Alweer een nieuwe baby!

De mama van pluimgewichtje is bevallen van haar derde kindje. Het klinkt een beetje belachelijk en melig, maar mijn hart maakte echt een vreugdesprongetje toen ik het bericht kreeg. Een grote, gezonde, flinke baby. Oef, want uiteindelijk ben je nooit helemaal zeker tot na de geboorte (en dan nog…) De mama en de papa wisten dat de handicap van pluimgewichtje niet erfelijk was en de zwangerschap werd heel goed opgevolgd, maar ongerustheid is er altijd, zeker als je weet dat bij pluimgewichtje  de dokters pas heel laat in de zwangerschap merkten dat er iets mis was. Over twee weken ga ik de nieuwe baby zelf bewonderen. Ik ben benieuwd. :-)

Paasmaandag

Omdat het driekoningenfeestje dit jaar door ziekte in iets beperktere kring gevierd werd, nodigden onze gastheer en gastvrouw de ganse bende uit voor een driekoningenfeestje reloaded. Op paasmaandag. De klokken brachten heel veel sneeuw en toen de gastheer “I’m dreaming of a white Christmas” op zette, ontbrak alleen nog een kerstboom om de kerststemming volledig te maken.

We aten ‘s middags kindvriendelijke spaghetti met balletjes gehakt die naar mijn mening een beetje flets van smaak was. Maar goed, kinderen houden nu eenmaal niet van té sterke smaken.  (Ik wel, ik ben bevoorbeeld dol op de Thaise keuken, daarvoor alleen al zou ik nog eens naar Thailand willen terugkeren.) Na het middagmaal werden er veel te veel (zelfgemaakte) chocoladeëieren op tafel gezet, waarvan ik natuurlijk moeilijk kon afblijven. Het metier van chocolatier intrigeert mij mateloos. Ooit ga ik eens zo’n cursus “chocolade maken” volgen. (Met de nadruk op ooit.)

Sommige kindjes werden in bed gestopt, anderen voor de tv geplaceerd (handig!) en daarna speelden de volwassenen een spelletje Bang!.  Ik vond het minder leuk dan de vorige keer. Mijn vriendje was de sheriff en hij wilde maar niet doodgaan. En ik, arme outlaw, lag er door een laf en onverwacht manoeuvre van een hulpsheriff al snel uit. Bah. Verliezen doet altijd zeer.

Een beetje saai

Mijn vriend en ik zijn vanavond gaan eten met een collega van mijn vriend. De collega in kwestie had mij uitdrukkelijk meegevraagd, anders was ik zelfs niet meegegaan. Ik gun mijn vriend zijn pleziertjes.

Ik weet niet hoe het komt, maar het gesprek kwam maar niet op gang. Nog niet zo vaak meegemaakt, want meestal vind ik wel een gemeenschappelijk thema om het gesprek op gang te trekken en gaande te houden. Heel erg vreemd, want naar het schijnt is de collega in zijn gewone doen een grappenmaker eersteklas. Het leek wel alsof hij totaal dichtklapte omdat ik erbij was en zich op de één of andere manier dacht te moeten inhouden of zo. Raar, raar. Op den duur heb ik het dan zo’n beetje opgegeven. Tot mijn grote opluchting wou de collega na het eten niks meer gaan drinken want ik vond het maar een saaie bedoening. De collega waarschijnlijk ook. 😉
Ik ben mij er van bewust dat het niet met iedereen kan klikken, maar ik dacht dat ik het sociaal converseren ondertussen toch al wat in de vingers had. Niet dus. Zelfs mijn vriend moest toegeven dat het een beetje saai was.

Het leven is niet eerlijk

Terwijl mijn feedreader overspoeld wordt met shoppende vrouwen, krijg ik bericht dat het dochtertje van een kennis in het ziekenhuis is opgenomen. Het meisje is acht maanden en geboren met een genetische afwijking waardoor ze zeer slechtziend is en tumoren op de nieren zal ontwikkelen. Na een scan bleek dat er al abnormaal weefsel aanwezig was op haar nieren, waarna besloten werd over te gaan op chemotherapie voordat dit weefsel kon uitgroeien tot tumoren. De chemotherapie zal een volledig jaar duren.

Weet je, ik beschouw mezelf niet als een bijzonder goed mens, maar ik ken wel zulke mensen. Mensen die altijd het beste in anderen zoeken, die ik nog nooit kwaad heb gezien en steeds bereid zijn om anderen te helpen. X, de vader van N, is zo iemand. Altijd vrolijk, altijd goed gezind. Actief in de jeugdbeweging, slim, muzikaal, vrijgevig. We studeerde samen, gingen naar feestjes van gezamelijke vrienden, maar verloren het contact een beetje nadat hij trouwde met een vrouw, al even lief en zacht als hijzelf, verhuisde en vervolgens kinderen kreeg. Ik wist dat hij een tweede dochtertje had,  kocht een cadeautje, stuurde een kaartje, maar ging niet op bezoek. Geen tijd, jullie kennen het excuus zeker wel.

En nu krijg ik dit bericht. Het gaat niet goed met zijn dochtertje. Ze eet niet, ze slaapt moeilijk, ze heeft pijn. Ze krijgt nu voedingsstoffen via een infuus, maar de dokters willen haar met een sonde voeden. Ze ziet er zo klein, zielig en bleek uit op de foto’s. Een baby nog, geen kindje van acht maanden. Nu is niet de tijd om het contact te vernieuwen, maar ik volg hun verhaal en als het weer beter gaat met kleine N, zal ik er zeker werk van maken. Sommige mensen zijn het waard om tijd voor te maken.

Vrijdagavond

Alumnibijeenkomst van licentiaten informatica en hun partners. Het gebeurt niet vaak, maar ik had er totaal geen goesting in. Jaja, en dat voor iemand die altijd op de eerste rij staat als het over feestjes gaat. Zelfs het vooruitzicht interessante nieuwe mensen te leren kennen, kon me niet over de streep trekken. Mijn vriendje was echter één van de organisatoren, dus kon ik niet afwezig blijven. Dik tegen mijn goesting sleepte ik me naar restaurant De Klimop en het eerste kwartier heb ik zowat zitten zuchten en naar het plafond zitten staren. Tot ik mezelf bedacht dat dit een absoluut belachelijk houding was en ik beter wat moeite kon doen om mij te amuseren. Ik bestelde mij een glaasje cava, leerde de mensen rondom mij aan tafel kennen, at een overheerlijke filet pur met champignonsaus en guess what, ik amuseerde mij geweldig.

Les geleerd: mokken is een nutteloos tijdverdrijf.

Zaterdagavond

Na een onnoemelijk drukke zaterdag, waarop ik Russische werkwoorden vervoegde, een ontmoeting had met vismensen, al hollend winkelde in de Delhaize, raprap een stukje paasfeesten (gruwelijk slechte site, u bent gewaarschuwd) meepikte en stofzuigend, swifferend en poetsend probeerde ons appartement een beetje toonbaar te maken, was alles zo rond half zes klaar om een bende van zeven personen in ons appartement te ontvangen.

Nu moeten jullie weten dat de tafel in ons appartement uitgerust is om acht personen een plekje te geven. Met mijn vriend en ik erbij, zouden we één persoon op een bureaustoel moeten plaatsen, maar dat leek ons niet zo’n probleem te zijn. Blijkt dat mijn ex-vriendje zijn nieuwe vriendin had meegebracht en we dus met een persoon extra waren. Oja, hij had het ons wel laten weten: één uur en een kwartier voordat het feestje begon, had hij nog snel een mailtje gestuurd dat ik natuurlijk niet meer gelezen had. Dat is dus één van de redenen waarom hij mijn ex is. 😉 Enfin, de nieuwe vriendin was sympathiek en gelukkig hebben we twéé bureaustoelen in huis. We plaatsten telkens twee personen aan de kop van de tafel en het paste allemaal wonderbaarlijk.

Ik had wel een beetje stress op voorhand, want het was de eerste keer dan mijn vriend en ik voor een bende van tien personen kookten. Om het onszelf niet te moeilijk te maken, gaven we op de markt gekochte quiches als voorgerecht (in de oven schuiven en twintig minuten wachten) en maakten we een simpel pastarecept met zalm en spinazie dat bijzonder goed smaakte. (Al slagen we er blijkbaar niet in om pasta te koken zonder dat de boel overkookt.) Voor de liefhebbers was er daarna nog ijs, maar er vielen nog weinig gaatjes op te vullen. Geen erg, meer ijs voor mij, de komende dagen. 😉

Toen iedereen voldaan was, werd het tijd voor het werkelijke doel van deze bijeenkomst: spelletjes spelen! Met een groep van tien personen is de keuze aan spelletjes eerder beperkt, dus hielden we het op weerwolven. Altijd goed voor het genereren van achterdocht, wederzijdse beschuldigingen en uitgebreide lachsalvo’s. Mijn vriendje maakte trouwens indruk door, telkens als ik weerwolf was, mij vroegtijdig te ontmaskeren. (Al had het feit dat hij één keer ziener was daar ook wel iets mee te maken.) Hij begint mij een beetje te goed te kennen. Tijd voor een nieuw vriendje? 😉

Een receptie zonder wijn

Zelfs geen glaasje schuimwijn te bekennen. Alleen maar bier. Denk dat dit de eerste receptie sinds mensenheugenis moet zijn dat ik alleen maar water gedronken heb. Al een geluk dat ik fijn gezelschap had om tegen te praten.

De receptie was ter gelegenheid van het doctoraat van een kameraad, die trouwens een zeer goeie presentatie gaf in de mooiste zaal van onze alma mater, de promotiezaal in de universiteithallen. Ik ben zo langzamerhand de tel kwijt van het aantal doctors dat zich in mijn kenniskring bevindt. ‘t Zijn er alleszins genoeg om mijn eigen mini-universiteit op te richten, al zijn de disciplines misschien niet gevarieerd genoeg. Maar soit, daar wilde ik het niet over hebben. Zo’n doctoraat is altijd een goeie gelegenheid om ex-studiegenootjes terug te zien. De babyboom is ook daar in alle hevigheid losgebarsten. Het hangt zeker in de lucht (of zou het dan toch de leeftijd zijn?). Na de clichévragen over de gezondheid van de toekomstige moeders, boog het gesprek af naar één van mijn favoriete onderwerpen: banken en hun evilness. Eén van de aanwezigen werkt momenteel voor een bank, dus ik heb inside info gekregen over de door en door doortraptheid van deze instellingen. ‘t Is alleen spijtig dat een mens niet zonder kan.

Beste gesprek van de avond: dat met een professor die mij vroeger nog les gegeven heeft  en zich duidelijk totaal niet meer kon herinneren waarvan hij mij kende. Na een falikant afgelopen poging om mijn naam te raden en een poging om mij aan twee van de vaders in spé te koppelen, heb ik hem dan toch maar uit zijn lijden verlost. Niet te geloven dat hij niet meer wist wie ik was. ‘k Heb nochtans genoeg (niet altijd even fantastische) examens bij hem afgelegd. 😉

Toen ik thuiskwam, heb ik mij meteen een glaasje wijn ingeschonken. Schol!

Vrijgezellenweekend

Ondanks een paar dramaatjes was het een erg gezellig weekend. Wel superbraafjes, maar dat schijnt eigen te zijn aan vrouwelijke vrijgezellenuitstapjes. 😉 Omdat ik zaterdagvoormiddag toch nog twee uurtjes Russisch wilde meepikken, sloot ik pas in de namiddag bij de groep aan. Ik miste zo de rondvaart op de Brugse reien en de brunch in het park. Een mens moet er iets voor over hebben om wat Russische dialoogjes te kunnen oefenen.

Na anderhalf uur treinen bevond ik mij in het station van Brugge. Eerst wat gevloekt op de bagagelockers die alleen maar gepast geld aanvaardden (het ding weigerde mijn vier euro aan te nemen, ik was verplicht exact drie euro in de automaat te steken, grmbl). Gelukkig vond ik tot mijn opluchting iemand in het stationscafé bereid om wat geld te wisselen. Ik weet niet of ik pech had, maar alle mensen die ik aansprak in het station waren bijzonder onvriendelijk. En ik die dacht dat West-Vlamingen de gastvrijheid zelve waren. De meneer bij wie ik mijn buskaartje kocht was ook een geval apart, maar ik geraakte na wat aandringen toch aan mijn kaartje. De mevrouw die de bus bestuurde liep dan weer over van de vriendelijkheid.

Na een busrit van een tiental minuutjes, was ik op de plaats van afspraak. Ik kocht snel een chocoladebroodje om wat energie op te doen en stond net met volle kaken de restanten van het broodje naar binnen te werken, toen ik de toekomstige bruid en haar hofdames ontwaarde. Na een korte voorstelling (en een tevergeefse poging om al die nieuwe gezichten aan namen te koppelen) trokken we naar een fietsverhuurder. We maakten een tochtje langs plekken waaraan de vrijgezellin leuke herinneringen had. Zo bezochten we het huis van een buurjongen waarmee ze ooit doktertje  gespeeld had. Naar het schijnt konden zijn erg katholieke ouders daar destijds niet mee lachen. En het feit was duidelijk nog niet vergeven. Toen we gingen aanbellen, bleef de deur op slot, terwijl een wagenwijd openstaand raam beslist deed vermoeden dat er iemand in huis was.

Na de fietstocht, trokken we onze schoenen uit en begonnen we twee aan twee te dansen op onze sokken (ik danste met de bruid in spé). We waagden ons aan salsadansen onder de deskundige begeleiding van twee geoefende dansers. In het begin had ik wat moeite met de stapjes, maar eens de klik gemaakt, ging het vlotjes. Spijtig dat er in mijn huidige leven zo weinig tijd overblijft om te dansen. Vroeger, toen ik nog geen agenda had die volgeboekt was tot in juli, stond ik elke week minstens één keer op een fuif met mijn gat te schudden. In een ver verleden volgde ik rock-and-roll en stijldanslessen. Helaas is er van al die danspasjes niet veel blijven plakken, ik doe het gewoon te weinig.

Na de dansles zetten we koers richting onze slaapplaats om ons wat op te frissen na al de lichamelijke inspanningen. De bruid to be was geblinddoekt. Groot was haar verrassing toen bleek dat ze de nacht zou doorbrengen in een heus kasteel. En wat voor een kasteel. Met een torentje en een slotgracht. Alleen de prins ontbrak om haar te komen bevrijden (die zat ergens in het verre Limburg met verfkogels op zijn vrienden te schieten). Na wat traantjes bij de kamerverdeling en wat sussende woordjes van mezelf (ojee, ik waande me even terug in het tweede middelbaar: ik vol onbegrip voor al de puberhysterie van mijn vriendinnen, maar toch geduldig luisterend naar hun persoonlijke drama’s en goeie raad gevend) , trokken we richting restaurant.

De tocht naar het restaurant bleek een hele uitdaging. De parkeergarage bevond zich op flinke afstand van het restaurant, niemand had een plannetje bij en niemand kende de weg in Brugge. Gelukkig had één van de hofdames een draagbare GPS bij zich, die ik haar snel ontfutselde en op wandelroutes instelde. Ha, daar had ze niet aan gedacht! En mijn vooroordelen over juristen die niet veel moeten hebben van IT-toepassingen werden maar weer eens bevestigd. 😉 Navigeren doe ik dolgraag (ik loop op citytrips ook altijd met de kaart in de hand), dus eens ik de GPS in handen had, waren we snel op onze bestemming.

In het restaurant werden we zeer vriendelijk onhaald. Blijkbaar concentreert de Westvlaamse onvriendelijkheid zich enkel rond het station. Jordy, onze ober deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Het vegi-drama werd zonder problemen opgelost. Het slaatje met kip en de steak met frietjes werden omgeruild voor kaaskroketjes en een vegetarische spaghetti en iedereen was tevreden.  We lachten, we dronken, we aten, we babbelden. We zochten naar mannen met een stoere borstkas, maar moesten het doen met het kokshulpje dat wel heel erg graag uit de kleren ging om zijn spichtige borstkas te laten bewonderen.

Na het eten was iedereen doodop. Dus kwam er van een stapje in de wereld zetten niet veel meer in huis en dropen we met hangende pootjes af naar het kasteel. Waar iedereen snel in bed kroop voor een (in mijn geval slecht) nachtje slaap. Bij het uitgebreide ontbijt dronken we nog een glaasje cava en besloten we dat het een geslaagd weekend was. We namen afscheid van elkaar met de gevleugelde woorden: “Tot op het trouwfeest!”

To kiss or not to kiss

Mensen die mij kennen, weten dat ik nogal graag en veel kus (op de wang, he! enkel mijn vriendje heeft het voorrecht op andere lichaamszones mijn lippen te mogen voelen). Zowel bij de begroeting, als bij het afscheid nemen, mogen vrienden en kennissen kussen verwachten. Ik vind een kus gewoon de ideale manier om te laten blijken dat je blij bent dat iemand er is (of dat hij weggaat, haha). Kussen is iets wat ik tijdens mijn studententijd heb aangeleerd, want voordien werd er thuis zelden of nooit gekust. Een leuke gewoonte die is blijven plakken.

In professionele context ligt dat echter heel anders, daar hou ik het meestal bij een vriendelijke en stevige handdruk.  Nu overkomt het mij regelmatig dat collega’s of projectmedewerkers mij spontaan een stevige pakkerd geven (en neen, niet enkel op mijn verjaardag). Wat ik op zich natuurlijk niet zo erg vind, maar ik weet dan nooit welke houding ik moet aannemen. Daar sta ik dan een beetje onnozel te wezen met mijn uitgestoken hand en moet ik die persoon dan de volgende keer ook zoenen of afwachten tot hij of zij het intiatief neemt?

Initieel was het voor mij simpel: kussen is voor privégebruik, de handdruk voor professionele contacten. Maar tegenwoordig duiken professionele contacten ook op in mijn privésituatie en dan geef je toch een kus en dan is het raar om dat opeens niet te doen in werkcontext. Enfin, waar een mens zoal over zit na te denken op een vrijdagnamiddag.