligt mijn kindertijd al net iets te ver achter me, denk ik, en heb ik te weinig energie gestopt in het ontcijferen van de ongetwijfeld vele dubbele bodems. Al deed het boek me wel vol heimwee terugverlangen naar de tijd dat ik nog in sprookjes geloofde.

The 4th of july

Na eerst verschrikkelijk lang in bed gelegen te hebben (ik kan me zelfs de laatste keer dat we tot 1 uur ‘s middags geslapen hebben niet meer herinneren), stonden we met verwarde haardos op en constateerden dat de zon uitnodigend scheen. We trokken snel wat kleren aan en richtten onze schreden naar de Bondgenotenlaan voor een overvloedige maaltijd aan de Langste Tafel voor slechts tien euro. En dat terwijl ik het huwelijksdiner van de dag ervoor nog aan het verteren was. Ik had meteen genoeg gegeten voor de rest van de dag.

Na het eten slenterden we door de Leuvense winkelwandelstraten, want het was de eerste koopjeszondag en onze outfit kon wel eens een opfrisbeurt gebruiken. Zowel mijn vriend als ik werden helemaal in het nieuw gestoken bij onze favoriete kledingwinkel Ritss. Helaas was dit de laatste keer dat we de uitbaatster “een klein maatje zeker?” tegen mijn vriend zullen horen zeggen, want het pand waarin de winkel gelegen was, is verkocht en het huurcontract wordt niet vernieuwd. De uitbaatster was er zichtbaar niet goed van. Erg spijtig.

Een hoop zomerse kleedjes, t-shirts en shorts rijker, keerden we ‘s avonds terug naar huis. Een mooie afsluiter van een geweldig weekend.

PS: Een jaar geleden brachten we onze fourth of july door aan de oevers van Hudson terwijl we naar het vuurwerk keken. Ongelooflijk hoe snel de tijd vliegt.

Een memorabel feestje

Na een prachtige viering, volgde een magistraal feest. Ik vond het ergens wel jammer dat we niet konden meeëten op het zestigsteverjaardagsfeest van mijn nonkel en tante, zeker nadat ik de water in de mond brengende koude schotels had gezien die ze voor de gasten besteld hadden. Maar dit gevoel verdween snel, toen we in het Huis van Mihr onthaald werden op een zalig drankje (een aftreksel van rozenbottel, citroen en suiker aangevuld met cava). Het Huis van Mihr is een heel bijzondere feestlocatie. In tegenstelling tot de meeste locaties, worden de gasten verdeeld over verschillende ruimtes. Elke ruimte heeft zijn eigen unieke stijl waarin je nog elementen van de vroegere vierkantshoeve kan terugvinden. Er werden ons geen plaatsen toegewezen, dus iedereen kon kiezen waar hij of zij wilde zitten. Heel gezellig en gemoedelijk allemaal.

Het eten was overheerlijk. Zo lekker dat ik mezelf een klein beetje te buiten gegaan ben. Die tweede portie groentencurry en dat laatste pannenkoekje van het dessertenbuffet, waren er wat te veel aan. Al heb ik die calorieën er later op de avond weer proberen af te dansen.

De bruid en de bruidegom waren, zoals we dat van hen gewoon zijn, te laat op hun eigen feest, maar niemand die daar om maalde. Hoogstens werden er met een kwinkslag herinneringen opgehaald over de legendarische last minute ingesteldheid van de bruidegom (die keer op de 24-urenloop dat hij bij het startschot nog de code voor het telsysteem zat te compileren). Op het feest hadden we heel veel toffe babbels met sympathieke en interessante mensen uit alle windrichtingen. Het was een atypisch feest, in die zin dat de openingsdans in de schuur een volksdans was en we daarna uitgenodigd werden om samen te boomballen. Er was voor life muziek gezorgd en een instructrice leerde de mensen de danspassen aan. Helaas kon ik mijn vriend niet echt overtuigen om de uitdaging aan te gaan, maar foto’s nemen van de dansende mensen was zeker zo leuk.

Daarna mocht de DJ in een andere ruimte met modernere muziek het volk aan het dansen brengen. Wat hem aardig lukte. Het was zo leuk dat het vier uur was, voordat we er goed en wel erg in hadden. En dat terwijl we ons voorgenomen hadden het niet te laat te maken, wegens erg vermoeid de laatste tijd. Ach, de fijne mensen en de toffe sfeer hebben me alleszins genoeg energie gegeven om dat slaapgebrek te vergeten.

Een muzikaal huwelijk

Altijd fijn, een huwelijksviering waar de bruid en bruidegom hun eigen persoonlijke stempel op drukken,. Deze middag werden we in het pittoreske kader van het Leuvense begijnhof verwacht om de huwelijksinzegening bij te wonen van twee mensen die leven voor muziek. Zij geeft les aan de muziekacademie en hij is in zijn vrije tijd een getalenteerd pianist. Samen leiden ze een koor. De trouwmis was één grote ode aan de muziek. Met een gelegenheidskoortje, een duet tussen bruid en bruidegom, een zelfgeschreven meerstemmige ode van de bruidegom aan de bruid en een afsluitende samenzang van de bruid met het koor. Genieten. En het leuke was dat ook in de kerk zelf meegezongen werd met de liederen.

Straks gaan we hun huwelijk verder vieren, maar eerst nog even over en weer naar Pulderbos om de zestigste verjaardag van mijn oom en tante te vieren. Jammer dat het bij een blitzbezoek zal blijven en dat we niet de ganse avond kunnen meefeesten. De mensen die op het feest aanwezig zullen zijn, heb ik al zeker in geen vijftien jaar meer gezien. Benieuwd of ik veel gezichten zal herkennen.

Legerdienst en ISS

Op het verjaardagsfeestje gisteren aan de praat geraakt met een aantal kerels die nog legerdienst hadden moeten doen. Toch een heel andere wereld als je dat zo hoort. Blij dat de legerdienst in de tijd van mijn vriendje afgeschaft was.

Dit feestje zal ook de geschiedenis ingaan als het feestje waarin het meeste naar de lucht gestaard werd. Het ISS zou boven onze hoofden passeren en uiteraard wilden wij daar een glimp van opvangen. Er werd eerst heftig gediscussieerd over de locatie van het noorden, maar eens het noorden gevonden, bleef het afwachten of we het ruimtestation werkelijk zouden zien.

En ja, waarempel, opeens zag ik een klein stipje aan de einder verschijnen dat snel hoogte won en duidelijk geen vliegtuig was. De eerste keer ooit dat ik het ISS zag. Dit feit was de kers op de taart van een prachtige zwoele zomeravond.