Change of plans

Noodgedwongen, dat wel. Normaal zouden mijn vriend en ik dit weekend naar Varese gaan om de tweede zoon van onze vriendin te bewonderen. Helaas, een gemeen virus stak stokken in de wielen en besloot mijn vriend voor een paar dagen werkonbekwaam te maken. ‘t Was zelfs zo erg dat hij zich genoodzaakt zag thuis te blijven van het werk en naar de dokter te gaan. Meteen een eerste test voor de Zwitserse gezondheidszorg. Nog 25 minuten wachten in de wachtkamer, stond hij na een consultatie van 5 minuten alweer buiten, mét twee voorschriften in de hand. Tot mijn verbazing was één van die twee voorschriften er eentje voor antibiotica. Blijkbaar hebben de Zwitserse dokters hun antibioticavoorschrijfgedrag nog niet aangepast. Ik snap alleszins niet hoe je antibiotica kan voorschrijven zonder zelfs maar een grondig onderzoek en dat voor iets wat wellicht een buikgriepvirus is, waar antibiotica niet eens tegen helpt…

Enfin ja, onze afspraak met onze vriendin werd dus verzet naar september. We willen absoluut niet op ons geweten hebben dat de baby ziek wordt door een virus dat wij met ons meebrengen. En als je zelf ziek bent, is een rit van meer dan 3 uur naar Italië wellicht ook niet het beste idee. Dat wordt een rustig weekendje!

Ziek

Eerlijk, ik kan me de laatste keer dat ik nog eens een dag ziekteverlof heb moeten nemen zelfs niet meer herinneren. Maar donderdagnamiddag werd ik op het werk geveld door een mild griepvirus. De misselijkheid kwam rond een uur of half vijf opzetten en na ettelijke keren op verschillende wijzen boven de wc-pot gehangen te hebben (gelukkig was er op dat moment niet veel volk op het werk, dankuwel, paasvakantie), hoopte ik dat het ergste leed geleden was en ik zonder al te veel problemen met de trein naar huis zou geraken.

Het werd alsnog een spannende treinrit waarbij ik mij strategisch bij het toilet plaatste en een plastic zakje bij de hand hield voor extreme noodgevallen. Ik haalde gelukkig zonder accidenten mijn appartement, maar een paar minuten later hing ik alweer boven de wc-pot. Daarmee was de ijdele hoop dat het om een voedselvergiftiging zou gaan, ook vervlogen. Een buikgriepje, dat was van het uitstapje naar Budapest geleden (statistisch gezien heb ik meer kans om ziek te worden op reis dan doorheen de normale werkweek).

Ik deed vrijdagochtend een manmoedige poging om toch naar het werk te gaan, maar voelde bij het opstaan al meteen dat het er niet in zat. Ik gooide dan maar de handdoek in de ring, meldde mij ziek en kroop terug in bed. De vrijdagse dinner date met een kameraad werd meteen ook geannuleerd.

Gelukkig voel ik me vandaag na een dag vasten alweer een pak beter. Net op tijd beter voor wat een fijn lenteweekend belooft te worden!

Ziek op reis

Voordat ons Wizzair vliegtuig effectief opsteeg in Charleroi voelde ik me al niet te best: beetje misselijk, beetje koortsig, beetje hoofdpijn. Maar kom, niets wat niet zou overgaan na een goede nachtrust of onderdrukt kon worden met wat perdolan. Of althans dat dacht ik. De eerste dag voelde ik me echter niet veel beter en het werd nog erger toen ik de nacht van Paaszaterdag op Paaszondag meer op het toilet zat dan in mijn bed lag. Iets buikgrieperig had me te pakken gekregen en bleef hardnekkig sluimeren de rest van de trip, ondanks alle immodium die ik slikte.

Nu is mijn standaardmanier om om te gaan met ziek zijn, doen alsof er niet aan de hand is, het ongemak te negeren en verder te werken business as usual. Helaas bleek deze handelswijze ditmaal minder effectief. Dus werd het een soberder trip dan gewoonlijk. Vroeg in bed, geen alcohol (op de slotavond na, dat kon ik mezelf toch echt niet ontzeggen, al droeg ik de dag erna de gevolgen, de schuimwijn en de cosmopolitan hadden toch gesmaakt). Doodjammer, want het eten dat we in Budapest geserveerd kregen was uitstekend, alleen kon ik er niet ten volle van genieten met steeds de vrees elk moment naar het toilet te moeten hollen in het achterhoofd.

Ik zal nog eens terug moeten gaan om al die verschillende soorten dessertwijn (tokaji) en schuimwijn uit te proberen, nietwaar?

Kerstfeestje #4

Een kerstfeestje in mineur dat wel. Donderdagnacht voelde ik het één en ander rommelen in mijn maag- en darmstelsel. Misschien zat de sushi die ik donderdagavond nuttigde met de onvolprezen Lime er voor iets tussen of misschien had het virus dat mijn vriend vorig weekend geveld had en waaraan ik dacht ontsnapt te zijn dan toch fijntjes wraak genomen. Feit is dat ik me vrijdagochtend op de allerlaatste werkdag van het jaar behoorlijk slapjes voelde.

Slechte timing, want we zouden met mijn team ‘s middags ‘s avonds iets gaan eten en in de namiddag stond er een drink met de ganse afdeling op het programma om te klinken op de goede afloop van heel wat heikele dossiers. Ik voelde me behoorlijk mottig, maar raapte mezelf motiliumgewijs bijeen om toch de laatste dag en de laatste loodjes op enigszins aanvaardbare manier door te komen.

Zolang ik niets at, ging het wel, maar ik zag met lichte vrees het middagmaal in Viva M’Boma, gekend om zijn orgaanvlees, tegemoet. Orgaanvlees en een gestoord maag- en darmstelsel zijn niet meteen de ideale combinatie. Dus koos ik voor het enige min of meer makkelijk verteerbare gerecht op de kaart: waterzooi, terwijl mijn collega’s gingen voor varkenspoot, kalfszwezeriken, stoemp en lever. Ik had gehoopt dat er soep op het menu zou staan, maar helaas.

Met wat moeite wurmde ik wat stukjes kip met saus binnen. De rauwe groentjes liet ik voor wat ze waren. En ik meende het beest min of meer zonder kleerscheuren overwonnen te hebben door veel water te drinken tijdens het eten. IJdele hoop, uiteraard, want wat later in de namiddag kwam alles er weer uit. Doodzonde.

Op de kerstdrink hield ik het dus noodgedwongen bij water en een klein beetje cola zonder prik en keek ik met afgunst naar de gezonde mensen die gezellig van een glaasje cava of wijn nipten.

Spijtig dat ik het succesvol afsluiten van een behoorlijk intens werkjaar niet ten volle heb kunnen vieren, maar aan de andere kant ben ik wel blij dat ik toch ben gaan werken. Het jaar zou anders voor mij met een valse noot geëindigd zijn.

Interne dialoog

Ik: Ok, laten we afspreken dat het nu welletje is geweest. Ik ben het gehoest en gesnotter en de slapeloze nachten beu.

Tegenspruttelend lichaam: Och, ik begon net te wennen aan die gezellige hoestbuien ‘s nachts. Slapen is zo saai, nietwaar?

Ik: Ik ben nochtans een grote fan van slapen en een nog grotere fan van ononderbroken nachten. (Hoe doen die mensen met baby’s dat toch?)

Tegenspruttelend lichaam: Kweetniet, ik vind dat ik de laatste tijd wat te weinig aandacht krijg. Al die lunchvergaderingen met vettige broodjes, snelle happen op de trein en dat van hot naar haar geren. Ik voel me wat verwaarloosd.

Ik: Maar ik heb je vorige week vrijdag al een dag vrijaf gegeven en het weekend was ook superrustig, dat was toch ook een aangename afwisseling tussen al dat gestress en gehaast door?

Tegenspruttelend lichaam: Misschien wel, maar ik ga hier toch op mijn strepen staan.

Ik: Ok, ik geef op. Naar de dokter it is.

Het verdict van de dokter luidde: angina en een infectie van de luchtwegen. Ik moet gigantische antibioticatabletten inslikken, mijn neus spoelen met zeewater en drie dagen thuis blijven van mijn werk (argl, ik ga al een mailachterstand hebben nog vóór ik op reis vertrek). Waarschijnlijk een kleine wraakactie van mijn lichaam omdat ik zo vermetel ben geweest neer te schrijven dat ik nooit ziek ben.

Ziek

Mijn strategie om om te gaan met vervelende zaken als keelpijn, hoofdpijn, lekkende neuzen en slijmerige hoestbuien, is door de band genomen simpel: gewoon negeren en verder doen alsof er niets aan de hand is. En oja, papieren zakdoekjes, heel veel papieren zakdoekjes. Maar vrijdag voelde ik me zo belabberd dat ik wijselijk besloot mijn twee afspraken van die dag af te zeggen, me een dag ziek te melden en gewoon weer in bed te kruipen. Gelukkig zijn er dit weekend twee afspraken (één wegens dubbele boeking, de andere wegens ziekte) weggevallen, waardoor er veel tijd overblijft om gewoon eens bij te slapen. Ik kan het gebruiken.

Ziekjes

Niet ik, maar mijn vriend. Al zijn vierde dag ondertussen. Wij zijn dat niet gewoon, ziek zijn. Buiten de tweejaarlijkse verkoudheden en daarbij horende keelpijn en ontsteking van de bovenste luchtwegen, mankeren wij eigenlijk nooit iets. En zo’n verkoudheid daar voel je je wel mottig van, maar dat is meestal niet van het kaliber dat je de ganse dag in bed moet blijven liggen. De laatste keer dat ik nog een ganse dag in bed gelegen heb, was op mijn allerlaatste skivakantie in 2003, waarop ik prompt de brui aan skivakanties gegeven heb. 😉

Maar nu is hij dus echt ziek. Ziek genoeg om niet naar het alumni-etentje te gaan en ganser dagen in bed te liggen. Geveld door één of ander virus. Hopelijk is het tegen vanavond wat beter, want er staat een etentje in de Oesterbar op het programma voor zijn verjaardag en hij wil het niet afzeggen. Wie wordt er nu ook ziek vlak voor zijn verjaardagsweekend? ‘t Is zielig.

Grommel, grommel

‘k Heb dan maar al mijn afspraken voor dit weekend afgezegd en besloten gewoon ziek te zijn. Een virus, zei de dokter van wacht, maar ik vond dat hij zonder veel onderzoek tot die conclusie kwam. Enfin, ‘t zou beter zijn tegen het begin van de nieuwe werkweek. Wat ben ik toch een geluksvogel!