Een nieuwe kroon

Lang, lang geleden, toen ze bloggen nog moesten uitvinden en ik nog een onbezorgde studente was die met haar fiets de Leuvense straten onveilig maakte, heb ik een ongeval gehad aan de Naamsepoort in Leuven. Omvergereden door een wagen die mij niet van de berg (ik kwam uit de richting van de Parkpoort) naar beneden had zien sjezen. Het was examentijd en ik was naar het kot van een vriend gefietst om samen te lunchen. Helaas bleek hij niet thuis te zijn ofwel heeft hij toen de bel niet gehoord, waardoor ik onverrichter zaken rechtsomkeert moest maken en ik een ietwat verstrooide chauffeur op mijn pad vond.

De auto raakte me op mijn linkerflank en ik herinner me dat mijn kin met een serieuze smak het asfalt raakte. Zo snel ik kon krabbelde ik recht (het waren immers examens, ik kon me geen ongeval veroorloven) en bij een eerste  oppervlakkige inspectie van mezelf stelde ik wat schaafwonden en kneuzingen vast die niet al te ernstig leken. De chauffeur moet nog meer ontdaan geweest zijn dan ikzelf, want hij kwam vliegensvlug op me toegesneld en vroeg of ik ok was. Op het moment zelf dacht ik van wel, maar ik noteerde toch zijn contactgegevens en nummerplaat.

Na het ongeval fietste ik terug naar mijn kot, waar het pas tot mij doordrong dat de schade toch iets ernstiger was dan eerst gedacht. Ik stelde een bloedende wonde aan de onderkant van mijn kin vast en ik kreeg het bloed dat uit de schaafwonden op mijn benen liep maar niet gestelpt, tegelijkertijd begonnen de kneuzingen op mijn benen op te zwellen en donkerpaars te worden. Ik besefte dat ik door de shock verkeerd gehandeld had. Ik had moeten vragen een ambulance te bellen en mij naar het ziekenhuis te brengen, per slot van rekening was ik op mijn hoofd gevallen.

In die tijd had ik nog geen gsm (ja, ik ben gewoon zó oud) en de telefoonlijnen op mijn kot waren altijd bezet (ik zat op een meisjespeda). Het lukte me dus niet om vanuit mijn kot naar mijn ouders te bellen om hulp. Dus trok ik snel een lange broek aan om de wonden te bedekken (die een paar minuten later al helemaal vol bloed hing) en liep ik naar Alma III waar ook een telefoon was. Ik moet mijn moeder de stuipen op het lijf gejaagd hebben met mijn zielige snottertelefoontje. Een ware smeekbede om hulp. Helaas was mijn vader die namiddag net op stap en kon ze hem (geen gsm’s weten jullie wel) niet bereiken. Mijn moeder kon ongelooflijk doortastend zijn als één van haar welpen in gevaar was en ze slaagde erin haar neef, een ambulancier, te mobiliseren om mij met de ambulance op mijn kot te komen ophalen en naar Gasthuisberg te voeren.

Op Gasthuisberg heb ik een uur of drie op Spoed gezeten totdat er eindelijk een assistentje tijd had om naar mijn wonden te kijken. Het goeie nieuws was dat het bloeden ondertussen gestopt was. De wonden werden verzorgd, de dokter ging na of ik geen hersenschudding had en ik mocht terug naar huis. Ondertussen waren mijn vader en moeder in Leuven aangekomen en konden zij me naar mijn kot terug brengen. Zij hadden ondertussen ook de politie gebeld zodat ik aangifte kon doen van het ongeval voor de verzekering. Onderweg naar mijn kot merkte ik plots dat ik precies een barst in mijn achterste kies voelde, linksboven helemaal achteraan. Een feit dat ik liet optekenen in het proces verbaal.

Toen ik samen met mijn ouders naar mijn fiets ging kijken, bleek die het er ook niet zo goed vanaf gebracht te hebben. Het voorste wiel was helemaal verwrongen en toen ik probeerde erop te fietsen lukte mij dat nog amper. Het moet de adrenaline geweest zijn die mij na het ongeluk voortstuwde van de Naamsepoort naar mijn kot.

Een paar dagen (en een gemist examen) later zat ik bijgevolg bij de tandarts. Die stelde vast dat de kies door de schok van de val op mijn kin in twee was gespleten. Hij verwijderde het losse stuk tand en enkele weken later moest ik terug komen om een metalen kroon over die achterste kies te laten plaatsen. Het werd nog een heel gedoe met de verzekering van de chauffeur die mij had aangereden, maar uiteindelijk kreeg ik een bedrag uitbetaald voor de geleden schade.

Ik moet zeggen dat ik lang niet meer aan dat ongeval gedacht heb, tot ik vandaag in de tandartsstoel lag. Ik had immers sinds een paar dagen verschrikkelijke tandpijn. Zo erg dat ik er ‘s nachts van wakker werd en ik noodgedwongen dafalgan moest gaan kopen bij de apotheker. Nu moeten jullie weten dat ik normaal nooit pijnstillers neem. Ik verdraag redelijk goed pijn, maar boy, tandpijn dat is toch iets helemaal anders. Zonder die pijnstillers had ik gewoon niet kunnen functioneren op het werk.

Enfin ja, ik dacht dat de pijn veroorzaakt werd door de kies vóór de kies met de kroon. Helaas het onderzoek wees uit dat het wel degelijk de kies met de kroon was waar het probleem zich situeerde. Zo’n metalen kroon sluit je tand nooit honderd procent volledig af en in de loop der tijden kunnen er bacteriën onder de kroon terecht komen met een ontsteking tot gevolg. Crap. Om mijn pijn te verdrijven zou ik een wortelkanaalbehandeling moeten ondergaan en moet de kroon vervangen worden. Nu, ik heb altijd geweten dat die kroon niet het eeuwige leven had en op termijn vervangen moest worden, maar het kostenplaatje (rond de duizend euro) deed me toch even slikken. En dat geld van de verzekering heb ik ondertussen natuurlijk al lang opgesoupeerd.

Om mij tijdelijk uit de nood te helpen, moest de tandarts door de metalen kroon heen boren om mijn daaronder gelegen tand te kunnen reinigen. Niet prettig, ik kan het jullie verzekeren. Maar goed, ‘t is niet dat ik veel keuze had. Gelukkig werkte de verdoving erg goed. Na meer dan een uur was de klus gefikst en kon ik met een tijdelijke vulling en een gat in mijn metalen kroon terug naar huis keren.

En dus wordt één van mijn eerste acties van het nieuwe jaar: een bezoekje aan de tandarts, alwaar mijn oude kroon verwijderd zal worden en mijn wortelkanalen opgevuld zullen worden. Blijkbaar heb ik vier kanalen in plaats van drie dus dat gaat me ook nog wat extra kosten. Blah.

Maar ik ben wel van de pijn verlost. Dat is ook al iets.

Fun met het openbaar vervoer

Het is nog maar dinsdag en het openbaar vervoer is er al in geslaagd mij maar liefst drie keer in de steek te laten. Gisteren werden zowel de trein die ik ‘s ochtends wou nemen als de trein die ik ‘s avonds wou nemen afgeschaft. ‘s Ochtends kon ik gelukkig nog net op de trein richting Zaventem springen en zo toch nog op tijd zijn voor mijn vergadering van 9.30u. ‘s Avonds had ik minder geluk, voor die ene keer dat ik eens op tijd mijn computer had dichtgeklapt op het werk, werd mijn trein natuurlijk afgeschaft en kon ik een half uur staan schilderen in Brussel Centraal.

En deze ochtend was het weer van dat. Moest ik voor één keer eens op een vergadering in Antwerpen zijn (langer uitslapen, hoera!), kwam er geen enkele tram opdagen. Terwijl de groep wachtende mensen in premetrostation Zegel steeds groter werd, kwam er geen enkel bericht over de ontbrekende trams. En dat terwijl het station nochtans over een lichtkrant beschikte om boodschappen te tonen. Of het station uitgerust was met een intercom systeem weet ik niet, maar van zo’n duidelijk gloednieuw station, zou je dat toch wel verwachten. Later vernam ik dat er twee zware tramongevallen gebeurd waren.

Gevolg: drie kwartier te laat op mijn vergadering, want helemaal te voet moeten gaan (53 minuten stappen). Ik ga me dringend zo’n fietsabonnement moeten aanschaffen.

De gruwelijke schoonheid van verwrongen staal

Een gruwelijk ongeval: twee treinen die frontaal op elkaar botsen. Het dodental staat ondertussen al op achttien. De beelden zijn schokkend, maar fascinerend tegelijkertijd. De treinstellen zijn geplooid en door mekaar geschud als waren het speelgoedtreintjes. Door een kind achteloos op het verkeerde spoor geplaatst om een ramp na te spelen. De graffiti op het rode treinstel, het contrast met het witte landschap, het zou een kunstwerk kunnen zijn. Een kunstwerk dat de onvolmaaktheid van de mens illustreert. Wellicht zal na onderzoek blijken dat een menselijke fout aan de oorzaak van dit ongeval lag. Tragisch, want hoe hard we het ook zouden willen, menselijke fouten zijn niet te vermijden. Somebody will screw up eventually. En ja, misschien had deze fout vermeden kunnen worden, maar laten we niet vergeten dat elk veiligheidssysteem geld kost, veel geld. En dat een heel spoorwegennet én al de treinstellen met zulke systemen uitrusten niet van vandaag op morgen gebeurt.

Lees ook wat Karel heeft te zeggen.

Spaghetti carbonara

Vrijdag waren we te gast bij vrienden. Eerst was het nog niet helemaal zeker of onze afspraak kon doorgaan, want de gastheer had maandag een klein accidentje met de fiets gehad. Klein accidentje is een understatement. Hij heeft een heel goede beschermengel gehad, want het had niet veel gescheeld of hij kon het niet meer navertellen. Hij reed zo’n 43 kilometer per uur (‘t is een sportieveling) toen hij op het fietspad werd aangereden en met een gigantisch smak op de vooruit van de wagen terechtkwam. Gelukkig droeg hij een fietshelm die de zwaarste schok opving, zodat hij er met een lichte hersenschudding, een serieuze vleeswond en heel veel kneuzingen vanaf kwam. Ik kreeg kippenvel toen ik het verhaal hoorde.

Schuifelend als een oud mannetje kwam hij vrijdag de deur voor ons opendoen, maar hij wilde van geen rusten weten. En wij maar zeggen dat hij zichzelf moest ontzien, maar neen, hij wilde per sé zelf naar de kelder voor een flesje wijn en dat terwijl hij duidelijk verging van de pijn (pijnstillers zijn ook een goeie uitvinding). Het rare is, dat hij zelf niet echt schijnt te beseffen hoeveel geluk hij heeft gehad, maar misschien komt dat later nog.

Het was alleszins een heel gezellige avond. We bewonderden hun knappe dochter van een half jaar oud en hadden heel boeiende discussies. Ik houd ervan om met andere meningen geconfronteerd te houden, zelfs al wijken deze erg af van de mijne. Het leert je de zaken vanuit een ander standpunt te bekijken. Ik ben er mij van bewust dat ik in een bubble leef, ver van de problemen van onze maatschappij en ik vind het heel verrijkend om te kunnen spreken met mensen die door hun job elke dag met die problemen geconfronteerd worden. Toch weiger ik te geloven dat we er niets aan kunnen doen. Wat mij betreft, zijn we hier in Europa van ver gekomen, na een eeuw met twee wereldoorlogen en de opkomst en de ondergang van het communisme. Noem me naïef, maar ik geloof nog steeds dat het mogelijk is een betere wereld te creëren.

Verkeersdoden

Man, man, ik ben al de hele dag niet goed van dat ongeval dat in Heverlee gebeurd is. Een moeder, haar dochter en twee vriendinnetjes zomaar uit het leven weggerukt door een gruwelijk ongeval. Bam en gedaan. Op slag dood. Volgens de experts van de politie reed de bestuurder van de wagen die de auto ramde waarin de vier slachtoffers zaten, tachtig à negentig kilometer per uur in een zone dertig en negeerde hij een stopbord. Ik hoop dat de klootzak die dit op zijn geweten heeft de rest van zijn leven niet meer slaapt. Al die verwoeste levens. Wat een drama.

Dan mag je nog zo voorzichtig rijden, je kan je nooit honderd procent beschermen tegen het onverantwoorde rijgedrag van je medeweggebruikers. Elke verkeersdode is er eentje te veel.

Fotootjes van het ongeval

Mijn vriendje is vandaag de bezittingen gaan ophalen die nog in de verongelukte wagen lagen. Hij heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om een paar fotootjes te maken, die ik graag met jullie deel. Ondertussen hebben we alweer een andere wagen. De vorige huurwagen werd ingeruild voor een minder stinkend exemplaar. Roken is sowieso een walgelijke gewoonte, maar roken in wagens is dat helemaal. Als een niet-roker mag je daarna genieten van de stank die nog steeds in de wagen hangt en die er ondanks rijden-met-open-ramen-in-de-winter niet uit te krijgen valt.

ongeval1

ongeval2

ongeval3

En als laatste foto, eentje van de airbags:

airbags

En dan zijn we blij dat er airbags bestaan

Mijn vriend heeft deze ochtend een ongeval gehad. Een kettingbotsing. Normaal gaat hij altijd met de trein werken, maar door de vertragingen veroorzaakt door de treinstaking in Wallonië, nam hij vandaag de wagen. Man, ik ben serieus geschrokken toen hij belde. ‘t Was allemaal ok, zei hij, hij had niks. Oef. Er waren nog zes andere wagens bij de botsing betrokken en de bestuurders zijn allemaal naar het ziekenhuis gebracht. Niemand is ernstig gewond. Maar toch, zo’n whiplash, soms merk je dat niet meteen. Ik ken nog mensen die daarmee een hele tijd gesukkeld hebben. Hij klonk vrij rustig aan de telefoon. Rustiger dan ik alvast. De auto is volledig om zeep, maar dat is niet zo erg. Het is een bedrijfswagen, de verzekering regelt dat wel. Het gebrek aan een wagen is eerder een praktisch probleem, niet onoverkomelijk, al zullen we waarschijnlijk wel een aantal afspraken moeten afzeggen de komende weken en missen we het afscheidsfeestje van een goeie vriend die deze week voor twee jaar naar Australië vertrekt. Hij zal het ongetwijfeld begrijpen.

Ik ben zo blij dat mijn vriend niks heeft. Airbags zijn een geweldige uitvinding.

De kapotte spiegel

Mijn vriendje belt net om te melden dat één of andere onverlaat ín Brussel de linkerspiegel van zijn wagen heeft afgereden (terwijl mijn vriend aan het rijden was) en zomaar zonder te stoppen is doorgereden. Een minivluchtmisdrijf!

Da’s nu al de tweede keer dat die spiegel afgereden wordt. De vorige keer was de schuldige echter zo eerlijk om een briefje met zijn telefoonnummer achter de ruitenwisser te steken met de melding dat hij de spiegel van onze geparkeerde wagen gemold had. Gelukkig zijn er ook nog eerlijke mensen op de wereld.

Nuja, ik lig er niet echt van wakker. ‘t Is een bedrijfswagen en ‘t is maar blikschade. Ik hoop gewoon dat mijn vriend niet te lang moet wachten in het politiebureau en dat het opstellen van het procesverbaal vlotjes verloopt. Ben meer benieuwd naar het resultaat van zijn meeting met de “man van Greenpeace”.