Gisteren ging ik nog eens op stap met mijn broertje voor een tasting. Na uitgebreid kennis gemaakt te hebben met de whisky van Arran vonden we het na onze reis naar Cuba tijd om onze kennis over Jamaicaanse rum te verdiepen. Alhoewel verdiepen niet meteen het juiste woord is. Ik denk niet dat ik al ooit een glas Jamaicaanse rum gedronken heb.
Mijn broer en zijn vriendin kwamen met de wagen naar Leuven. Mijn broer en ik lieten zijn vriendin achter op mijn appartement (ze is niet zo’n fan van sterke drank) en vanaf het station van Leuven de bus naar Boortmeerbeek. Een iet of wat ongezellige busrit, want de Leuvensesteenweg is sowieso al geen prettige straat en de buschauffeur stopte bij elke halte erg bruusk, waardoor ik op het einde van de rit zelfs een beetje misselijk was.
Ter plekke moest ik dus even van de busrit bekomen, gelukkig waren we een dik kwartier te vroeg. Dat gaf ons de gelegenheid de prachtige winkel van TasTToe te bewonderen. Ik denk niet dat ik al ooit zoveel sterke drank bij mekaar gezien heb in mijn leven. De winkel heeft zelfs een geklimatiseerde walk-in wijnkast en een humidor om sigaren te bewaren. Indrukwekkend.
In het midden van de winkel waren een paar lange tafels neergezet en de flessen rum die we deze avond zouden proeven stonden al klaar. Ik keek ernaar uit, want ik drink al eens graag een lekker glas rum na een goede maaltijd. Helaas, deze proeverij leerde mij dat Jamaicaanse rum niet zo mijn ding is. Veel te scherp van smaak en de geur (van nagellakverwijderaar) was soms zo overweldigend dat ik bijna geen zin meer had om te proeven. Sommige proevertjes heb ik zelfs laten staan: ik kon me er echt niet toe brengen het glas volledig leeg te drinken. Ook mijn broer was niet overtuigd. Aan de andere kant vond ik het wel interessant om bij te leren over het proces van het rum maken. Alhoewel het duidelijk is dat Jamaica erg trots is op hun exportproduct, blijf ik stevig in het kamp van de heerlijk zachte, zoete, donkerbruine rum.
Dit proefden wij:
Appleton Estate Rare Blend 12y – 42%
Monymusk Kintra 14y – 52,5%
Worthy Park Road Rummers 11y – 53,7%
Worthy Park Virgin Oak 5y – 55%
Hampden Overproof 7y – 60%
Jamaica 2008 11y – 62,8%
Long Pong Velier 11y – 62,5%
Mijn persoonlijk top 3 (waarvan ik eerlijk gezegd zelf nooit een fles in huis zou halen):
Worthy Park Road Rummers 11y – 53,7%
Appleton Estate Rare Blend 12y – 42%
Long Pond Velier 11y – 62,5%
Opvallende vaststelling: er waren slechts twee vrouwen aanwezig op een totaal van zo’n dertig aanwezigen. Wellicht wisten al de andere vrouwen dat de rum die geschonken zou worden naar nagellakverwijderaar stonk. 😉
Fijne babbel gehad trouwens met een sympathieke kerel uit Antwerpen bij ons aan tafel. Niet echt een groot rumkenner, maar wel een hobbyist die zijn eigen bier brouwt. Voor de liefhebbers: Galea Craft Beers.
Na het evenement kwam de vriendin van mijn broertje ons ophalen bij TasTToe, want op dat uur waren er geen rechtstreekse bussen meer naar Leuven. Een veel aangenamere rit dan de heenrit. 😉
Zondag spoorden mijn vriend en ik opnieuw naar Herentals. Ditmaal waren de weergoden ons beter gezind en reden we onder een stralend zonnetje met onze blue-bike naar het huis van zijn ouders voor de jaarlijkse familiebijeenkomst met zijn ouders, het gezin van zijn broer en het gezin van zijn zus. In totaal waren we met zes volwassenen en vijf kinderen. We aten eerst samen een pistolet en vertrokken dan naar Olen voor het gratis kinderfestival Keizer Kriek.
Het was zo’n prachtig weer dan mijn vriend en ik bedankten voor een lift en met onze blue-bikes tot ginder fietsten. Dankzij de fietsknooppunten werd het een aangename tocht die ons langs de toeristische highlights van Herentals, de Kleine Nete en het kanaal bracht. Echt genoten van dit fietstochtje met z’n tweeën, al waren de temperaturen met meer dan dertig graden misschien net iets minder fietsvriendelijk.
Het kinderfestival Keizer Kriek werd geafficheerd als een dag waarop kinderen ook grote-mensen-dingen mochten doen. En bij het eerste standje dat we aandeden, leek dat ook effectief zo te zijn: de kinderen mochten plaatsnemen aan een heuse draaischijf en zelf een potje boetseren. Leuk! Daarna ging het echter steil bergaf met de knutselactiviteiten. Sambaballen knutselen met plastic lepels en rijst in van die plastic Kinder-eitjes en daar dan gigantisch veel plakband rond; houten lepels met lijm insmeren en vol met glitter hangen, waarbij de helft van de glitter op de grond terecht kwam;… In tijden dat er zoveel wordt gediscussieerd over het risico van microplastics, vond ik het een beetje confronterend dat de meeste knutselactiviteiten in meer of mindere mate gebruik maakten van plastic. Waar is de tijd dat ik hele schilderijen knutselde met harde pasta in allerlei vormen en kleuren? Of keukenrolletjes versierde met wol? Enfin ja, niet goed over nagedacht, denk ik zo.
Voor volwassenen zonder kinderen viel er bitter weinig te beleven, buiten iets drinken op een terrasje. In de schaduw dan wel, want wie zich in de volle zon durfde neerzetten, werd bijna levend geroosterd, zo warm. Konden mij wel bekoren: de rope skipping demonstratie (zo jammer dat deze sport niet tijdens mijn jonge jaren bestond, zou ik beslist geweldig gevonden hebben) en de X-treme rock ‘n roll, man, man die konden er wat van! Ook cool: de death ride van de mannen van het leger.
Rond vijf uur vingen mijn vriend en ik de terugtocht naar Herentals aan, alwaar bij aankomst ons de grootste verzameling Chinese gerechten ooit opwachtten. Uiteraard hadden zijn ouders weer lichtelijk overdreven… Ik ga ervan uit dat ze de rest van de week op de overschotjes alleen hebben kunnen overleven. 😉
Die luttele calorieën die we tijdens onze fietstocht verbrand hadden, werden alvast dubbel en dik aangevuld door dit copieuze avondmaal. Ik had zelfs geen plek meer voor het dessert! Tijdens de treinrit naar huis, zat er bijgevolg niet veel energie meer in ons. 😉
Bij het ontbijt blijken mijn broer en zijn vriendin nog steeds geplaagd door darmproblemen. De toeristenziekte is heel hardnekkig, hier in Cuba. Maar goed dat we extra immodium gekocht hebben.
Vandaag beperken we ons tot wat uitstappen in Viñales zelf. Via de uitbater van onze casa regelen we een taxi. En nogal corpulente chauffeur met een knalrode wagen komt ons oppikken. Trots vertelt hij dat het voertuig 70 jaar oud is. Wat er, om eerlijk te zijn, ook aan te zien is. Het ding hangt duidelijk met haken en ogen aan elkaar. Het comfort in de wagen is niet zo hoog, maar daar zijn we ondertussen al een beetje aan gewend geraakt, hier in Cuba.
Al snel wordt het ons duidelijk dat we ditmaal geen officiële taxi getroffen hebben. De officiële taxi’s hebben allemaal een duidelijk zichtbaar bordje met ‘taxi’ aan hun voorruit hangen. Dit attribuut ontbreekt echter in onze knalrode wagen en het valt op dat onze chauffeur erg voorzichtig is bij het parkeren van zijn voertuig. Hij zal altijd op een plek ver weg van de ingang gaan staan. Oh well, onze chauffeur is een aimabele man en het tarief dat hij voorstelde om een dag met ons rond te rijden, is veruit het goedkoopste tot nu toe.
Onze eerste stop van de dag is Cueva del Indio, een niet zo grote grot met druipsteenformaties, waarvan we elders al mooiere exemplaren gezien hebben. Na een korte wandeling stappen we over in een bootje dat ons naar de andere kant van de grot brengt. Mooi, maar echt onder de indruk zijn we niet.
Volgende halte: Cueva de San Miguel. Dit is een grot waar je gewoon kan doorwandelen en om eerlijk te zijn, niet echt de moeite. Gelukkig is het inkomgeld laag genoeg om niet van een teleurstelling te moeten spreken. Wat deze grot toch de moeite van een bezoek waard maakt, is het feit dat de holtes en spleten vroeger dienst deden als woonst voor gevluchte slaven. Her en der in de grot zijn scènes nagebouwd om het (ongetwijfeld harde) leven van vroeger te evoceren.
Aan het einde onze wandeling door de grot worden we opgeschrikt door tromgeroffel. Een zeer stevig gebouwde zwarte komt op ons afgelopen en voert vlak voor onze neuzen een vuurspuwact uit. Hij strijkt ook verschillende malen met een fakkel over zijn armen (waarop geen haartje meer te bespeuren valt). We durven niet anders dan hem een fikse fooi geven. Wie weet spreekt hij anders wel een Santería vloek op ons uit. 😉
Derde stop: de Jardin Botanico van Viñales, een prachtige tuin die vol met de meest exotische bomen en planten staat. De tuin werd aangelegd door twee zussen, kinderen van een zwarte vader en een Aziatische moeder. We krijgen een heel boeiende rondleiding in de tuin en zien zelfs een kolibrie! Het lukt me niet het vogeltje goed in beeld te brengen, maar toch blij dat ik voor het eerst in mijn leven een kolibrie in het wild gezien heb. Op het einde van de rondleiding mogen we nog wat vers fruit proeven, afkomstig uit de tuin. Heel erg boeiend!
Terwijl we onderweg genieten van de eighties music die onze chauffeur voor ons speelt, rijden we verder naar de Mirador del Valle, waar we de Valle de Viñales vanuit alweer een ander gezichtspunt kunnen bewonderen. Op deze plek bevindt zich ook een informatiepunt dat heel boeiende uitleg biedt over het ontstaan van deze bijzondere vallei en zijn fauna en flora. Jammer dat de meeste canvassen met uitleg al wat aan het verslijten zijn.
Volgende halte: de Mural de la Prehistoria. De Cubaanse schilder Leovigildo González, leerling van de befaamde Mexicaanse kunstenaar Diego Rivero, schilderde op de kale rots van een mogote een reusachtige en bijzonder kleurrijke muurschildering die de evolutie uitbeeldt. Van ammonieten tot homo sapiens (al zijn er toch wat tussenstappen verdwenen, waarschijnlijk wegens plaatsgebrek). Het kunstwerk dateert uit 1959-1962 en maakt gebruik van de scheuren in de rots voor speciale licht- en kleureffecten. De muurschildering wordt regelmatig overschilderd om de kleuren levendig te houden.
Als laatste stop op onze rondrit, zet onze chauffeur ons af bij een plek waar we kunnen ziplinen. Aangezien ik een kleedje aan heb en geen short bij heb om onderaan te doen, sta ik niet meteen te springen om deze uitdaging aan te gaan. Gelukkig heeft de rest van mijn gezelschap ook net zoveel zin in een zipline-ervaring.
In de plaats daarvan maken we een wandeling die start op dezelfde plaats als waar je de zipline tickets kan kopen. We verwachten niet al te veel van deze wandeling, maar onverwacht komen we op mooie paden terecht geflankeerd door kunstzinnige houten beelden. We maken een kleine lus en genieten van de prachtige natuur rondom ons. We komen langs een uitkijkpunt, een grot, een groen watertje, een paard en wat koeien en geiten. Het is stevig warm en vooral mijn broer en zijn vriendin hebben het lastig.
Na de wandeling brengt onze sympathieke chauffeur ons terug naar het centrum van Viñales. Ondertussen is het al ongeveer 14u. Tijd voor het middagmaal. We komen terecht in restaurant Tres Jotas alwaar we ons eerst naar het toilet begeven om het rode stof van onze handen te wassen. Ik durf het aan The Three J Tapas te bestellen. Lekker veel variatie, al blijft natuurlijk altijd ergens de schrik spelen om ziek te worden. Leuk detail: de rekening wordt gebracht in een uitgehold boek.
Na het middagmaal keren we terug naar onze casa, waar we de hitte en het rode stof van ons afspoelen. Mijn vriend en ik hebben na al dat in de wagen zitten zin in nog een wandeling, maar we kunnen mijn broer en zijn vriendin niet overtuigen om mee te gaan. Dus trekken we er met zijn tweetjes op uit en laten we ons op goed geluk leiden door openstreetmap.
De wandeling brengt brengt ons langs boerderijen met allerlei gewassen en een koffieplantage met ditmaal wel mooie, groene koffiestruiken. We komen zelfs een verdwaalde kalkoen tegen! We pauzeren er even bij een overdekt open lucht café en drinken er de beste cocktail van gans de reis: een guarapi ron (suikerrietsap, citroensap, appelsiensap, ananassap en rum), uiteraard bestellen we een extra portie rum om de cocktail net dat meer pit te geven. We worden bediend door een supervriendelijk meisje dat ons gerust stelt: al het ijs dat ze gebruiken, wordt gemaakt van flessenwater. Oef!
We wandelen tot aan een prachtig meer in de Valle del Silencio. Het is me niet geheel duidelijk of dit meer kunstmatig is of door mensen aangelegd, maar de omgeving is alleszins prachtig. En guess what? Je kan er koffie, rum en sigaren kopen. Wie had dat verwacht? Op de terugweg maken we nog een ommetje langs de Mirador van Valle del Silencio die uitkijkt over de omgeving waar we zonet gewandeld hebben. Mooi met de ondergaande zon.
We komen volledig bestoft terug van deze wandeling en nemen onze tweede douche van de dag. Het water dat van mijn lijf stroomt ziet helemaal rood. Tijd voor het avondmaal! Origineel zijn we deze keer niet, we keren terug naar Cubar, waar we onze eerste dag in Viñales zulke heerlijke cocktails gedronken hebben. We gaan opnieuw voor tapas en genieten van de lekkere kroketjes, patatas bravas, brochettes, tortilla en bruschetta’s. En ik ontdek dat een banana daiquiri zo mogelijk nóg lekkerder is dan een gewone daiquiri.
We sluiten de avond af met een lekker glas rum en zijn het er allen over eens: Viñales is het voorlopige hoogtepunt van onze trip naar Cuba.
Goed geslapen in onze kleine kamer. Bij het ontbijt wachten ons de klassiekers: vers fruit, versgeperst fruitsap, wat brood, kaas, cake en een lekkere omelet. Het smaakt ons! Mijn broer is nog niet volledig de oude, maar het lukt hem om te eten en hij voelt zich goed genoeg om mee te gaan paardrijden. Hoera!
We hebben met onze ranchero afgesproken aan de kerk van Viñales. Vanaf daar is het een dik kwartier stappen naar de ranch. We voelen de zon al stevig branden. Dat belooft voor ons ritje straks!
Op onze bestemming aangekomen, krijgen we alle vier een paard toegewezen. Mijn vriend, die de meeste rij-ervaring heeft, mag de bruine hengst bestijgen die voorop gaat. Na hem komt mijn broer op een bruin paard, dan ik op Morro, een wit paard, daarna de vriendin van mijn broer op een bruin paard en onze cowboy sluit de stoet af.
De paarden zijn heel mak en blijven mooi in het rijtje lopen, al moet ik zeggen dat mijn paard er duidelijk wat minder zin in heeft dan de rest. Een paardrijtocht is dé ideale manier om de Viñales vallei te bezoeken. Het landschap is echt prachtig: de rode grond contrasteert met het groen van de Mogotes (kalkstenen heuvels met grillige vormen die willekeurig rondgestrooid lijken) en de blauwe lucht maakt het veelkleurig plaatje compleet.
Bij de eerste stop bij een tabaksplantage heeft mijn broer een klein accidentje: hij blijft bij het afstijgen met zijn schoen haken in de stijgbeugel en valt van zijn paard. Gelukkig heeft hij niets ernstigs, alleen een deuk in zijn zelfbeeld. 😉
Valle de Viñales heeft de reputatie de beste tabak ter wereld voort te brengen. Op de tabaksplantage krijgen we een rondleiding in de schuren waar de tabak te drogen hangt. Vervolgens krijgen we een uitgebreide uitleg over het ganse proces: het oogsten, drogen en fermenteren gebeurt in de vallei zelf, waarna het merendeel van de tabaksbladeren in fabrieken tot sigaren verwerkt worden. Een deel van de tabaksbladeren worden echter ter plekke verwerkt. De sigaren die op de plantage zelf gerold worden hebben een jaar gefermenteerd, versus drie maanden voor de sigaren van een fabriek.
We zijn niet de enigen die deze plantage bezoeken. We krijgen gezelschap van een Frans koppel en een jonge vrouw. Ik merk al snel dat het voor de anderen niet zo eenvoudig is om de uitleg in het Spaans te volgen en ik vertaal vanuit het Spaans naar het Frans. Aangezien de jonge vrouw samen met het Franse koppel gearriveerd was, ging ik er automatisch vanuit dat zij ook Franstalig was. Blijkt ze een Londense te zijn die slechts één taal machtig is: het Engels. Dus dan maar de rest van de uitleg naar het Engels vertaald, want het Franse koppel verstaat gelukkig wel Engels.
Na de uitleg is het eindelijk zover: we mogen een sigaar proeven die hier ter plekke gerold is. De tabaksboer toont hoe hij het uiteinde van zijn sigaar in honing dopt en er dan aan trekt. Ik ben niet echt een fan van roken, dus ik laat de sigaar passeren. Mijn broer (die zo nu en dan na een barbecue al eens een sigaar boven haalt) is in zijn nopjes en toont maar al te graag dat dit niet zijn eerste sigaar is. Voor mijn vriend is het daarentegen wél zijn eerste sigaar. Het lukt hem niet echt om rook uit het ding te krijgen. Nog werk aan zijn techniek dus. 😉 Ondanks het feit dat noch mijn vriend noch ik sigaren roken, kopen we toch een bundeltje sigaren. Leuk om iets bijzonders te kunnen aanbieden aan onze toekomstige gasten.
De Londense is trouwens erg in haar nopjes met haar eerste sigaarervaring. Ze vraagt me te filmen en neemt een berg selfies met de sigaar om op haar instagram account te zetten. Ze vertelt ons dat ze in de city werkt en dat dit de eerste reis is die ze helemaal alleen maakt, tot groot ongenoegen van haar vader. Aan haar trekken te zien, vermoed ik dat ze van Middenoosterse afkomst is. Ze moet nog vrij jong zijn, maar ze heeft al stevig aan haar gezicht laten prutsen: opgespoten lippen en haar onbeweeglijke voorhoofd verraad botox-gebruik. Oh well, zo lang ze maar gelukkig is, niet?
Vervolgens krijgen we uitleg over de Cubaanse rum en koffie. Als didactisch materiaal hebben de uitbaters van de ranch een paar miezerige koffiestruiken geplant, nuja struiken, het zijn eerder takjes die zich duidelijk niet in hun nopjes voelen in de droge, stoffige omgeving.
Na dit bezoek bestijgen we opnieuw onze paarden. Morro, mijn paard is niet al te enthousiast. Van zodra we in draf gaan, laat hij het afweten. Hij draaft een paar meter en dan valt hij terug op een stapsvoets tempo. Mijn caballo automatico heeft een stevige eigen wil.
Op de terugweg lassen we een drankpauze in bij een soort cafetaria met picknicktafels onder een rieten dak. Mijn vriend en ik nemen het risico een bestellen een coco loco: een verse kokosnoot met rum. Lekker! We zullen later wel zien welk effect die keuze op onze darmen heeft.
Na de drankpauze tsjokken we, nog steeds in dezelfde volgorde, terug. Morro geeft er ongeveer de brui aan en laat een steeds grotere afstand vallen tussen hem en het paard van mijn broer. Wanneer we op het einde van de rit afstijgen zien we alle vier rood van het stof. Maar het was wel een unieke ervaring. En mijn broer is niet ziek geweest!
Van zo’n paardrijtochtje krijgt een mens honger: tijd voor het middagmaal! Op goed geluk stappen we één van de restaurants in de hoofdstraat van Viñales binnen. Restaurant 1920 serveert tapas. Ideaal! En blijkbaar hebben ze ook daiquiri’s. 😉 Wat een verrassing. 😉 Alvorens te eten, gaan we één voor één naar het toilet om ons een beetje op te frissen, het kost me stevig wat moeite om al het rode stof van mijn handen en mijn gezicht te wassen.
Onze volgende uitstap is iet of wat minder poëtisch. Aangezien de immodium er hier aan een schrikwekkend tempo doorgaat, gaan we naar de farmacía om wat extra geneesmiddelen. In mijn beste Spaans omschrijf ik al de symptomen van mijn broertje en we krijgen een Cubaans geneesmiddel mee dat vergelijkbaar is met immodium en wat in water oplosbare zakjes die de maag zouden moeten kalmeren. De vriendelijke dame in de farmacía geeft een zeer uitgebreide uitleg over hoe de geneesmiddelen te gebruiken die verrassend verstaanbaar is. Ze benadrukt eveneens dat mijn broer best een dokter raadpleegt als de symptomen verergeren. Aangezien ik ooit zelf met een bacterie van onze reisje naar Tunesië ben terug gekomen, ben ik er vrij gerust in. Toen ik een bacterie had opgedaan, hielp zelfs immodium niet. Bij mijn broer lijken de ongemakken min of meer onder controle.
Trouwens: niets dat de bacteriën zo snel onschadelijk maakt als een beetje alcohol. We stappen een staatswinkel binnen en kopen een fles Cubaanse rum. Een fijn souvenir om later nog eens aan deze reis terug te denken.
Het is nog wat vroeg voor het avondmaal, dus besluiten we nog wat de toerist uit te hangen. We laten ons van het centrum van Viñales door een taxi naar Los Jazmines brengen, waar we een mooi uitzicht hebben over de vallei. Wel jammer dat de ondergaande zon voor tegenlicht zorgt. Niet ideaal om foto’s te maken van een landschap.
Van Los Jazmines nemen we dezelfde taxi naar El Balcón, dat volgens onze reisgidsen ook een mooi uitzicht zou bieden. De taxichauffeur biedt aan om op ons te wachten en we gaan zonder nadenken in op dat aanbod. Bij nader inzien hebben we een sterk vermoeden dat we veel te veel betaald hebben voor deze taxirit en dat we de taxichauffeur beter hadden laten vertrekken om een goedkopere taxi aan te houden. Persoonlijk heb ik een hekel aan afdingen en helaas geldt dat ook voor de rest van mijn gezelschap. We zijn collectief slechte onderhandelaars. Enfin ja, het is niet dat de modale Cubaan het zo breed heeft.
Wanneer onze dure taxi ons afzet bij El Balcón vraagt de chauffeur opnieuw of hij op ons moet blijven wachten. We bedanken hem echter en zeggen dat we ons wel zullen redden. Hij geeft ons zijn kaartje en dringt erop aan hem zeker terug te bellen voor de terugrit naar het centrum. Wij knikken beleefd van ja, maar geen haar op ons hoofd dat erover denkt hem terug te laten komen. Bij El Balcón treffen we een prachtig terras aan waar het verrassend rustig is. We bestellen een drankje en genieten van het mooie uitzicht.
We hebben geluk, op het moment dat wij terug willen naar het centrum, treffen we een taxi die net klanten heeft afgezet bij El Balcón. Voor slechts 4 CUC bengt deze taxi onze naar het centrum. Wat ons eerdere vermoeden bevestigt dat we veel te veel voor de vorige rit betaald hebben.
Terug in het centrum van Viñales, gaan we iets eten bij El Olivo, dat aangeraden wordt door onze reisgids. Iedereen in mijn gezelschap beperkt zich tot Europese gerechten, behalve ik, ik waag mij aan één van de suggesties van de chef: cabrito asado al vino blanco con romero fresco (een jong geitje met witte wijn en rozemarijn). We hebben allemaal een beetje schrik om ziek (of zieker) te worden, maar aan de andere kant zou ik het jammer vinden om nergens meer van de plaatselijke specialiteiten te kunnen proeven. Het geitenvlees, afkomstig van de biologische boerderij van het El Olivo, is heel erg lekker en supermals!
Na het avondeten nemen mijn vriend en ik afscheid van mijn broertje en zijn vriendin. Mijn broertje is nog steeds herstellend en wil graag wat slaap inhalen.
Mijn vriend en ik vinden een leuk dakterras om de avond af te sluiten met een lekkere canchánchara. Dat we ook nog eens een paar vuurvliegjes spotten, is de kers op de taart. Ik heb nog nooit een vuurvliegje in het echt gezien!
Vandaag staat de langste rit van heel de reis op het programma: ongeveer vier uur en een half. Helaas is mijn broertje de voorbije nacht echt heel ziek geweest. Alle fijne symptomen van een voedselvergiftiging tegelijkertijd: diarree, overgeven en koorts. Wijselijk besluit hij het ontbijt over te slaan. Wat maakt dat we met ons drietjes zijn, op ons dakterras.
De oldtimer die ons naar Viñales zal brengen is de mooiste tot nu toe: een prachtige paars-witte chevrolet die blinkt als nieuw. We leggen aan de uitbater van onze casa en aan de chauffeur uit dat mijn broer heel ziek is en dat het wellicht nodig zal zijn om onderweg een paar noodstops in te lassen om de wagen blinkend proper te houden. De taxichauffeur is heel vriendelijk en geeft aan dat hij wel zal wachten tot we klaar zijn om te vertrekken.
In afwachting van ons vertrek beginnen we te puzzelen met onze bagage, die geraakt nét niet in de koffer van de oldtimer. Niets wat niet kan opgelost worden met een stevig stuk touw. 😉
Uiteindelijk voelt mijn broer zich goed genoeg en kunnen we toch rond 9u vertrekken zoals gepland. Zijn vriendin heeft hem volgepompt met immodium en motilium om de rit hopelijk zonder kleerscheuren door te komen. Wij duimen dat er niet te veel noodstops nodig zijn.
De taxichauffeur is echt heel begripvol voor de situatie. Regelmatig vraagt hij of hij moet stoppen. Gelukkig is dat voorlopig niet het geval. Onderweg zien we veel lifters langs de weg staan. Wanneer ze onze oldtimer zien aankomen, doen ze teken of ze niet mee kunnen (veel Cubanen hebben zelf geen auto en liften is een courante manier van zich verplaatsen). Onze auto zit echter al helemaal vol.
We lassen één pitstop in en zowaar: ze beschikken daar over een proper toilet. Moh! Het is een mooie, maar lange rit, die ons terug voert langs de buitenwijken van Havana. Maar eerlijk: meer dan vier uur met z’n drieën op de achterbank van een oldtimer zitten, comfortabel is dat toch niet.
De rit verloopt gelukkig zonder incidenten. Mijn broer voelt zich nog altijd erg mottig, maar het ergste leed lijkt geleden. Rond 14u komen we aan in Viñales. Onze Casa bevindt zich in een wijk waar de straat uit verhard zand bestaat, maar de eigenaars zijn heel vriendelijk en de kamers zijn sober, maar proper. De eigenaar geeft ons een ganse uitleg over de bezienswaardigheden in Viñales. Uiteraard volledig in het Spaans. Toch blij dat ik een aantal jaar Spaanse les achter de kiezen heb.
Mijn broer voelt zich niet goed genoeg om samen met ons op zoek te gaan naar een bescheiden middagmaal. Hij blijft achter in de kamer, terwijl wij naar het restaurant gaan dat onze gastheer ons heeft aangeraden. Er blijkt echter een technisch probleem te zijn, waardoor het restaurant gesloten is. We komen net op hetzelfde moment bij het restaurant aan als een groep toeristen. De uitbater van het restaurant biedt aan ons naar een andere plek te brengen en ook onze gastheer dringt erop aan dat we de groep volgen.
Uiteindelijk zouden we door onze ervaring in Havana wijzer geworden moeten zijn, maar goed, we komen dus weer in een restaurant terecht waar we te veel betalen voor een simpel broodje (6 CUC). Gelukkig is de rum er wel goedkoop!
We gaan op zoek naar een plek om geld af te halen, wat verrassend vlot lukt. Viñales is duidelijk een populaire toeristenbestemming. We kopen een hoedje voor de vriendin van mijn broertje om haar bleke velletje te beschermen tegen de felle Cubaanse zon. Vervolgens keren we terug naar het hotel om mijn broertje op te halen die zich ondertussen wat beter voelt. Gelukkig maar, want ik had in mijn hoofd al een hoop Spaanse zinnetjes zitten oefenen om samen met hem naar de dokter te gaan.
We gaan samen iets drinken in de hoofdstraat van Viñales. De hoofdstraat is één lange aaneenschakeling van restaurants die zich allemaal in mooie historische panden met aan de voorkant overdekte galerijen bevinden. Op goed geluk komen we in restaurant Cubar terecht met een erg gezellige binnentuin. Ik bestel me eerst een daiquiri frappé en vervolgens een whisky sour. Beide cocktails zijn werkelijk uitstekend. We zijn ongeveer de enige klanten en we hebben (opnieuw) een privé dienster ter beschikking. Ze doet duidelijk erg haar best, want ons glas is nog maar twee seconden leeg of ze komt het al weghalen. Super snel afruimen zonder dat iedereen klaar is, is blijkbaar erg beleefd in Cuba.
Voor het avondmaal keren we terug naar onze casa. We hebben aan onze gastheer gezegd dat mijn broer last heeft van maag en darmen en dat we graag iets simpel zouden eten. We krijgen kip met rijst voorgeschoteld. Het lukt mijn broer, die wat hersteld is na zijn middagdut, zelfs om er wat van te eten. Goed, want morgen staat er een paardrijtocht op het programma en het zou jammer zijn mocht hij dit missen.
We gaan (alweer) op tijd slapen. De airco op de kamer maakt echter zoveel lawaai dat we beslissen hem af te zetten en enkel de ventilator op te zetten. Hopelijk krijgen we het deze nacht niet te warm.
Genoten van een heel uitgebreid ontbijt. Qua hoeveelheid overtreft dit ontbijt alle voorgaande. En dan te bedenken dat Hostal Colonial D + D één van de goedkoopste casas was. Nuja, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Cienfuegos nu niet meteen het meest toeristische gedeelte van Cuba is. Maar ik heb echt genoten van onze namiddag gisteren en vind het jammer dat we hier geen dagje langer kunnen blijven.
Stipt om 9u nemen we een beetje met spijt in het hart de taxi naar onze volgende bestemming: Playa Larga aan de Varkensbaai (ja, die van de gefaalde invasie). Bijna twee uur lang genieten we van het landschap met mangobomen en rijstplantages dat voorbij glijdt. Na iets meer dan een half uur gereden te hebben, merken we dat er op één van de twee rijvakken een strook dikke bruine korrels ligt. Een lang uitgerokken lint dat de helft van de weg in beslag neemt, zover we kunnen zien. Om de strook te vermijden moet de chauffeur met de wagen op het linkerrijvak rijden, want het rechterrijvak is volledig ingenomen. Tot hij een tegenligger ziet opdagen en moet terugkeren naar het rechterrijvak. Dit betekent dat we over de bruine korrels rijden, wat een bijzonder rare gewaarwording is. Het lijkt wel of er rijst op de weg ligt!
En jawel, ik informeer bij de chauffeur wat er op de weg ligt en hij bevestigt ons vermoeden: arroz. Blijkbaar is dit de ideale manier om rijst te laten drogen: op een asfaltweg. Maakt niet uit dat daar nu en dan een wagen over rijdt. Wij kijken een beetje bedenkelijk naar mekaar en ik denk bij mezelf: gelukkig koken ze rijst….
Aangekomen in de Varkensbaai moet onze chauffeur verschillende keren informeren alvorens we ons hotel vinden. De uitleg die we bij de boeking ontvingen, is allesbehalve duidelijk en blijkbaar is dit établissement toch minder bekend dat de eigenaars zelf dachten. Uiteindelijk komen we bij een sober huis waarbij op het plat dak extra kamers gebouwd zijn. De kamers zijn heel erg sober, maar hey, zolang er airco is, klaagt niemand.
We hebben twee opties voor vandaag: ofwel bezoeken we het Parque Nacional Ciénaga de Zapata ofwel brengen we een namiddag door op het strand. De meerderheid kiest voor het strand. Een beetje relaxen zal ons deugd doen. We bemachtigen vier strandstoelen en zetten deze bij mekaar in de schaduw van wat palmbomen. Buiten de aanwezigheid van wat (zielige) straathonden is het heel rustig op het strand. We zwemmen, delen een pizza als snack (de straathonden zijn bijzonder geïnteresseerd), genieten van een verse kokosnoot met rum en een mojito en maken een wandeling langs de baai. We hebben ook onze snorkel bij, maar in het glasheldere water zijn niet veel vissen te zien. Om een goede snorkelplek te bereiken, zouden we een boot moeten nemen. Oh well, er komen zeker nog gelegenheden om te snorkelen deze trip.
Na een namiddag luieren op het strand, maak ik me stiekem de bedenking dat ik toch liever de mangroven gezien had. Het is niet dat ik elke dag in Cuba ben en dit voelt een beetje als een verloren namiddag, maar goed, het strand was ook mooi. Een ander nadeel van te lang op het strand rondhangen: we zijn allemaal verbrand. Bij mijn vriend en mezelf valt het nogal mee, het is vooral de vriendin van mijn broertje die stevig verbrand is. Ze heeft een huid die erg slecht tegen de zon kan en heeft zich wellicht wat te weinig ingesmeerd. Ook de anders zo witte bast van mijn broer ziet flink rood. We spoelen het zout en het zand van ons af in de douche en smeren ons allemaal in met een dikke laag aftersun.
Klaar voor het avondmaal op het dakterras van onze casa! Wij zijn de enige gasten die een avondmaal besteld hebben en kunnen dus alweer genieten van privébediening. Ik smul van werkelijk heerlijke kreeft en ook de andere gerechten zijn erg lekker. We krijgen zelfs een ijsje als desser! ‘s Avonds is er niet zoveel te doen in Playa Larga, dus besluiten we wat spelletjes te spelen op de kamer. Helaas zijn mijn vriend en ik de verschillende edities van black stories die ik speciaal voor deze reis gekocht had, thuis vergeten. Naarmate de avond vordert begint mijn broer zich steeds slechter te voelen. Hij lijkt zelfs wat koorts te hebben. Een goeie reden om de avond vroeg af te ronden. Hopelijk is hij na een goede nachtrust morgen beter!
Opgestaan met het nieuws van de aanslagen in Sri Lanka. Meer dan 200 doden… Naast het onvoorstelbare verlies voor vrienden en familie, kan ik me voorstellen dat dit een stevige klap zal betekenen voor het toerisme in Sri Lanka. Wat een drama op deze mooie Paasdag.
Ons laatste ontbijt op het binnenkoertje van Casa Sofia in Trinidad. Vandaag brengt onze oldtimertaxi ons naar Cienfuegos. De rit is werkelijk prachtig. Rond het middaguur komen we aan in Hostal Colonial D + D alwaar ons een gastvrije ontvangst met versgeperst sap wacht. De uitbater zijn Engels is zeer goed en hij geeft ons een uitgebreide uitleg over wat we zeker moeten doen in Cienfuegos. We laten onze bagage achter in de gezellige kamers en wandelen naar het stadscentrum.
Het is een stevig eindje wandelen naar het centrum en het is heel warm. Onze magen beginnen een beetje te grommelen (de darmproblemen lijken onder controle te zijn) en we stappen op goed geluk een klein restaurant binnen waar we de enige klanten zijn en de airo veel te hoog staat. En jawel, ze hebben er een live bandje! We eten er sandwiches die best wel lekker zijn.
Na de lunch lopen we verder naar Plaza José Martí. Ik heb niet geteld hoeveel pleinen, straten, gebouwen,… aan deze Cubaanse held gewijd zijn, maar ik kan jullie verzekeren dat het er heel veel zijn. Het is rustig op de Plaza José Martí. Twee werkmannen zijn bezig met de opbouw van een podium en wij informeren wat er aan de hand is. Ze geven ons mee dat het vanavond groot feest is op de Plaza ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van Cienfuegos. Helaas, het feest begint pas om elf uur ‘s avonds en wij moeten de volgende dag alweer vroeg uit de veren. Jammer, als we hier een dagje langer geweest waren, had ik graag meegefeest.
Het eerste gebouw (met een prachtig torentje) dat we willen bezoeken, blijkt helaas gesloten te zijn, dus zetten we onze wandeling verder langs een straatje met artisanale producten. De vriendin van mijn broertje koopt er twee mooie houten colibri’s. Benieuwd waar deze een plekje zullen krijgen in hun nieuwe woonst.
We lopen verder tot we de zee zien. Op een vervallen steiger staan allerlei kunstvoorwerpen. Een ietwat eclectische mix die me wel weet te bekoren. We worden achtervolgd door een zeer zielige en magere straathond die wellicht hoopt dat we hem iets te eten zullen toesteken. Helaas, we hebben niets bij. Het dier heeft een grote wonde aan zijn achterlijf, maar lijkt daar al bij al weinig last van te ondervinden. In de verte zien we twee pelikanen over het water voorbij scheren. Het moet van Australië geleden zijn dat ik nog pelikanen in het wild zag. Mooi!
Onze gastheer had ons een paar restaurants aanbevolen en we besluiten deze op voorhand te gaan scouten, kwestie van een fijn avondmaal te hebben. Op zijn Cubaans vragen we de menukaart, kijken wat in het restaurant zelf rond en bedanken vervolgens vriendelijk voor de gegeven informatie.
Het is warm, tijd om een drankpauze in te lassen. We komen terecht op het dakterras van El Ocaso met mooi uitzicht over Cienfuegos en de zee. We zijn de enige klanten in de zaak en krijgen prompt een privé-ober toegewezen. Deze hangt een heel verhaal op dat hij eigenlijk een gecertificeerde gids is en dat hij morgen graag onze privégids wil zijn. Wij bedanken vriendelijk en leggen hem uit dat we morgenvroeg alweer naar onze volgende bestemming vertrekken.
Na de uitleg over het gidsgedoe, volgt de uitleg over de sigaren. Hij komt met allerlei sigarenkistjes aanzetten die veel minder kosten dan in de officiële winkels. Hij weet hoe mensen te overtuigen, want hij gooit alle mogelijke verkoopargumenten in de strijd. Dat zijn baas in de sigarenfabriek werkt en daarom deze sigaren zo voordelig kan verkopen, dat hij niet veel verdient en zijn dochter (toont foto) graag een goeie toekomst zou geven. Enfin ja, bottom line is dat we uiteindelijk zo murw gepraat zijn, dat mijn vriend en ik beslissen over te gaan tot de aankoop van een kistje MonteCristo’s voor de inderdaad belachelijk lage prijs van 50 CUC. Wij vragen ons af of we opgelicht zijn, maar de doos en de sigaren zien er zeer echt uit (voor zover we daar over kunnen oordelen, natuurlijk) en we krijgen er een certificaat bij. Misschien zijn er ergens een paar kistjes van een vrachtwagen gevallen of zo?
De drankjes vallen dan weer tegen. De blauwe mojito die ons werd aangeraden weet mij niet te overtuigen en de caipirinha smaakt ook niet zoals het hoort. Gelukkig is het er niet duur.
Na deze een beetje uit de hand gelopen pauze wandelen we verder langs de brede Paseo del Prado. Het is nog een stevig eindje stappen naar Punta Gorda, het einde van de laan, dus nemen we een tuktuk om ons tot daar te brengen. We genieten van het mooie uitzicht op het water en de bijzondere architectuur van het Palacio de Valle, een bombastische mix van Venetiaanse en Moorse motieven. Blijkbaar kan je iets drinken op het dakterras, dus dat doen we dan maar. Deze keer houden we het bij water en een biertje.
We wandelen terug langs het water en genieten van de prachtige zonsondergang boven de zee. Onze gastheer had ons verteld dat er vandaag een maritiem festival plaatsvond in Cienfuegos en we komen midden in de mensenmassa terecht. Iedereen zit met een drankje te genieten van de zonsondergang en her en der staan kraampjes opgesteld. Superleuke vibe, alleen jammer dat we redelijk wat lege flesjes in het water zien ronddrijven.
Voor het avondmaal keren we terug naar één van de restaurants die onze gastheer had aangeraden: Doña Nora. Het restaurant bevindt zich op de eerste verdieping van een prachtige koloniale woning. Ik eet er werkelijk heerlijke vis, die met een glimlach geserveerd wordt door knappe Cubaanse jonge meisjes. Enige minpuntje: de buitentemperatuur is ondertussen wat gezakt en het is behoorlijk frisjes in het restaurant, met de balkondeuren wagenwijd open. Spijt dat ik geen vestje heb meegenomen!
Als afsluiter van deze heerlijke maaltijd bestellen van een glaasje rum. De dames komen de rum met de nodige zwier aan tafel uitschenken en mijn broer heeft zowaar flessengeluk! En oja: een kerel met gitaar zorgde voor live muziek. 😉
Na de maaltijd hebben we geen van allen zin om dat hele stuk terug te wandelen naar de casa. We houden de eerste de beste taxi aan en geven hem het adres van onze casa. De taxichauffeur blijkt een erg joviale kerel uit Havana te zijn die onlangs naar Cienfuegos verhuisd is. Het is duidelijk dat hij zijn weg hier nog niet goed kent, want we moeten googlemaps (dat illegaal is in Cuba) boven halen om hem te assisteren. Hij trekt zich niet al te veel van de verkeersregels aan, want hij negeert een duidelijk zichtbaar verbodsteken en rijdt zonder veel nadenken een eenrichtingsstraat in. Wij slikken even en zijn blij dat we heelhuids bij onze casa geraken.
Het is nog niet heel laat, maar een keertje op tijd in bed zal ons deugd doen!
Vrijdagavond kwamen mijn broer en zijn vriendin wat spullen terugbrengen die nog bij mijn vader op de zolder stonden. Helaas, was mijn broer iets te ijverig geweest, want hij bracht ook wat dozen mee die ik eigenlijk liever op de zolder gelaten had, wegens beperkte opslagruimte in onze appartementje. Maar, dat was snel vergeven, want hij had een wel bijzonder item mee: zes flessen Arran whisky met mijn naam op! Het resultaat van een whisky tasting meer dan een half jaar geleden. Ik moet eerlijk bekennen dat ik al half vergeten was dat ik deze flessen besteld had.
Voordat we in de whisky vlogen, genoten we samen van afhaalsushi van Kintsugi sushi bar. Zo blij dat er een goeie sushizaak vlakbij mijn appartementje geopend is! Beter dan de sushi die deliveroo of takeaway.com levert! Allez, ja, mijn vriend, de vriendin van mijn broertje en ikzelf genoten van de sushi. Mijn broertje heeft het zo niet op koude rijst en hield het op een wokgerecht.
De sushi ging vlotjes binnen met een glaasje witte wijn, een souvenirtje van het lentefeest in mei. En toen was het tijd voor The Real Stuff! Ik kraakte mijn eerste op sherryvaten gerijpte fles Arran whisky, gedestilleerd in 2006. En jawel, het smaakte nog net zo lekker als ik mij herinnerde. Heel blij dat ik meteen zes flessen gekocht heb. Een fles wil ik graag ongeopend laten en van de rest wil ik genieten samen met vrienden die een goed glas whisky weten te appreciëren. En die chocolaatjes van Bittersweet pasten er trouwens perfect bij!
Vrijdagmiddag brachten mijn vriend en ik een bezoek aan zijn ouders. Het was al van het lentefeest geleden dat mijn vriend zijn ouders nog eens gezien had en op zo’n feest is er vaak niet veel ruimte om echt diepgaande gesprekken te voeren. De NMBS bracht ons zonder problemen tot in Herentals, alwaar we een blue-bike ontleenden om naar het ouderlijk huis van mijn vriend te fietsen. Helaas, we waren welgeteld drie minuten onderweg toen de hemelsluizen open gingen. Om te vermijden dat we tot op ons ondergoed doorweekt zouden aankomen, maakten we als geslagen honden rechtsomkeert naar het station en belden we zijn ouders met de vraag ons te komen ophalen. Tot zover onze poging tot milieuvriendelijk vervoer.
Mijn vriend en ik lunchten samen met zijn ouders, bewonderden de vernieuwde vijver, maakten een kleine wandeling door de nabijgelegen bossen en brachten een bezoek aan het kerkhof om naar de de grafsteen van zijn opa te kijken. Gelukkig hadden tegen dan de regenwolken plaatsgemaakt voor een stralende zon. Ik genoot van de geur van de nog natte aarde vermengd met dennengeur en de stilte in het bos. Soms moet je niet ver gaan om mooie plekjes te ontdekken.
Aan het ontbijt treffen we drie mensen met tegensputterende darmen. Alleen mijn vriend (de enige die geen kreeft gegeten heeft) is gespaard gebleven. Gelukkig heeft de vriendin van mijn broertje een voorraadje immodium ingeslagen voor deze reis, want zelf heb ik enkel dafalgan bij en dat helpt niet echt in dit geval. We nemen voor noodgevallen wat extra rollen toiletpapier mee en proberen het voor de rest niet aan ons hart te laten komen.
Vandaag staat er opnieuw een rondrit op het programma met dezelfde chauffeur als gisteren, die dankzij ons ongetwijfeld zijn maandloon ziet verveelvoudigen. Onze chocolade met peperkleurige taxi (zwart en rood) brengt ons ditmaal naar de Topes de Collantes, een natuurgebied met groene, glooiende heuvels niet ver van Trinidad.
Onze eerste halte is (alweer) een Mirador. Wel handig, zo’n privé-chauffeur, daar zou ik in het dagelijkse leven zeker aan kunnen wennen. Jammer genoeg is het uitzicht op de vallei door de stevige bewolking niet zo goed. Het ziet eruit alsof het elk moment stevig kan beginnen gieten, maar op een paar druppels na houden we het voorlopig droog.
Op de trappen naar de mirador zit een man met een stevige tarantula. Wie dit wil, kan met het beest, Juanita genaamd, poseren. Natuurlijk willen mijn broertje en ik ons laten vereeuwigen met dit harige huisdier. Onze beide partners zijn niet echt een grote fan van spinnen, dus zij beperken zich tot het maken van enkele foto’s. Ik ben het eerste aan de beurt. De man plaatst de spin op mijn hand en laat het beest vervolgens naar omhoog klauteren. Het gevoel van de spinnenpoten op mijn huid is niet eens onaangenaam. Vervolgens plaatst de man de spin op mijn gezicht, midden op mijn zonnebril zodat ik niets meer kan zien. Kwestie van mijn vriend wat nachtmerries te bezorgen deze nacht. 😉 Ook mijn broer mag het beest op zijn gezicht zetten. Dat worden coole foto’s voor het nageslacht!
De volgende stop is de koffieplantage Finca Don Pancho die we zeker voorbij gereden zouden zijn, mocht onze chauffeur er niet gestopt zijn. We krijgen uitleg over het proces van koffie maken en mijn vriend mag zich zelfs wagen aan het verbrijzelen van een paar koffiebonen met een grote stamper.
Achter de koffiezaak begint een wandeling naar een waterval met als bonus een doortocht door een kleine grot. Het is een vrij steile afdaling om tot aan de waterval te geraken, dat belooft voor de terugweg. Waar wij gehoopt hadden op een idyllisch rustig plekje om te zwemmen, blijkt dat het op de rotsen aan de natuurlijke poel aan de voet van de waterval wemelt van het volk. Dik spijt dat ik niet op voorhand mijn badpak onderaan gedaan heb, want ik haat dat gesukkel met omkleden onder een badhanddoek.
Maar goed, een mens met er iets voorover hebben om onder een waterval te zwemmen. Het water is ijskoud en ik moet even naar adem happen wanneer ik in het water ga, maar het went al snel. De waterval komt met donderend geraas naar beneden en het lukt maar heel even om onder zo’n waterstraal te blijven zwemmen. Mijn vriend en ik nemen wat goprofoto’s terwijl mijn broertje en zijn vriendin vanaf de rotsen ons gade slaan.
Voor de klim naar boven houd ik mijn badpak onderaan. Het is toch meer dan warm genoeg. De terugweg is inderdaad stevig klimmen, maar da’s niets in vergelijking met de tochten die mijn vriend en ik in Korea gedaan hebben. De vriendin van mijn broertje heeft het even lastig, maar we geraken allemaal boven.
Boven aangekomen pauzeren we even met een drankje. Mijn vriend probeert de plaatselijke koffie, die zwarter dan zwart in een piepklein kopje wordt geserveerd met rum, limoen, honing en koffiegruis (!). Het ziet er behoorlijk onlekker uit, als je het mij vraagt.
Nadat we weer op krachten zijn gekomen, vraagt onze chauffeur of we willen dat hij ons naar een restaurant brengt. Aangezien het vorige restaurant nogal op onze darmen gewerkt heeft, slaan we zijn aanbod vriendelijk af. We willen liever geen risico lopen op een nieuwe voedselvergiftiging, dus keren we terug naar onze Casa.
In de Casa aangekomen nemen we een deugddoende douche om al het zweet van ons af te spoelen. Onze gastvrouw trakteert ons op een heerlijk verfrissende limonade. Exact waar ik zin in had!
Na deze welgekomen verfrissing, doen we opnieuw een poging om een geldautomaat te vinden die werkt. Na wat zoeken komen we in een achterafbuurt uit bij een automaat die wel nog grote briefjes heeft. En gaan we op zoek naar een plek om iets kleins te eten. We komen terug op een mooi terras in het hartje van Trinidad, waar het wemelt van de hagedissen die bereidwillig voor de lens poseren. Ik vind dat ik na al dat klimmen wel een calorierijk stukje taart verdiend heb. 😉
We wandelen verder naar de klokkentoren die de dag voordien gesloten was, maar nu gelukkig wel open is. De toren hoort bij Iglesia y Convento de San Francisco. Het klooster en de bijhorende kerk werden in 1813 door Franciscaner monniken gebouwd, maar in 1848 van hen afgenomen om dienst te doen als parochiekerk. In 1895 werd het klooster verbouwd tot een kazerne voor het Spaanse leger. Vervolgens bleken in 1920 het klooster en een deel van de kerk rijp voor de sloop. Alleen de klokkentoren bleef staan, samen met enkele aangrenzende gebouwen. Deze werden als school gebruikt tot het complex in 1823 de zetel werd van het Museo de la Lucha contra Bandidos.
Dat Museo de la Lucha contro Bandidos is niet echt de moeite van een bezoek waard, lang geleden dat ik nog zo’n stoffig en ouderwets museum bezocht heb. Wel interessant: de Russische truck en boot die in de voormalige kloostergangen staan. Het uitzicht vanaf de klokkentoren is daarentegen wel fenomenaal. Mooie stad, Trinidad!
Voor het avondmaal gaan we naar een restaurant dat ons aangeraden werd door de uitbaatster van onze Casa: Monte y Mar. We vinden een tafel op het mooie dakterras, maar het eten zelf valt wat tegen en ook de bediening lijkt er weinig zin in te hebben. Mijn lamsvlees is echt heel taai. Wat een contrast met het heerlijk malse lamsvlees van eergisteren. Jammer…