Plougonvelin en Brest – 4 augustus 2020

Gisterenavond had ik via Tripadvisor een gegidste wandeling doorheen Brest geboekt. Brest is zo’n stad die zich niet meteen laat kennen, maar als je je laat rondleiden door een local, kom je ongetwijfeld leuke plekjes tegen. Helaas, de gids laat me weten dat de rondleiding niet kan doorgaan, wegens te weinig inschrijvingen. Jammer, maar niets aan te doen, Brest zal een mysterie blijven voor ons.

Op zoek naar een alternatief, dus. Via de toeristische site van Bretagne vind ik een wandeling niet te ver van Brest die me meteen aanspreekt: een ruige kustlijn met een vuurtoren en een abdijruïne, klinkt geweldig. Via Googlemaps zoeken we een alternatief startpunt voor de wandelroute, zo dicht mogelijk bij Brest en waar we onze auto kunnen parkeren. Ons oog valt satellietfotogewijs op een wijk met een paar parkeerplekken. Ideaal! Serieus, ik kan me nog amper herinneren hoe we vroeger reisden zonder smartphones en dataconnectie.

De rit naar onze via googlemaps gevonden parkeerplek brengt ons via een smalle eenrichtingsstraat langs de militaire haven van Brest, vol met indrukwekkende militaire schepen. We kijken onze ogen uit. Een half uurtje later, parkeren we onze wagen in de uitgestorven woonwijk en starten we aan de wandeling.

Het eerste gedeelte van de wandeling brengt ons door een uitgesproken ruraal landschap met velden, koeien en boerderijen. Midden in de velden ontdekken we twee vreemd ogende witte navigatiebakens voor de schepen. De eerste keer in mijn leven dat ik zoiets zie.

IMG_8498

IMG_8499

IMG_8501

IMG_8502

IMG_8503

IMG_8504

IMG_8505

IMG_8543

IMG_8548

IMG_8549

Ook bijzonder: de gigantische privétuin Jardin du Vaéré. De tuin is een oase vol met bloemen, planten en bomen. Er zelfs een apart gedeelte voor cactussen. Doorheen gans de tuin staan bijzondere bouwsels: miniatuurhuizen, -kerken en -vuurtorens, allemaal opgetrokken uit de lokaal gevonden stenen. Er zijn paden met knikkers verwerkt in het beton en diorama’s met poppetjes in. Te veel om op te noemen. De eigenaar van de tuin heeft hier duidelijk zijn levenswerk van gemaakt. Met plezier laten we een vrije bijdrage achter, we hebben echt genoten van ons bezoek.

IMG_8506

IMG_8512

IMG_8518

IMG_8520

IMG_8521

IMG_8524

IMG_8529

IMG_8533

IMG_8535

IMG_8538

IMG_8541

Na een tijdje wandelen komt de prachtige vuurtoren in zicht met vlak daarnaast de ruïnes van een abdij. Het uitzicht is werkelijk fenomenaal en elke bocht van het kustpad biedt een nóg mooier zicht op beide bouwwerken. Aangezien het middaguur ondertussen al even achter ons ligt (het is 13.30u), zoeken we een plek om iets te eten. Ons oog valt op La Crêpe Dantel’, een Bretoens pannenkoekje gaat er altijd wel in. Wij zijn duidelijk niet de enigen die daar zo over denken, want het restaurant zit stampvol. De vriendelijke dienster stelt voor dat we over een half uurtje terugkeren en reserveert een tafel voor ons. Perfect!

IMG_8554

IMG_8555

IMG_8556

IMG_8557

IMG_8561

IMG_8563

We besteden dat half uurtje met een bezoek aan het vlakbij gelegen Mémorial national des marins morts pour la France. Een mooiere plek voor een herdenkingsmonument is amper denkbaar. Jammer genoeg is het niet mogelijk het memoriaal zelf te bezoeken, gesloten om wille van het coronavirus. Gelukkig kunnen we via de website een blik werpen op het interieur.

IMG_8566

IMG_8567

IMG_8568

IMG_8569

IMG_8574

IMG_8575

IMG_8581

IMG_8590

IMG_8594

Ondertussen hebben we flink honger gekregen, stipt om 14u melden we ons opnieuw bij La Crêpe Dantel’ en installeren we ons aan een tafeltje in de schaduw. Het is echt té warm om in de zon te zitten. De pannenkoeken zijn fantastisch lekker. Als hoofdgerecht gaan we voor een hartige pannenkoek (une crêpe blé noir) en als dessert kiezen we een zoete pannenkoek (une crêpe au froment). Decadent, maar we hebben energie nodig voor onze wandeling 8,2 kilometer.

IMG_2163

IMG_2165

IMG_2168

Na deze heerlijke lunch willen we graag de vuurtoren van Saint-Mathieu beklimmen, helaas is er pas over drie kwartier een tijdslot voor een bezoek beschikbaar. Zo lang willen we niet blijven wachten, dus beginnen we aan het vervolg van onze wandeling. Het tweede stuk van de wandeling volgt het wandelpad langs de kust. We genieten met volle teugen van de prachtige rotsachtige kust, de zeelucht in onze longen en de zon op onze gezichten. Eat that, COVID-19! Onderweg komen we door de mens gemaakte gaten in de steile rotswanden tegen. Deze gaten werden vroeger gebruikt om via een touw zeewier naar boven te hijsen.

IMG_8599

IMG_8600

IMG_8601

IMG_8605

IMG_8617

IMG_8623

IMG_8645

IMG_8654

IMG_8658

IMG_8661

IMG_8666

IMG_8668

IMG_8670

IMG_8672

IMG_8675

IMG_8687

We vinden probleemloos onze (behoorlijk hete) wagen terug en besluiten nog even de voetjes in zee te steken. Daarvoor moeten we wel even zoeken naar een parkeerplaats langs de kust. Het is immers bijzonder druk op de Plage Du Trez Hir. Heel Frankrijk wil duidelijk aan het strand genieten van deze mooie zonnige zomerdag. We blijven niet heel lang op het strand, want het water is kouder dan verwacht. Na een tiental minuten pootjebaden keren we met voeten plakkend van het zand terug naar onze wagen. Naar goede gewoonte reserveer ik op de terugweg naar Brest een plekje in een restaurant in de buurt van ons hotel.

In Brest parkeren we onze Cambio opnieuw in dezelfde straat en keren we terug naar het hotel om dat plakkerige zand van ons af te spoelen. Dat blijkt nog niet zo evident te zijn: na heel wat boenwerk ontdek ik nog altijd kleine korreltjes die blijven plakken. Ach ja, dat zal er wel afslijten.

Voor het avondmaal wandelen we naar Jardin d’Hiver, een echte hipster plek met industriële look en hopen planten. Er is niet veel volk, dus we voelen ons helemaal op ons gemak. We genieten van een lekkere en gezonde maaltijd met veel groenten. Niet altijd evident, in Frankrijk!

IMG_2181

IMG_2184

IMG_2187

IMG_2188

Trieste nieuws van de dag: de gigantische ontploffing in Beiroet. Wat een ravage! Het menselijk leed is niet te overzien en dat in een stad die in het verleden al zo zwaar getroffen geweest is.

Bijen en abdijen

Onze dag begon vandaag met een als ontbijt vermomde scouting in Kasteel de Bunswyck. Mijn vriendje en ik zijn namelijk op zoek naar een zaal voor een feestje. Bij nadere inspectie bleek Kasteel de Bunswyck niet de locatie die we in gedachten hadden. Een beetje afgeleefd, te weinig parkeerplaatsen, niet echt onze smaak. Natuurlijk kan je niet verwachten dat het eerste schot altijd raak is, we zoeken dus verder. Goeie tips over feestzalen in de provincie Vlaams-Brabant zijn welkom.

Na het ontbijtbuffet (dat ik voor de prijs van achttien euro per persoon behoorlijk middelmatig vond, waar was het geadverteerde vers fruitsap?) trokken we het nabijgelegen bos in voor een wandeling. We genoten van de herfstzon, de bosgeuren, het gezellig geritsel van vallende bladeren en de eenzaamheid. Laat het ons erop houden dat de vrije natuur een stimulerende werking op ons heeft. 😉

Volgende stop op het programma: de tentoonstelling In godsnaam! in de Parkabdij, nog steeds met stip mijn favoriete abdij. Een mooi verzorgde tentoonstelling in een uniek kader. De tentoonstelling gaf een goed inzicht in het leven van kloosterlingen aan de hand van afbeeldingen, animatiefilmpjes, bijzondere voorwerpen, en ja, zelfs muziek. De leukste voorwerpen vond ik de poppetjes in kloosterkleren, het hostie-ijzer, het altaar gemaakt uit stro, het besloten hofje (voorstelling van het kloosterleven) en de abtsstaven. Ook de kinderen hoeven zich niet te vervelen: voor hen waren er spelletjes en puzzels. Ik denk dat de spelletjes ook bij het ouder publiek aansloegen, want ik was beslist niet de enige volwassene die haar naam in calligrafieschrift schreef. 😉

Na de tentoonstelling, die erg succesvol was, want toen wij onze audiogids terugbrachten, bleken al de audiogidsen uitgeleend te zijn, gingen we nog even wandelen rondom de abdij. Als vanzelf kwamen we terecht bij de bijenkorven. Imker Staf Kamers was enthousiast aan het uitleggen over zijn passie. Hij vertelde dat de koningen speciaal geselecteerd worden op meegaand karakter, zodat ze niet “steeklustig” zijn. Zo is het door een juiste selectie nu niet meer nodig dat hij een speciaal pak aantrekt als hij de korf openmaakt. Een bijensamenleving is perfect gestructureerd. Iedereen heeft zijn taak in het geheel. Bijen, het zijn fascinerende wezens.

Alleen jammer dat zowel mijn vriend en ik platzak waren, anders had ik beslist een potje honing of een flesjes propolis of mede gekocht. Ach ja, dat zal voor een volgend bezoek zijn.

Staf en zijn bijenkorven:

Honing en afgeleide producten:

Opendeurdag in Abdij Keizersberg

Zondag zijn we naar de opendeurdag van Abdij Keizersberg geweest. Vreemd toch dat we tijdens al die jaren in Leuven nog nooit een bezoekje aan deze abdij gebracht hebben en dat terwijl ik een grote liefde heb voor deze sacrale gebouwen. Het is een trend die je wel vaker ziet, mensen die verre reizen maken en het moois vlak voor hun neus negeren. Nu steek ik niet onder stoelen of banken dat ik graag verre reizen maak, maar ik probeer dit te compenseren door een gezonde aandacht aan de dag te leggen voor de mooie dingen in mijn buurt. België is een minilandje, maar heeft op het vlak van cultuur en ja, zelfs natuur, zeker het één en ander te bieden.

Dus toen mijn vriend enkele weken geleden mij erop attent maakte dat Abdij Keizersberg op 30 september een opendeurdag hield, kruiste ik die dag meteen aan in mijn agenda. Veel te vroeg naar mijn goesting (het wii-feestje had langer geduurd dan verwacht) kropen we de dag zelf uit ons bed. Het oorspronkelijk plan was te voet naar de abdij te trekken. Een goeie klim ga ik immers nooit uit de weg. Doordat ik echter moeilijk uit mijn bed raakte en we absoluut de Gregoriaanse mis om 10.00u wilden bijwonen, moesten we de wagen nemen om niet te laat te komen.

Bij de abdij aangekomen, was het even zoeken naar een parkeerplaatsje, we waren duidelijk niet de enige die op zondagochtend naar de mis trokken. De kerk zat goed vol. 70 à 80 procent van de aanwezigen, was ouder dan zestig. Mijn vriend en ik sprongen tussen al dat grijze haar serieus in het oog. Denk dat we, met uitzondering van een paar kleuters, veruit de jongste aanwezigen waren. De mis was behoorlijk indrukwekkend. De mooie gezangen van het mannenkoor vulden de ganse ruimte en toen de gelovigen invielen (bijna iedereen zong mee), kreeg ik, doorwinterd atheïst, toch even kippenvel. Zeer, zeer mooi. Een echte belevenis.

Minder mooi vond ik de stukken uit het evangelie die werden voorgelezen. Veel stukken die over schuld en boete gingen, over branden in de hel en zo. Ik kan me voorstellen dat deze teksten in vroeger tijden de gelovigen een heilige schrik voor de zonde aanjaagden. De gekozen stukken schetsten een beeld van een onvergevingsgezinde god die elke misstap van zijn volgelingen genadeloos afstraft in het hiernamaals. Gelukkig milderde de priester de inhoud van de teksten door ze op een symbolische manier te verklaren. Maar toch.

Na de Gregoriaanse mis gingen de deuren van de abdij open. De abdij is nog redelijk recent. Ze vierde dit jaar haar honderdjarig bestaan en ademt dus niet de sfeer van ouderdom en eeuwigheid uit die je bijvoorbeeld wel in het de Abdij van ‘t Park vindt. Het gebouw op zich is echter meer dan interessant genoeg. In de eerste plaats omdat de plek waar de abdij gebouwd is, de Keizersberg, een zeer rijke geschiedenis heeft. In de dertiende eeuw werd op deze heuvel een burcht gebouwd, die eeuwen later als verblijfplaats diende voor de jonge Keizer Karel die de burcht later verfraaide en uitbreidde. In de achttiende eeuw was de burcht echter in verval geraakt en beval keizer Jozef II de afbraak. Alleen de schoormuur en de 36 meter diepe waterput (die we op politiebevel niet mochten bekijken) bleven gespaard.

De heuvel heeft echter niet alleen een seculiere geschiedenis. Aan de oostelijke zijde van de heuvel, “Wolvenberg” genoemd, bouwden de graven van Leuven in 1187 een huis voor de Tempelridders. Na de opheffing van de orde van de Tempeliers, vestigden de Hospitaalridders van Sint-Jan zich in deze commanderij tot de komst van de Fransen in 1789. De kerk van de commanderij werd afgebroken en de gebouwen van de commanderij verkocht. Het eeuwenoude kloostergebouw werd helaas helemaal vernield tijdens het nachtelijke bombardement van mei 1944.

Het indrukwekkendste vertrek in de abdij vond ik de bibliotheek. Zeer oude en interessante boeken, waarvan de handgeschreven fiches te raadplegen zijn in een prachtige houten fichekast. De bibliotheek van de abdij bezit ongeveer 250.000 boeken. Je kan de bibliotheek alleen consulteren na een afspraak gemaakt te hebben.

Na wat rondgewandeld te hebben in de kloostergang en de verschillende vertrekken, pauzeerden we even in de eetzaal met een stukje taart en een goudgeel aperitiefwijntje (voor mij) en een Keizersberg bier en een boterham met abdijkaas (voor mijn vriend). Kanttekening: in de abdij zelf werd nooit bier gebrouwen, de abdij leende slechts zijn naam aan dit streekproduct. We zaten nog maar net aan tafel toen twee nonnetjes ons vervoegden. Toen we zeiden dat we ‘s ochtends naar de mis waren geweest, kon ik zien dat ze onder de indruk waren. Je zag ze zo denken: “D’r zijn dan toch nog jonge mensen die naar de mis gaan.” 😉

Bij het verlaten van de abdij passeerden we allerlei standjes met christelijke en iets minder christelijke producten. We konden het niet laten en schaften ons een mooie uitgave over bier van het Davidsfonds aan. We kochten ook een flesje van de lekkere goudgele aperitiefwijn. Leuk voor als we gasten hebben.

Conclusie: breng zeker eens een bezoekje aan Abdij Keizersberg. Voor de liefhebbers van liturgische gezangen is het bijwonen van de Gregoriaanse mis zeker een aanrader.