Huiswerk

De nieuwe juffrouw van Russisch overdrijft. Ik heb heus niets tegen een paar oefeningetjes die je kan maken tijdens de treinrit van Leuven naar Brussel en weer terug, maar pagina’s en pagina’s oefeningen die je verondersteld wordt thuis te maken. Dat is er wat mij betreft toch wat te veel aan. Mijn vrije tijd is een bedreigde diersoort aan het worden.

Leeg

Gisteren veel te laat in bed, vandaag een ganse dag opleiding en enkele dringende zaken die ik multitaskgewijs tijdens de opleiding heb afgehandeld, een slippertje gemaakt op een natte stoeptegel, drieënhalf uur Japans en natgeregend door een regenbui om u tegen te zeggen. Ik wilde nog iets schrijven over de feestelijke opening van het festival van Gent, maar het zal voor morgen zijn.

Change of plans

Vanavond zouden mijn vriend en ik gaan eten bij een bevriend koppel. De gastvrouw werd echter ziek vlak voor onze afspraak en kreeg platte rust voorgeschreven door de dokter. Etentje afgelast. Dus zit ik nu achter mijn pc mijn foto-achterstand weg te werken en laten we straks het bad vollopen om samen te weken onder het genot van een glaasje wijn. Een druk sociaal leven is één ding, maar een avondje rustig met z’n twee kan ook eens deugd doen.

Lucky

Op de trein terug naar huis was ik de voorbije weken aan het overpeinzen. En ik besefte hoe bevoorrecht ik ben dat ik zoveel fantastische dingen mag meemaken. Ik heb leuke nieuwe mensen ontmoet, mooie plekken gezien, heerlijke gerechten gegeten, vreemde talen gesproken, genoten van de zon en het gelach van mijn vrienden. En bovenal, ik heb dit alles kunnen delen met de persoon die mij het liefste op de hele wereld is.

En dan te bedenken dat ik mezelf vroeger nooit in een relatie heb zien functioneren. Ik heb een moeilijk karakter en sterke overtuigingen. Ik ben geen gemakkelijk mens om mee samen te leven, ik geef dat toe. Ik heb als jong meisje nooit zitten fantaseren over een prins op het witte paard, want ik was ervan overtuigd dat een vaste relatie niks voor mij was. Hier en daar een scharrel of een kortstondige flirt en hup. Het deerde me niet. Ik zou als onafhankelijke vrouw alleen door het leven gaan.

Maar kijk, het kan verkeren. Op een dag kom je iemand tegen die je langzaam maar zeker leert appreciëren. De verlegen buitenkant verbergt een persoon die verbazingwekkend veel met je gemeen heeft, dezelfde interesses deelt en er dezelfde kijk op de wereld op nahoudt. En dan besluit je na twee jaar de sprong te wagen, een koppel te worden en wel te zien waar het eindigt.

En het blijft maar duren. En eerlijk, het wordt er alleen maar beter op.

Uitzichtloze discussies

Dit weekend heb ik ferm op mijn tong moeten bijten. We waren te gast bij vrienden die zich pas verloofd hadden en omdat de bruid katholiek is en de bruidegom protestant, ging het al snel over welk soort kerkelijke plechtigheid ze zouden hebben. En dan is de sprong snel gemaakt naar het geloof dat ze hun kind zouden meegeven. Alsof dat iets uitmaakt! Protestant of katholiek, ik ken de verschillen heus wel, maar voor mij zijn die zo futiel dat ik er het nut niet van inzie daar een heel spel van te maken.

En verder kan ik mij totaal niet vinden in het doopritueel. Traditie, my ass. Opgenomen worden in de gemeenschap van gelovigen, blablabla. Het kind heeft geen keuze en wordt een geloof opgedrongen. Geef mij dan maar de anabaptisten die vinden dat enkel volwassenen in staat zijn om voluit voor een geloof te kiezen. Al maak ik mij geen illusies, anabaptisten zullen hun kinderen wel zo hersenspoelen dat ze effectief ervoor kiezen gedoopt te worden.

Enja, ooit goot er ook een priester wat water over mijn hoofd en neen, ik heb daar geen trauma’s aan overgehouden. Ik had echter liever de vrije keuze gehad om bewust neen te zeggen.

Ben ik blij dat ik geen prinses ben

Dat dacht ik vandaag toen ik bijna doodgedrukt werd tussen een meute persfotografen. Je zou denken, toch leuk, zo wat lintjes doorknippen en gratis een bezoek aan een nieuw museum mogen brengen. Dat dacht ik ook, totdat ik zag hoe de prinsessen zowat omsingeld werden door de fotografenhorde en ondertussen lief moesten blijven glimlachen en doen alsof ze aandachtig luisterden naar de uitleg in een taal die niet de hunne is. Hun route door het museum was op voorhand mooi uitgestippeld en er was weinig tot geen ruimte voor spontaneïteit. En altijd blijven glimlachen, zelfs als er zich een opstootje voordoet waarbij wat “België barst” roepende flaminganten hardhandig afgevoerd werden.

Ik ben overigens ook blij dat ik geen persfotograaf ben en niet mijn brood moet verdienen met zulke events te fotograferen. Geef mij maar een gezellige feest of een prachtig landschap om op de gevoelige plaat vast te leggen. Eerst en vooral ben ik te klein. Ik had natuurlijk mijn hakken kunnen aandoen, maar als je een halve dag moet rechtstaan, is dat meestal geen goed idee. Door mijn platte schoenen geraakte ik echter met mijn amateurfototoestel niet boven die beren van venten uit. Verder hield ik me veel te braaf aan de regeltjes. Als iemand van de organisatie tegen mij zei: “Ga daar staan”, dan deed ik dan ook om enkele minuten later brutaal opzij geduwd te worden door een fotograaf-maniak die zelf het beste beeld wilde maken. Voor de Nederlandse fotografen waren ergerlijk. Zegt de begeleiding: “Hier mag niet geflitst worden, dit zijn kwetsbare kunstwerken”, denkt zo’n fotograaf: “Hah, ik doe toch gewoon mijn zin” en flitsen maar. En tegelijkertijd maar klagen en zagen dat ze de prinsessen niet goed in beeld konden krijgen.

Ik vind niet van mezelf dat ik me laat doen, maar op een gegeven moment werd het me te veel en heb ik de meute verlaten. Foto’s van een bende persfotografen, het is eens wat anders.

persfotografen