yab is een speciaal geval

En daar kom ik nu pas achter! Na al die jaren orthodontie en tandartsbezoeken, wist de tandarts mij vandaag te zeggen dat ik een speciale beet heb. En daardoor was de prachtig glimmende, gloednieuwe kroon te hoog (bizar, want ze hebben een afdruk van gans mijn bovenkaak genomen, waardoor het labo toch perfect kon zien hoe hoog mijn andere achterste kies is, hét vergelijkingspunt bij uitstek, zou ik zo zeggen). Gevolg: de tandarts heeft stukje bij beetje de kroon moeten bijvijlen en daarna opnieuw polijsten, want door al dat vijlen was de glans eraf. Niet dat iemand daar ook maar iets van zal zien, want die kroon bevindt zich helemaal achteraan in mijn mond, maar hey, die kroon kost genoeg, glimmen zal hij!

Dus ja, blijkt dat ik een afwijkend articulatiepatroon heb: ik heb een omgekeerde beet of curve met distaal geleiding (achteraan op de kiezen). Ik heb speciaal aan de tandarts gevraagd om het op een papiertje te schrijven, want anders zou ik het zelf nooit onthouden hebben. Blijkbaar was dat ook de reden dat er bij mij zoveel voorlopige kronen gesneuveld zijn. En zo leert en mens altijd iets nieuws over zichzelf.

Yab, de tandartsassistente

Of zo begin ik mij toch zo langzamerhand te voelen, na een bijna eindeloze reeks tandartsafspraken. Ter voorbereiding van de plaatsing van mijn definitieve kroon, moest ik sowieso een aantal uren op de tandartsstoel doorbrengen. En dan slaagde ik erin twee keer mijn voorlopige kroon kapot te bijten en hem één keer los te prutsen omdat ik met een tandenstoker wat etensresten tussen de twee kiezen uit wilde prutsen. De tandarts had erop aangedrongen dat de voorlopige kroon terug geplaatst moest worden als hij loskwam, dus startte ik deze ochtend de dag alweer in de tandartsstoel. Al een geluk dat Dentopolis zich vlakbij het station bevindt en ik rechtstreeks van de tandarts op de eerste de beste trein richting Brussel kan springen.

Als alles goed gaat, heb ik donderdag 7 november mijn laatste afspraak. Dan zal mijn definitieve kroon geplaatst worden en hoop ik enkele maanden verlost te zijn van de tandartsstoel. Het einde is in zicht!

Verdrinken in de tandartstoel

Deze ochtend bracht ik net iets meer dan twee uur door in de tandartsstoel, met dank aan dat ongeval dat ik lang, lang geleden had. Op zich ben ik wel het één en ander gewoon. Die keer dat de tandarts door mijn metalen kroon moest heen boren was ook niet prettig en per slot van rekening heb ik bijna twee jaar een beugel gedragen. De uren die ik voor die beugel met mijn mond opengesperd in een tandartsstoel gelegen heb, kan ik niet op twee handen tellen. Maar het is echt lang geleden dat ik meegemaakt heb dat twee uren zo traag voorbij gingen.

De tandarts moest een tijdelijke kroon installeren op mijn kies. Dus moest ze rond de voorlopig opgebouwde tand (bestaande uit dat materiaal waarvan vullingen gemaakt zijn en waarvan ik ondertussen al een paar stukjes was kwijtgeraakt) rondom rond afslijpen om plaats te maken voor de kroon. De kies in kwestie bevindt zich helaas helemaal achteraan linksboven in mijn kaak. Eén van de moeilijkst bereikbare plekken dus. Zowel de tandarts als ikzelf hebben afgezien en ik ben een paar keer bijna gestikt doordat het water van dat slijpding in mijn keelgat liep. En hoezeer de tandarts ook haar best deed, het was een geduw en getrek om bij de juiste plaats te geraken, waardoor ik nu een gescheurde mondhoek heb.

Nu, gelukkig was dit de vervelendste (en langste) behandeling van allemaal. Nog twee keer en ik kan er hopelijk weer voor een jaar of vijftien tegen. 😉

Een nieuwe kroon

Lang, lang geleden, toen ze bloggen nog moesten uitvinden en ik nog een onbezorgde studente was die met haar fiets de Leuvense straten onveilig maakte, heb ik een ongeval gehad aan de Naamsepoort in Leuven. Omvergereden door een wagen die mij niet van de berg (ik kwam uit de richting van de Parkpoort) naar beneden had zien sjezen. Het was examentijd en ik was naar het kot van een vriend gefietst om samen te lunchen. Helaas bleek hij niet thuis te zijn ofwel heeft hij toen de bel niet gehoord, waardoor ik onverrichter zaken rechtsomkeert moest maken en ik een ietwat verstrooide chauffeur op mijn pad vond.

De auto raakte me op mijn linkerflank en ik herinner me dat mijn kin met een serieuze smak het asfalt raakte. Zo snel ik kon krabbelde ik recht (het waren immers examens, ik kon me geen ongeval veroorloven) en bij een eerste  oppervlakkige inspectie van mezelf stelde ik wat schaafwonden en kneuzingen vast die niet al te ernstig leken. De chauffeur moet nog meer ontdaan geweest zijn dan ikzelf, want hij kwam vliegensvlug op me toegesneld en vroeg of ik ok was. Op het moment zelf dacht ik van wel, maar ik noteerde toch zijn contactgegevens en nummerplaat.

Na het ongeval fietste ik terug naar mijn kot, waar het pas tot mij doordrong dat de schade toch iets ernstiger was dan eerst gedacht. Ik stelde een bloedende wonde aan de onderkant van mijn kin vast en ik kreeg het bloed dat uit de schaafwonden op mijn benen liep maar niet gestelpt, tegelijkertijd begonnen de kneuzingen op mijn benen op te zwellen en donkerpaars te worden. Ik besefte dat ik door de shock verkeerd gehandeld had. Ik had moeten vragen een ambulance te bellen en mij naar het ziekenhuis te brengen, per slot van rekening was ik op mijn hoofd gevallen.

In die tijd had ik nog geen gsm (ja, ik ben gewoon zó oud) en de telefoonlijnen op mijn kot waren altijd bezet (ik zat op een meisjespeda). Het lukte me dus niet om vanuit mijn kot naar mijn ouders te bellen om hulp. Dus trok ik snel een lange broek aan om de wonden te bedekken (die een paar minuten later al helemaal vol bloed hing) en liep ik naar Alma III waar ook een telefoon was. Ik moet mijn moeder de stuipen op het lijf gejaagd hebben met mijn zielige snottertelefoontje. Een ware smeekbede om hulp. Helaas was mijn vader die namiddag net op stap en kon ze hem (geen gsm’s weten jullie wel) niet bereiken. Mijn moeder kon ongelooflijk doortastend zijn als één van haar welpen in gevaar was en ze slaagde erin haar neef, een ambulancier, te mobiliseren om mij met de ambulance op mijn kot te komen ophalen en naar Gasthuisberg te voeren.

Op Gasthuisberg heb ik een uur of drie op Spoed gezeten totdat er eindelijk een assistentje tijd had om naar mijn wonden te kijken. Het goeie nieuws was dat het bloeden ondertussen gestopt was. De wonden werden verzorgd, de dokter ging na of ik geen hersenschudding had en ik mocht terug naar huis. Ondertussen waren mijn vader en moeder in Leuven aangekomen en konden zij me naar mijn kot terug brengen. Zij hadden ondertussen ook de politie gebeld zodat ik aangifte kon doen van het ongeval voor de verzekering. Onderweg naar mijn kot merkte ik plots dat ik precies een barst in mijn achterste kies voelde, linksboven helemaal achteraan. Een feit dat ik liet optekenen in het proces verbaal.

Toen ik samen met mijn ouders naar mijn fiets ging kijken, bleek die het er ook niet zo goed vanaf gebracht te hebben. Het voorste wiel was helemaal verwrongen en toen ik probeerde erop te fietsen lukte mij dat nog amper. Het moet de adrenaline geweest zijn die mij na het ongeluk voortstuwde van de Naamsepoort naar mijn kot.

Een paar dagen (en een gemist examen) later zat ik bijgevolg bij de tandarts. Die stelde vast dat de kies door de schok van de val op mijn kin in twee was gespleten. Hij verwijderde het losse stuk tand en enkele weken later moest ik terug komen om een metalen kroon over die achterste kies te laten plaatsen. Het werd nog een heel gedoe met de verzekering van de chauffeur die mij had aangereden, maar uiteindelijk kreeg ik een bedrag uitbetaald voor de geleden schade.

Ik moet zeggen dat ik lang niet meer aan dat ongeval gedacht heb, tot ik vandaag in de tandartsstoel lag. Ik had immers sinds een paar dagen verschrikkelijke tandpijn. Zo erg dat ik er ‘s nachts van wakker werd en ik noodgedwongen dafalgan moest gaan kopen bij de apotheker. Nu moeten jullie weten dat ik normaal nooit pijnstillers neem. Ik verdraag redelijk goed pijn, maar boy, tandpijn dat is toch iets helemaal anders. Zonder die pijnstillers had ik gewoon niet kunnen functioneren op het werk.

Enfin ja, ik dacht dat de pijn veroorzaakt werd door de kies vóór de kies met de kroon. Helaas het onderzoek wees uit dat het wel degelijk de kies met de kroon was waar het probleem zich situeerde. Zo’n metalen kroon sluit je tand nooit honderd procent volledig af en in de loop der tijden kunnen er bacteriën onder de kroon terecht komen met een ontsteking tot gevolg. Crap. Om mijn pijn te verdrijven zou ik een wortelkanaalbehandeling moeten ondergaan en moet de kroon vervangen worden. Nu, ik heb altijd geweten dat die kroon niet het eeuwige leven had en op termijn vervangen moest worden, maar het kostenplaatje (rond de duizend euro) deed me toch even slikken. En dat geld van de verzekering heb ik ondertussen natuurlijk al lang opgesoupeerd.

Om mij tijdelijk uit de nood te helpen, moest de tandarts door de metalen kroon heen boren om mijn daaronder gelegen tand te kunnen reinigen. Niet prettig, ik kan het jullie verzekeren. Maar goed, ‘t is niet dat ik veel keuze had. Gelukkig werkte de verdoving erg goed. Na meer dan een uur was de klus gefikst en kon ik met een tijdelijke vulling en een gat in mijn metalen kroon terug naar huis keren.

En dus wordt één van mijn eerste acties van het nieuwe jaar: een bezoekje aan de tandarts, alwaar mijn oude kroon verwijderd zal worden en mijn wortelkanalen opgevuld zullen worden. Blijkbaar heb ik vier kanalen in plaats van drie dus dat gaat me ook nog wat extra kosten. Blah.

Maar ik ben wel van de pijn verlost. Dat is ook al iets.