Zondag 10 april: Leuven – Brussels National Airport – Heathrow – Narita

Opstaan om 4 uur, niet bepaald mijn favoriete bezigheid. Maar een mens moet er iets voor over hebben om het land van de rijzende zon te bezoeken. We stegen op om 7.25 in Zaventem en landden tien minuten later om 7.35 in Heathrow (dankzij een uur tijdsverschil). En dan begon het wachten. Zes uur lang de tijd doden op een luchthaven, terwijl het free wifi waarmee overal trots werd uitgepakt, voor geen meter werkte. We geraakten zelfs niet voorbij het loginscherm. Frustrerend. Awoert Boingo.

Ons middagmaal nuttigden we in een Wagamama restaurant op Heathrow, kwestie van meteen al in Oosterse sferen te komen. We slenterden wat langs de veel te dure boetieks en telden de uren af tot we aan boord mochten gaan van de 777 die ons naar Tokyo zou brengen.

De vlucht zelf verliep bijzonder vlotjes. Uiteraard lukte het ons, ondanks onze vermoeidheid, niet de slaap te vatten in die oncomfortabele vliegtuigzetels. Om de tijd te doden keek ik twee films: The tourist en Love and other drugs. Geen van beide films wist me echt te boeien. Het verhaaltje van The tourist is flauw en in tegenstelling tot wat je zou denken, spatten de vonken tussen de hoofdrolspelers niet van het scherm, maar kom, Angelina Jolie en Johny Depp zijn altijd mooi om naar te kijken en dan heb ik het nog niet eens gehad over de glansrol van Venetië. Misschien een volgende reisbestemming? Love and other drugs was een standaard romantische komedie met een voorspelbaar einde. Gelukkig zaten er genoeg seksscènes in om het geheel wat te kruiden.

Tijdens de vlucht kregen we de kans om een eerste gesprek in het Japans te voeren over tempels en sushi. Het was basic (sushi is lekker en tempels zijn mooi), maar kom, het is een begin en de Japans mevrouw vond het duidelijk geweldig om met toeristen te babbelen. Ik kreeg zelfs complimenten van mijn buurvrouw over het feit dat ik mijn middagmaal met stokjes nuttigde. Ja, want dat verwachten ze natuurlijk niet van onhandige buitenlanders.

We geraakten zonder problemen door al de controles op Narita, al moesten we daar wel onze vingerafdrukken en een foto van ons bleek gezicht met wallen voor achterlaten. We hadden iets te veel tijd genomen om ons op te frissen in de toiletten, want tegen dat we klaar waren, was de aankomhal volledig verlaten en werden we nauwlettend in het oog gehouden door een bende geüniformeerde Japanners die onze documenten vervolgens opnieuw aan een grondige inspectie onderworpen.

We wisselden de vouchers van onze Japan Railpass in en kochten meteen ook een Suica-kaart (de Japanse versie van de Oysterkaart) om van het vliegveld naar ons hotel te gaan. De Japan Railpass zullen we pas over een week echt nodig hebben. We waren doodop, maar de eerste aanblik van sakura (kersenbloesems) gaf ons even een energiestoot. Anderhalf uur treinen later zouden we in ons hotel zijn.

Analoge technologieën

De juffrouw Russisch wilde ons tijdens de les een fragment tonen van een theaterstuk. Het fragment in kwestie stond op een ouderwetse VHS-band. Je weet wel, zo’n ding dat na veelvuldig gebruik zwarte strepen op het beeld tevoorschijn tovert. De VHS-cassette werd in een videorecorder gestopt, die zonder twijfel nog uit de vorige eeuw dateerde. Uiteraard werkte het ding niet meer en kwam er bij het uitnemen van de cassette een sliert bruine band achterna. Ach, de herinneringen. En dan te bedenken dat ik al bijna vergeten was dat zulke dingen überhaupt bestonden. Het is verbazingwekkend hoe snel het comfort van al die nieuwe digitale technologieën vanzelfsprekend wordt.

Besmettelijk?

Sinds gisteren heeft mijn vriend keelpijn. Aangezien onze afreisdatum nu wel heel erg dichtbij komt, leek het verstandig om toch maar de dokter op te zoeken. We hebben wel in het Japans geleerd hoe uit te drukken dat de pijn kloppend, zeurend, heftig dan wel stekend is, maar een doktersbezoek is niet ons ideale tijdverdrijf op vakantie. Gelukkig bleek het niet om een angina te gaan, zoals bij mij, en zal veel slapen en op keeltabletjes zuigen volstaan om vanzelf te genezen.

It’s a bumpy road to Japan.

Een onverwachte gast

Deze ochtend (of bijna-middag, het is maar hoe je het bekijkt) openden we de lamellen van het schuifraam naar het balkon en kijk eens wie we daar zagen:

Een zanglijster! Hij zag er een beetje ongelukkig uit en verroerde geen vin. Snel een paar fotootjes genomen en dan plannen gesmeed hoe het diertje te helpen. Het hele voorval deed ons terugdenken aan die keer dat er een gierzwaluw in onze dampkap terecht was gekomen, toen we nog in de Parkstraat woonden. We hebben dat beestje toen gevangen en naar een vogelopvangcentrum gebracht.

Dus haalden we alvast een schoenendoos boven en prikten we daar wat gaatjes in om er zeker van te zijn dat de lijster voldoende lucht zou krijgen. Heel voorzichtig deed ik het schuifraam open en behoedzaam begaf ik me richting lijster, maar voordat ik mijn move kon uitvoeren, besloot het beestje dat die schoenendoos hem toch maar niks leek en koos hij het hazenpad. Het enige souvenir dat ons nog rest van zijn aanwezigheid, zijn wat witte vloeibare uitwerpselen. Hopelijk komt hij niet in de klauwen van één of andere kat terecht.

Interne dialoog

Ik: Ok, laten we afspreken dat het nu welletje is geweest. Ik ben het gehoest en gesnotter en de slapeloze nachten beu.

Tegenspruttelend lichaam: Och, ik begon net te wennen aan die gezellige hoestbuien ‘s nachts. Slapen is zo saai, nietwaar?

Ik: Ik ben nochtans een grote fan van slapen en een nog grotere fan van ononderbroken nachten. (Hoe doen die mensen met baby’s dat toch?)

Tegenspruttelend lichaam: Kweetniet, ik vind dat ik de laatste tijd wat te weinig aandacht krijg. Al die lunchvergaderingen met vettige broodjes, snelle happen op de trein en dat van hot naar haar geren. Ik voel me wat verwaarloosd.

Ik: Maar ik heb je vorige week vrijdag al een dag vrijaf gegeven en het weekend was ook superrustig, dat was toch ook een aangename afwisseling tussen al dat gestress en gehaast door?

Tegenspruttelend lichaam: Misschien wel, maar ik ga hier toch op mijn strepen staan.

Ik: Ok, ik geef op. Naar de dokter it is.

Het verdict van de dokter luidde: angina en een infectie van de luchtwegen. Ik moet gigantische antibioticatabletten inslikken, mijn neus spoelen met zeewater en drie dagen thuis blijven van mijn werk (argl, ik ga al een mailachterstand hebben nog vóór ik op reis vertrek). Waarschijnlijk een kleine wraakactie van mijn lichaam omdat ik zo vermetel ben geweest neer te schrijven dat ik nooit ziek ben.

Spaans theater

Ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten, maar het theater deze avond is supergoed meegevallen. Twee acteurs brachten zes korte scènes met een humoristische toets. Niets om schuddebuikend van over de grond te rollen, maar wel genoeg om een glimlach op de gezichten te toveren. De acteurs articuleerden beiden bijzonder goed, wat het voor de eerste- en tweedejaars studentjes Spaans in de zaal bijzonder makkelijk maakte om de tekst te volgen, zelfs al verstonden we niet elk woord.

Dit theaterstuk sluit alvast perfect aan bij ons voornemen om in onze schaarse vrijetijd eens wat meer Spaanse films te zien. Er staan nog een aantal Almodóvar-films op mijn zeker-te-zien lijstje en ons Spaans kan er maar wel bij varen.