Ik weet dat het een afgezaagd liedje is, maar ik sta er telkens weer van versteld hoe snel de tijd vliegt en hoe het tempo waarmee de jaren voorbijvliegen enkel en alleen maar lijkt te versnellen.
De eerste baby’s die in mijn vriendenkring geboren werden, kunnen nu al lezen en schrijven. En je kan er al een echt gesprek mee voeren. Er zitten ondertussen al vier jaren Japans en Russisch tussen ons en onze laatste les Italiaans. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het gevoel van euforie, daar in die lelijke sportzaal toen ik mijn naam hoorde afroepen in het lijstje met afgestudeerden. Ondertussen ben ik een tweede diploma (en neen, dat gevoel van euforie bleef volledig achterwege toen ik opnieuw in die lelijke sportzaal zat) en ettelijke jaren werkervaring rijker. Toch voel ik me nog steeds een pasafgestudeerde die nog enorm veel te leren heeft. Een kwart van mijn mannelijke vrienden begint al last te krijgen van dunner wordend haar. Iedereen kocht een huis, verhuisde naar de uithoeken van het land of bij uitbreiding de wereld, kreeg kindjes en maakte carrière.
En de tijd, die schrijdt meedogenloos voort. En die zorgeloze tijden, die komen nooit weer terug.