Unicum

Vandaag heb ik iets heel bijzonders meegemaakt. Zo bijzonder dat ik mezelf even moest knijpen om er zeker van te zijn dat ik niet droomde. We zaten in vergadering (niks nieuws tot zover) met een externe consultant. Een consultant waarvan we veel verwachtten (en die we ook genoeg betaalden voor zijn expertise). We zetten ons probleem uiteen. Toonden hem welke voorbereidingen we reeds getrofen hadden en waar we vastgelopen waren. Zegt die consultant doodserieus: “Ik denk niet dat ik de juiste persoon ben om jullie problemen op te lossen”.

Jullie hadden de gezichten van de mensen rond de tafel moeten zien tijdens de doodse stilte die toen viel. Openhangende monden, ongeloof, ja zelfs schok. Een consultant die zijn eigen onkunde toegeeft. Nog nooit meegemaakt. Hij stelde voor iemand anders van zijn bedrijf te sturen die beter onderlegd was in de materie, verontschuldigde zich en klapte zijn laptop dicht. En daarmee was de vergadering afgelopen. Een eerlijke consultant, maak dat mee!

Sardientjes

Deze ochtend was het weer van dat. Van de mooie, grote dubbeldekker die ik (bijna) elke ochtend neem richting Brussel en die uit zeker zes wagons bestaat, geen spoor. In de plaats daarvan stond er op spoor twee een miezerig treintje met ocharme drie wagons en dan nog niet eens een dubbeldekker. Jullie kunnen je de gevolgen zeker indenken. De forenzen moesten er met de schoenlepel bijgeduwd worden, geen vierkante centimeter bleef onbenut. Als sardientjes in een blik, zwemmend in het zweet van de medemens.

Ik heb deze beker/trein aan mij voorbij laten gaan. Ik mag dan wel een fan zijn van lichamelijk contact, ik kies liever zelf met wie ik in een innige omhelzing sta. Die paar minuutjes werktijd die ik hierdoor verlies, ruil ik met plezier in voor een gemakkelijke zitplek in een veel rustigere trein. ‘k Moet tegen vanavond nog wat Japanse woordjes gememoriseerd krijgen he.

Doodop

Tweeënhalf uur vergaderen in de voormiddag. Tweeënhalf uur vergaderen in de namiddag. Drieënhalf uur Japans ‘s avonds. En dan te bedenken dat we weer op een ontieglijk vroeg uur wakker gemaakt werden door het lawaai van de bouwwerf naast ons. Mijn energieniveau staat op nul. Hoog tijd om in bed te kruipen.

Mijn dag

Vanochtend wreef ik de slaap uit mijn ogen in Leuven. Ik nam de trein naar Gent. Miste vervolgens mijn bus, maar moest gelukkig maar tien minuten wachten op de volgende. Ik vergaderde en gaf nuttige input (althans dat deed men mij geloven). Ik kreeg een lift naar Brussel. In Brussel aangekomen, griste mijn laptop van mijn bureau en spurtte naar de volgende vergadering. Straks neem ik de trein naar Mortsel en zal mijn vriendje mij aan het station oppikken om samen naar een feestje in Wilrijk te gaan.

En vannacht zal ik ongetwijfeld heerlijk slapen in mijn bedje in Leuven. 😉

Een hemelsbreed verschil

Ik durf al eens sakkeren op de hoeveelheid vergaderingen op mijn werk en ‘s morgens gaat opstaan vaak met het nodige gezucht gepaard (vooral omdat ik ‘s avonds niet op tijd in bed geraak). Maar tijdens de treinrit op weg naar mijn werk, ben ik goedgezind en blij om aan de nieuwe dag te beginnen, zij het niet aanspreekbaar omdat ik me wegsteek in mijn metrokrantje of andere lectuur. En ik moet toegeven dat ik het stiekem wel een beetje leuk vind, gevraagd te worden voor werkgroepen en adviescommissie allerhande, want dat wil zeggen dat mijn inbreng geapprecieerd wordt. En heb ik al eens een slechte dag op het werk, dan wordt die ruimschoots gecompenseerd door fijne dagen.

Wat een verschil, wat een hemelsbreed verschil met mijn eerste job. Ik herinner mij mijn allereerste werkdag nog levendig. Wat een tegenvaller. Wat een afknapper. Hoe helemaal anders dan ik mij had voorgesteld. Ik kwam ‘s avonds thuis en heb ongeveer een ganse rivier bij elkaar geweend. Als u weet dat ik mijn tranen meestal opspaar voor ronduit dramatische situaties, zegt dit genoeg. Ik wilde de volgende dag niet meer gaan werken, maar ben toch gegaan. Heb er het beste van proberen maken, maar na een half jaar wist ik het, dit is niet wat ik wil, ik moet hier weg. Toen was elke ochtend een lijdensweg: opstaan, tegen je zin naar het werk gaan.

Wat een verschil met nu. Een hemelsbreed verschil.

Vergaderen

Ben ik net mijn boeltje aan het bijeen pakken om naar huis te vertrekken, komt er een collega van een andere dienst vragen of ik morgenvoormiddag bij een vergadering aanwezig kan zijn. Ik moet in eerste instantie niet zo vriendelijk gekeken hebben, want hij vroeg het daarna nog eens heel beleefd. Ik had morgenvoormiddag echter niks in mijn agenda staan en “geen goesting” telt niet als excuus.

En zo zit ik ook deze week weer aan een gemiddelde van één vergadering per dag. En ik die dacht dat het wat rustiger zou worden na de Deadline.

Yippie!

De deadline waar ik al meer dan een maand mee in mijn maag zit, is gehaald. Ons projectvoorstel is ingediend: vijf minuten voor de deadline. En toen klonk er heel eventjes heel luid “yes” door ons landschapsbureau. Sorry collega’s, dat moest er even uit. 😉

Ik heb mijn ontspannend avondje sauna straks in ‘t Mineraal wel verdiend!

En toen zat ik opgesloten…

Om iets voor zeven besloot ik het totaal uitgestorven gebouw waar ik mijn dagen al werkend doorbreng, te verlaten. Nu weet ik wel dat de voordeuren gesloten worden om zeven uur, maar ik dacht nog net op tijd te zijn om door de voordeur te kunnen glippen. Dat vermoeden werd bevestigd toen ik zonder problemen de eerste deur passeerde door op zo’n knop te drukken om het slot te openen. Vervolgens stond ik in het voorportaal met de grote glazen deuren die uitgeven op de straat. Ik spoed mij naar de glazen deur en ja, gesloten. Na alle deuren geprobeerd te hebben, zat er niets anders op dan terug te keren naar de ontvangsthal en via één of andere achteruitgang het gebouw te verlaten.

Om in de ontvangsthal te geraken, moest ik echter terug door de tussendeur die ik zonet met de knop geopend had. Klein probleempje. Die tussendeur was van buitenaf niet te openen. Ook niet met mijn badge, want die werkt niet meer na zeven uur. Dus daar stond ik. Even voelde ik een golf van paniek opkomen toen ik besefte dat ik geen belwaarde meer op mijn gsm had en ik dus niemand van mijn penibele situatie (opgesloten tussen twee deuren) op de hoogte kon brengen. Ik zag me in gedachten al de nacht doorbrengen in het voorportaal van ons gebouw, wachtend op de eerste noeste werknemers van de volgende dag om mij te bevrijden.

Gelukkig wist ik de initiële paniek te onderdrukken en besloot ik een beetje logisch na te denken. Normaal is er een nachtwacht in het gebouw. Die moest ik toch op één of andere manier kunnen bereiken. En ja, aan de tussendeur stond een knop om het onthaal te bellen. Dus besloot ik daar maar eens op te drukken. Groot was mijn opluchting toen aan de andere kant van de lijn bijna meteen werd opgenomen. De redding was nabij! De vriendelijke nachtwaker heeft mij zonder morren buiten gelaten. Ik hoef jullie niet te vertellen hoe geweldig opgelucht ik was. Al bij al heb ik maar een aar minuten opgesloten gezeten. Ik heb zelfs nog de trein gehaald die ik oorspronkelijk wilde nemen.

Moraal van het verhaal: overwerken is nergens goed voor.

Leeg

Het is hier leeg. Al de bureaus rondom mij zijn verlaten. Het enige geluid dat de stilte doorbreekt, zijn mijn vingers op het toetsenbord van mijn pc. Het ziet ernaar uit dat ik hier nog wel even zit. Ik haat korte deadlines en nog meer in combinatie met lang uitlopende vergaderingen. Een mens moest op twee plaatsen tegelijkertijd kunnen zijn.

Blah

Het is bijna half zeven. Het is vrijdagavond. En ik zit nog altijd op mijn werk. Moederziel alleen. Denk dat ongeveer het ganse gebouw verlaten is. Ik stuur nog snel één mailtje met als attachment het beloofde Belangrijke Document dat Dringend af moest op vrijdagnamiddag en ik ben er ook mee weg zie. Laat het weekend beginnen!