18 juni: Edinburgh

Beetje bewolkt weertje om onze eerste dag in Edinburgh te starten, maar we maken ons niet al te veel zorgen. De ervaring leert dat die wolken in de loop van de dag meestal plaatsmaken voor blauwe lucht.

Het ontbijt is een beetje minder dan we ondertussen gewoon zijn. Niet dat het slecht is, verre van, maar ik mis het heerlijke verse fruit van de voorbije dagen. De eggs florentine (waarvan ik normaalgezien een grote fan ben) vallen ook wat tegen. Maar ik geef toe, we zijn een beetje verwend geweest, de laatste tijd.

We nemen de bus naar het stadscentrum (3,50 pond voor een dagticket) en beginnen met dé hoofdattractie van Edinburgh: Edinburgh Castle. Het kasteel staat op de basalten kern van een dode vulkaan. Het complex kreeg vorm tussen de 12de en de 20ste eeuw en had in de loop der eeuwen verschillende functies: vesting, koninklijk paleis, kazerne en gevangenis. De plek waar nu Edinburgh Castle staat, was al bewoond in de bronstijd. De eerste vesting op deze plek dateert uit de 6de eeuw en werd gebouwd door koning Edwin van Northumbria, naar wie de stad genoemd is. Het kasteel is momenteel nog steeds in gebruik door het leger.

Tegenwoordig herbergt Edinburgh Castle opnieuw de Stone of Destiny, een oeroud symbool van de Schotse koningen, dat in de 13de eeuw door de Engelsen werd veroverd en pas in 1996 naar Schotland werd teruggebracht. Ook de Schotse kroonjuwelen vallen hier te bewonderen.

Dat dit dé toeristische topattractie van Edinburgh is, moge duidelijk zijn. Het wemelt er van de toeristen. Het overvalt ons een beetje. We zijn gewoon geraakt aan de eenzaamheid, rust en kalmte van de voorbije weken en de confrontatie met zoveel mensen op één plek is een beetje overweldigend.

We maken gebruik van de mogelijkheid om een gratis rondleiding te krijgen, maar de groep is een beetje te groot om alles goed te verstaan. Ik kijk vooral rond en maak foto’s met heel veel mensen op. De gids vraagt ons of we het druk vinden. Ik antwoord bevestigend. “Oh, but now it’s calm. You just wait till july and august, when the big crowds come to Edinburgh Castle.” Ik slik even.

Na de rondleiding volgen we het advies op van de gids en gaan we naar de Stone of Destiny en de Crown Jewels kijken. Foto’s maken van deze schatten is uiteraard niet toegelaten. Spijtig eigenlijk, want de herinnering vervaagt zo snel dat het binnen een paar weken al moeilijk zal zijn de pracht van deze juwelen uit mijn geheugen op te roepen. De Stone of Destiny zelf is alles behalve spectaculair, maar het is uiteraard de symboliek die aan deze steen verbonden is, die hem bijzonder maakt.

We zien ook de kamers waar Mary Queen of Scots woonde en waar zij haar zoon Jacobus VI, de latere koning van Engeland én Schotland baarde. Vervolgens bezochten we de Scottish National War Memorial gewijd aan de nagedachtenis van de Schotten die sneuvelden in de eerste wereldoorlog. In steen gebeiteld staan de namen van Vlaamse steden en dorpen: Ieper, Passchendaele, Diksmuide,… Ik krijg er kippenvel van.

Het charmante kapelletje gewijd aan St. Margaret brengt ons even tot rust. Het piepkleine kapelletje wordt nog gebruikt voor trouwceremonies, al mag je dan echt niet te veel kijklustigen meenemen. Na de kapel bezoeken we de kerkers die ingericht zijn zoals in de 18de en 19de eeuw toen er krijgsgevangenen opgesloten zaten tijdens de oorlogen met Frankrijk. Er zijn deuren te zien waarin de krijsgevangenen hun namen of kleine tekeningen gekerfd hebben. Heel bijzonder dat die kleine doodles zoveel eeuwen later hun makers overleven.

En dan is het bijna kwart voor één. We haasten ons naar de plek waar elke dag om één uur stip het One o’clock gun wordt afgevuurd. We zijn niet de enigen, maar slagen erin een plek op de tweede rij te versieren. Het lukt om over de hoofden van de scholieren voor mij een vrij goed filmpje te maken van het gebeuren. De traditie van het afvuren startte in 1861 om de schepen in de Firth of Forth een hoorbaar tijdsignaal te geven, want door de mist was de visuele tijdsaanduiding van de vallende ‘time ball’ op de top van het Nelson monument niet altijd zichtbaar. Dit signaal werd door de schepen gebruikt om hun choronometers in te stellen.

Ook de Great Hall die tot 1639 de vergaderzaal van het Schotse parlement was, is de moeite en toont verrassend veel gelijkenissen met de Great Hall in Stirling Castle. Al moet ik zeggen dat in zijn geheel Stirling Castle meer indruk op mij gemaakt heeft dan Edinburgh Castle.

Wel spijtig dat de Esplanade ontsierd wordt door de opbouw van de tribune voor de Military Tattoo. Het kost drie maanden om de op maat gemaakte tribune op te bouwen en drie maanden om die vervolgens weer af te breken. Tijdens mijn eerste bezoek aan Edinburgh Castle was die tribune niet aanwezig en dat geeft je toch een ander uitzicht op de burcht zelf.

Zo rond half twee nemen we afscheid van Edinburgh Castle en zijn horde toeristen en gaan we op zoek naar een plek om te eten. We vinden een plek op het terras van Maxies met een prachtig uitzicht op de lager gelegen straten. Ik bestel een glaasje prosecco (de eerste keer bubbels deze vakantie, want ciderbubbels, dat zijn toch geen échte bubbels). Ik eet kip gevuld met feta en spinazie en mijn vriend eet eend. En het smaakt echt ongelooflijk goed. Een vrij simpele maaltijd met patatjes en gestoomde groenten op een gezellig terras, meer moet dat niet zijn.

Aangezien we vandaag al goed begonnen zijn, besluiten we meteen ook de tweede topattractie van Edinburgh van ons lijstje te schrappen: het Palace of Holyroodhouse, oftewel de Schotse residentie van Queen Elizabeth II. Het paleis ligt helemaal aan de andere kant van de Royal Mile, de voornaamste verkeersaders van het middeleeuwse Edinburgh (nu is gelukkig een gedeelte van de Royal Mile op bepaalde tijdstippen verkeersvrij).

We lopen de Royal Mile af aan een vrij hoog tempo, want het is al drie uur en we vrezen opnieuw gedwarsboomd te worden door het sluitingsuur. Onderweg stoppen we alleen om twee plekken te reserveren voor de Real Mary King’s Close. We willen zeker genoeg tijd hebben om het paleis op ons gemak te bekijken.

Tegenover het paleis ligt het Scottish Parliament. In 1997 werd per referendum beslist dat de Schotten een eigen parlement kregen. Het nieuwe parlementsgebouw kreeg een symbolische plek en werd ontworpen door Enric Miralles. Ik moet zeggen dat de buitenkant van het gebouw mij niet echt kan bekoren, vooral de rare haardroger-achtige figuren begrijp ik niet, maar wellicht is het van binnen wel de moeite.

Rond kwart na drie kopen we ons toegangsticket voor het Palace of Holyroodhouse. Tot mijn verbazing is het hier veel minder druk dan in Edinburgh Castle. We nemen allebei een audioguide om ons wat meer uitleg te verschaffen over de vertrekken in het paleis. Een tip: neem zeker de audioguide, want verder is er weinig tot geen uitleg aanwezig in de vertrekken.

Het paleis werd in 1498 gebouwd in opdracht van Jacobus IV vlakbij een belangrijke abdij. In ditzelfde paleis was Mary Stuart waarschijnlijk getuige van de moord op haar Italiaanse secretaris en vertrouweling door haar jaloerse echtgenoot. Ze was zes maanden zwanger toendertijd en het gerucht deed de ronde dat het kind van haar secretaris was en niet van haar echtgenoot. Ja, het leven van Mary Queen of Scots, een roman is er niks tegen.

In de vertrekken van het paleis is fotograferen jammer genoeg niet toegelaten, dus jullie moeten me op mijn woord geloven als ik zeg dat het de moeite van een bezoek dubbel en dik waard is. Je krijgt de in hun originele staat herstelde vertrekken van Mary Stuart te zien en de vertrekken die de huidige koningin gebruikt voor officiële bijeenkomsten. Dit paleis weet me meer te inspireren dan Edinburgh Castle, waarvan ik wellicht te hoge verwachtingen had gebaseerd op mijn door de tijd vervaagde herinneringen.

Na het paleis zelf bewonderen we de ruïne van de abdijkerk en proberen we ons de oorspronkelijke pracht en praal van dit gebouw voor de geest te halen. Holyrood verwijst trouwens naar een reliek van het Heilige Kruis waaraan Christus stierf. Weten jullie meteen waarom deze abdij zo belangrijk was.

We wandelen nog even rond in de tuin van de Queen, die helaas niet thuis was om ons op de thee uit te nodigen. Een volgende keer misschien! Ik stel me tevreden met een luxe warme chocomelk met marhsmellows geconsumeerd op het terras van het Café at the Palace.

Omdat we nog geen honger hebben, besluiten we de raad van de barman van Maxies op te volgen en Arthur’s Seat te beklimmen om Edinburgh aan onze voeten te zien liggen. Arthur’s Seat is een vulkaan die al 350 miljoen jaar uitgedoofd is. De naam is waarschijnlijk een verbastering van Archers Seat (boogschutterszetel) en heeft dus niets te maken met de legendarische King Arthur.

De zon is vanachter de wolken gekomen en al snel breekt het zweet ons uit tijdens de beklimming. Mijn vriend ontdoet zich van het t-shirt dat hij onder zijn hemd had aangetrokken, maar ik houd dapper vol terwijl het zweet langs mijn rug druppelt. Het weer in Schotland, het kan verkeren. Als we na veel gepuf boven komen, krijgen we inderdaad als beloning een schitterend uitzicht op Edinburgh en omgeving. In de verte zien we de Pentland Hills liggen, waarvan het water vroeger naar de openbare pompen in Edinburgh werd geleid.

Na genoten te hebben van het landschap dalen we opnieuw de berg af. Mijn vriend stelt voor om langs de andere kant af te dalen, want Arthur’s Seat bevindt zich in vogelvlucht niet zo ver van ons hotel. De afdaling begint goed, we volgen een pad dat naar beneden slingert. Het pad wordt echter almaar moeilijker te volgen, tot het volledig verdwijnt. Daar staan we dan ergens in de helft van de berg. Omhoog klimmen zien we geen van beiden zitten, dus we dalen verder af in de juiste richting. Het wordt hoe langzaam om meer een klauterpartij. Tot we uitkomen op een weg. Probleem is dat we op een muur van zo’n twee meter hoog staan, zonder dat er een trapje naar de weg loopt. We slagen erin op de weg geraken, maar het zal me niet verbazen als enkele passerende bestuurders mijn onderbroek hebben gezien tijdens deze klauterpartij.

Enfin, ja, een mens krijgt honger van zulke onorthodoxe afdalingen en op het plannetje dat we in het hotel kregen, zien we dat we vlakbij The Salisbury Arms zijn. Het is jammer genoeg niet mogelijk om iets op het terras te eten. In plaats daarvan krijgen we een tafel toegewezen vlakbij een brandend haardvuur (!). Die Schotten hebben het graag warm, zo hebben we al gemerkt. Chauffages staan hier vaak nog aan ook al is het achttien graden of meer.

Om te vieren dat we heelhuids beneden geraakt zijn, bestel ik mijn tweede glaasje prosecco van de dag. Dat eerste glas smaakte naar meer. Als hoofdgerecht ga ik voor de smoked haddack risotto with a poached egg, terwijl mijn vriend gaat voor een klassieker: de linguine carbonara. Het eten is echt waar voortreffelijk en de atmosfeer is erg gezellig voor zo’n grote pub. Zeker een aanrader.

Na het avondmaal wandelen we op ons gemak terug naar ons hotel. We nemen een tafeltje aan de bar in en beginnen aan de avondvullende taak van het kaartjes schrijven. Drie whisky’s en één drambuie (verdeeld onder mezelf en mijn vriend) dienen als inspiratie. De drambuie krijg ik trouwens gratis, want in Schotland is de regel dat als het laatste uit de fles minder is dan een drankmaat, je dit gratis krijgt. Schol!

Star Trek Into Darkness

Ok, ik beken, ik ben al van mijn kinderjaren een geweldige fan van Star Trek. Van de originele series en de waardige opvolger The Next Generation, daarna heb ik een beetje afgehaakt, maar ik pikte de draad weer op bij de allerlaatste reeks: Enterprise. Doorheen de jaren is mijn liefde voor de puntoortjes van Spock altijd even groot gebleven. Love those logical vulcans!

Ik was dan ook dolblij toen de serie gereboot werd als een wervelende brok cinema, met dank aan J.J. Abrams. Dus ja, ik was erg benieuwd of Into Darkness op hetzelfde elan zou verder gaan. En boy, oh boy, ik werd niet teleurgesteld. Genoten van de eerste seconde tot de laatste. Goede acteerprestaties, geweldige actiescènes (en dan nog één en nog één en nog één), humoristische momenten, spitse dialogen, genoeg verwijzingen naar het vorige universum om de fanboys en -girls gelukkig te maken. What a ride! En ja, hier een daar zaten er wat gaten in het plot, maar daar heb ik me geen moment aan gestoord.

Een geweldig leuk, ontspannende Science Fiction film, meer moet dat niet zijn op een zondagavond.

PS: Dat belooft voor Star Wars Episode VII!

Samen op een bootje!

Donderdag stond onze jaarlijkse uitstap met het werk op het programma. In het gezelschap van mijn collega’s bracht ik de dag door op een bootje op het kanaal Brussel-Charleroi. Het weer zat niet mee, de ramen van de boot waren te hoog geplaatst om tijdens de regenbuien en het middagmaal van het uitzicht op de oevers te genieten, het wandelingetje op de Waterside van Vilvoorde stelde niet veel voor, maar dat mocht de pret niet drukken. Het werd een gezellige ontspannen dag in goed gezelschap die mooi afgesloten werd met een (te dure) cocktail op het zonnige terras van de Flamingo.

En dan kan ik maar één ding concluderen: ik ben wat mijn collega’s betreft echt met mijn gat in de boter gevallen.

17 juni: Van Pitlochry naar Edinburgh

Ontbijten met een uitzicht, we raken het zo langzamerhand gewoon. Vanochtend staan er porridge, scrambled eggs with salmon en verse fruitsla op het menu. Hoera voor verse fruitsla! Het is de eerste keer dat ik porridge probeer en ik moet daar eerlijk in zijn, ik ben niet wild enthousiast. Gelukkig krijg ik er honing en whisky (!!) bij geserveerd om een beetje smaak aan de beige brij te geven. Het is eetbaar, maar ik denk toch dat ik geen tweede maal porridge zal bestellen deze vakantie.

Spijtig genoeg zien we vanaf onze ontbijttafel weer een hele hoop grijze wolken. Nuja, zolang het niet regent!

Pitlochry is echt een schattig dorp en ik vind het jammer dat we hier geen dagje langer kunnen blijven. Om ons verdriet te verdrinken, bezoeken we dan maar de Blair Athol Distillery in Pitlochry. Blair Athol is een producent voor het whiskymerk Bell’s. Dit wil zeggen dat meer dan 99% van de whisky die hier gestookt wordt, gebruikt wordt voor de blended whisky’s van Bell. Een klein percentage wordt gebotteld en verkocht als het eigen merk Blair Athol. Zo’n fles is dus een zeldzaamheid.

We hebben geluk: we kunnen deelnemen aan de rondleiding van 10.30u. Blair Athol is blijkbaar een populaire stokerij, want er worden busladingen toeristen afgedropt. Gelukkig komen we niet in zo’n grote groep terecht. Ons groepje bestaat uit slechts vijf personen. Ideaal! We krijgen heel de uitleg opnieuw te horen, maar alweer met andere accenten. Het is ook de eerste keer dat we het gist aan het werk kunnen zien in de grote roestvrijstalen vaten (bij Oban waren dit nog authentieke houten vaten).

Onze gids legt vooral de nadruk op de zuiverheid van het gebruikte water. Blair Athol gebruikt water dat rechtstreeks als smeltwater vanuit de bergen komt en zich verzamelt in een klein riviertje. Dit heldere water is één van de drie basisingrediënten voor de whisky van Blair Athol en de otter en het water (Otterburn = otterrivier) op het etiket verwijzen hiernaar.

Natuurlijk mag er aan het eind van de rit weer geproefd worden. En krijgen we korting op de whisky’s in de shop. Omdat we het toch een beetje spijtig vonden dat we geen fles Oban gekocht hadden na onze rondleiding, kopen we hier twee flessen. Een fles exclusieve Blair Athol en een fles Oban, omdat ik Oban whisky tot nu toe het lekkerste vind.

Twee flessen whisky rijker, de zon gaat er spontaan van schijnen! Toch ongelooflijk hoe snel het weer hier kan veranderen. ’s Ochtends helemaal betrokken en fris en nog geen twee uur later volle zon en warm. Niet dat je ons hoort klagen!

Lunchen doen we naar goede gewoonte ergens onderweg. We komen terecht in het Rapha Center, een theraphy center, farm shop, conference center en coffee shop all in one. Beetje een bizarre plek, zeker omdat voor de deur een hoop oude toiletten liggen (blijkbaar is de loodgieter net met een grondige opfrissing bezig) maar de taarten die ze aanbieden zien er lekker uit. Ik geniet van een gigantisch stuk appeltaart met een bolletje ijs en mijn vriend eet een chocoladetaart.

Rond half drie komen we aan bij Stirling Castle, een machtig kasteel dat de Schotse geschiedenis eeuwenlang beheerst heeft. Volgens de legende veroverde koning Arthur het oorspronkelijke kasteel op de Saksen, maar het eerste schriftelijke bewijs dat er hier een kasteel stond, dateert van de 11de eeuw. Het huidige bouwwerk dateert van de 15de en 16de eeuw en werd in 1746 voor het laatst verdedigd, tegen de jacobieten. Van 1881 tot 1964 verbleven er rekruten van de Argyll and Sutherland Highlanders. Momenteel heeft het kasteel geen militaire functie meer.

Stirling vormt het laatste punt waarop de rivier Forth nog bevaarbaar is en geldt als poort tot de Highlands. Vanaf het kasteel zijn zeven slagvelden te zien waarop ooit voor de onafhankelijkheid van Schotland werd gestreden. Ook zichtbaar in de verte: het 67 meter hoge Wallace monument dat herinnert aan de zegen van William Wallace tegen de Engelsen in 1297 bij Stirling Bridge (u weet wel, die van de film Braveheart).

Stirling Castle is niet alleen de moeite waard vanwege het uitzicht; de Great Hall, de Chapel Royal en het Paleis zijn na uitgebreide restauratiewerken teruggebracht tot hun oude glorie. De restauratie duurde tientallen jaren en heeft erg veel geld gekost, maar het resultaat mag er zijn. Al is het soms wel even schrikken van de felle kleuren van de fresco’s op muren en plafonds.

Bij de inkom kopen we een vijfdagenpas van Historic Scotland die we drie van de vijf dagen mogen gebruiken voor een onbeperkt aantal kastelen. De vriendelijke meneer aan de kassa verzekert ons dat we ons geld er snel uit zullen hebben en suggereert nog een kasteel of drie dat we vandaag kunnen bezoeken (mind you, de meeste historische bezienswaardigheden hier sluiten om 17.30u). Wij kijken bedenkelijk, maar laten ons toch overtuigen omdat de toegang voor Edinburgh Castle ook inbegrepen is in deze pas.

We krijgen een rondleiding in Stirling Castle van een zeer goede gids die enthousiast vertelt over de rijke en turbulente geschiedenis van dit kasteel. Na de rondleiding bezoeken we het Argyll and Sutherland Highlanders museum. Dit museum heeft een veel rijkere collectie dan het museum dat we in Fort George zagen. Met ook veel memorabilia uit de eerste wereldoorlog. We worden stil van al die verschrikkelijke verhalen uit de loopgraven. Gelukkig schijnt buiten de zon.

Stirling Castle is ook gekend voor de uit hout gesneden Stirling Heads, ronde houten plafonddecoraties die de lange koninklijke lijn van de Stuarts (waartoe ook Mary Queen of Scots behoorde) moesten aantonen. De oorspronkelijke Stirling Heads in het Paleis zijn ondertussen vervangen door kleurrijke replica’s, maar ook de originele exemplaren, die door het verstrijken van de tijd hun originele verflaag verloren zijn, kan je nog bewonderen in Stirling Castle.

Natuurlijk zijn we pas rond half zes klaar met het bewonderen van Stirling Castle, veel te laat om nog drie andere kastelen te bezoeken, maar onderweg kunnen we wel nog even naar het Falkirk Wheel gaan kijken. Wanneer we volgens onze gps in de buurt van het Falkirk Wheel zijn, volgen we de bordjes. Deze bordjes leiden ons echter naar restaurant Wheelhouse, waarvan de naam ons doet vermoeden dat we effectief in de buurt zijn. Nu, geen erg, het is ondertussen al zeven uur ’s avonds en onze magen rammelen.

Het Wheelhouse is een groot, vrij nieuw restaurant dat duidelijk gebouwd is voor toeristen én dat een cocktailkaart heeft! Dat hebben we nog niet zoveel gezien in Schotland, dus ik maak van de gelegenheid gebruik om een strawberry daiquiri te bestellen. De daiquiri was te zoet, maar hey, een cocktail is een cocktail! Bij mijn cocktail at ik zalm met gamba’s, rijst en een pikant sausje. Best wel lekker.

Na ons avondmaal zetten we onze zoektocht naar het Falkirk Wheel verder. Dat blijkt dus inderdaad op een honderdtal meter van het Wheelhouse te liggen. Het Falkirk Wheel is de eerste draaiende bootlift ter wereld. In 15 minuten tilt dit fantastisch staaltje van menselijk vernuft een boot 35 meter naar boven.

Spijtig genoeg stopt het ding met werken om 18u. Dus als je daar om 19u arriveert met je bootje, kan je tot de volgende ochtend wachten. Jammer, maar goed, we kunnen het ding toch zien staan. We lopen over een brug over het Forth and Clyde kanaal om dit mechanisch wonder van dichterbij te bewonderen, tot mijn vriend mij erop wijst dat deze brug om 20u wordt afgesloten. Het is tien voor acht…

We riskeren het toch maar niet om vast te zitten aan de ene kant van een kanaal terwijl onze auto aan de andere kant staat en besluiten met de auto tot aan de andere kant van het kanaal te rijden, waar ook het visitor center zich bevindt. Jammer maar helaas, als we aankomen bij de weg die naar het Falkirk Wheele leidt, is deze… afgesloten. Sluit om 20u volgens het bordje. :-( Geen close-up van het Falkirk Wheele voor ons. Toch vreemd dat iets als een bootlift ‘s nachts wordt afgesloten.

Teleurgesteld rijden we verder naar Hotel Ceilidh-Donia in Edinburgh, een gezellig klein familiaal gerund hotel. Rond half tien komen we daar aan, we checken in, drinken nog een slaapmutsje en kruipen op tijd onder de wol.

Schotland in puntjes

  • Het lijkt wel alsof de bevolking in de rurale gebieden enkel uit bejaarden bestaat. Overal waar we geweest zijn (buiten Edinburgh), waren we met tientallen jaren voorsprong de jongsten.
  • Schotten zijn supervriendelijk. Altijd bereid om te helpen, zeggen altijd een goeiendag, zelfs al kennen ze je niet. Als ze tewerkgesteld zijn bij één van de vele toeristische bezienswaardigheden, geven ze uitgebreid en met duidelijk enthousiasme uitleg over de bezienswaardigheid in kwestie.
  • Schotten hebben nog duidelijk ontzag voor de adel die nog steeds een belangrijk positie in de maatschappij bekleedt. Veel eeuwenoude adellijke families leven nog altijd in hetzelfde kasteel als de generaties voor hen.
  • Schotten hebben volgens ons allemaal als hobby grasmaaien: overal waar we kwamen, was er wel iemand het gras aan het afdoen, met alle mogelijke verschillende soorten grasmaaiers die er bestaan.
  • Schotten zijn ongelooflijke hondenliefhebbers waarvoor duidelijk het motto  “eentje is geentje” geldt. Ik ben de tel kwijtgeraakt hoeveel honden er aan mijn tenen zijn komen snuffelen. (Zou dat door die nagellak komen? Bij mij vriend werd er niet gesnuffeld.)
  • Schotland is groen, groen, groen! Nog nooit in zo’n groen land geweest. Fantastisch.
  • Schotten zijn geweldige liefhebbers van sfeerverlichting, waardoor we op onze kamers veel in het donker gezeten hebben. Romantisch!
  • Sheep! Sheep! Sheep!
  • Alles in Schotland is wel op de één of andere manier award winning. We hebben awards gezien voor de gekste dingen: over het mooiste bloemendorp (van de regio, van het jaar, van de maand, van een bepaalde bloemensoort), de beste kleurkapper, de beste meat pie tot de best getapte pint. Je kan het zo gek niet bedenken of er wordt een award aan toegekend. Uiteraard haalt dat de geloofwaardigheid van al die awards sterk naar beneden.
  • De meeste pubs hebben geen drankenkaart. Je bestelt gewoon aan de toog en vraagt op goed geluk of ze iets hebben wat jij wil drinken. Heel lastig voor mij, want ik bestudeer graag uitgebreid de kaart, varieer regelmatig in mijn drankenkeuze en probeer graag nieuwe dingen uit.
  • Op de bus in Edinburgh moet je gepast betalen of je mag niet meerijden.
  • Oversteken als voetganger in Edinburgh vergde het nodige geduld. Eerlijk waar nog nooit zo lang moeten wachten voordat de voetgangerslichten groen werden. Het was duidelijk dat de locals dit wachten ook al lang beu waren, want ze stoken massaal de straat over terwijl de lichten nog rood waren. Een betere afstelling van de verkeerslichten in Edinburgh dient zich op!
  • Zelfs in de brousse in Australië hadden we beter internet dan in Schotland. Mijn vriend had voor onze reis speciaal een Vodafone Mobile Internet plus abonnement genomen om 3G te kunnen gebruiken onderweg. Dat werkte voor geen meter. De meeste B&B’s waar we verbleven hadden allemaal wifi, maar foto’s opladen was een ware martelgang omdat de connectie om de zoveel minuten werd verbroken. Frustratie! We blame BT!
  • Schotten zijn werkelijk een heer (of dame) in het verkeer. Auto’s worden zonder morren tussen een rij aanschuivende voertuigen gelaten, bij de single track roads wordt altijd rekening gehouden met de tegenligger. Zelfs wielertoeristen zijn vriendelijk en voorkomend!

16 juni: Van Fort William naar Pitlochry

Een ouderwetse B&B vraagt natuurlijk om een typisch Schots ontbijt: worst, spek, spiegelei, bonen in tomatensaus, warme tomaat én een Amerikaans pannenkoekje. En als dessert: een scone! Een stevig ontbijt voor een stevige beklimming! Want vandaag staat de Ben Nevis op het programma, met zijn 1343 m de hoogste berg van Groot-Brittannië.

Helaas moet ik jullie teleurstellen: we hebben ons toch maar niet aan de voettocht naar boven gewaagd, de juiste uitrusting (en de goesting) ontbreekt ons daarvoor en ik heb deze vakantie nog niet in een téléphérique gezeten! Zo’n mountain gondola is toch een veel comfortabelere manier om boven te geraken. Alleen jammer dat de wolken zich hardnekkig rond de top van de Ben Nevis blijven ophouden. In het dal zijn er grote opklaringen, maar hoe hoger we komen, hoe dichter de grijze wolken zich opeen pakken. Gelukkig zijn we op elk weerstype voorzien met onze rugzak met regenjasjes en fleeces!

We wandelen eerst naar het Sgurr Finnisg-aig viewpoint op 663 meter. Even na ons komt een eenzame heer met een gigantische rugzak naar boven gewandeld die in radiocontact is met iemand die onderaan de berg staat. We kijken nieuwsgierig naar wat de heer in kwestie allemaal uit zijn rugzak tevoorschijn tovert. Tot onze frank valt: dit heerschap gaat van de berg springen. Hangend aan een parapente.

Omdat we nog nooit een parapente in het echt hebben zien vertrekken, blijven mijn vriend en ik toekijken. Een eerste poging om van de helling te springen, mislukt (wellicht omdat wij keihard op de mens zijn vingers zitten te kijken), maar bij een tweede poging is hij wel weg. Wat een fantastisch gevoel moet dat zijn, zo op de wind naar beneden te zweven. Hij heeft er het juiste moment voor uitgekozen, want na zijn vertrek, pakken de wolken weer dichter op mekaar en de top van de Ben Nevis is nu helemaal aan het zicht onttrokken.

We stappen naar het volgende viewpoint: Meall Beag op 630 meter. Het weer verslechtert en we voelen tijdens onze wandeling fijne druppeltjes. Een stevige regenbui blijft gelukkig uit. De open ruimtes in het wolkendek verkleinen en wij besluiten weer af te dalen. Hier valt voor ons niet veel meer te zien, maar we zijn toch blij dat we de gondola in min of meer aanvaardbare weersomstandigheden hebben kunnen nemen.

Oja, tip voor de liefhebbers van mountain biking: je hebt een paar geweldige routes die langs de hellingen van Ben Nevis naar beneden lopen. Enige stuurmanskunst is wel een must, want de fietsjes die wij zagen afdalen, reden met een verschrikkelijke rotvaart door al die bochten.

Volgend doel voor vandaag: een wandeling maken in Killiecrankie. We passeren langs de Laggan Dam die in 1934 voltooid werd. Zoals we dat ondertussen gewoon zijn, stoppen we ergens langs de weg voor een licht middagmaal. We komen terecht in het wat excentrieke Pottery Bunkhouse and Coffee Shop. Alweer een combinatie van koffiebar en winkel met ambachtelijke producten, alweer een hoop volk achter de toog die mekaar voor de voeten loopt. We eten een broodje met zalm en ik neem nog een stuk taart als dessert, want ik voorzie dat we vanavond weer niet al te vroeg aan het avondmaal zullen zitten…

Rond kwart na drie komen we aan in het visitor center van Killiecrankie. Killiecrankie is beroemd geworden door de slag van juli 1689. Meer dan 6500 troepen stonden in de nauwe vallei tegenover mekaar. De regeringstroepen bevonden zich parallel met de rivier, terwijl de Jacobieten op hoger terrein boven hen stonden opgesteld. Al bij voorbaat een bijna verloren positie natuurlijk. In een bloedig man-tot-man gevecht worden de regeringstroepen in de pan gehakt. Ongeveer 3000 mannen sneuvelen of raken gewond die dag. Eén van de soldaten van het regeringsleger Donald MacBean, achterna gezeten door de Jacobieten, lukt een spectaculaire dodensprong van vijf en een halve meter over de rivier Garry. Een plek die ooit doordrenkt was van bloed, maar nu een prachtige plek is om te wandelen.

Het kost ons wat moeite om het begin van de wandeling te vinden. In het algemeen vinden we dat de bewegwijzering van de wandelroutes in Schotland te wensen overlaat. Soms lijken aanduidingen verdwenen, op splitsingen staat soms gewoon geen aanduiding en het startpunt is vaak niet of zeer slecht aangeduid. Ruimte voor verbetering!

Rond half vier starten we effectief met de wandeling. De route volgt de loop van de rivier Garry en vervolgens de oevers van Loch Faskally. De omgeving is tamelijk vlak, maar omringd door bergen. Het natuurschoon dat we passeren is zeer gevarieerd, met witte keienstranden, indrukwekkende stroomversnellingen, mooie vergezichten en een prachtig loofbos. We zien de plek waar brigadier Barthold Balfour van de Hollandse brigade gesneuveld is, komen voorbij een waterkrachtcentrale, een herdenkingsboog voor de arbeiders die omkwamen bij de bouw van de Clunie Dam en de Coronation Bridge die in 1911 gebouwd werd ter ere van de kroning van George V.

Tijdens de wandeling zien we sportievelingen in wetsuits drijvend in kleine ronde opblaasbootjes de rivier afdalen. Ziet er nog plezant uit! Ze zijn bijna aan het eind van hun tocht en dan worden er natuurlijk zotte toeren uitgehaald. Twee mannen gaan rechtstaan in hun bootje, iets wat uiteraard afloopt in het water. Grappig om zien. We komen ook voorbij een brug waar je kan bungee jumpen, maar we zien geen waaghalzen aan het werk.

De wandeling is echt schitterend, we genieten van de natuur en de frisse buitenlucht, iets waar we bij ons in België niet genoeg de tijd voor nemen. Zonde.

We wandelen tot ongeveer kwart voor acht. Dat stuk taart is op dat moment al lang verteerd. Gelukkig hadden we nog koekjes bij!

Tijdens de wandeling belden we naar onze B&B Beinn Bhracaigh (al die B&B’s hebben lastige namen) in Pitlochry om te laten weten dat we wat later zouden arriveren. Om acht uur stip rijden we de oprit op. De B&B ziet er erg gezellig uit, maar wat een doolhof! Via de inkomhal door de bar naar de eetzaal langs een trappenhal door een gang vinden we onze kamer, die er piekfijn verzorgd uitziet en erg lekker ruikt! Hoera voor lekker ruikende kamers!

Pitlochry is een charmant dorpje met mooie huizen, veel restaurants en een aangename hoofdstraat. Jammer dat we hier niet langer dan één nacht blijven! We dineren rond kwart voor negen: mijn vriend eet een burger en ik haggis, neeps and tatties! Als slaapmutsje besluiten we nog iets te gaan drinken in de honesty bar. Het principe van zo’n honesty bar is simpel: je schenkt jezelf eender welk drankje uit gebruik makende van de maatbekers die voorhanden zijn en notert achteraf mooi wat je gedronken hebt. Heel fijn systeem! Ik waag me nog eens aan een glas Glayva en mijn vriend, tja, wat denken jullie?

Het valt trouwens op dat de Schotten nog geloven in eerlijkheid. Zo telde de mevrouw van wie we onze postkaartjes kochten niet na of het aantal dat wij vernoemden wel degelijk klopte, deuren van B&B’s blijven hier zomaar open zonder dat iemand zich zorgen maakt om bestolen te worden, parkings zonder bewaking waar men heel vriendelijk verzoekt het gewenste bedrag in een envelop achter te laten, bij rondleidingen wordt niet nagegaan of je effectief wel over een ticket beschikt,… Heel fijn allemaal!

15 juni: Van Inverness naar Fort William – de Great Glen

Het ontbijt in de Premier Inn is in orde: een uitgebreid buffet met meer dan voldoende keuze. Oef!

Vandaag staat één van de belangrijkste roadtrips van de reis op het programma: we volgen de route van Inverness naar Fort William langs de Great Glen. Normaal doe je anderhalf uur over deze afstand, wij hebben er een hele dag voor uitgetrokken. De Great Glen volgt een geologische breuk en is een prachtige route om langs te rijden. Het breukdal ontstond 400 miljoen jaar geleden toen de landmassa spleet en uit mekaar schoof om zo vier lochs te vormen. Het meest bekende van de vier lochs is uiteraard Loch Ness, u weet wel, van het monster.

Het Caledonisch kanaal (dat we al eerder op onze trip tegenkwamen) vormt de verbinding tussen de lochs en is een populaire toeristische vaarroute. Wij hebben helaas geen boottocht gepland, wel een autoritje.

Toen ik hier voor het eerst was met mijn schoolgenootjes van het vierde middelbaar maakten deze lochs en hun omgeving een onuitwisbare indruk op mij. Benieuwd hoezeer de herinnering vervormd en geromantiseerd werd met de tijd.

Onze eerste stop ligt uiteraard aan de oevers van Loch Ness. Ook vandaag ziet het ernaar uit dat we aan de regen zullen ontsnappen. De zwaarbewolkte hemel is langzaam aan het opentrekken en kijk, daar komt al een stukje zon piepen. Wij speuren het water af naar een spoor van het beroemde monster, maar Nessie lijkt ook vandaag niet veel zin hebben om zich te vertonen. Ach, niets dat photoshop niet kan oplossen, natuurlijk.

Het Loch Ness Centre in Drumnadrochit laten we aan ons voorbij gaan. Uiteindelijk heeft zo’n centrum vooral als doel de mythe rond het monster intact te houden, want zonder mythe, geen bezoekers en zonder bezoekers, geen centrum… Al zal men in het centrum natuurlijk wel zijn uiterste best doen om heel mooie wetenschappelijke verklaringen te geven.

Wel op het programma: Urquhart Castle, één van de levendigste herinneringen die ik heb aan mijn schooltrip vele jaren geleden. In vergelijking met toen is er nu een heel visitor center bijgebouwd, met de obligate souvenirshop met overprijsde items. Nuja, als met de winst van zo’n shop zo’n unieke site als die van Urquhart Castel in stand gehouden kan worden, dan kan ik daar alleen maar voor zijn. Het kasteel is nog net zoals ik mij herinner. Alleen ervaar ik jammer genoeg niet dezelfde betovering als toen ik tiener was. Al te veel gewoon, zeker?

Al de uitlegbordjes (met artistic impressions van hoe het kasteel er zou kunnen uitgezien hebben) herinner ik me ook niet. Dat zou wel eens kunnen kloppen, want de meeste van de bordjes zien er nog vrij nieuw uit. De uitleg helpt me wel om een beeld te vormen van de grootsheid van dit kasteel aan de oever van Loch Ness en de tragische geschiedenis die uiteindelijk tot de ondergang van die kasteel leidde.

Het kasteel verwisselde tijdens de Schotse onafhankelijkheidoorlogen geregeld van hand en werd uiteindelijk in 1692 vernietigd door het toenmalige regeringsleger om te verhinderen dat het in handen van de jacobieten zou vallen. De toenmalige eigenaar Ludovick Grant kreeg van het parlement 2000 Schotse pond als schadevergoeding toegekend, maar dit geld werd nooit uitbetaald en het kasteel bijgevolg nooit hersteld. Nu is het enige wat van Urquhart overblijft een indrukwekkende ruïne en veel straffe verhalen.

Ook heel boeiend: de reconstructie van een trebuchet, een soort van gigantische katapult die massief stenen ballen meters ver kon slingeren om zo de muren en torens van een kasteel aan te vallen. De reconstructie dateert van 1998 en werd gebouwd voor een tv-programma.

In de ruïne krijgen we een toelichting van een Schot in krijgstenu die zich voorstelde als Andrew Moray. Hij vertelt ons over de ontelbare historische onjuistheden in de film Braveheart en hoe de echte geschiedenis van William Wallace in mekaar zit. Stoere Schotse helden inspireerden Hollywoord wel vaker, denk maar aan Rob Roy. We krijgen een zeer interessante uitleg over de wapens die in de middeleeuwen gebruikt werden en op het einde krijgen we een ridder in vol ornaat te zien. Het valt op dat de gidsen hier allemaal zeer goed zijn. Echt een plezier om naar te luisteren.

Na het uitgebreid verkennen van de ruïne, bekijken we in het visitor center nog een korte film die de geschiedenis van Urquhart uitlegt. Dat helpt om de puzzelstukken in mekaar te passen, want zoals ik al eerder zei, de Engelse en Schotse geschiedenis behoort niet tot mijn parate kennis en op den duur begin je allemaal door elkaar te slaan wie nu weer tegen wie aan het vechten is om welke redenen. We onthouden: heetgeblakerde kerels, die Highlanders.

Voor het middagmaal houden we halt in Fort Augustus, volgens mijn gids een fraai dorp ten zuiden van Loch Ness, volgens ons een veel te drukke tourist trap. Het lijkt wel of elke toeristische bus haar menselijke inhoud hier heeft leeg gekieperd. Zoveel volk! En opvallend veel Chinezen. Onze zoektocht naar een restaurantje blijkt niet zo evident, alle menu’s lijken op mekaar. Bij toeval vinden we een supermarkt met daaraan een broodjeszaak en een koffiebar (MacVeans) waar we soep en voorverpakte broodjes kunnen krijgen.

De koffiebar heeft bovendien een magnifiek terras in de zon, als dat geen ideale plek is voor een snelle lunch! De paddenstoelencrèmesoep is zo zwaar dat ik daarna geen zin meer heb in mijn voorverpakte wrap met kip. Die wrap smaakt trouwens naar karton, dus ik heb helemaal geen spijt dat ik het merendeel laat liggen. Gelukkig maakt de zon op het terras veel goed. Die bus zonnecrème is hier al goed van pas gekomen!

Zo snel als we kunnen, laten we Fort Augustus achter ons en keren we terug naar Loch Ness. We rijden langs de andere oever naar de Falls of Foyers. Het is duidelijk dat dit de minder toeristische kant is van Loch Ness. Op de smalle wegjes komen we geen enkele toeristische bus tegen. Toch is deze oever zeker zo interessant als de andere, met het schitterende Suidhe viewpoint dat een magnifieke blik op de highlands biedt.

Rond half drie zijn we aan het vertrekpunt van het pad naar de Falls of Foyers. We dalen een flink stuk om de schitterende waterval te zien. Deze waterval diende als inspiratie voor poëten als Robert Burns, John Keats en William Wordsworth. De waterval wordt nu voor een deel afgeleid om energie op te wekken, wat maakt dat we het door de poëten beschreven machtige gedonder in een afgezwakte versie te horen krijgen.

Wij zijn alleszins onder de indruk van de waterval en de omgeving. Een prachtige plek, veel boeiender dan Fort Augustus. Alleen moet je wel wat trappen overwinnen om als beloning de waterval te zien.

We rijden verder naar Loch Lochy en stoppen even om de brug van Oich te bewonderen vlakbij het Caledonische kanaal. Een prachtig staaltje van ingenieurstechnieken ontworpen door James Dredge. In onze tijd is de brug enkel nog decoratief, een ideaal onderwerp voor een fotosessie.

Langs de oevers van Loch Lochy stoppen we even om een paar foto’s te maken van de mooie witte keien en de zon die het wateroppervlak doet glinsteren. Zo rond tien voor vijf krijgen we de Ben Nevis in het visier. In Spean Bridge met uitzicht op de Ben Nevis staat een indrukwekkend gedenkteken voor alle commando’s die sneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een monument om even bij stil te staan, maar ook een plek om te genieten van al het natuurschoon dat ons omringt.

We zijn rond half zes in Fort William en laten onze valiezen achter bij B&B Rhu Mhor, waar we worden welkom geheten door een stokoud wit kromgetrokken vrouwtje met haar op haar kin. ’t Is dat ik niet bijgelovig ben. 😉 De kamer in de B&B lijkt in de tijd te zijn blijven stilstaan, met nog een échte bedsprei en lakens met bloemetjes. Er hangt ook een wat muf geurtje in de kamer, dus we zetten dadelijk een paar vensters open om de boel te laten verluchten. Gelukkig is de badkamer wel mee geëvolueerd met de tijd, die is splinternieuw.

Dineren doen we in het centrum van Fort William. Fort William heeft zijn ligging als grootste troef (aan Loch Linnhe en vlakbij de Ben Nevis), toch is het duidelijk dat het dit stadje niet voor de wind gaat. Wij zien veel leegstand en er loopt voor een zaterdagavond bijna geen volk op de straten. Fort William straalt daardoor een zekere tristesse uit. Zeker niet mijn favoriete plek van deze reis!

Ook in het restaurant waar we dineren No4 is bijna geen volk. Spijtig, want het eten is er best wel lekker. Ik bestel opnieuw een groot glas witte wijn voor bij de cray fish tails (waarop de kok iets te veel sweet chili saus gedaan had, na het voorgerecht stond mijn mond bijna in brand) en de West Coast Mussels. De mosselen zijn wat aan de kleine kant, maar wel heel smakelijk. Mijn vriend houdt het op gerookte zalm en tortellini met ricotta en spinazie.

Fort William nodigt niet echt uit tot een avondlijke wandeling. We trekken dus terug naar onze B&B waar we ons nestelen in de ouderwetse sofa’s in de lounge, omringd door poppen en allerhande prullaria en boeken uit een andere eeuw. We kijken er onze ogen uit. Om elf uur komt de gastheer binnen, een Schot met spierwit haar gekleed in een authentieke kilt, om te vragen of we thee willen. Natuurlijk willen we dat! Al is het maar om te snoepen van de koekjes, want de thee vind ik hier meestal aan de straffe kant, gelukkig wordt er altijd warm water bij geserveerd om de thee te verdunnen.

De thee wordt geserveerd in een antiek servies. Ik hou mijn kopje en schoteltje maar stevig vast, stel je voor dat ik zo’n stuk antiek laat vallen!

Na de thee kruipen we in bed. Op naar de volgende dag!

PS: We hebben eindelijk door hoe de Schotse toiletten werken. Tot nu toe hadden we soms moeilijkheden om de toiletten doorgespoeld te krijgen. Er kwam altijd maar een kleine hoeveelheid water uit de spoelbak. Niet ideaal om een grote boodschap weg te werken. Blijkt nu dat je de hendel aan de spoelbak niet gewoon naar beneden moet drukken, maar dat je een soort pompende beweging moet maken om een waterstortvloed te veroorzaken die krachtig genoeg is. Een aha-erlebnis!