Haarkleur

Vroeger was het één van de manieren om me direct op mijn paard te krijgen, de vraag: “Is dat jouw natuurlijke haarkleur?” Tegenwoordig haal ik slechts mijn schouders op en antwoord ik bevestigend: “Ja, dat is mijn natuurlijke haarkleur.” Met het ouder worden, wordt een mens milder, zeker?

Ik ben namelijk, beste lezers, blond. Niet donkerblond, maar écht blond: lichtblond. En in de zomer, als de zon veel schijnt, dan wordt dat blond nog een tikkeltje lichter en krijg ik die vraag nog vaker te horen. Zelfs bij de kapper kreeg ik die vraag al eens voorgeschoteld en had ik zoiets van: “duhuh, zien jullie dat niet of wat?” Nog nooit kwam er een potje (of tube of busje of waar ze dat spul ook insteken) haarverf in de buurt van mijn haar en ik ben van plan dat nog lang zo te houden. (Al moet ik zeggen dat ik ooit, in een dwaze bui, eens een lok blauw heb willen verven, maar ik ben nooit tot de uitvoering overgegaan.)

Blond zijn, heeft zo zijn voordelen. Je valt op in een massa waardoor de mensen je sneller vinden. Ik kan het mij permitteren om het haar op mijn benen al eens wat langer te laten staan, je ziet het toch amper. Ik zal niet snel grijs worden.

Maar wat me steeds meer begint te irriteren, is de vanzelfsprekendheid waarmee blond tegenwoordig gebruikt wordt als synoniem voor dom. Waarom is dat? Het prototype van het domme blondje, de actrice Marilyn Monroe, was een geverfde brunette. En ik geloof niet eens dat ze dom was, alleen ongelukkig in de liefde. En wat ik nog het allerergste vind, is dat sommige blondines van zichzelf zeggen als ze een stommiteit uithalen: “Ach ja, ik ben blond, he.” Waarom zou je een vooroordeel over jezelf nog eens extra willen benadrukken? Ik snap het niet.

Dus, beste mensen: ik ben blond en niet dom. En daar ben ik trots op.

Banaliteit

Als kind denk je dat je de wereld gaat veranderen, want jij, ja, jij bent uniek. Er is niemand zo bijzonder als jij, je ouders zeggen het elke dag. Maar met het ouder worden, komt langzaamaan het besef dat je ouders niet enkel over Sinterklaas gelogen hebben. Je bent helemaal niet zo bijzonder. You’re just another brick in the wall.

En dat is moeilijk om te verteren.

Zoevende zaterdag

Wat wij zaterdag deden:

  • brood kopen bij de bakker;
  • schoenen voor herstelling bij de schoenmaker afleveren;
  • een cadeaubox-bon kopen voor een jarige (hey, het moet niet altijd bongo zijn)
  • sakkeren omdat de traiteur waar we altijd om groenten- en pastaslaatjes gingen, plots niet meer bleek te bestaan;
  • twee dozen pralines gekocht om cadeau te geven;
  • noodomweg langs de Colruyt om toch aan groenten voor de zondagse barbecue te geraken;
  • in zeven haasten vertrokken om het kersverse petekind van mijn vriend te bewonderen;
  • veel foto’s genomen van het kersverse petekind;
  • de kersverse oma bijna met geweld uit beeld moeten sleuren omdat ze anders werkelijk op élke foto gestaan zou hebben;
  • afscheid genomen van de vrolijke bende in het ziekenhuis;
  • naar het tehuis gereden waar mijn moeder voorlopig verblijft, qua contrast in sfeer kon dat tellen;
  • samen met mijn vader iets gegeten in het stadje waar ik mijn middelbare schooltijd doorgebracht heb; de banken en pleinen waren er ingenomen door jongeren die daar rondhingen en hun ouders wijsgemaakt hadden dat ze voor de muziek naar het plaatselijke muziekfestival gingen;
  • terug naar Leuven gereden;
  • naar Harry Potter gegaan en daar dik spijt van gehad.

Fotovoorstelling Amerikareis

Gisteren hebben we de spits afgebeten met de eerste fotovoorstelling van onze Amerikareis bij L en J. Onze samenkomst was spontaan tot stand gekomen. L was erin geslaagd de dag vóór ons feest (dat btw géén trouwfeest was) zijn enkel te breken en zijn ligamenten te scheuren tijdens een partijtje paintball. Ipv gezellig mee te komen vieren, lag hij te kermen ergens in een ziekenhuis terwijl zijn voet hing te bungelen aan zijn been. Dat komt ervan de stoere te willen uithangen. 😉

Na onze thuiskomst stuurde ik een mailtje naar L om te vragen of we op ziekenbezoek konden komen en of hij eventueel geïnteresseerd was om wat foto’s te zien van Amerika. Dat was hij. De verdere afspraken waren snel gemaakt. Mijn vriend en ik haalden gisterenavond Thais voor vier personen en we aten dat gezellig bij L en J thuis op. Ik had snel, snel nog een flesje wijn meegegrist om bij het eten te drinken en dat bleek een echte meevaller te zijn. Het was een fles wijn waarvan mijn vriend ooit eens een kistje cadeau gekregen had van een collega. Toen we de eerste flessen daarvan dronken, vonden we ze wat tegenvallen. Maar nu bleek dat we gewoon te snel van de flessen gedronken hadden. Ze hadden gewoon wat tijd nodig om te rijpen. Stom, stom.

Tijdens de fotovoorstelling verveelde ik onze gastheer en gastvrouw met veel te lange uitweidingen over architectuur een geschiedenis, terwijl mijn vriend mij de hele tijd zat aan te manen om toch maar sneller door de foto’s te gaan. En dan zaten ze mij ook nog uit te lachen met mijn geklungel met de muis. Tss! Toen onze gastvrouw bijna in slaap viel (ik moet nog wat aan mijn vertelkunsten schaven, vrees ik) en mijn vriend een beetje té goedgezind werd van al die wodka, trokken we naar huis.

Op naar de volgende fotovoorstelling.

Stress

Deze ochtend stond ik op en ik merkte het meteen: stress. Veel stress. Al bij al ben ik er nog redelijk lang van gespaard gebleven. Doordat het zo druk was op het werk en daarbuiten had ik  niet veel tijd om op voorhand te stressen.

Begrijp me niet verkeerd, ik kijk erg uit naar het feest van morgen, maar tegelijkertijd is er die een beetje irrationele angst dat er vanalles misloopt. Achja, het zal wel loslopen. Twee keer knipperen met de ogen en die dertiende juni zal alweer tot het verleden behoren. En dan: vakantie!