Nieuwjaarskaartjes de deur uit! Een persoonlijk record, denk ik. Ook historisch: nog nooit deden we zo laattijdig onze nieuwjaarskaartjes op de post. Ik geef toe dat we rijkelijk laat waren met onze bestelling, maar als de postbode die ons pakje vorige week donderdag kwam afleveren, langer dan twee seconden aan onze voordeur gewacht had, waren ze nog in 2011 gepost geraakt. Een mens moet de kans krijgen om uit bed te springen en een sprintje naar de parlofoon te doen, he.
Waar is de tijd dat postbodes na Nieuwjaar op hun ronde nog in bijna elk huis een druppel voorgeschoteld kregen?
PS: Oja, de kaartjes werden besteld bij Foto.com en ik moet zeggen dat ik aardig verrast was door de kwaliteit.
De collega’s zijn weer allemaal een gelukkig nieuwjaar gekust, er werd geklonken op het nieuwe jaar en beste wensen uitgewisseld.
Na de traditionele receptie op het werk zakten we met een stuk of veertien collega’s af naar Le Bar à tapas om daar, naar echt Spaanse traditie, pas rond een uur of drie ons eten te krijgen, maar hey, het was lekker.
We zijn weer vertrokken voor wat ongetwijfeld een boeiend jaar zal worden!
Een grafische roman van Ivan Petrus Adriaenssens. Een nieuwjaarsgeschenk van mijn tante aan mijn vriend, maar dat wil niet zeggen dat ik het boek niet mag lezen, he. Want het thema, de Groote Oorlog, is helemaal mijn ding.
De grafische roman gebruikt sobere zwart-wit tekeningen om de gruwel van de loopgravenoorlog uit te beelden. Het zwart roept visioenen op van de donkere modder in dat stukje West-Vlaanderen, waarvan elke vierkante meter omgeploegd werd door oorlogstuigen. ‘Afspraak in Nieuwpoort’ is een verhaal over een fictieve vriendschap die als basis dient om de belevenissen van drie echte soldaten, een Engelsman, een Fransman en een Belg in deze waanzinnige oorlog uit te beelden. Dat de soldaten echt bestaan hebben, maakt dat de grafische roman een blijvende indruk achterlaat van levens die te vroeg zijn weggerukt. Mannen die streden voor hol klinkende idealen en die vertrokken naar het front om in de meest miserabele omstandigheden aan hun einde te komen, zonder ooit hun geliefden terug te zien. Tragisch.
Dit jaar vierden we Oudjaar in restaurant Ter Eycken, gewoon omdat ik te lui was om zelf iets te organiseren. Het restaurant was niet onze eerste keuze en we moesten nogal lang wachten tussen de gangen door, maar wie maalde daarom, want we brachten de avond door onder vrienden. Onze laatste avond van 2011 vulden we met gesprekken over politiek, de VS, Spanje, de crisis, ambities, carrièreplannen, nieuwe liefdes, Japan en nog veel meer.
Dit aten wij (voor mijn archief):
Glaasje bubbels
—-
Hapje
—-
Samenspel van Sint-Jakobsnootjes en kreeft
—–
Soepje van waterkers met huisgerookte zalm
——-
Filet van hert met zijn wintergarnituur en kroketjes
——-
Sorbet van champagne met een soepje van bosvruchten
Hopelijk hebben jullie allemaal genoten van de laatste dag van 2011!
Een storting op naam van de Wikimedia foundation, want als er één website is die ik dagdagelijks bezoek, dan is het wel Wikipedia. Als ik een beetje moedeloos raak van de huidige politieke en economische toestand in de wereld, dan doet het deugd te weten dat er initiatieven bestaan waar mensen gratis hun kennis delen en samenwerken om de grootste bron van menselijke kennis ooit te bouwen. En ja, ook Wikipedia heeft af te rekenen met mistoestanden en politieke spelletjes, maar dat neemt niet weg dat het een fantastisch initiatief is.
Timingsgewijs kwam ons werkbezoek aan Newcastle, Leeds en Sheffield niet echt goed uit wegens de grote hoeveelheid dossiers en deadlines op het werk, maar de trip was tot in de puntjes gepland en voorbereid en onze gastheren verwachtten ons.
Zodoende vlogen we op woensdag 30 november naar Newcastle, mijn allereerste bezoek aan deze oude Noord-Engelse industriestad. We landden, ondanks een staking van het luchtvaartpersoneel, zonder problemen op Engelse bodem. Een taxi bracht ons naar Malmaison, een hotel dat qua inrichting wat aan een bordeel deed denken (een associatie die me, gezien de naam, geheel en al opzettelijk lijkt). Vanuit het raam van mijn zwart-rode kamer had ik een prachtig uitzicht op de Tyne die Newcastle van Gateshead scheidt.
Om het werkbezoek op gepaste manier af te trappen, dronk ik met mijn collega’s een cocktail (de twee dames) en een whiskey (de heer in ons gezelschap). Lange tijd zag het er immers niet zo goed uit voor deze geplande trip. Een afgelasting hing in de lucht, maar kon gelukkig vermeden worden.
Na een veel te korte nachtrust (ik had na de cocktail nog tot één uur ‘s nachts op de hotelkamer zitten werken), zag ik mijn collega’s terug aan het ontbijt. Om voldoende energie voor de komende dag op te doen, bestelde ik eggs benedict met gerookte zalm. Sinds onze Australië-reis mijn favoriete op eieren gebaseerde ontbijt.
Na het ontbijt werden we in de hotellobby opgewacht door gastheer nummer één, die ons meevoerde naar de Toffee Factory in Ouseburn. De Toffee Factory begon haar leven als een snoepfabriek, maar raakte nadat de fabriek de deuren sloot ernstig in verval. Op het einde groeiden er zelfs bomen uit de voormalige snoepfabriek (nog te zien op google maps). Het gebouw onderging echter de voorbije jaren een totale metamorfose. We hadden geluk: net vandaag had onze gastheer de sleutel van het renoveerde gebouw van de aannemer in ontvangst genomen. We kregen dus in primeur een rondleiding door het pand.
De Toffee Factory is een bedrijfsgebouw dat ruimtes ter beschikking stelt aan kleine en middelgrote creatieve ondernemingen. Een eenmanszaak kan er een bureau in één van de gemeenschappelijke ruimten huren en gebruik maken van de goed uitgeruste gemeenschappelijke infrastructuur (onthaal, douches, keukens, breedband internetconnectie, vergaderruimten, etc.). Een groter bedrijf kan er een aparte eigen ruimte in gebruik nemen. Wat het gebouw bijzonder maakt, is niet enkel de geschiedenis van het pand en de ligging vlak aan de samenvloeiing van de Tyne en de Ouseburn, maar ook de manier waarop de uitbating gebeurt. Voor een vaste prijs, kunnen de huurders van het pand gebruik maken van alle faciliteiten en er worden geregeld activiteiten georganiseerd om de verschillende huurders met elkaar in contact te brengen, in de hoop dat er zo interessante cross-overs ontstaan.
Na de rondleiding in de Toffee Factory wandelden we langs de oevers van de Ouseburn waar we zagen hoe oude industriële panden daterend uit de tijd van de eerste industriële revolutie een nieuwe bestemming gekregen hadden. We zagen een kinderboekenmuseum in een oude molen, een boerderij op de grond van een voormalige fabriek, een manège in oude loodsen, enzovoort. Een buurt in volle verandering.
We wandelden verder langs steile straten naar de Biscuit Factory, een oud pand dat omgevormd was tot atelier en kunstgalerij. We lunchten in The Cluny met een Geordie pot, een soort stoofpotje van rundsvlees en aardappelen. Geordie is ook de naam van het plaatselijke dialect.
We namen na de lunch afscheid van gastheer nummer één om vervolgens de trein naar Leeds te nemen waar gastheer nummer twee ons opwachtte. Onze gastheer, of kortweg Toby, was de voornaamste reden voor ons bezoek aan Noord-Engeland. Mijn collega had hem vorig jaar tijdens een conferentie in Londen ontmoet en was erg onder de indruk van zijn visie en gedrevenheid. En ik kon haar geen ongelijk geven. Wat een charmante en charismatische man.
Vol enthousiasme bracht hij ons naar een reconversieproject in Leeds, waar de troosteloze vervallenheid en vergane glorie van verdwenen industrieën langzaam maar zeker nieuw leven ingeblazen werden. We bezochten twee erg inspirerende gebouwen die met dezelfde filosofie als de Toffee Factory uitgebaat werden: jonge bedrijven samen brengen om zo tot interessante kruisbestuivingen te komen. We gluurden binnen bij verschillende bedrijven en zagen oude industriële gebouwen die leken op Egyptische tempels en torens uit de Italiaanse renaissance. Die industriëlen vroeger durfden groot te denken.
We dronken iets in een plaatselijke pub om vervolgens opnieuw de trein te nemen naar onze laatste bestemming van de dag én de trip: Sheffield.
De omgeving van het station van Sheffield was duidelijk recent opgewaardeerd: een zilverkleurig gebogen kunstwerk waarlangs water naar beneden stroomde in combinatie met trapvormige waterpartijen en een fontein leidden de bezoekers vanuit het station recht het hart van de stad in. We logeerden in het Mercure Hotel met uitzicht op het glazen dak van de Sheffield Winter Garden. Onze Toby had nog een afspraak, een bijeenkomst van een buurtcomité of zoiets, maar zou ons daarna komen ophalen in het hotel voor een laat diner.
‘Photograph by Andy Barker, courtesy of Sheffield City Council’
Zo rond een uur of negen nestelden we ons aan een tafel in de Wig and Pen, een verwijzing naar de advocatenbuurt waarin we ons bevonden. Het eten was really delicious and a good time was had by all. Toby was werkelijk de perfecte gastheer: hij reeg met gemak het ene boeiende verhaal aan het andere. En de avond vloog voorbij.
Na het diner kroop ik rechtstreeks in bed. Het was op zich al een vermoeiende dag geweest en ik had nog een slaapachterstand in te halen van de korte nacht daarvoor.
Vrijdag 2 december was onze laatste dag in Sheffield. Omdat onze vlucht vanuit Manchester om zes uur ‘s avonds vertrok, waren we verplicht ons bezoek vroegtijdig te beëindigen om half twee in de namiddag. Om het maximum uit onze halve dag te halen, stonden dus extra vroeg op voor een ontbijt met vis, gepocheerde eieren en kipper, een gepekelde haring die in de UK typisch bij het ontbijt gegeten wordt.
Eerst stond een bezoek aan het Advanced Manufacturing Park Technology Centre op het programma. Dit bedrijfsgebouw concentreerde zich voornamelijk op hoogtechnologische bedrijven. Daarnaast kregen we ook uitleg over de ambitieuze uitbreidingsplannen voor het Advanced Manufacturing Park op de plek waar nu de restanten van een oude koolmijn liggen.
Daarna kregen we een rondleiding in het ElectricWorks gebouw. Een vrij klassiek gebouw dat door de inventieve en gedurfde aankleding in een hippe werkomgeving was veranderd. Sprong meteen in het oog: de glijbaan in de inkomhal. Dé snelste manier om van de vierde verdieping het gelijkvloers te bereiken. Natuurlijk moest ik die glijbaan uitproberen! Kleine hindernis: ik had een jurk aan, niet bepaald een glijbaanvriendelijke uitrusting. Tijdens de bliksemsnelle rit in de buis naar beneden, kroop dit weerbarstige kledingstuk natuurlijk naar boven. Gelukkig kon ik vlak voor de landing mijn jurk min of meer naar beneden trekken om mijn eer (en mijn gezicht) te redden.
Als glijbaanexpert kan ik jullie verzekeren dat dit de allerbeste glijbaan ooit was. Je voelde tijdens het naar beneden glijden niets van de ribbels die de overgang tussen de verschillende ringen van de buis vormen. Zo glad als een biljartlaken was die buis. Geweldig! Ik kon het dan ook niet laten om nog een tweede keer naar beneden te gaan. Dit keer me minder zorgen makend over de toestand van mijn kledingstukken. Iedereen zal al wel eens zwarte panty’s gezien hebben, zeker?
Na het ritje met de glijbaan, gingen we voor de lunch naar een plek waar ze organisch eten serveerden en dat tegelijktijd een tewerkstellingsproject was voor werklozen die elders moeilijk aan een job geraakten. Ik koos voor de Thai Spiced Scottisch mussels (wat een combinatie!) Tijdens de lunch maakten we kennis met twee plaatselijke politici die wat meer vertelden over hun toekomstvisie op Sheffield en met iemand die een investeringsfonds voor de creatieve industrie leidde. Deze laatste vertelde ons over een product waar hun fonds onlangs in geïnvesteerd had: een plastic trombone. Hij verzekerde ons dat de klankkwaliteit van de plastic trombone die van een echte evenaarde. Ik kon dit moeilijk geloven, maar oordelen jullie vooral zelf:
En toen was het tijd om afscheid te nemen. Na een vlotte treinrit kocht ik op de luchthaven van Manchester nog enkele Schotse zandkoekjes voor de collega’s. Ons vliegtuig bracht ons in een wip en een zucht terug naar België. Een inspirerende uitstap.
We maakten gebruik van het bezoekje aan ons petekindje om nog een dagje langer in Nederland te blijven. Mijn vriend en ik hadden er na de voorbije drukke dagen allebei behoefte aan om wat uit te waaien op het strand. De weergoden waren ons gunstig gezind: niet te koud en geen spatje regen te zien. We bezochten de gerenoveerde pier van Scheveningen ‘s nachts én overdag en leerden het begrip zandmotor kennen. En wat smaakt er beter dan een warme chocomelk met slagroom na een lange strandwandeling?
Tweede kerstdag brachten we een bezoekje aan ons Nederlands petekindje. Al bijna een half jaar is ze ondertussen: een vrolijke meid met bolle wangetjes en prachtige blauwe ogen die de ganse dag goedgezind is. Echt een schat van een meisje. Al zal ze, als derde in de rij, haar vrouwtje moeten leren staan tegenover haar oudere zus en broer.
Grote zus M van ons petekindje gaat ondertussen naar de Amerikaanse School in Den Haag. In een paar maanden tijd heeft het kind daar vlot Engels leren spreken. Ongelooflijk hoe snel een kleuter zo’n vreemde taal absorbeert. Voordat M naar school ging, kon ze geen woord Engels en nu konden we hele conversaties met haar houden in het Engels. Ze verbeterde zelfs onze uitspraak! Een vaardigheid waarmee ze de rest van haar leven voordeel zal doen. Persoonlijk vind ik het nog altijd doodjammer dat mijn ouders niet de mogelijkheden hadden om mij tweetalig op te voeden. Een goede talenkennis is immers een stevig fundament om een carrière uit te bouwen. Zeker als je bedenkt dat interessante jobs zich in de toekomst meer en meer in grote internationale bedrijven zullen situeren. En België is maar een stipje op de wereldkaart.
Na kerstavond al vastend doorgebracht te hebben, was mijn maag- en darmsysteem voldoende hersteld om er op kerstdag weer in te vliegen. De ouders van mijn vriend hadden, naar goede traditie, overvloedig veel eten in huis gehaald. Nochtans hadden ze een vooraf samengestelde Colruyt menu gekocht, bedoeld voor een bepaald aantal personen. Ik denk dat de samenstellers van die menu’s bij de Colruyt allemaal grote eters zijn, want hoewel ik echt mijn best gedaan heb, na het tweede voorgerecht (de paté met veenbessen), zal ik eigenlijk al vol.
Tussen de gangen door werden er ook nog pakjes uitgewisseld. Via een elektronisch lootje, had iedereen op voorhand een persoon toegewezen gekregen waarvoor hij of zij een pakje moest kopen. Een prima systeem, vind ik persoonlijk, want zo vermijd je een cadeautjesoverdaad. Alleen de kleine nichtjes van één en twee jaar oud ontsnapten aan dit systeem en die werden dan ook rijkelijk overladen met cadeaus. En het is nog maar pas Sinterklaas geweest! De jeugd van tegenwoordig verdrinkt in het speelgoed. Ze hebben zoveel speelgoed dat ze niet meer kunnen kiezen met wel stuk eerst te spelen. Misschien moeten we ons toch eens de vraag stellen of dat allemaal wel nodig is. En dat terwijl er elders kinderen zijn, waarvan de meest rudimentaire dagdagelijkse behoeften niet vervuld worden.
Enfin, dezelfde vraag kan je je natuurlijk stellen bij al dat overdadig schransen. Niet dat ik niet hou van de gezelligheid rond kerstmis, integendeel. Maar het kan geen kwaad om ook eens stil te staan bij wat er elders in deze wereld mis gaat.
Ik weet alvast wat ik volgend jaar op mijn verlanglijstje voor kerstmis zet: een HappyPack! (En ja, natuurlijk is dit slechts een manier om mijn Westerse geweten te sussen, maar alle beetjes helpen, nietwaar?)